Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Verstandelijke beperking en psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 21)
Psychoanalyse en verstandelijke beperking vormen een allesbehalve vanzelfsprekend koppel. Ze lijken mekaar zelfs uit te sluiten. Aan die wederzijdse uitsluiting liggen heel wat verschillende theoretische en praktische factoren ten grondslag met ondermeer de van oudsher ambivalente verhouding van pedagogiek en psychoanalyse, het centraal staan van cognitieve processen en leertheoretische concepten in de pedagogiek, de verstandelijke handicap als een organisch gegeven dat niet voor behandeling – zeker niet voor een psychoanalytische behandeling – vatbaar is enz. En toch … in tijden van inclusie blijkt overduidelijk dat een psychoanalytische benadering van verstandelijke handicap wel eens inclusief avant la lettre kan zijn. Die benadering maakt immers concreet werk van haar inclusief adagio: “Niets menselijks is mij vreemd, hoe vreemd die mens ook moge lijken”.
Dit boek zet aan om zelf werk te maken van je verlangen om mensen met een verstandelijke beperking te ondersteunen als volwaardig subject van verlangen, hoe gewoon of ongewoon dat ook gestalte mag krijgen ... al is het luisteren naar fluisteren.
Met bijdragen van Albert Ciccone, Johan De Groef, Karel De Vuyst, Joost Demuynck,
Jeroen Donckers, Eline Coolens, Tomas Geyskens, Simone Korff-Sausse, Steve
Oosterlinck, Régine Scelles, Stijn Vanheule, Marieke Van Isterdael, Evi Verbeke, Paul
Verhaeghe, Rudi Vermote.
Johan De Groef pedagoog en psychoanalyticus, is voormalig algemeen directeur van
Zonnelied.
Rudi Vermote is psychiater en psychoanalyticus en hoogleraar aan de KULeuven).
Verstandelijke beperking en psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 21)
Psychoanalyse en verstandelijke beperking vormen een allesbehalve vanzelfsprekend koppel. Ze lijken mekaar zelfs uit te sluiten. Aan die wederzijdse uitsluiting liggen heel wat verschillende theoretische en praktische factoren ten grondslag met ondermeer de van oudsher ambivalente verhouding van pedagogiek en psychoanalyse, het centraal staan van cognitieve processen en leertheoretische concepten in de pedagogiek, de verstandelijke handicap als een organisch gegeven dat niet voor behandeling – zeker niet voor een psychoanalytische behandeling – vatbaar is enz. En toch … in tijden van inclusie blijkt overduidelijk dat een psychoanalytische benadering van verstandelijke handicap wel eens inclusief avant la lettre kan zijn. Die benadering maakt immers concreet werk van haar inclusief adagio: “Niets menselijks is mij vreemd, hoe vreemd die mens ook moge lijken”.
Dit boek zet aan om zelf werk te maken van je verlangen om mensen met een verstandelijke beperking te ondersteunen als volwaardig subject van verlangen, hoe gewoon of ongewoon dat ook gestalte mag krijgen ... al is het luisteren naar fluisteren.
Met bijdragen van Albert Ciccone, Johan De Groef, Karel De Vuyst, Joost Demuynck,
Jeroen Donckers, Eline Coolens, Tomas Geyskens, Simone Korff-Sausse, Steve
Oosterlinck, Régine Scelles, Stijn Vanheule, Marieke Van Isterdael, Evi Verbeke, Paul
Verhaeghe, Rudi Vermote.
Johan De Groef pedagoog en psychoanalyticus, is voormalig algemeen directeur van
Zonnelied.
Rudi Vermote is psychiater en psychoanalyticus en hoogleraar aan de KULeuven).
Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom
Na een lange stilte voelen christenen zich vanaf de negentiende eeuw, met name de laatste decennia, geroepen om zich weer te verdedigen tegen aanvallen op hun religie. Dat heeft enerzijds te maken met de opkomst van diverse wetenschappelijke bevindingen, anderzijds met een interne crisis, zoals recente uitkomsten van diverse rapporten laten zien. Terwijl traditionele apologeten kritiek op het christendom door ‘tegenspraak’ probeerden te weerleggen, kan men ook een literaire lijn vaststellen, waarin het religieuze individu zich veeleer op een poëtische wijze ‘uitspreekt’. In deze literaire apologie zoekt men niet zozeer de dialoog, maar presenteert men een autonome stem die zich op een eigenzinnige wijze over het fenomeen ‘religie’ buigt.
"In het boek De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom benadert Hans van Stralen het fenomeen ‘apologie’ vanuit een verrassende invalshoek: de literatuur. Van Stralen – literatuurwetenschapper en theoloog – maakt een onderscheid tussen de traditionele apologieën van veelal vroegchristelijke denkers en de meer literaire teneur die hij ontwaart in latere verweerschriften."
Lees meer (Nederlands Dagblad, p.19, 28/10/2016)
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Nijmegen, Amsterdam en Utrecht. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom
Na een lange stilte voelen christenen zich vanaf de negentiende eeuw, met name de laatste decennia, geroepen om zich weer te verdedigen tegen aanvallen op hun religie. Dat heeft enerzijds te maken met de opkomst van diverse wetenschappelijke bevindingen, anderzijds met een interne crisis, zoals recente uitkomsten van diverse rapporten laten zien. Terwijl traditionele apologeten kritiek op het christendom door ‘tegenspraak’ probeerden te weerleggen, kan men ook een literaire lijn vaststellen, waarin het religieuze individu zich veeleer op een poëtische wijze ‘uitspreekt’. In deze literaire apologie zoekt men niet zozeer de dialoog, maar presenteert men een autonome stem die zich op een eigenzinnige wijze over het fenomeen ‘religie’ buigt.
"In het boek De literaire apologie, een alternatieve verdediging van het christendom benadert Hans van Stralen het fenomeen ‘apologie’ vanuit een verrassende invalshoek: de literatuur. Van Stralen – literatuurwetenschapper en theoloog – maakt een onderscheid tussen de traditionele apologieën van veelal vroegchristelijke denkers en de meer literaire teneur die hij ontwaart in latere verweerschriften."
Lees meer (Nederlands Dagblad, p.19, 28/10/2016)
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Nijmegen, Amsterdam en Utrecht. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
De Polders mee-maken. Bouwstenen voor beeldkwaliteit in de polders tussen Nieuwpoort en Diksmuide
’De Polders mee-maken’ houdt een pleidooi voor ruimte als een subjectieve en emotionele plek zoals mensen die zien en beleven. Het boek biedt een gids om aan de hand van bouwstenen, recepten en ingrediënten samen te werken aan de verbetering van de beeldkwaliteit van het landschap. Een grondige analyse van de polders op basis van acht bouwstenen voor beeldkwaliteit, geeft inzichten in hoe en waarom het landschap is gegroeid tot hoe het er nu uitziet. Vervolgens reikt het boek met eenvoudige schetsen en illustratieve beelden recepten aan om mee te werken aan een mooier polderlandschap.
Sylvie Van Damme is Doctor in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning en gespecialiseerd in landschapsontwerp. Ze is ver-bonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent.
Pieter Foré is MSc. Landschapsarchitectuur en Planning. Hij is verbonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent en daar-naast werkzaam als zelfstandig landschapsarchitect.
De Polders mee-maken. Bouwstenen voor beeldkwaliteit in de polders tussen Nieuwpoort en Diksmuide
’De Polders mee-maken’ houdt een pleidooi voor ruimte als een subjectieve en emotionele plek zoals mensen die zien en beleven. Het boek biedt een gids om aan de hand van bouwstenen, recepten en ingrediënten samen te werken aan de verbetering van de beeldkwaliteit van het landschap. Een grondige analyse van de polders op basis van acht bouwstenen voor beeldkwaliteit, geeft inzichten in hoe en waarom het landschap is gegroeid tot hoe het er nu uitziet. Vervolgens reikt het boek met eenvoudige schetsen en illustratieve beelden recepten aan om mee te werken aan een mooier polderlandschap.
Sylvie Van Damme is Doctor in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning en gespecialiseerd in landschapsontwerp. Ze is ver-bonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent.
Pieter Foré is MSc. Landschapsarchitectuur en Planning. Hij is verbonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent en daar-naast werkzaam als zelfstandig landschapsarchitect.
Filosofie zonder grenzen
We reizen de aarde rond met het vliegtuig en virtueel via het internet, maar doen we dit ook in ons denken? Trekt filosofie en filosofieonderwijs zich niet al te vaak terug binnen de veilige grenzen van ons westers wereldbeeld? Wordt het niet tijd dat wij de anderen leren begrijpen of dat we ons door hen laten inspireren?
Dit boek geeft een kijk op de rijkdom van de levensbeschouwelijke diversiteit die zich mondiaal ontwikkeld heeft. Het bundelt de basisideeën van belangrijke niet-westerse filosofische tradities die zich ontwikkeld hebben in China, India, Afrika, bij de indianen, in de islam en in het Jodendom. Via een heldere analyse van de basisuitgangspunten wordt de lezer ingeleid in de verschillende interpretaties van leven en werkelijkheid.
Het model voor comparatieve filosofie van Ulrich Libbrecht vormt de basis van waaruit onder meer de verhoudingen tot de natuur, tot het mysterie en tot de wetenschap onderzocht worden. De droom die erdoorheen schemert, is een wereldfilosofie die alle waardevolle elementen integreert, die leidt tot nieuwe perspectieven op zingeving, tot oprechte interesse en verzoening en uiteindelijk tot een ''nieuwe mens''.
Ulrich Libbrecht (1928) was hoogleraar sinologie, Chinese filosofie en
comparative philosophy aan de KU Leuven. Hij is de stichter van de
School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen.
Heinz Kimmerle (1930-2016) was hoogleraar filosofie en interculturele
Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Els Janssens (1968) (red.) is als docente verbonden aan LUCA School of
Arts (Associatie KU Leuven) en aan de School voor Comparatieve Filosofie
Antwerpen.
Filosofie zonder grenzen
We reizen de aarde rond met het vliegtuig en virtueel via het internet, maar doen we dit ook in ons denken? Trekt filosofie en filosofieonderwijs zich niet al te vaak terug binnen de veilige grenzen van ons westers wereldbeeld? Wordt het niet tijd dat wij de anderen leren begrijpen of dat we ons door hen laten inspireren?
Dit boek geeft een kijk op de rijkdom van de levensbeschouwelijke diversiteit die zich mondiaal ontwikkeld heeft. Het bundelt de basisideeën van belangrijke niet-westerse filosofische tradities die zich ontwikkeld hebben in China, India, Afrika, bij de indianen, in de islam en in het Jodendom. Via een heldere analyse van de basisuitgangspunten wordt de lezer ingeleid in de verschillende interpretaties van leven en werkelijkheid.
Het model voor comparatieve filosofie van Ulrich Libbrecht vormt de basis van waaruit onder meer de verhoudingen tot de natuur, tot het mysterie en tot de wetenschap onderzocht worden. De droom die erdoorheen schemert, is een wereldfilosofie die alle waardevolle elementen integreert, die leidt tot nieuwe perspectieven op zingeving, tot oprechte interesse en verzoening en uiteindelijk tot een ''nieuwe mens''.
Ulrich Libbrecht (1928) was hoogleraar sinologie, Chinese filosofie en
comparative philosophy aan de KU Leuven. Hij is de stichter van de
School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen.
Heinz Kimmerle (1930-2016) was hoogleraar filosofie en interculturele
Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Els Janssens (1968) (red.) is als docente verbonden aan LUCA School of
Arts (Associatie KU Leuven) en aan de School voor Comparatieve Filosofie
Antwerpen.
Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotingssyndroom
Als een kind na de echtscheiding geen contact meer wil met een van zijn ouders… Het PAS -
Parental Alienation Syndrome of Ouderverstotingssyndroom is een begrip dat ingeburgerd is bij
onder meer hulpverleners en juristen die zich met echtscheiding bezighouden. Niettemin wordt
het begrip ook bekritiseerd. Het ouderverstotingssyndroom is niet alleen moeilijk te
definiëren,
het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat
vechtscheidingen
en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten en zelfs als een vorm
van kindermishandeling.
Hoe kan het ouderverstotingssyndroom worden vastgesteld? Zijn er juridische of psychologische
oplossingen? En omdat de ouders, de ex-partners, veruit het grootste aandeel hebben in het
ouderverstotingssyndroom, rijst de vraag of we niet beter spreken van het ex-
partnerverstotingssyndroom
… Dit boek is geschreven voor hulpverleners, juristen, ouders en allen die te
maken hebben met echtscheiding, vechtscheiding en ouderverstoting, en ook voor de grootste
slachtoffers, de kinderen.
Ludo Driesen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij heeft diverse boeken over geestelijke gezondheidszorg en opvoeding op zijn naam.
Kaat wil niet meer op bezoek. Het ouderverstotingssyndroom
Als een kind na de echtscheiding geen contact meer wil met een van zijn ouders… Het PAS -
Parental Alienation Syndrome of Ouderverstotingssyndroom is een begrip dat ingeburgerd is bij
onder meer hulpverleners en juristen die zich met echtscheiding bezighouden. Niettemin wordt
het begrip ook bekritiseerd. Het ouderverstotingssyndroom is niet alleen moeilijk te
definiëren,
het is nog veel moeilijker vast te stellen en te behandelen. Het komt voor bij heel wat
vechtscheidingen
en mag beschouwd worden als een van de ergste loyaliteitsconflicten en zelfs als een vorm
van kindermishandeling.
Hoe kan het ouderverstotingssyndroom worden vastgesteld? Zijn er juridische of psychologische
oplossingen? En omdat de ouders, de ex-partners, veruit het grootste aandeel hebben in het
ouderverstotingssyndroom, rijst de vraag of we niet beter spreken van het ex-
partnerverstotingssyndroom
… Dit boek is geschreven voor hulpverleners, juristen, ouders en allen die te
maken hebben met echtscheiding, vechtscheiding en ouderverstoting, en ook voor de grootste
slachtoffers, de kinderen.
Ludo Driesen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut, is verbonden aan het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Limburgs Instituut voor Therapie en Integrale Personenzorg, Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij heeft diverse boeken over geestelijke gezondheidszorg en opvoeding op zijn naam.
Tussen authenticiteit en hypocrisie. De ambiguïteit van rituelen
De moderne mens is niet erg tuk op rituelen. Heel wat tijdgenoten kijken er sceptisch, argwanend, geërgerd of met misprijzen tegenaan. Men heeft de hedendaagse westerse samenleving kunnen beschrijven als ‘virtueel gederitualiseerd’. Zelfs in de katholieke Kerk, het rituele reservoir bij uitstek van de westerse wereld, zijn rituelen zwaar in diskrediet geraakt. Rituelen worden geacht altijd een bijklank te hebben van gekunsteldheid, valsheid, onoprechtheid, hypocrisie.
In dit boek wordt de relatie tussen ritueel en hypocrisie, wellicht voor het eerst, aan een diepgaande antropologische analyse onderworpen. Ze brengt een aantal verrassende conclusies aan het licht, die een fundamentele herdenking van de betekenis en functie van traditionele rituelen mogelijk maakt en meteen hun permanente actualiteit in het licht stelt.
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns-Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Tussen authenticiteit en hypocrisie. De ambiguïteit van rituelen
De moderne mens is niet erg tuk op rituelen. Heel wat tijdgenoten kijken er sceptisch, argwanend, geërgerd of met misprijzen tegenaan. Men heeft de hedendaagse westerse samenleving kunnen beschrijven als ‘virtueel gederitualiseerd’. Zelfs in de katholieke Kerk, het rituele reservoir bij uitstek van de westerse wereld, zijn rituelen zwaar in diskrediet geraakt. Rituelen worden geacht altijd een bijklank te hebben van gekunsteldheid, valsheid, onoprechtheid, hypocrisie.
In dit boek wordt de relatie tussen ritueel en hypocrisie, wellicht voor het eerst, aan een diepgaande antropologische analyse onderworpen. Ze brengt een aantal verrassende conclusies aan het licht, die een fundamentele herdenking van de betekenis en functie van traditionele rituelen mogelijk maakt en meteen hun permanente actualiteit in het licht stelt.
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde ook aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns-Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Dacht je dat je dacht?
Mensen denken de hele tijd. We kunnen niet stoppen met denken. We vinden trouwens dat we goed denken … maar helaas is dit vaak niet zo. Meer nog, ons denken is helemaal niet te vertrouwen. Niet zelden maken we denkfouten of ‘biases’, systematische intuïtieve vooringenomenheden waar we ons meestal niet van bewust zijn. Vaak is dat niet zo erg en werkt het automatisch snel denken best goed, maar soms maken we cruciale denkfouten die onze oordelen en besluiten ondermijnen. Soms zien we het helemaal fout en vergallen we er zelfs ons leven mee … zonder het te weten.
Dit boek geeft een overzicht van denkfouten en leert ons ze te herkennen, bij anderen en bij onszelf, hoewel dat wat moeilijker ligt. Het nodigt uit om niet alles zomaar te geloven, om meer te twijfelen en … traag te denken. Zo leer je stil te staan bij misleiding en zelfmisleiding. Je leert hoe we de wereld zien en hoe we alles onder controle denken te hebben. Zo niet, dan kunnen we dat allemaal perfect verklaren … vooral met veel achterafkennis. Of er wat aan te doen is, is nog maar de vraag. Maar kennisleer en filosofie zullen je helpen te leren leven met twijfel, met toeval en met hopeloze denkfouten. Want dacht je echt dat je kon denken over je leven?
Jos Peeters, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij is verbonden aan Cidar.
Dacht je dat je dacht?
Mensen denken de hele tijd. We kunnen niet stoppen met denken. We vinden trouwens dat we goed denken … maar helaas is dit vaak niet zo. Meer nog, ons denken is helemaal niet te vertrouwen. Niet zelden maken we denkfouten of ‘biases’, systematische intuïtieve vooringenomenheden waar we ons meestal niet van bewust zijn. Vaak is dat niet zo erg en werkt het automatisch snel denken best goed, maar soms maken we cruciale denkfouten die onze oordelen en besluiten ondermijnen. Soms zien we het helemaal fout en vergallen we er zelfs ons leven mee … zonder het te weten.
Dit boek geeft een overzicht van denkfouten en leert ons ze te herkennen, bij anderen en bij onszelf, hoewel dat wat moeilijker ligt. Het nodigt uit om niet alles zomaar te geloven, om meer te twijfelen en … traag te denken. Zo leer je stil te staan bij misleiding en zelfmisleiding. Je leert hoe we de wereld zien en hoe we alles onder controle denken te hebben. Zo niet, dan kunnen we dat allemaal perfect verklaren … vooral met veel achterafkennis. Of er wat aan te doen is, is nog maar de vraag. Maar kennisleer en filosofie zullen je helpen te leren leven met twijfel, met toeval en met hopeloze denkfouten. Want dacht je echt dat je kon denken over je leven?
Jos Peeters, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij is verbonden aan Cidar.
Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)
In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.
De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.
Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie
aan de Radboud Universiteit in
Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch
ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke
gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk
onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen
bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur
van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog
en programmaleider werkzaam
bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
In 2006 promoveerde hij op diagnostische
aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij
ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar
klinische ouderenpsychologie verbonden aan de
Vrije Universiteit Brussel.
Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)
In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.
De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.
Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie
aan de Radboud Universiteit in
Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch
ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke
gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk
onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen
bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur
van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog
en programmaleider werkzaam
bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
In 2006 promoveerde hij op diagnostische
aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij
ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar
klinische ouderenpsychologie verbonden aan de
Vrije Universiteit Brussel.
United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling
Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.
Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.
United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling
Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.
Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.
Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.
Bevrijdingstheologie actueel
Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.
Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.
Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.
Bevrijdingstheologie actueel
Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.
Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.
Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.
Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken
Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?
Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.
Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.
Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken
Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?
Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.
Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.











