Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Vol-au-vent. Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine – Tweede, herziene en uitgebreide uitgave
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsma die de liefde voor het product omze in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Vol-au-vent. Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine – Tweede, herziene en uitgebreide uitgave
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsma die de liefde voor het product omze in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.



