Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantal vergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring twee tegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiënter met leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakt het ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaalt zich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelf nog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragen zijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving: die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerkt aan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid, met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandacht besteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringen en hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan een open houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zij besloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen. Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is het buitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Frits F. Achterberg is trainer, coach, adviseur, ontwerper en docent geweest aan scholen voor het Voortgezet Onderwijs en aan de Universiteit Utrecht, faculteit der sociale wetenschappen, afdeling educatie. Kernactiviteiten: werken met ervaren professionals; levenlang leren en ontwikkelen in de lopende beroepsfasen. Hij ontwerpt activiteiten om vergrijzing tot een maatschappelijke kans te maken.
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantal vergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring twee tegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiënter met leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakt het ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaalt zich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelf nog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragen zijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving: die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerkt aan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid, met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandacht besteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringen en hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan een open houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zij besloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen. Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is het buitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Frits F. Achterberg is trainer, coach, adviseur, ontwerper en docent geweest aan scholen voor het Voortgezet Onderwijs en aan de Universiteit Utrecht, faculteit der sociale wetenschappen, afdeling educatie. Kernactiviteiten: werken met ervaren professionals; levenlang leren en ontwikkelen in de lopende beroepsfasen. Hij ontwerpt activiteiten om vergrijzing tot een maatschappelijke kans te maken.
Kleuren voor papa. Voor kinderen met een ouder die aan depressie lijdt.
De papa van een jong meisje lijdt aan een depressie. Het meisje ervaart verwarrende emoties en probeert te begrijpen wat er met haar papa aan de hand is. Een slechte sfeer in huis werkt in op een kind. Wat een kleurloze thuisomgeving of een depressieve ouder doet met de stemming van een kind, wordt in dit verhaal tekenend weergegeven, bijvoorbeeld wanneer papa aan tafel zit maar weer niet eet. Depressie treft vele mensen, ook mensen met kinderen. Al te vaak wordt er weinig met de kinderen over gesproken en blijven zij met al hun vragen in de kou staan. Praten over de problematiek van de ouder, het kind hierover op gepaste wijze informeren en begeleiden zijn belangrijk en wapenen het kind mede tegen eigen psychische problemen.
Op de downloadpagina van Garant
Barbara Van Dromme is meester in de grafische vormgeving en illustratie. Ze begeleidt jongeren in het proces zichzelf te leren uitdrukken op een creatieve manier. Ze reikt jonge mensen de tools aan om ontvankelijk te worden voor eigen schoonheid en heelheid, en waakzaam te blijven voor de gevaren binnen onze beeldcultuur. Voor het schrijven en illustreren van dit boek onderbrak zij haar loopbaan als leraar expressie.
Anne Hermans, die de begeleidende tekst schreef en meewerkte aan de opdrachten, is zelfstandig klinisch psychologe en gezinstherapeute. Zij voert haar praktijk in Haacht.
Kleuren voor papa. Voor kinderen met een ouder die aan depressie lijdt.
De papa van een jong meisje lijdt aan een depressie. Het meisje ervaart verwarrende emoties en probeert te begrijpen wat er met haar papa aan de hand is. Een slechte sfeer in huis werkt in op een kind. Wat een kleurloze thuisomgeving of een depressieve ouder doet met de stemming van een kind, wordt in dit verhaal tekenend weergegeven, bijvoorbeeld wanneer papa aan tafel zit maar weer niet eet. Depressie treft vele mensen, ook mensen met kinderen. Al te vaak wordt er weinig met de kinderen over gesproken en blijven zij met al hun vragen in de kou staan. Praten over de problematiek van de ouder, het kind hierover op gepaste wijze informeren en begeleiden zijn belangrijk en wapenen het kind mede tegen eigen psychische problemen.
Op de downloadpagina van Garant
Barbara Van Dromme is meester in de grafische vormgeving en illustratie. Ze begeleidt jongeren in het proces zichzelf te leren uitdrukken op een creatieve manier. Ze reikt jonge mensen de tools aan om ontvankelijk te worden voor eigen schoonheid en heelheid, en waakzaam te blijven voor de gevaren binnen onze beeldcultuur. Voor het schrijven en illustreren van dit boek onderbrak zij haar loopbaan als leraar expressie.
Anne Hermans, die de begeleidende tekst schreef en meewerkte aan de opdrachten, is zelfstandig klinisch psychologe en gezinstherapeute. Zij voert haar praktijk in Haacht.
Hotelmarketing. Algemene principes en het marketingbeleid in de hotelsector in de provincie Antwerpen
Dit boek legt op een heldere manier de basisprincipes van hotelmarketing uit, geïllustreerd met talrijke hotelvoorbeelden. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van een projectmatig wetenschappelijk onderzoek van 2011-2013, waarin hotelmanagers en marketeers uit de provincie Antwerpen bevraagd werden over hun marketingbeleid. Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
De publicatie is een nuttig naslagwerk voor studenten en voor decision
makers in de hotelsector.
Christian Holthof is Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen, Master
in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere
malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University
(School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Hij doceert economische wetenschappen
aan de opleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn
Hogeschool Antwerpen.
Hotelmarketing. Algemene principes en het marketingbeleid in de hotelsector in de provincie Antwerpen
Dit boek legt op een heldere manier de basisprincipes van hotelmarketing uit, geïllustreerd met talrijke hotelvoorbeelden. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van een projectmatig wetenschappelijk onderzoek van 2011-2013, waarin hotelmanagers en marketeers uit de provincie Antwerpen bevraagd werden over hun marketingbeleid. Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
De publicatie is een nuttig naslagwerk voor studenten en voor decision
makers in de hotelsector.
Christian Holthof is Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen, Master
in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere
malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University
(School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Hij doceert economische wetenschappen
aan de opleiding Bachelor Hotelmanagement van de Artesis Plantijn
Hogeschool Antwerpen.
KompASS voor studiesucces. Wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme (Fontys Reeks Educatief, nr. 14)
Studenten met een autismespectrumstoornis (ASS) melden zich steeds vaker aan voor een studie in het hoger onderwijs. Veel studierichtingen in het hoger beroepsonderwijs en op universiteiten zijn geschikt voor deze groep jonge mensen. Ambitieuze scholieren met vaak specifieke mogelijkheden, vaardigheden en kennis. In het hoger onderwijs kunnen deze kwaliteiten verder worden ontwikkeld en tot volle ontplooiing komen. Desondanks lopen studenten met ASS veel risico op studievertraging en studie-uitval.
Deze wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme is samengesteld door studentendecanen en studiekeuzeadviseurs werkzaam bij Fontys Hogescholen. Zij hebben hun ervaring en aanpak met het werken met studenten met ASS bijeengebracht in deze uitgave. Ook studenten zijn daarbij betrokken.
Dit boek in de Reeks Educatief bevat informatie die de behoefte aan extra aandacht voor studenten met ASS onderbouwt. Aandacht die nodig is vanaf het moment dat de student een studiekeuze wil maken. Maar daar blijft het niet bij. Tijdens de studie ligt er ook een taak voor studieloopbaanbegeleiders en docenten om – binnen de wettelijke mogelijkheden – studenten met ASS te begeleiden naar een succesvolle afronding van de studie.
Dit KompASS voor studiesucces levert daarmee een bijdrage aan meer kennis over autisme in het algemeen en over studeren met ASS in het bijzonder. Een pleidooi voor studenten met ASS die willen studeren in het hoger onderwijs.
KompASS voor studiesucces. Wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme (Fontys Reeks Educatief, nr. 14)
Studenten met een autismespectrumstoornis (ASS) melden zich steeds vaker aan voor een studie in het hoger onderwijs. Veel studierichtingen in het hoger beroepsonderwijs en op universiteiten zijn geschikt voor deze groep jonge mensen. Ambitieuze scholieren met vaak specifieke mogelijkheden, vaardigheden en kennis. In het hoger onderwijs kunnen deze kwaliteiten verder worden ontwikkeld en tot volle ontplooiing komen. Desondanks lopen studenten met ASS veel risico op studievertraging en studie-uitval.
Deze wegwijzer voor begeleiders en docenten van studenten met autisme is samengesteld door studentendecanen en studiekeuzeadviseurs werkzaam bij Fontys Hogescholen. Zij hebben hun ervaring en aanpak met het werken met studenten met ASS bijeengebracht in deze uitgave. Ook studenten zijn daarbij betrokken.
Dit boek in de Reeks Educatief bevat informatie die de behoefte aan extra aandacht voor studenten met ASS onderbouwt. Aandacht die nodig is vanaf het moment dat de student een studiekeuze wil maken. Maar daar blijft het niet bij. Tijdens de studie ligt er ook een taak voor studieloopbaanbegeleiders en docenten om – binnen de wettelijke mogelijkheden – studenten met ASS te begeleiden naar een succesvolle afronding van de studie.
Dit KompASS voor studiesucces levert daarmee een bijdrage aan meer kennis over autisme in het algemeen en over studeren met ASS in het bijzonder. Een pleidooi voor studenten met ASS die willen studeren in het hoger onderwijs.
The Drive to Global Citizenship. Motivating people, Mapping public support, Measuring effects of global education
Do we still believe in foreign aid and development education? As governments tend to cut down aid budgets and the public appears to take a more and more sceptical stand, not just the old way of campaigning is under pressure, but also the idea of the North helping the South as such. To materialize the hind-laying value of global solidarity in the present world, a radical re-thinking of the wornout concept of aid is required.
Set against this paradox, this book explores the new notion of global citizenship and the challenges it represents. Self-contained chapters feature coverage of a range of issues: politics, opinion polls, education, the results agenda, private sustainability standards, framing messages for TV-broadcasting and the role of social media. As it is a long road to global citizenship, this book keeps you company for a part of the way.
Ignace Pollet and Jan Van Ongevalle of the HIVA
Research Institute for Work and Society (University of
Leuven) are the editors of this book.
This publication has been made possible through the fi-
nancial support by the Belgian Directorate-General for
Development via the University Development Cooperation
of the Flemish Interuniversity Council.
The Drive to Global Citizenship. Motivating people, Mapping public support, Measuring effects of global education
Do we still believe in foreign aid and development education? As governments tend to cut down aid budgets and the public appears to take a more and more sceptical stand, not just the old way of campaigning is under pressure, but also the idea of the North helping the South as such. To materialize the hind-laying value of global solidarity in the present world, a radical re-thinking of the wornout concept of aid is required.
Set against this paradox, this book explores the new notion of global citizenship and the challenges it represents. Self-contained chapters feature coverage of a range of issues: politics, opinion polls, education, the results agenda, private sustainability standards, framing messages for TV-broadcasting and the role of social media. As it is a long road to global citizenship, this book keeps you company for a part of the way.
Ignace Pollet and Jan Van Ongevalle of the HIVA
Research Institute for Work and Society (University of
Leuven) are the editors of this book.
This publication has been made possible through the fi-
nancial support by the Belgian Directorate-General for
Development via the University Development Cooperation
of the Flemish Interuniversity Council.
Psychotherapie in beweging. Dieren en natuur bij psychodynamische therapie.
Het inzetten van dieren in verschillende vormen van zorg is een steeds groeiend
fenomeen. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is deze innovatieve vorm van
zorg, Animal Assisted Intervention, een veelbelovende ontwikkeling. Theoretisch
onderbouwde methodes zijn echter nog weinig beschreven. Met dit boek wordt
een achtergrond gegeven voor het betrekken van natuur, dieren in het algemeen
en honden en paarden in bijzonder, bij een psychodynamische psychotherapie.
De lezer krijgt inzicht in de door de auteurs ontwikkelde methode: EFPP – Equine
assisted Focal Psychodynamic Psychotherapy. Ze is ontworpen naar aanleiding
van de betrokkenheid bij de nazorg van de cafébrand in Volendam, maar het is
duidelijk aangetoond dat EFPP een waardevolle specialistische behandelvorm is
voor mensen met verschillende (ernstige) problematiek. Een uitgebreide casus
illustreert deze intensieve, ervaringsgerichte maar ook speelse methode, waarbij
de non-verbale dimensie vanuit de gehechtheidstheorie een speerpunt is.
Grondwaarden als wederkerigheid in de therapeutische relatie, het bieden van
een speelplaats voor correctieve emotionele ervaringen en groei, krijgen op een
unieke wijze gestalte.
Géza Kovács en Inge Umbgrove zijn respectievelijk GZ-psycholoog en klinisch psycholoog-psychotherapeut. Beiden zijn werkzaam als therapeut, onderzoeker en bestuurder bij Zorggroep Ars Curae en Rainbow Ranch, met vestigingen in Nederland en Spanje.
Psychotherapie in beweging. Dieren en natuur bij psychodynamische therapie.
Het inzetten van dieren in verschillende vormen van zorg is een steeds groeiend
fenomeen. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is deze innovatieve vorm van
zorg, Animal Assisted Intervention, een veelbelovende ontwikkeling. Theoretisch
onderbouwde methodes zijn echter nog weinig beschreven. Met dit boek wordt
een achtergrond gegeven voor het betrekken van natuur, dieren in het algemeen
en honden en paarden in bijzonder, bij een psychodynamische psychotherapie.
De lezer krijgt inzicht in de door de auteurs ontwikkelde methode: EFPP – Equine
assisted Focal Psychodynamic Psychotherapy. Ze is ontworpen naar aanleiding
van de betrokkenheid bij de nazorg van de cafébrand in Volendam, maar het is
duidelijk aangetoond dat EFPP een waardevolle specialistische behandelvorm is
voor mensen met verschillende (ernstige) problematiek. Een uitgebreide casus
illustreert deze intensieve, ervaringsgerichte maar ook speelse methode, waarbij
de non-verbale dimensie vanuit de gehechtheidstheorie een speerpunt is.
Grondwaarden als wederkerigheid in de therapeutische relatie, het bieden van
een speelplaats voor correctieve emotionele ervaringen en groei, krijgen op een
unieke wijze gestalte.
Géza Kovács en Inge Umbgrove zijn respectievelijk GZ-psycholoog en klinisch psycholoog-psychotherapeut. Beiden zijn werkzaam als therapeut, onderzoeker en bestuurder bij Zorggroep Ars Curae en Rainbow Ranch, met vestigingen in Nederland en Spanje.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling]
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
De auteur van Groeiboek/Taalontwikkeling, Miet Fournier, is lector aan de Arteveldehogeschool in Gent en aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Ze schreef eerder al boeken voor het kleuteronderwijs. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur / coördinator van de Groeiboekreeks.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling]
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
De auteur van Groeiboek/Taalontwikkeling, Miet Fournier, is lector aan de Arteveldehogeschool in Gent en aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Ze schreef eerder al boeken voor het kleuteronderwijs. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur / coördinator van de Groeiboekreeks.
De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik
Wie de stem intens gebruikt, ervaart hoe sterk en hoe fijn ze de mondelinge communicatie kan regelen en beïnvloeden. Dat vraagt veel vaardigheden die in dit boek stapsgewijs aan bod komen: van het fijne horen van verschillen, over stemzorg en stemtechniek naar aandacht voor en afstemming op de omgeving.
Of de stem binnen het beroep wordt gebruikt of erbuiten, altijd vraagt dit de nodige aandacht en inzet. Hierbij speelt motivatie een sleutelrol. Deze motivatie kan de lezer putten uit de brede achtergrond over het hoe en waarom van goed stemgebruik. Wie meteen aan de slag wil, krijgt aanzetten om alles in de praktijk om te zetten. Daarnaast biedt elke topic de mogelijkheid om nog dieper en breder over stem na te denken.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot de stemgebruikers zelf (politici, leerkrachten, tolken, gidsen, vertellers, sportlui, pleiters, verkopers, …). Anderzijds doet het appel op de verantwoordelijkheid van de brede omgeving: de werkgever, de beleidsvoerder, de architect, de loopbaanplanner, de coach, de logopedist, de beroepsvereniging, de regisseur, de bewegingswetenschapper, de stemergonoom … Hoe breder het draagvlak voor de uitbouw van goed stemgebruik of de oplossing van stemproblemen, des te meer sprekers van allerlei pluimage het beste uit hun stem kunnen halen, van Nachtegaal tot Kraai.
Op de bijbehorende audio-cd staan fragmenten die helpen om alles in te oefenen.
Wivine Decoster is docent aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en
de Specifieke Lerarenopleiding Gezondheidswetenschappen van de KU Leuven.
Felix de Jong is foniater in de afdeling Neus-, Keel- en Oorziekten, Gelaat- en Halschirurgie van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven en het Universitair Medisch Centrum St. Radboud van Nijmegen. Ook hij doceert aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven. Samen coördineren ze het Expertisecentrum Stem binnen de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven.
De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik
Wie de stem intens gebruikt, ervaart hoe sterk en hoe fijn ze de mondelinge communicatie kan regelen en beïnvloeden. Dat vraagt veel vaardigheden die in dit boek stapsgewijs aan bod komen: van het fijne horen van verschillen, over stemzorg en stemtechniek naar aandacht voor en afstemming op de omgeving.
Of de stem binnen het beroep wordt gebruikt of erbuiten, altijd vraagt dit de nodige aandacht en inzet. Hierbij speelt motivatie een sleutelrol. Deze motivatie kan de lezer putten uit de brede achtergrond over het hoe en waarom van goed stemgebruik. Wie meteen aan de slag wil, krijgt aanzetten om alles in de praktijk om te zetten. Daarnaast biedt elke topic de mogelijkheid om nog dieper en breder over stem na te denken.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot de stemgebruikers zelf (politici, leerkrachten, tolken, gidsen, vertellers, sportlui, pleiters, verkopers, …). Anderzijds doet het appel op de verantwoordelijkheid van de brede omgeving: de werkgever, de beleidsvoerder, de architect, de loopbaanplanner, de coach, de logopedist, de beroepsvereniging, de regisseur, de bewegingswetenschapper, de stemergonoom … Hoe breder het draagvlak voor de uitbouw van goed stemgebruik of de oplossing van stemproblemen, des te meer sprekers van allerlei pluimage het beste uit hun stem kunnen halen, van Nachtegaal tot Kraai.
Op de bijbehorende audio-cd staan fragmenten die helpen om alles in te oefenen.
Wivine Decoster is docent aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en
de Specifieke Lerarenopleiding Gezondheidswetenschappen van de KU Leuven.
Felix de Jong is foniater in de afdeling Neus-, Keel- en Oorziekten, Gelaat- en Halschirurgie van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven en het Universitair Medisch Centrum St. Radboud van Nijmegen. Ook hij doceert aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven. Samen coördineren ze het Expertisecentrum Stem binnen de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven.
Eén, twee … hupsakee … Navulblaadjes
Deze navulblaadjes horen bij het Heen-en-weerboekje, Eén, twee ... hupsakee ...
Ze kunnen ingevoegd worden bij Deel 2: Mijn dagboekje.
(250 blz.)
Eén, twee … hupsakee … Navulblaadjes
Deze navulblaadjes horen bij het Heen-en-weerboekje, Eén, twee ... hupsakee ...
Ze kunnen ingevoegd worden bij Deel 2: Mijn dagboekje.
(250 blz.)
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Qur’anic Term Translation. A Semantic Study from Arabic Perspective (ATI-Academic Publications, n° 7)
This book is mainly concerned with the meaning and English translation of Qur’anic terms which are therefore, analyzed both out of and in context.
This book establishes a method of investigation and analysis that linguists and translators could adopt when embarking on analysis of lexical items of the Qur’an and/or when translating it.
Owing to the intrinsic difficulties inherent in the translation of the Qur’an, analytical studies on Qur’anic terms are almost unheard of, in spite of the fact that many are the works that deal with the Qur’an in all languages.
Bearing in mind that ‘perfect’ translation is no more than an illusion, and that absolute synonymy is nothing but a myth, establishing the meaning of specialized Qur’anic terms with any degree of accuracy is an extremely daunting task, especially when addressing this issue in a language that is not that of the Qur’an.
The
present work is an attempt to bring the Qur’an a step closer to both
the general reader as well as the specialized researcher. In addition
to the semantic study of the Qur’anic terms and investigating their
translations in six other renowned works, this book also addresses
a number of important linguistic and cultural issues that no
serious researcher of the Qur’an can afford to miss. Its depth of
analysis and extensive notes are meant to save the reader the extraordinary
effort required to check a multitude of works necessary
to understand the issues at stake.
Ahmed Allaithy obtained his PhD in Comparative Translation of
the Holy Qur’an from the University of Durham, UK. He is an Associate
Professor of Translation, and the current President of Arabic
Translators International (ATI) (www.atinternational.org). He
is also the General Editor of ATI-Academic Series, and ATI-Literary
Series (Arabic Literature Unveiled). He is an established translator
and linguist, writer and poet with many works to his credit. He is a
specialist in Translation Studies, Arabic Language, Qur’anic Studies,
Arabic Rhetoric and Intercultural Communication.
Qur’anic Term Translation. A Semantic Study from Arabic Perspective (ATI-Academic Publications, n° 7)
This book is mainly concerned with the meaning and English translation of Qur’anic terms which are therefore, analyzed both out of and in context.
This book establishes a method of investigation and analysis that linguists and translators could adopt when embarking on analysis of lexical items of the Qur’an and/or when translating it.
Owing to the intrinsic difficulties inherent in the translation of the Qur’an, analytical studies on Qur’anic terms are almost unheard of, in spite of the fact that many are the works that deal with the Qur’an in all languages.
Bearing in mind that ‘perfect’ translation is no more than an illusion, and that absolute synonymy is nothing but a myth, establishing the meaning of specialized Qur’anic terms with any degree of accuracy is an extremely daunting task, especially when addressing this issue in a language that is not that of the Qur’an.
The
present work is an attempt to bring the Qur’an a step closer to both
the general reader as well as the specialized researcher. In addition
to the semantic study of the Qur’anic terms and investigating their
translations in six other renowned works, this book also addresses
a number of important linguistic and cultural issues that no
serious researcher of the Qur’an can afford to miss. Its depth of
analysis and extensive notes are meant to save the reader the extraordinary
effort required to check a multitude of works necessary
to understand the issues at stake.
Ahmed Allaithy obtained his PhD in Comparative Translation of
the Holy Qur’an from the University of Durham, UK. He is an Associate
Professor of Translation, and the current President of Arabic
Translators International (ATI) (www.atinternational.org). He
is also the General Editor of ATI-Academic Series, and ATI-Literary
Series (Arabic Literature Unveiled). He is an established translator
and linguist, writer and poet with many works to his credit. He is a
specialist in Translation Studies, Arabic Language, Qur’anic Studies,
Arabic Rhetoric and Intercultural Communication.
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich al voor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormen dan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorg hun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momenten van hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg, algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is er geen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zonder naïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistische verwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek. Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis. Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkse leven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenning biedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ook voor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenning betekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennis over verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieën over persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan met deze mensen en hun problemen.
Peter De Bruyn is klinisch psycholoog en gedragstherapeut. Hij heeft een jarenlange ervaring in de drugshulpverlening, achtereenvolgens in ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum – en De Spiegel, begeleidingscentra van drugverslaafden. Binnen het opleidingsaanbod van de VAD, de Vlaamse koepelvereniging van organisaties op het terrein van alcohol en andere drugs, verzorgt hij vormingen rond verslavingsgedrag, groepswerk binnen (semi-)residentiële behandeling en de dubbeldiagnose verslaving-persoonlijheidsstoornissen.
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich al voor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormen dan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorg hun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momenten van hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg, algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is er geen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zonder naïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistische verwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek. Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis. Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkse leven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenning biedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ook voor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenning betekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennis over verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieën over persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan met deze mensen en hun problemen.
Peter De Bruyn is klinisch psycholoog en gedragstherapeut. Hij heeft een jarenlange ervaring in de drugshulpverlening, achtereenvolgens in ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum – en De Spiegel, begeleidingscentra van drugverslaafden. Binnen het opleidingsaanbod van de VAD, de Vlaamse koepelvereniging van organisaties op het terrein van alcohol en andere drugs, verzorgt hij vormingen rond verslavingsgedrag, groepswerk binnen (semi-)residentiële behandeling en de dubbeldiagnose verslaving-persoonlijheidsstoornissen.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van het
verleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomst
brengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteem
verkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterst
welkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettend
veel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriften
graaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelische
kern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerende
lijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillende
wijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen van
mensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong en
oud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijen
kerkverandering te werken.
Carlo Corten: Ex-Fidei-Donum-priester van het bisdom Antwerpen. 13
jaar werkzaam in Brazilië. Daarna monitor bij beschutte werkplaats MIN
(Antwerpen). Gepensioneerd sinds 2010.
Greet Schaumans: Oud-verantwoordelijke projecten Brazilië bij Broederlijk
Delen.
Jan Soetewey: Voormalig vrijgestelde van Christenen voor het Socialisme
(CvS). Actief in de Werkgroep Bevrijdingstheologie en het Bijbelcollectief
van CvS.
Luis (Ludo) Vandaele: Als priester 19 jaar werkzaam geweest in de volkswijken
van Campina Grande, dichtbij Serra Redonda, waar hij enkele keren
José Comblin ontmoette. Terug in België werkte hij eerst bij Broederlijk
Delen op de projectendienst voor Brazilië en later als sociale werker
in de multiculturele sector.
Didier Vanderslycke: Maatschappelijk werker, priester van het Bisdom
Antwerpen en lid van de Beweging voor Missionair Engagement. Nationaal
secretaris van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) en
pastor in lokale kerkgemeenschappen (H. Drievuldigheid in Berchem
en Franciscus Xaverius in Borgerhout). Betrokken bij organisaties rond
immigratie en integratie. Voorzitter van OR.C.A. Organisatie voor Clandestiene
Arbeidsmigranten.
Luc Vankrunkelsven: Norbertijn van Averbode en landbouwspecialist.
Oprichter van ‘Wervel’ (Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde
Landbouw). Van 2003 tot 2008 woonde hij afwisselend in Brazilië en
België. Ook nu nog vertoeft hij geregeld in Brazilië. Hij schreef veel artikels
en opiniestukken en een tiental boeken.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van het
verleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomst
brengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteem
verkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterst
welkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettend
veel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriften
graaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelische
kern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerende
lijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillende
wijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen van
mensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong en
oud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijen
kerkverandering te werken.
Carlo Corten: Ex-Fidei-Donum-priester van het bisdom Antwerpen. 13
jaar werkzaam in Brazilië. Daarna monitor bij beschutte werkplaats MIN
(Antwerpen). Gepensioneerd sinds 2010.
Greet Schaumans: Oud-verantwoordelijke projecten Brazilië bij Broederlijk
Delen.
Jan Soetewey: Voormalig vrijgestelde van Christenen voor het Socialisme
(CvS). Actief in de Werkgroep Bevrijdingstheologie en het Bijbelcollectief
van CvS.
Luis (Ludo) Vandaele: Als priester 19 jaar werkzaam geweest in de volkswijken
van Campina Grande, dichtbij Serra Redonda, waar hij enkele keren
José Comblin ontmoette. Terug in België werkte hij eerst bij Broederlijk
Delen op de projectendienst voor Brazilië en later als sociale werker
in de multiculturele sector.
Didier Vanderslycke: Maatschappelijk werker, priester van het Bisdom
Antwerpen en lid van de Beweging voor Missionair Engagement. Nationaal
secretaris van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) en
pastor in lokale kerkgemeenschappen (H. Drievuldigheid in Berchem
en Franciscus Xaverius in Borgerhout). Betrokken bij organisaties rond
immigratie en integratie. Voorzitter van OR.C.A. Organisatie voor Clandestiene
Arbeidsmigranten.
Luc Vankrunkelsven: Norbertijn van Averbode en landbouwspecialist.
Oprichter van ‘Wervel’ (Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde
Landbouw). Van 2003 tot 2008 woonde hij afwisselend in Brazilië en
België. Ook nu nog vertoeft hij geregeld in Brazilië. Hij schreef veel artikels
en opiniestukken en een tiental boeken.
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
Dit boek beschrijft het ontstaan van het Belgisch beleid inzake gezinshereniging en de evolutie ervan tot 1980.
Gezinshereniging betekent dat een buitenlander die in België verblijft, zich laat vervoegen door zijn gezin. Meestal wordt die hereniging voorgesteld als een praktijk van na de arbeidsimmigratiestop van 1974. Het is inderdaad in de jaren 1970 dat migratie om familiale redenen de belangrijkste vorm van immigratie in België wordt, maar het fenomeen bestaat al sinds het einde van de jaren 1920. Ook voor de jaren 1970 beïnvloedde gezinshereniging het migratiebeleid en kon ze zelfs voor problemen zorgen, zoals blijkt uit dit boek.
Deze publicatie is de eerste historische monografie over gezinshereniging in België.
Ze besteedt bijzondere aandacht aan de totstandkoming van het beleid, aan
de actoren en factoren die daarop een invloed hadden en aan de problematisering
van de gezinshereniging. Bovendien worden de historische ontwikkelingen
geplaatst tegenover het hedendaagse kader.
Dit werk werd bekroond met de Prijs 2013 van GCIS – Fethullah Gülen Chair for
Intercultural Studies.
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
Dit boek beschrijft het ontstaan van het Belgisch beleid inzake gezinshereniging en de evolutie ervan tot 1980.
Gezinshereniging betekent dat een buitenlander die in België verblijft, zich laat vervoegen door zijn gezin. Meestal wordt die hereniging voorgesteld als een praktijk van na de arbeidsimmigratiestop van 1974. Het is inderdaad in de jaren 1970 dat migratie om familiale redenen de belangrijkste vorm van immigratie in België wordt, maar het fenomeen bestaat al sinds het einde van de jaren 1920. Ook voor de jaren 1970 beïnvloedde gezinshereniging het migratiebeleid en kon ze zelfs voor problemen zorgen, zoals blijkt uit dit boek.
Deze publicatie is de eerste historische monografie over gezinshereniging in België.
Ze besteedt bijzondere aandacht aan de totstandkoming van het beleid, aan
de actoren en factoren die daarop een invloed hadden en aan de problematisering
van de gezinshereniging. Bovendien worden de historische ontwikkelingen
geplaatst tegenover het hedendaagse kader.
Dit werk werd bekroond met de Prijs 2013 van GCIS – Fethullah Gülen Chair for
Intercultural Studies.
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- en
literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap
3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek
debat over de rol van sociaal ondernemerschap in
de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld
voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor
studenten op hogescholen en universiteiten, en voor
burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap
voor de publieke zaak.
Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en is verbonden aan
het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht
studeerde filosofie aan de Universiteit van
Amsterdam en is gepromoveerd op een studie
naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven
studeerde geschiedenis en internationale
betrekkingen aan de Rijksuniversiteit
Groningen en is lector Dynamiek van de Stad.
Meer informatie over het lectoraat:
www.inholland.nl/dynamiekvandestad
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- en
literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap
3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek
debat over de rol van sociaal ondernemerschap in
de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld
voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor
studenten op hogescholen en universiteiten, en voor
burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap
voor de publieke zaak.
Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en is verbonden aan
het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht
studeerde filosofie aan de Universiteit van
Amsterdam en is gepromoveerd op een studie
naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven
studeerde geschiedenis en internationale
betrekkingen aan de Rijksuniversiteit
Groningen en is lector Dynamiek van de Stad.
Meer informatie over het lectoraat:
www.inholland.nl/dynamiekvandestad
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematische verhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’ walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanisme van de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialisme een humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bij de filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar een goddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartre wel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest en herleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’, samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,
maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. Als
Sartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hij
elke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander de
hel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.
Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijk
van een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
Christian Van Kerckhove is wetenschapper, filosoof en wereldreiziger.
Hij doceert ‘filosofie’ en ‘sociale filosofie en ethiek’ aan de
opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool
Gent. Tevens is hij voorzitter van de opleidingscommissie Sociaal
Werk en coördinator van ‘Mix!t. Forum voor studie, documentatie
en vorming rond samen-leven’.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematische verhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’ walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanisme van de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialisme een humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bij de filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar een goddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartre wel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest en herleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’, samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,
maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. Als
Sartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hij
elke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander de
hel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.
Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijk
van een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
Christian Van Kerckhove is wetenschapper, filosoof en wereldreiziger.
Hij doceert ‘filosofie’ en ‘sociale filosofie en ethiek’ aan de
opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool
Gent. Tevens is hij voorzitter van de opleidingscommissie Sociaal
Werk en coördinator van ‘Mix!t. Forum voor studie, documentatie
en vorming rond samen-leven’.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen
Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.
De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.
Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen
Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.
De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.
Ouder worden in een veranderende samenleving (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 1)
Vanuit verschillende invalshoeken schetsen de auteurs een kader van wat ouder worden vandaag betekent. Theoretische benaderingen worden gecombineerd met verhalen uit de praktijk. Telkens gaat het om een kritische benadering van de context waarin zij de gevolgen van ouder worden in een diverse samenleving ervaren. Onder meer de behoefte aan een aangepaste kijk op arbeid, gezondheidzorg en implicaties van interculturaliteit op de zorgsector komen aan bod. De bijdragen komen van academici, van mensen die werken in de praktijk van die diversiteit en uit de vakbondswereld. Verder geeft het boek zowel een kijk op interculturele zorg vanuit het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum OdiCE als op het concept van Kwaliteit van Leven. Ook fragmenten uit het levensverhaal van een acteur komen aan bod. Daardoor geeft het boek een breed beeld op de betekenis van ouderdom in de samenleving vanuit politiek, cultureel, sociaal en persoonlijk perspectief.
Charlotte De Kock, Eva Vens, Yasmina Beljoudi en Christian Van Kerckhove zijn verbonden aan de Hogeschool Gent. Deze uitgave is de eerste in de reeks Sociale Wetenschappen Kruispunten, een initiatief van Mix!t, Forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven van de faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool Gent.
Ouder worden in een veranderende samenleving (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 1)
Vanuit verschillende invalshoeken schetsen de auteurs een kader van wat ouder worden vandaag betekent. Theoretische benaderingen worden gecombineerd met verhalen uit de praktijk. Telkens gaat het om een kritische benadering van de context waarin zij de gevolgen van ouder worden in een diverse samenleving ervaren. Onder meer de behoefte aan een aangepaste kijk op arbeid, gezondheidzorg en implicaties van interculturaliteit op de zorgsector komen aan bod. De bijdragen komen van academici, van mensen die werken in de praktijk van die diversiteit en uit de vakbondswereld. Verder geeft het boek zowel een kijk op interculturele zorg vanuit het Oost-Vlaams Diversiteitscentrum OdiCE als op het concept van Kwaliteit van Leven. Ook fragmenten uit het levensverhaal van een acteur komen aan bod. Daardoor geeft het boek een breed beeld op de betekenis van ouderdom in de samenleving vanuit politiek, cultureel, sociaal en persoonlijk perspectief.
Charlotte De Kock, Eva Vens, Yasmina Beljoudi en Christian Van Kerckhove zijn verbonden aan de Hogeschool Gent. Deze uitgave is de eerste in de reeks Sociale Wetenschappen Kruispunten, een initiatief van Mix!t, Forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven van de faculteit Mens en Welzijn, Hogeschool Gent.
Mensgericht sociaal ondernemen
In hun opdrachtverklaring omschrijven christelijke zorg- en welzijnsorganisaties hun missie, visie en waarden. In het specifieke zorg- en ondersteuningsaanbod kunnen cliënten die identiteit concreet ervaren en waarderen. Met behulp van MVO – Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – zoeken de auteurs in dit boek naar nieuwe vormen om in de huidige context beleidsmatig en professioneel een mensgerichte invulling te geven aan de organisatie-identiteit.
- Hoe kan de identiteit worden vervat in strategische keuzes?
- Hoe kunnen sociale ondernemingen beleidsmatig een antwoord bieden op actuele maatschappelijke behoeften?
- Hoe treden medewerkers het best in relatie met hun cliënten? Hoe kan daaruit de aandacht blijken voor diegenen die maatschappelijk worden gemarginaliseerd?
- Aan welke leiderschapsstijl wordt de voorkeur gegeven? Waardoor wordt die geïnspireerd?
- Wat verstaan we onder meetbaarheid?
- Op welke manier kan het mensgerichte karakter van de organisatie worden getoetst?
- Welke rol kan zorgethiek spelen in de besluitvorming?
- Hoe kan die in sociale ondernemingen een referentiekader vormen voor de dagelijkse praktijk?
Met bijdragen van:
Donal Dorr (Kiltegan), Bart Hansen (Emmaüs), Thijs Smeyers (Caritas Vlaanderen), Thijs Tromp (Reliëf), Bernadette Van den Heuvel (Zorgnet Vlaanderen).
Dominiek Lootens, filosoof en doctor in de theologie, is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen, Dienst Navorming voor Gezondheids- en Welzijnsvoorzieningen, en als stafmedewerker bij CCV regio Caritas.
Mensgericht sociaal ondernemen
In hun opdrachtverklaring omschrijven christelijke zorg- en welzijnsorganisaties hun missie, visie en waarden. In het specifieke zorg- en ondersteuningsaanbod kunnen cliënten die identiteit concreet ervaren en waarderen. Met behulp van MVO – Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – zoeken de auteurs in dit boek naar nieuwe vormen om in de huidige context beleidsmatig en professioneel een mensgerichte invulling te geven aan de organisatie-identiteit.
- Hoe kan de identiteit worden vervat in strategische keuzes?
- Hoe kunnen sociale ondernemingen beleidsmatig een antwoord bieden op actuele maatschappelijke behoeften?
- Hoe treden medewerkers het best in relatie met hun cliënten? Hoe kan daaruit de aandacht blijken voor diegenen die maatschappelijk worden gemarginaliseerd?
- Aan welke leiderschapsstijl wordt de voorkeur gegeven? Waardoor wordt die geïnspireerd?
- Wat verstaan we onder meetbaarheid?
- Op welke manier kan het mensgerichte karakter van de organisatie worden getoetst?
- Welke rol kan zorgethiek spelen in de besluitvorming?
- Hoe kan die in sociale ondernemingen een referentiekader vormen voor de dagelijkse praktijk?
Met bijdragen van:
Donal Dorr (Kiltegan), Bart Hansen (Emmaüs), Thijs Smeyers (Caritas Vlaanderen), Thijs Tromp (Reliëf), Bernadette Van den Heuvel (Zorgnet Vlaanderen).
Dominiek Lootens, filosoof en doctor in de theologie, is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen, Dienst Navorming voor Gezondheids- en Welzijnsvoorzieningen, en als stafmedewerker bij CCV regio Caritas.
Vis voor elke lijn
We eten te weinig vis. Vlees vervangen door vis verlaagt de slechte cholesterol, vette vis verhoogt de goede cholesterol. Vette vis is zowat de enige natuurlijke bron van de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Een tekort aan essentiele vetzuren kan kinderen retardaties doen oplopen ten opzichte van hun genetische mogelijkheden, zoals een mindere ontwikkeling van de hersenen en het netvlies. Vermoedelijk dragen visvetzuren bij tot het verminderen van welvaartsziekten als hart- en vaatstoornissen, diabetes type 2, overgewicht en bepaalde kankers. En vis levert noodzakelijke stoffen als jodium, vitamine B3, vitamine B12, selenium, zink, …
Dit boek brengt visrecepten bij elkaar die gemakkelijk te
bereiden zijn en met een minimum aan vet. Gezond dus.
En je hoeft geen keukenprins(es) te zijn om een heerlijke
vismaaltijd op tafel te toveren.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.
Vis voor elke lijn
We eten te weinig vis. Vlees vervangen door vis verlaagt de slechte cholesterol, vette vis verhoogt de goede cholesterol. Vette vis is zowat de enige natuurlijke bron van de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Een tekort aan essentiele vetzuren kan kinderen retardaties doen oplopen ten opzichte van hun genetische mogelijkheden, zoals een mindere ontwikkeling van de hersenen en het netvlies. Vermoedelijk dragen visvetzuren bij tot het verminderen van welvaartsziekten als hart- en vaatstoornissen, diabetes type 2, overgewicht en bepaalde kankers. En vis levert noodzakelijke stoffen als jodium, vitamine B3, vitamine B12, selenium, zink, …
Dit boek brengt visrecepten bij elkaar die gemakkelijk te
bereiden zijn en met een minimum aan vet. Gezond dus.
En je hoeft geen keukenprins(es) te zijn om een heerlijke
vismaaltijd op tafel te toveren.
Chris Kerfs is zelfstandig diëtiste in Turnhout. Zij beheert ook de informatieve website www.dietisteonline.com. Zij publiceerde diverse boeken over gezond eten.






![[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980](https://www.maklugarant.eu/wp-content/uploads/2026/01/9789044131154_ongewenste_immigratie_-front-186x284.jpg)