Etty Hillesum 1914-2014 (Etty Hillesum Studies, deel 6)
Het zesde deel van de serie Etty Hillesum Studies, dat verschijnt in het kader van de herdenking ‘Etty Hillesum 100 jaar’, kent verschillende zwaartepunten. Drie bijdragen geven – elk vanuit een andere invalshoek – meer inzicht in Hillesums visie op de problemen van haar tijd. Het is opmerkelijk hoe actueel haar gedachten zijn – de reden waarom vele lezers zich er vandaag nog door aangesproken voelen. Daarnaast gaat het om de spiritualiteit van Etty Hillesum, een onderwerp dat met name in Italië grote aandacht heeft. Haar zoektocht naar de naam van God komt in een vanuit het Italiaans vertaald artikel aan de orde, terwijl in een andere bijdrage de invloed van haar lichaam op haar spirituele ontwikkeling in kaart wordt gebracht. In de derde plaats is er uitgebreid aandacht voor de vondst van nieuwe brieven uit de correspondentie tussen Etty Hillesum en haar leermeester Julius Spier. In twee bijdragen wordt ook een vergelijking getrokken tussen Etty Hillesum en twee belangrijke auteurs die haar hebben geïnspireerd: Aurelius Augustinus en Walter Rathenau. Een laatste bijdrage gaat over haar studiegenoot en verzetsman Jan Bool. Etty Hillesum zag het als een uitdaging om juist hem te overtuigen van haar ideeën over haat en vijandschap, die in dit zo gewelddadige jaar 2014 buitengewoon relevant blijken te zijn.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum van de Universiteit Gent en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Gerrit Van Oord, Meins G.S. Coetsier, Denise de Costa, Janny van der Molen en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum 1914-2014 (Etty Hillesum Studies, deel 6)
Het zesde deel van de serie Etty Hillesum Studies, dat verschijnt in het kader van de herdenking ‘Etty Hillesum 100 jaar’, kent verschillende zwaartepunten. Drie bijdragen geven – elk vanuit een andere invalshoek – meer inzicht in Hillesums visie op de problemen van haar tijd. Het is opmerkelijk hoe actueel haar gedachten zijn – de reden waarom vele lezers zich er vandaag nog door aangesproken voelen. Daarnaast gaat het om de spiritualiteit van Etty Hillesum, een onderwerp dat met name in Italië grote aandacht heeft. Haar zoektocht naar de naam van God komt in een vanuit het Italiaans vertaald artikel aan de orde, terwijl in een andere bijdrage de invloed van haar lichaam op haar spirituele ontwikkeling in kaart wordt gebracht. In de derde plaats is er uitgebreid aandacht voor de vondst van nieuwe brieven uit de correspondentie tussen Etty Hillesum en haar leermeester Julius Spier. In twee bijdragen wordt ook een vergelijking getrokken tussen Etty Hillesum en twee belangrijke auteurs die haar hebben geïnspireerd: Aurelius Augustinus en Walter Rathenau. Een laatste bijdrage gaat over haar studiegenoot en verzetsman Jan Bool. Etty Hillesum zag het als een uitdaging om juist hem te overtuigen van haar ideeën over haat en vijandschap, die in dit zo gewelddadige jaar 2014 buitengewoon relevant blijken te zijn.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum van de Universiteit Gent en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Gerrit Van Oord, Meins G.S. Coetsier, Denise de Costa, Janny van der Molen en Jurjen Wiersma.
Sportverzorging. Wat werkt echt?
Wat houdt de opdracht van de sportverzorger precies in? Wat zijn de objectief vast te stellen voordelen van massage en de fysiologische efficiëntie de vele soorten rekking en stretching? Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over taping- en bandagetechnieken. Zijn sportverzorger en atleet wel altijd goed geïnformeerd over de producten die ze gebruiken?
Dit boek toetst tal van beweringen en handelingen die vaak niet juist of zelfs inefficiënt zijn, maar uit gewoonte, commerciële overwegingen of om een of andere reden voor waarheid worden aangenomen. Dit lijkt controversieel, maar het is nodig dat zowel verzorgers als atleten en alle andere begeleiders binnen de sport goed nadenken over hun handelen en het toetsen aan wetenschappelijk onderzoek. Dat is precies wat de auteur in zijn boek doet. Wat heeft hij geleerd uit zijn jarenlange praktijkervaring en wat zegt de wetenschap hierover?
Bart Willockx is kinesitherapeut en zelfstandig sportverzorger. Hij is tevens leerkracht fitness- en sportclubbegeleiding en geeft fysiologie en paramedische vakken aan het KTA Campus Wemmel. Daarnaast is hij docent 'sportverzorger' en 'wielerverzorger' bij Syntra (Sint-Niklaas, Aalst, Ukkel, Hasselt).
Sportverzorging. Wat werkt echt?
Wat houdt de opdracht van de sportverzorger precies in? Wat zijn de objectief vast te stellen voordelen van massage en de fysiologische efficiëntie de vele soorten rekking en stretching? Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over taping- en bandagetechnieken. Zijn sportverzorger en atleet wel altijd goed geïnformeerd over de producten die ze gebruiken?
Dit boek toetst tal van beweringen en handelingen die vaak niet juist of zelfs inefficiënt zijn, maar uit gewoonte, commerciële overwegingen of om een of andere reden voor waarheid worden aangenomen. Dit lijkt controversieel, maar het is nodig dat zowel verzorgers als atleten en alle andere begeleiders binnen de sport goed nadenken over hun handelen en het toetsen aan wetenschappelijk onderzoek. Dat is precies wat de auteur in zijn boek doet. Wat heeft hij geleerd uit zijn jarenlange praktijkervaring en wat zegt de wetenschap hierover?
Bart Willockx is kinesitherapeut en zelfstandig sportverzorger. Hij is tevens leerkracht fitness- en sportclubbegeleiding en geeft fysiologie en paramedische vakken aan het KTA Campus Wemmel. Daarnaast is hij docent 'sportverzorger' en 'wielerverzorger' bij Syntra (Sint-Niklaas, Aalst, Ukkel, Hasselt).
Parkinsonrevalidatie. Een interdisciplinair plan
Onze maatschappij streeft steeds meer naar een efficiënte, hoogstaande gezondheidszorg die betaalbaar blijft voor iedereen. Dit is een mooie evolutie, maar daar staat een verantwoordelijkheid tegenover. Een verantwoordelijkheid die in de toekomst niet alleen de overheid zal treffen, maar ook de zorgverleners en zeker de patiënten. In dit boek tonen zorgverleners aan hoe zij hun verantwoordelijkheid willen opnemen in de evolutie naar meer kwalitatieve en betaalbare zorg bij personen met een degeneratieve aandoening, in het bijzonder de parkinsonismesyndromen.
Als de zorgverleners dezelfde doelen en werkwijzen voor ogen hebben, zal de revalidatie gerichter verlopen en tijdig kunnen bijgestuurd worden, waardoor de efficiëntie van de zorgverlening verhoogt en de levenskwaliteit van de patiënt verbetert. De invoering van een interdisciplinair preventiebeleid is een eerste aanzet om het aantal ziekenhuisopnames terug te dringen. Dit boek hoopt elke professionele zorgverlener te inspireren om zowel mono- als interdisciplinair de zorg voor personen met een parkinsonismesyndroom vooruit te helpen.
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische Wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Vakgroep Spraak-, Taal en Gehoorwetenschappen van de Universiteit Gent en aan de dienst Neurologie van het Universitair Ziekenhuis Gent. Sinds 2012 is ze voorzitter van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen.
Marijke Miatton is master in de Psychologie en doctor in de Medische Wetenschappen. Ze is verbonden aan de dienst Neurologie van het Universitair Ziekenhuis Gent, en aan het Laboratorium voor Experimentele en Klinische Neurofysiologie, neurobiologie en neuropsychologie (lken-3). Sinds 2012 is ze penningmeester van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen.
Parkinsonrevalidatie. Een interdisciplinair plan
Onze maatschappij streeft steeds meer naar een efficiënte, hoogstaande gezondheidszorg die betaalbaar blijft voor iedereen. Dit is een mooie evolutie, maar daar staat een verantwoordelijkheid tegenover. Een verantwoordelijkheid die in de toekomst niet alleen de overheid zal treffen, maar ook de zorgverleners en zeker de patiënten. In dit boek tonen zorgverleners aan hoe zij hun verantwoordelijkheid willen opnemen in de evolutie naar meer kwalitatieve en betaalbare zorg bij personen met een degeneratieve aandoening, in het bijzonder de parkinsonismesyndromen.
Als de zorgverleners dezelfde doelen en werkwijzen voor ogen hebben, zal de revalidatie gerichter verlopen en tijdig kunnen bijgestuurd worden, waardoor de efficiëntie van de zorgverlening verhoogt en de levenskwaliteit van de patiënt verbetert. De invoering van een interdisciplinair preventiebeleid is een eerste aanzet om het aantal ziekenhuisopnames terug te dringen. Dit boek hoopt elke professionele zorgverlener te inspireren om zowel mono- als interdisciplinair de zorg voor personen met een parkinsonismesyndroom vooruit te helpen.
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische Wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Vakgroep Spraak-, Taal en Gehoorwetenschappen van de Universiteit Gent en aan de dienst Neurologie van het Universitair Ziekenhuis Gent. Sinds 2012 is ze voorzitter van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen.
Marijke Miatton is master in de Psychologie en doctor in de Medische Wetenschappen. Ze is verbonden aan de dienst Neurologie van het Universitair Ziekenhuis Gent, en aan het Laboratorium voor Experimentele en Klinische Neurofysiologie, neurobiologie en neuropsychologie (lken-3). Sinds 2012 is ze penningmeester van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen.
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2014 – Jrg 15 – Nr 1/2
Inside the black box: Experiences and perspectives of young people and professionals in residential youth care
The metaphor of the black box has often been used in recent years to refer to characteristics of residential care that - although of pivotal importance - are not sufficiently transparent or known. Considering its importance for positive outcomes and the lack of research on this topic within the context of residential care, the current special issue focuses on the components that facilitate change in behaviour and well-being of youth in residential care through an explicit orientation towards the perspectives and experiences of young people and professionals. This form of study can be called voices research . The included studies present insights on the aspects of the residential youth care process that are important for the development and well-being of the youth in care and, therefore, the outcomes of care.
Topics that will be addressed include the youth-adult relationship in residential care; the adolescents perceptions of participation in secure care; the experience of pain in secure care; clients and professionals perspectives on the quality of care; the threats to the therapeutic milieu aspects of residential care; and the discovered benefits of workers in-service training according to positive parenting practice models.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Erik J. Knorth & James P. Anglin
The authors: Erik J. Knorth, Annemiek T. Harder, James P. Anglin, Charles V. Izzo, Bridgette N. Aumand, Brian M. Cash, Lisa A. McCabe, Martha J. Holden, Moyouri Bhattacharjee, Sónia Rodrigues, Jorge F. del Valle, Maria Barbosa-Ducharne, Leon Fulcher, Aliese Moran, Mijntje D.C. ten Brummelaar, Lisanne Gerrits, Wendy J. Post, Margrite E. Kalverboer, Tamara A. Pultrum, Hans Grietens, Isabel S. Silva & Maria F. Gaspar
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2014 – Jrg 15 – Nr 1/2
Inside the black box: Experiences and perspectives of young people and professionals in residential youth care
The metaphor of the black box has often been used in recent years to refer to characteristics of residential care that - although of pivotal importance - are not sufficiently transparent or known. Considering its importance for positive outcomes and the lack of research on this topic within the context of residential care, the current special issue focuses on the components that facilitate change in behaviour and well-being of youth in residential care through an explicit orientation towards the perspectives and experiences of young people and professionals. This form of study can be called voices research . The included studies present insights on the aspects of the residential youth care process that are important for the development and well-being of the youth in care and, therefore, the outcomes of care.
Topics that will be addressed include the youth-adult relationship in residential care; the adolescents perceptions of participation in secure care; the experience of pain in secure care; clients and professionals perspectives on the quality of care; the threats to the therapeutic milieu aspects of residential care; and the discovered benefits of workers in-service training according to positive parenting practice models.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Erik J. Knorth & James P. Anglin
The authors: Erik J. Knorth, Annemiek T. Harder, James P. Anglin, Charles V. Izzo, Bridgette N. Aumand, Brian M. Cash, Lisa A. McCabe, Martha J. Holden, Moyouri Bhattacharjee, Sónia Rodrigues, Jorge F. del Valle, Maria Barbosa-Ducharne, Leon Fulcher, Aliese Moran, Mijntje D.C. ten Brummelaar, Lisanne Gerrits, Wendy J. Post, Margrite E. Kalverboer, Tamara A. Pultrum, Hans Grietens, Isabel S. Silva & Maria F. Gaspar
Art of Vesalius
This book is dedicated to the 500th anniversary
of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and
work, the new insights he gave on the anatomy
of the human body and the influence he had on
the medical profession throughout the centuries.
Special attention is given to the iconography in
Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a
new medium of expression, has incited doctors
and artists alike to copy the magnificent
renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings
is illustrated in this publication.
Robrecht Van Hee studied medicine at Gent
University. He became a surgeon in Breda and
Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine.
He taught at Antwerp University and specialised
in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he
speciliased in the medical history of the Low
Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and
member of the editorial board of Journal of
Medical Biography and Studium.
Art of Vesalius
This book is dedicated to the 500th anniversary
of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and
work, the new insights he gave on the anatomy
of the human body and the influence he had on
the medical profession throughout the centuries.
Special attention is given to the iconography in
Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a
new medium of expression, has incited doctors
and artists alike to copy the magnificent
renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings
is illustrated in this publication.
Robrecht Van Hee studied medicine at Gent
University. He became a surgeon in Breda and
Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine.
He taught at Antwerp University and specialised
in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he
speciliased in the medical history of the Low
Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and
member of the editorial board of Journal of
Medical Biography and Studium.
Sporen van de reiziger. Opvoeding en ondersteuning van mensen met (zeer) ernstige verstandelijke beperking en meervoudige beperkingen nader onderzocht
De wetenschappelijke kennis en praktische benadering van de ondersteuning van personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ((Z)EVMB) vormt de inhoud van deze uitgave.
Het boek is tot stand gekomen naar aanleiding van het afscheid in oktober 2014 van Carla Vlaskamp als hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen met als leeropdracht Orthopedagogiek, in het bijzonder met betrekking tot opvoeding en ondersteuning van personen met ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen. De bundel van bijdragen is in de eerste plaats een blijk van waardering voor het werk van Carla Vlaskamp. Maar het betreft ook een studieboek dat een overzicht geeft van de wetenschappelijke stand van zaken rondom de ondersteuning van personen met (Z)EVMB.
De lezer zal zich een goed beeld kunnen vormen over de grote invloed van het werk van Carla Vlaskamp als onderzoeker en docent op het beschreven vakgebied, samen met haar team.
De leden van het redactieteam zijn allen collegae van Carla Vlaskamp.
Sporen van de reiziger. Opvoeding en ondersteuning van mensen met (zeer) ernstige verstandelijke beperking en meervoudige beperkingen nader onderzocht
De wetenschappelijke kennis en praktische benadering van de ondersteuning van personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ((Z)EVMB) vormt de inhoud van deze uitgave.
Het boek is tot stand gekomen naar aanleiding van het afscheid in oktober 2014 van Carla Vlaskamp als hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen met als leeropdracht Orthopedagogiek, in het bijzonder met betrekking tot opvoeding en ondersteuning van personen met ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen. De bundel van bijdragen is in de eerste plaats een blijk van waardering voor het werk van Carla Vlaskamp. Maar het betreft ook een studieboek dat een overzicht geeft van de wetenschappelijke stand van zaken rondom de ondersteuning van personen met (Z)EVMB.
De lezer zal zich een goed beeld kunnen vormen over de grote invloed van het werk van Carla Vlaskamp als onderzoeker en docent op het beschreven vakgebied, samen met haar team.
De leden van het redactieteam zijn allen collegae van Carla Vlaskamp.
Troost. Over ouderdom, zorg en psychologie (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 1)
Over senioren horen we gelukkig tal van optimistische, zelfs vrolijke
berichten. En inderdaad, vandaag genieten vele ouderen van
een gelukkige en wijze tweede levenshelft. Helaas is dit niet voor
iedereen weggelegd. De ouderdom heeft ook zijn onmiskenbaar
minder fraaie kanten: het overlijden van een geliefde, onzekerheid
en angst, gezondheidsproblemen, depressieve klachten,
moeilijk oplosbare familiale conflicten; sommigen worden getroffen
door dementie. Dan heeft men troost nodig. Vanuit de
dichte omgeving, maar vaak ook vanuit de professionele hulpverlener.
Dit boek belicht het wel en wee van de ouderdom. Ook komen
zowel de bezorgdheden van de familie als de uitdagingen voor
de professionele hulpverlener bij het begeleiden van ouderen aan
bod. Met deze uitgave als eerste wordt een nieuwe serie begonnen:
Senioren in de maatschappij.
Luc Van de Ven, klinisch ouderenpsycholoog, is verbonden aan de Dienst Ouderenpsychiatrie van het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. Hij begeleidt ouderen met psychische problemen en hun families. Daarnaast geeft hij opleidingen aan professionele hulpverleners. Hij is ook coördinator van de serie Senioren in de maatschappij.
Troost. Over ouderdom, zorg en psychologie (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 1)
Over senioren horen we gelukkig tal van optimistische, zelfs vrolijke
berichten. En inderdaad, vandaag genieten vele ouderen van
een gelukkige en wijze tweede levenshelft. Helaas is dit niet voor
iedereen weggelegd. De ouderdom heeft ook zijn onmiskenbaar
minder fraaie kanten: het overlijden van een geliefde, onzekerheid
en angst, gezondheidsproblemen, depressieve klachten,
moeilijk oplosbare familiale conflicten; sommigen worden getroffen
door dementie. Dan heeft men troost nodig. Vanuit de
dichte omgeving, maar vaak ook vanuit de professionele hulpverlener.
Dit boek belicht het wel en wee van de ouderdom. Ook komen
zowel de bezorgdheden van de familie als de uitdagingen voor
de professionele hulpverlener bij het begeleiden van ouderen aan
bod. Met deze uitgave als eerste wordt een nieuwe serie begonnen:
Senioren in de maatschappij.
Luc Van de Ven, klinisch ouderenpsycholoog, is verbonden aan de Dienst Ouderenpsychiatrie van het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. Hij begeleidt ouderen met psychische problemen en hun families. Daarnaast geeft hij opleidingen aan professionele hulpverleners. Hij is ook coördinator van de serie Senioren in de maatschappij.
Marxistische economie herbekeken
In 2018 zal het tweehonderd jaar geleden zijn dat Karl Marx werd geboren.
Zijn economische inzichten en theorieën werken nog steeds door, maar de
wetenschappelijke wereld heeft sinds het verschijnen van Das Kapital niet
stil gestaan. Tijd dus om Marx als econoom aan een hedendaagse evaluatie
te onderwerpen.
Het marxistische economische model is een coherent geheel van stellingen,
die op hun beurt geworteld zijn in een strikt aangehouden methodologie.
In dit boek wordt dat model vanuit zijn eigen logica, axioma’s,
veronderstellingen en implicaties onder de loep gehouden. Geregeld worden
daarbij aanzetten en inzichten vanuit het hedendaagse economische
denken geleverd, vooral dan de post-keynesiaanse opvattingen.
Het boek richt zich tot een ruim publiek dat geïnteresseerd is in het doorgronden
van de economische theorieën van Marx op basis van een ‘no
non-sense’-aanpak en ook inzicht wil in hoe de economische erfenis van
Marx aansluit bij het huidige economische denken.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Zuid-Afrika en gastprofessor aan diverse buitenlandse universiteiten. Hij publiceerde verschillende boeken over internationale economie en de sociale gevolgen van de globalisering, evenals vele wetenschappelijke artikels in internationaal gerenommeerde economische tijdschriften.
Marxistische economie herbekeken
In 2018 zal het tweehonderd jaar geleden zijn dat Karl Marx werd geboren.
Zijn economische inzichten en theorieën werken nog steeds door, maar de
wetenschappelijke wereld heeft sinds het verschijnen van Das Kapital niet
stil gestaan. Tijd dus om Marx als econoom aan een hedendaagse evaluatie
te onderwerpen.
Het marxistische economische model is een coherent geheel van stellingen,
die op hun beurt geworteld zijn in een strikt aangehouden methodologie.
In dit boek wordt dat model vanuit zijn eigen logica, axioma’s,
veronderstellingen en implicaties onder de loep gehouden. Geregeld worden
daarbij aanzetten en inzichten vanuit het hedendaagse economische
denken geleverd, vooral dan de post-keynesiaanse opvattingen.
Het boek richt zich tot een ruim publiek dat geïnteresseerd is in het doorgronden
van de economische theorieën van Marx op basis van een ‘no
non-sense’-aanpak en ook inzicht wil in hoe de economische erfenis van
Marx aansluit bij het huidige economische denken.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Zuid-Afrika en gastprofessor aan diverse buitenlandse universiteiten. Hij publiceerde verschillende boeken over internationale economie en de sociale gevolgen van de globalisering, evenals vele wetenschappelijke artikels in internationaal gerenommeerde economische tijdschriften.
Evenementen organiseren
Elk evenement is uniek en eenmalig. Een organisator is als een dirigent van een orkest: alles moet onmiddellijk feilloos verlopen en alle onverwachte ‘storingen’ moeten correct worden opgevangen.
De auteur legt stap voor stap uit hoe u een evenement organiseert. Het boek is erg praktisch opgevat met talrijke tips en aandachtspunten per organisatiefase. Het vertrekt van de opdracht tot de ideeontwikkeling. Voorts behandelt het de uitwerking van dat idee aan de hand van een planning, het weidt uit over budgettering en budgetbeheersing om een evenement met een correct draaiboek te regisseren. Uiteraard vindt u ook aanwijzingen terug om het evenement in verschillende facetten te evalueren. Het boek belicht ten slotte specifieke evenementen zoals incentives, beurzen, congressen, seminaries en kick-offs.
Dit handboek zou niet volledig zijn zonder de nodige informatie over etiquette, vergaderen, auteursrechten en entertainment. Het hoofdstuk over sponsoring is een handige leidraad voor elke organisator die met sponsorwerving te maken krijgt. Kortom, dit boek is een must voor wie een evenement professioneel wil organiseren, afgestemd op de doelgroep en de doelstellingen en met een correcte budgetbeheersing.
Emmy Damiaens behaalde het diploma van licentiaat in de Communicatiewetenschappen aan de UGent. Ze is sinds 1970 verbonden aan de Arteveldehogeschool in Gent waar ze sinds 1992 het vak ‘Event- en Projectmanagement’ doceert. Als pionier in het vak heeft ze vandaag al meer dan 300 events op haar palmares staan.
Evenementen organiseren
Elk evenement is uniek en eenmalig. Een organisator is als een dirigent van een orkest: alles moet onmiddellijk feilloos verlopen en alle onverwachte ‘storingen’ moeten correct worden opgevangen.
De auteur legt stap voor stap uit hoe u een evenement organiseert. Het boek is erg praktisch opgevat met talrijke tips en aandachtspunten per organisatiefase. Het vertrekt van de opdracht tot de ideeontwikkeling. Voorts behandelt het de uitwerking van dat idee aan de hand van een planning, het weidt uit over budgettering en budgetbeheersing om een evenement met een correct draaiboek te regisseren. Uiteraard vindt u ook aanwijzingen terug om het evenement in verschillende facetten te evalueren. Het boek belicht ten slotte specifieke evenementen zoals incentives, beurzen, congressen, seminaries en kick-offs.
Dit handboek zou niet volledig zijn zonder de nodige informatie over etiquette, vergaderen, auteursrechten en entertainment. Het hoofdstuk over sponsoring is een handige leidraad voor elke organisator die met sponsorwerving te maken krijgt. Kortom, dit boek is een must voor wie een evenement professioneel wil organiseren, afgestemd op de doelgroep en de doelstellingen en met een correcte budgetbeheersing.
Emmy Damiaens behaalde het diploma van licentiaat in de Communicatiewetenschappen aan de UGent. Ze is sinds 1970 verbonden aan de Arteveldehogeschool in Gent waar ze sinds 1992 het vak ‘Event- en Projectmanagement’ doceert. Als pionier in het vak heeft ze vandaag al meer dan 300 events op haar palmares staan.
Dyslexie 2.0. Update van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (Studies over Taalonderwijs, nr. 8)
Voor het diagnosticeren en behandelen van dyslexie wordt een protocol gevolgd
dat in 2006 is ingesteld. Sinds die tijd zijn er veel nieuwe inzichten ten
aanzien van de onderkenning en behandeling van dyslexie opgedaan. Bovendien
is er in het klinisch veld ruime ervaring verkregen met het werken aan de hand
van het genoemde protocol. De positieve en negatieve effecten beginnen zich
af te tekenen, zodat het protocol op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten
en ervaringen vanuit de praktijk tegen het licht kan worden gehouden
in het perspectief van optimalisering.
In dit boek staat daarom de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, het protocol
toe is aan een update. Met andere woorden: moet er een versie 2.0 komen
van het protocol voor diagnose en behandeling van dyslexie? In dit boek
wordt deze vraag ingeleid door allereerst de inhoud van het huidige protocol
samen te vatten en vervolgens nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent
de etiologie, het diagnosticeren en behandelen van dyslexie en ervaringsgegevens
vanuit de praktijk te belichten. Van daaruit worden de contouren van een
follow-up versie van het protocol geschetst.
Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud
Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands
in Nijmegen.
Peter de Jong is hoogleraar Onderwijsleerprocessen en Onderwijsleerproblemen
aan de Universiteit van Amsterdam.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen
van de Universiteit Utrecht.
Dyslexie 2.0. Update van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (Studies over Taalonderwijs, nr. 8)
Voor het diagnosticeren en behandelen van dyslexie wordt een protocol gevolgd
dat in 2006 is ingesteld. Sinds die tijd zijn er veel nieuwe inzichten ten
aanzien van de onderkenning en behandeling van dyslexie opgedaan. Bovendien
is er in het klinisch veld ruime ervaring verkregen met het werken aan de hand
van het genoemde protocol. De positieve en negatieve effecten beginnen zich
af te tekenen, zodat het protocol op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten
en ervaringen vanuit de praktijk tegen het licht kan worden gehouden
in het perspectief van optimalisering.
In dit boek staat daarom de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, het protocol
toe is aan een update. Met andere woorden: moet er een versie 2.0 komen
van het protocol voor diagnose en behandeling van dyslexie? In dit boek
wordt deze vraag ingeleid door allereerst de inhoud van het huidige protocol
samen te vatten en vervolgens nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent
de etiologie, het diagnosticeren en behandelen van dyslexie en ervaringsgegevens
vanuit de praktijk te belichten. Van daaruit worden de contouren van een
follow-up versie van het protocol geschetst.
Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud
Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands
in Nijmegen.
Peter de Jong is hoogleraar Onderwijsleerprocessen en Onderwijsleerproblemen
aan de Universiteit van Amsterdam.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen
van de Universiteit Utrecht.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)
Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel:
mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen
zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar
buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al
vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets
te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet
meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer
het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode
opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen
allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van
Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve,
met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering,
en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden
op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal
onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale
weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige
relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten,
brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op
een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een
fascinerend verhaal.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van
en onder begeleiding van
Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel
naar aanleiding van
50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België
en
45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door
Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek,
onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.
‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)
Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel:
mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen
zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar
buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al
vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets
te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet
meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer
het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode
opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen
allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van
Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve,
met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering,
en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden
op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal
onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale
weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige
relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten,
brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op
een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een
fascinerend verhaal.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van
en onder begeleiding van
Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel
naar aanleiding van
50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België
en
45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door
Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek,
onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.
Et maintenant. Livre d’images
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Livre d’images
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Spiegelschrift. Werkboek
Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.
De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.
In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.
Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege
in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs
en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
Spiegelschrift. Werkboek
Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.
De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.
In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.
Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege
in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs
en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein
Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.
Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.
Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.
Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.
Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.
Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein
Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.
Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.
Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.
Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.
Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.
Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid
De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de
module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren
en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie
effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden
op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan
in het geheugen en kunt toepassen.
De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:
• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter
mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten
kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst
ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden
het geweldig!
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid
De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de
module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren
en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie
effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden
op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan
in het geheugen en kunt toepassen.
De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:
• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter
mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten
kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst
ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden
het geweldig!
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl
Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.
Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.
Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:
• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken
zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen
moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier.
• Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en
rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten
wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve
punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die
ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl
Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.
Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.
Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:
• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken
zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen
moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier.
• Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en
rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten
wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve
punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die
ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Et maintenant. Livre de travaux pratiques
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Livre de travaux pratiques
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Guide d’utilisation
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Guide d’utilisation
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment
De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.
Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening,
werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten,
en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een
krachtgerichte visie en methode van werken.
Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer
en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk
Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor
oplossingsgericht werken, opgericht.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment
De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.
Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening,
werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten,
en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een
krachtgerichte visie en methode van werken.
Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer
en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk
Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor
oplossingsgericht werken, opgericht.
Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen
De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.
Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.
Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.
Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen
De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.
Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.
Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.
Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)
Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen
van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld
wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding
van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze
nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op
de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici
worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid,
geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd
aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de
ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel
Beckett, fotografisch werk
van David Nebreda alsmede
een filmadaptatie van de
autobiografie van Daniel
Paul Schreber. Bovendien
is er aandacht voor de
werking van muziek in een
gedetailleerd verslag van
een casus uit de praktijk.
Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)
Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen
van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld
wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding
van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze
nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op
de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici
worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid,
geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd
aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de
ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel
Beckett, fotografisch werk
van David Nebreda alsmede
een filmadaptatie van de
autobiografie van Daniel
Paul Schreber. Bovendien
is er aandacht voor de
werking van muziek in een
gedetailleerd verslag van
een casus uit de praktijk.
Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Het onzekere voor het zekere. Kwetsbaarheid als kracht in loopbaandialogen
Meestal wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat in goede loopbaangesprekken alles draait om cognitieve reflectie. In de gesprekken die in het onderwijs met leerlingen worden gevoerd, is van een dergelijke reflectie meestal geen sprake. Studenten en loopbaanbegeleiders zijn veelal gefocust op ‘reflectie doen’ en niet op ‘reflectief zijn’. Reflectief zijn is het vermogen om open te staan voor nieuwe inzichten en ervaringen. Dit betekent eerst en vooral stil staan bij concrete ervaringen die ons raken en ruimte maken voor de ideeën en intuïties die daaruit kunnen groeien. Studenten noch loopbaanbegeleiders hebben de ervaring dat ze reflectie stoelen op – in de woorden van Norman E. Amundson – “embeddedness in being”.
Paradoxaal genoeg zijn het vaak onzeker makende gebeurtenissen in het leven, zogenoemde grenservaringen, die ons kunnen verleiden tot openheid en receptiviteit. Grenservaringen maken ons kwetsbaar. Het is een natuurlijke reactie om deze kwetsbaarheid zowel voor onszelf als voor anderen te verbergen, maar het is ook een potentiële bron van kracht. Kwetsbaarheid wordt kracht wanneer men de moed heeft om niet meteen te vluchten voor de onzekerheid dan wel ze te overschreeuwen. Deze moed wordt ontwikkeld in een dialoog met begeleiders die de negatieve gevoelens durven te accepteren die onzekerheid veroorzaakt, en die nieuwe en creatieve manieren kunnen aanbieden om de kwetsbaarheid te laten uitgroeien tot een nieuw inzicht, tot inspiratie en tot daadkracht.
Om te zorgen dat reflectie niet slechts een activiteit is die met wilskracht moet worden uitgevoerd, is het belangrijk om ruimte en tijd te scheppen voor een meer contemplatieve vorm van reflectie. Daarvoor is openheid en receptiviteit nodig, zowel aan de kant van de leerling als aan de kant van de begeleider of coach. Er moet letterlijk en op een intentionele manier tijd en ruimte zijn voor angst en pijn en het ‘nog niet weten’.
Peter den Boer is lector keuzeprocessen en loopbaanleren bij ROC West-brabant en daarnaast directeur van het onderzoeksbureau Onderzoekend Leren (www.onderzoekend-leren. nl).
Wim van Beers is psycholoog en organisatieadviseur. Hij was directielid bij schouten en Nelissen en is nu als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork. com).
Arnoud Evers is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Mark Franklin is directeur van CareerCycles (www.careercycles.com), een organisatie voor loopbaanmanagement in Toronto.
Krina Huisman is junior onderzoeker bij saxion Hogeschool, waar ze werkt voor de lectoraten Ethics and Global Citizenship en Ethics and Living Technology.
Gaby Jacobs is als lector verbonden aan Fontys Hogescholen en als docent aan de Universiteit voor Humanistiek.
Joseph Kessels is als hoogleraar ‘Opleidingskundig leiderschap‘ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Andrea Klaeijsen is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Karel Kreijns is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Agnieszka Konopka is psycholoog. Zij is als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork.com). Daarnaast is zij verbonden aan het International Institute for the Dialogical self.
Marinka Kuijpers is als bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v) mbo’ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit. Zij is tevens directeur van ‘De Loopbaangroep’ (www.loopbaangroep.nl) en lector ‘Pedagogiek van de beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool.
Reinekke Lengelle is als docent verbonden aan Athabasca University (Canada’s Open Universiteit). Daarnaast werkt ze als zelfstandig trainer/coach in Edmonton (www.blacktulippress. com) en is ze verbonden aan De Haagse Hogeschool.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de beroepsvorming aan De Haagse Hogeschool hij heeft daarnaast een onderzoeks- en adviesbureau (www.frans-meijers.nl).
Kariene Mittendorff is Associate lector studieloopbaanbegeleiding bij saxion Hogescholen in Deventer. Daarnaast heeft ze een advies- en onderzoeksbureau (www.mittendorffonderwijsadvies. nl).
Sjoerd-Jeroen Moenandar is als universitair docent verbonden aan de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Michiel de Ronde is psycholoog en als docent, onderzoeker en leersupervisor verbonden aan de academie Mens & Organisatie van de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor begeleidingskunde.
Barbara Sher is levens- en loopbaancoach (www.barbarasher.com). Zij geeft cursussen en workshops die de nadruk leggen op het belang van netwerken voor loopbaanontwikkeling.
Wiel Veugelers is hoogleraar Educatie aan de Universiteit voor Humanistiek; hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Kara Vloet is als docent-onderzoeker verbonden aan het Fontys Educatief Centrum (FEC) en de Pedagogische Technische Hogeschool (PTH) in Eindhoven.
Wim Wardekker was, voordat hij met pensioen ging, lector Pedagogische Kwaliteit van Onderwijs aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle en docent bij de vakgroep Onderwijspedagogiek en Theoretische Pedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Gerard Wijers is directeur van het Instituut voor beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie/ IbLP in Hilversum.
Het onzekere voor het zekere. Kwetsbaarheid als kracht in loopbaandialogen
Meestal wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat in goede loopbaangesprekken alles draait om cognitieve reflectie. In de gesprekken die in het onderwijs met leerlingen worden gevoerd, is van een dergelijke reflectie meestal geen sprake. Studenten en loopbaanbegeleiders zijn veelal gefocust op ‘reflectie doen’ en niet op ‘reflectief zijn’. Reflectief zijn is het vermogen om open te staan voor nieuwe inzichten en ervaringen. Dit betekent eerst en vooral stil staan bij concrete ervaringen die ons raken en ruimte maken voor de ideeën en intuïties die daaruit kunnen groeien. Studenten noch loopbaanbegeleiders hebben de ervaring dat ze reflectie stoelen op – in de woorden van Norman E. Amundson – “embeddedness in being”.
Paradoxaal genoeg zijn het vaak onzeker makende gebeurtenissen in het leven, zogenoemde grenservaringen, die ons kunnen verleiden tot openheid en receptiviteit. Grenservaringen maken ons kwetsbaar. Het is een natuurlijke reactie om deze kwetsbaarheid zowel voor onszelf als voor anderen te verbergen, maar het is ook een potentiële bron van kracht. Kwetsbaarheid wordt kracht wanneer men de moed heeft om niet meteen te vluchten voor de onzekerheid dan wel ze te overschreeuwen. Deze moed wordt ontwikkeld in een dialoog met begeleiders die de negatieve gevoelens durven te accepteren die onzekerheid veroorzaakt, en die nieuwe en creatieve manieren kunnen aanbieden om de kwetsbaarheid te laten uitgroeien tot een nieuw inzicht, tot inspiratie en tot daadkracht.
Om te zorgen dat reflectie niet slechts een activiteit is die met wilskracht moet worden uitgevoerd, is het belangrijk om ruimte en tijd te scheppen voor een meer contemplatieve vorm van reflectie. Daarvoor is openheid en receptiviteit nodig, zowel aan de kant van de leerling als aan de kant van de begeleider of coach. Er moet letterlijk en op een intentionele manier tijd en ruimte zijn voor angst en pijn en het ‘nog niet weten’.
Peter den Boer is lector keuzeprocessen en loopbaanleren bij ROC West-brabant en daarnaast directeur van het onderzoeksbureau Onderzoekend Leren (www.onderzoekend-leren. nl).
Wim van Beers is psycholoog en organisatieadviseur. Hij was directielid bij schouten en Nelissen en is nu als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork. com).
Arnoud Evers is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Mark Franklin is directeur van CareerCycles (www.careercycles.com), een organisatie voor loopbaanmanagement in Toronto.
Krina Huisman is junior onderzoeker bij saxion Hogeschool, waar ze werkt voor de lectoraten Ethics and Global Citizenship en Ethics and Living Technology.
Gaby Jacobs is als lector verbonden aan Fontys Hogescholen en als docent aan de Universiteit voor Humanistiek.
Joseph Kessels is als hoogleraar ‘Opleidingskundig leiderschap‘ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Andrea Klaeijsen is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Karel Kreijns is als universitair docent verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit.
Agnieszka Konopka is psycholoog. Zij is als coach werkzaam binnen Compositionwork (www.compositionwork.com). Daarnaast is zij verbonden aan het International Institute for the Dialogical self.
Marinka Kuijpers is als bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v) mbo’ verbonden aan het Welten Instituut van de Open Universiteit. Zij is tevens directeur van ‘De Loopbaangroep’ (www.loopbaangroep.nl) en lector ‘Pedagogiek van de beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool.
Reinekke Lengelle is als docent verbonden aan Athabasca University (Canada’s Open Universiteit). Daarnaast werkt ze als zelfstandig trainer/coach in Edmonton (www.blacktulippress. com) en is ze verbonden aan De Haagse Hogeschool.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de beroepsvorming aan De Haagse Hogeschool hij heeft daarnaast een onderzoeks- en adviesbureau (www.frans-meijers.nl).
Kariene Mittendorff is Associate lector studieloopbaanbegeleiding bij saxion Hogescholen in Deventer. Daarnaast heeft ze een advies- en onderzoeksbureau (www.mittendorffonderwijsadvies. nl).
Sjoerd-Jeroen Moenandar is als universitair docent verbonden aan de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.
Michiel de Ronde is psycholoog en als docent, onderzoeker en leersupervisor verbonden aan de academie Mens & Organisatie van de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor begeleidingskunde.
Barbara Sher is levens- en loopbaancoach (www.barbarasher.com). Zij geeft cursussen en workshops die de nadruk leggen op het belang van netwerken voor loopbaanontwikkeling.
Wiel Veugelers is hoogleraar Educatie aan de Universiteit voor Humanistiek; hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Kara Vloet is als docent-onderzoeker verbonden aan het Fontys Educatief Centrum (FEC) en de Pedagogische Technische Hogeschool (PTH) in Eindhoven.
Wim Wardekker was, voordat hij met pensioen ging, lector Pedagogische Kwaliteit van Onderwijs aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle en docent bij de vakgroep Onderwijspedagogiek en Theoretische Pedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Gerard Wijers is directeur van het Instituut voor beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie/ IbLP in Hilversum.
Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)
Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van
Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn
vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn
invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome,
die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord
en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende
renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen
komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.
Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)
Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van
Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn
vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn
invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome,
die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord
en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende
renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen
komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.

