Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23

 16,50

Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.

Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.



Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.

Quick View

Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23

 16,50

Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.

Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.



Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ideeënboek dyscalculie. Helpen zit in onze natuur

 17,40

Rekenstoornissen of dyscalculie kunnen goed (h)erkend worden door leerkrachten en ouders. Bovendien voorkom je met tijdige hulp veel erger en ergernis.
Kinderen verdienen het beste.



Ludo Cuyvers brengt een leesbaar verhaal over wetenschap en behandeling van rekenstoornissen. Met de ogen van een onderzoeker leert hij je de problemen vaststellen, waarna je meegenomen wordt in het oefenen van de correcte handelswijze. Zowel het kernprobleem van de dyscalculie, als zijn uitwassen naar getallenkennis, hoofdrekenen, cijferen, meten en metend rekenen, en vraagstukken komen aan bod. Er zitten honderden handvatten in naar een betere wereld.

Quick View

Ideeënboek dyscalculie. Helpen zit in onze natuur

 17,40

Rekenstoornissen of dyscalculie kunnen goed (h)erkend worden door leerkrachten en ouders. Bovendien voorkom je met tijdige hulp veel erger en ergernis.
Kinderen verdienen het beste.



Ludo Cuyvers brengt een leesbaar verhaal over wetenschap en behandeling van rekenstoornissen. Met de ogen van een onderzoeker leert hij je de problemen vaststellen, waarna je meegenomen wordt in het oefenen van de correcte handelswijze. Zowel het kernprobleem van de dyscalculie, als zijn uitwassen naar getallenkennis, hoofdrekenen, cijferen, meten en metend rekenen, en vraagstukken komen aan bod. Er zitten honderden handvatten in naar een betere wereld.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste WereldoorlogZacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog

 35,00

Het zal niemand ontgaan zijn dat dit jaar het begin van de Eerste Wereldoorlog herdacht wordt. Er verschenen treinladingen nieuwe boeken over het onderwerp. België is bij dit 100-jarig jubileum eveneens overspoeld met nieuwe boeken, waarbij geen geplette grashalm onbesproken bleef.
Cultuur, en dan met name literatuur, bleef daarbij echter onderbelicht. Zacht Lawijd wil met deze speciale aflevering laten zien hoe een aantal Vlaamse en Nederlandse schrijvers hun houding in de oorlog bepaalde.
In dit themanummer over de Grote Oorlog wordt nog eens duidelijk hoe ongelooflijk ingewikkeld de politieke loyaliteiten in België verkaveld waren, en hoe de literaire wereld daarin positie koos. De wijze waarop over de oorlogsomstandigheden werd geschreven, bleek nog veel gevarieerder dan gedacht, zoals blijkt uit de hier gepresenteerde artikelen over de frontpoëzie uit de loopgraven, de gedichten van naar het buitenland uitgeweken schrijvers, de dagboeken van de vele vluchtelingen, het journalistieke werk van de intellectuelen en niet te vergeten de correspondenties waarin auteurs, uitgevers en anderen zich verantwoordden ten opzichte van hun collega’s, instanties of hun naasten.



Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste WereldoorlogZacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog
Quick View

Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog

 35,00

Het zal niemand ontgaan zijn dat dit jaar het begin van de Eerste Wereldoorlog herdacht wordt. Er verschenen treinladingen nieuwe boeken over het onderwerp. België is bij dit 100-jarig jubileum eveneens overspoeld met nieuwe boeken, waarbij geen geplette grashalm onbesproken bleef.
Cultuur, en dan met name literatuur, bleef daarbij echter onderbelicht. Zacht Lawijd wil met deze speciale aflevering laten zien hoe een aantal Vlaamse en Nederlandse schrijvers hun houding in de oorlog bepaalde.
In dit themanummer over de Grote Oorlog wordt nog eens duidelijk hoe ongelooflijk ingewikkeld de politieke loyaliteiten in België verkaveld waren, en hoe de literaire wereld daarin positie koos. De wijze waarop over de oorlogsomstandigheden werd geschreven, bleek nog veel gevarieerder dan gedacht, zoals blijkt uit de hier gepresenteerde artikelen over de frontpoëzie uit de loopgraven, de gedichten van naar het buitenland uitgeweken schrijvers, de dagboeken van de vele vluchtelingen, het journalistieke werk van de intellectuelen en niet te vergeten de correspondenties waarin auteurs, uitgevers en anderen zich verantwoordden ten opzichte van hun collega’s, instanties of hun naasten.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Et maintenant. Set (Livre d’images + Livre de travaux pratiques + Guide d’utilisation)

 66,00

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Et maintenant. Set (Livre d’images + Livre de travaux pratiques + Guide d’utilisation)

 66,00

Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats. Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives? Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer (écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants, aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté. C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide d’utilisation. Il contient des informations générales sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.



En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 11 (2013-2014), nr. 43 – Themanummer Meertaligheid

 9,50

Inhoudsopgave - Editoriaal

Artikels
  • Laten we elke taal benaderen als de goudmijn die ze in wezen is

  • de taalcoördinator: de taal(pro)motor van de school

  • Alles is taal

  • Elke leraar is leraar nederlands… de rol van taal bij onderwijs en leren

  • Iedereen meertalig

  • Curriculumvernieuwing als collectief proces



  • Meer info over Zorgbreed

    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 11 (2013-2014), nr. 43 – Themanummer Meertaligheid

     9,50

    Inhoudsopgave - Editoriaal

    Artikels
  • Laten we elke taal benaderen als de goudmijn die ze in wezen is

  • de taalcoördinator: de taal(pro)motor van de school

  • Alles is taal

  • Elke leraar is leraar nederlands… de rol van taal bij onderwijs en leren

  • Iedereen meertalig

  • Curriculumvernieuwing als collectief proces



  • Meer info over Zorgbreed

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Wat eten we? Over voeding en chemie

     20,60

    Dit boek biedt een wetenschappelijke onderbouw van de voedingsstoffen: water, koolhydraten (suikers, zetmeel en voedingsvezels), vetten (omegavetzuren en transvetten), eiwitten, vitaminen, minerale elementen en sporenelementen. Het besteedt de nodige aandacht aan de energetische waarde van voedingsstoffen, voedseladditieven, ggo’s, de kwaliteit van voeding en gezonde voeding.

    In afzonderlijke hoofdstukken worden van elke voedingsstof het voorkomen in de natuur, het belang in onze voeding, de indeling, chemische structuur, eigenschappen, stofwisseling en de technologie beschreven. Heel wat weetjes en interessante historische aspecten, met illustraties van tekenaar Castor, verhogen de leesbaarheid. Bovendien is de tekst verrijkt met talrijke eenvoudige experimenten om thuis of in het lab uit te voeren. Elk hoofdstuk eindigt met een reeks vragen om de opgedane kennis te testen.

    Deze uitgave, die tot stand kwam in samenwerking met de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging, is bedoeld voor iedereen die meer over voeding wil weten.



    Jean Van de Weerdt, scheikundige, was jarenlang leraar en werd daarna pedagogisch adviseur biologie, chemie en land- en tuinbouw. Hij is auteur van talrijke didactische chemie-uitgaven. Daarnaast is hij voorzitter van de sectie Onderwijs & Opleidingen van de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging.

    Natalie Chiaverini, doctor in de wetenschappen, is lector chemie en biochemie aan de opleiding Voedings- en Dieetkunde, Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie van het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven.

    Tom Mortier, doctor in de wetenschappen, is lector chemie aan het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven. Hij is lid van de redactie van NVOX, magazine voor onderwijs in de natuurwetenschappen en van de Vlaamse redactieraad van Mens & Molecule. Daarnaast publiceert hij over medische en wetenschappelijke ethiek in onder meer Artsenkrant, Psychiatrie en Verpleging, en Ethische Perspectieven.

    Geen voorraad
    Quick View

    Wat eten we? Over voeding en chemie

     20,60

    Dit boek biedt een wetenschappelijke onderbouw van de voedingsstoffen: water, koolhydraten (suikers, zetmeel en voedingsvezels), vetten (omegavetzuren en transvetten), eiwitten, vitaminen, minerale elementen en sporenelementen. Het besteedt de nodige aandacht aan de energetische waarde van voedingsstoffen, voedseladditieven, ggo’s, de kwaliteit van voeding en gezonde voeding.

    In afzonderlijke hoofdstukken worden van elke voedingsstof het voorkomen in de natuur, het belang in onze voeding, de indeling, chemische structuur, eigenschappen, stofwisseling en de technologie beschreven. Heel wat weetjes en interessante historische aspecten, met illustraties van tekenaar Castor, verhogen de leesbaarheid. Bovendien is de tekst verrijkt met talrijke eenvoudige experimenten om thuis of in het lab uit te voeren. Elk hoofdstuk eindigt met een reeks vragen om de opgedane kennis te testen.

    Deze uitgave, die tot stand kwam in samenwerking met de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging, is bedoeld voor iedereen die meer over voeding wil weten.



    Jean Van de Weerdt, scheikundige, was jarenlang leraar en werd daarna pedagogisch adviseur biologie, chemie en land- en tuinbouw. Hij is auteur van talrijke didactische chemie-uitgaven. Daarnaast is hij voorzitter van de sectie Onderwijs & Opleidingen van de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging.

    Natalie Chiaverini, doctor in de wetenschappen, is lector chemie en biochemie aan de opleiding Voedings- en Dieetkunde, Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie van het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven.

    Tom Mortier, doctor in de wetenschappen, is lector chemie aan het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven. Hij is lid van de redactie van NVOX, magazine voor onderwijs in de natuurwetenschappen en van de Vlaamse redactieraad van Mens & Molecule. Daarnaast publiceert hij over medische en wetenschappelijke ethiek in onder meer Artsenkrant, Psychiatrie en Verpleging, en Ethische Perspectieven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectieLeer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie

     21,60

    Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.

    Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.

    Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.

    Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.


    Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk werker die na een gevarieerde loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer 10 jaar geleden startte als vrijwillige opvoeder in De Wissel een open voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is momenteel voltijds begeleider en coördinator op Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze positie mee aan de uitbouw en de werking van het Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.

    Laurent Thys (°1948) is pedagoog. Na een loopbaan als wetenschappelijk onderzoeker, PMS-begeleider en CLB-directeur engageerde hij zich in verschillende pedagogische projecten ten behoeve van de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Laurent stond mee aan de wieg van het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant en coördineerde het Ris-K project van het LOP SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval) positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief als vrijwilligers op Rizsas.

    Luc Deneffe (°1962) was als economist verschillende jaren werkzaam in het bankwezen tot hij besliste zijn actieterrein te verleggen naar de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd directeur van de vzw De Wissel en lag van daar uit mee aan de basis van innoverende projecten in de Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas. Luc is momenteel voorzitter van het netwerk van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.

    Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectieLeer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
    Quick View

    Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie

     21,60

    Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.

    Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.

    Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.

    Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.


    Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk werker die na een gevarieerde loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer 10 jaar geleden startte als vrijwillige opvoeder in De Wissel een open voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is momenteel voltijds begeleider en coördinator op Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze positie mee aan de uitbouw en de werking van het Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.

    Laurent Thys (°1948) is pedagoog. Na een loopbaan als wetenschappelijk onderzoeker, PMS-begeleider en CLB-directeur engageerde hij zich in verschillende pedagogische projecten ten behoeve van de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Laurent stond mee aan de wieg van het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant en coördineerde het Ris-K project van het LOP SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval) positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief als vrijwilligers op Rizsas.

    Luc Deneffe (°1962) was als economist verschillende jaren werkzaam in het bankwezen tot hij besliste zijn actieterrein te verleggen naar de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd directeur van de vzw De Wissel en lag van daar uit mee aan de basis van innoverende projecten in de Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas. Luc is momenteel voorzitter van het netwerk van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatieLeren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie

     31,90

    Innoveren in onderwijs is van alle tijden. Maar zeker de laatste decennia is er sprake van een bijna permanent vernieuwen van het onderwijs. Niet alleen willen ouders, overheid en onderwijsprofessionals zelf het beste uit kinderen halen. Ook onze kennis over leren en onderwijzen verandert. Dat leidt tot het invoeren van nieuwe werkwijzen in het onderwijs. Bovendien vraagt ook de groeiende autonomie van scholen een toenemend beleidsvoerend vermogen van schoolorganisaties. Ook dit leidt tot innovaties in de school. Succesvol innoveren in het onderwijs is geen luxe maar noodzaak geworden.
    Leren Innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie situeert onderwijsinnovatie in de maatschappelijke context en bespreekt de belangrijkste opvattingen over onderwijsinnovatie zoals die, vooral sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, ontwikkeld zijn. De verschillende opvattingen komen in hun onderlinge relatie aan de orde, evenals de sterktes en zwaktes van die benaderingen. De nadruk ligt hierbij op het proces van innoveren. Ook worden enkele belangrijke thema’s verder uitgediept: interventies, het leren van onderwijs professionals, het beleidsvoerend vermogen van scholen en gedifferentieerd innoveren.
    Het boek is van belang voor ieder die via studie of beroep betrokken is bij onderwijs en onderwijsvernieuwingen.



    Eric Verbiest was lector Schoolontwikkeling en Schoolmanagement bij Fontys Hogescholen in Nederland en is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij is tevens gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen.

    Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatieLeren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie
    Quick View

    Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie

     31,90

    Innoveren in onderwijs is van alle tijden. Maar zeker de laatste decennia is er sprake van een bijna permanent vernieuwen van het onderwijs. Niet alleen willen ouders, overheid en onderwijsprofessionals zelf het beste uit kinderen halen. Ook onze kennis over leren en onderwijzen verandert. Dat leidt tot het invoeren van nieuwe werkwijzen in het onderwijs. Bovendien vraagt ook de groeiende autonomie van scholen een toenemend beleidsvoerend vermogen van schoolorganisaties. Ook dit leidt tot innovaties in de school. Succesvol innoveren in het onderwijs is geen luxe maar noodzaak geworden.
    Leren Innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie situeert onderwijsinnovatie in de maatschappelijke context en bespreekt de belangrijkste opvattingen over onderwijsinnovatie zoals die, vooral sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, ontwikkeld zijn. De verschillende opvattingen komen in hun onderlinge relatie aan de orde, evenals de sterktes en zwaktes van die benaderingen. De nadruk ligt hierbij op het proces van innoveren. Ook worden enkele belangrijke thema’s verder uitgediept: interventies, het leren van onderwijs professionals, het beleidsvoerend vermogen van scholen en gedifferentieerd innoveren.
    Het boek is van belang voor ieder die via studie of beroep betrokken is bij onderwijs en onderwijsvernieuwingen.



    Eric Verbiest was lector Schoolontwikkeling en Schoolmanagement bij Fontys Hogescholen in Nederland en is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij is tevens gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    School- en klaspraktijk – nr. 220 (jrg 55) (dec- jan – febr 2013-2014). – Themanummer Wetenschap in het basisonderwijs

     10,75

    Dit nummer van SKP bevat:
    • Aandacht voor wetenschapsonderwijs in de basisschool
    • Visie op wetenschappelijk denken
    • Onderzoekend leren vanuit de eindtermen
    • Wetenschapsonderwijs vorm geven

    Inhoudstafel
    Ten Geleide


    Over School-en klaspraktijk:

    SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

    Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.

    Doelgroep:
    Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

    Abonnement:
    School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
    Een gewoon abonnement kost € 34,-.
    Een studentenabonnement kost € 25,50.
    Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.

    Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    School- en klaspraktijk – nr. 220 (jrg 55) (dec- jan – febr 2013-2014). – Themanummer Wetenschap in het basisonderwijs

     10,75

    Dit nummer van SKP bevat:
    • Aandacht voor wetenschapsonderwijs in de basisschool
    • Visie op wetenschappelijk denken
    • Onderzoekend leren vanuit de eindtermen
    • Wetenschapsonderwijs vorm geven

    Inhoudstafel
    Ten Geleide


    Over School-en klaspraktijk:

    SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

    Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.

    Doelgroep:
    Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

    Abonnement:
    School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
    Een gewoon abonnement kost € 34,-.
    Een studentenabonnement kost € 25,50.
    Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.

    Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Omgaan met agressie in de jeugdzorg

     30,80

    Dit boek brengt de kennis over agressie in de jeugdzorg bij elkaar. Het eerste deel biedt een overzicht van de theorie. Alle aspecten van het ontstaan en de ontwikkeling van agressief gedrag van kinderen en jeugdigen worden behandeld. Fop Verheij, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, geeft een overzicht. Lonneke Neve en Manuelle Flos bespreken in drie hoofdstukken de invloed van het kind zelf, de ouders en andere opvoeders en de maatschappelijke omstandigheden. De andere hoofdstukken gaan over agressie van kinderen en jeugdigen in de dagbehandeling, de residentiële jeugdzorg en de kinder- en jeugdpsychiatrie. Naast de algemene factoren zijn ook de fysieke inrichting van het gebouw en de leefruimten, de persoon van de hulpverlener en diverse andere factoren van invloed op de kans dat een kind of jeugdige agressief gedrag gaat vertonen.

    Marije Valenkamp, Lonneke Neve en Frouke Sondeijker behandelen deze dimensies in aparte hoofdstukken. Verder wordt uitgebreid aandacht besteed aan het veiligheidsbeleid van de professionele instelling en aan training en borging. Daarmee is dit boek van belang voor de praktijk van de dagbehandeling en de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen.

    Het boek helpt werkers in de jeugdzorg, gedragsdeskundigen en andere specialisten, managers en bestuurders om agressie beter te begrijpen, te voorkomen en te beheersen. Het is een basis voor opleidingen in het HBO, post-HBO en universitair onderwijs.

    Het rijke casusmateriaal in dit boek en de vlotte schrijfstijl maken het een goede toegankelijke publicatie die hopelijk zijn weg vindt naar vele hulpverleners in de jeugdzorg en daarbuiten.
    Zorg+Welzijn Magazine, jrg. 20, nr. 7/8, blz. 34

    Manuelle Flos is kinder- en jeugdpsychiater bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie/ psychologie, Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam.

    Lonneke Neve, orthopedagoog, is momenteel werkzaam als instellingssupervisor en agressietrainer op de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van het Erasmus mc–Sophia te Rotterdam. Hiervoor was ze negen jaar werkzaam als pedagogisch medewerker op twee van de leefgroepen aldaar.

    Frouke Sondeijker, kinder- en jeugdpsycholoog, werkte als onderzoeker, ontwikkelaar, trainer en adviseur bij Van Montfoort, Woerden. Momenteel is ze werkzaam als psycholoog en projectleider onderzoek bij de Opvoedpoli te Amsterdam.

    Marije Valenkamp, orthopedagoog, is werkzaam als onderzoeker en methodeontwikkelaar bij Van Montfoort te Woerden en bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie/ psychologie van het Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam. Zij ontwikkelde de Individuele Proactieve AgressiehanteringsMethode (ipam).

    Fop Verheij is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, afdeling Kinder- en Jeugd psychiatrie/psychologie, Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis, Rotterdam en opleider kinder- en jeugdpsychotherapie, rino Groep, Utrecht.

    Quick View

    Omgaan met agressie in de jeugdzorg

     30,80

    Dit boek brengt de kennis over agressie in de jeugdzorg bij elkaar. Het eerste deel biedt een overzicht van de theorie. Alle aspecten van het ontstaan en de ontwikkeling van agressief gedrag van kinderen en jeugdigen worden behandeld. Fop Verheij, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, geeft een overzicht. Lonneke Neve en Manuelle Flos bespreken in drie hoofdstukken de invloed van het kind zelf, de ouders en andere opvoeders en de maatschappelijke omstandigheden. De andere hoofdstukken gaan over agressie van kinderen en jeugdigen in de dagbehandeling, de residentiële jeugdzorg en de kinder- en jeugdpsychiatrie. Naast de algemene factoren zijn ook de fysieke inrichting van het gebouw en de leefruimten, de persoon van de hulpverlener en diverse andere factoren van invloed op de kans dat een kind of jeugdige agressief gedrag gaat vertonen.

    Marije Valenkamp, Lonneke Neve en Frouke Sondeijker behandelen deze dimensies in aparte hoofdstukken. Verder wordt uitgebreid aandacht besteed aan het veiligheidsbeleid van de professionele instelling en aan training en borging. Daarmee is dit boek van belang voor de praktijk van de dagbehandeling en de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen.

    Het boek helpt werkers in de jeugdzorg, gedragsdeskundigen en andere specialisten, managers en bestuurders om agressie beter te begrijpen, te voorkomen en te beheersen. Het is een basis voor opleidingen in het HBO, post-HBO en universitair onderwijs.

    Het rijke casusmateriaal in dit boek en de vlotte schrijfstijl maken het een goede toegankelijke publicatie die hopelijk zijn weg vindt naar vele hulpverleners in de jeugdzorg en daarbuiten.
    Zorg+Welzijn Magazine, jrg. 20, nr. 7/8, blz. 34

    Manuelle Flos is kinder- en jeugdpsychiater bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie/ psychologie, Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam.

    Lonneke Neve, orthopedagoog, is momenteel werkzaam als instellingssupervisor en agressietrainer op de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van het Erasmus mc–Sophia te Rotterdam. Hiervoor was ze negen jaar werkzaam als pedagogisch medewerker op twee van de leefgroepen aldaar.

    Frouke Sondeijker, kinder- en jeugdpsycholoog, werkte als onderzoeker, ontwikkelaar, trainer en adviseur bij Van Montfoort, Woerden. Momenteel is ze werkzaam als psycholoog en projectleider onderzoek bij de Opvoedpoli te Amsterdam.

    Marije Valenkamp, orthopedagoog, is werkzaam als onderzoeker en methodeontwikkelaar bij Van Montfoort te Woerden en bij de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie/ psychologie van het Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam. Zij ontwikkelde de Individuele Proactieve AgressiehanteringsMethode (ipam).

    Fop Verheij is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, afdeling Kinder- en Jeugd psychiatrie/psychologie, Erasmus mc-Sophia kinderziekenhuis, Rotterdam en opleider kinder- en jeugdpsychotherapie, rino Groep, Utrecht.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Descriptive Adaptation Studies. Epistemological and Methodological Issues

     41,10

    It is common practice nowadays for adaptation critics to denounce the lack of meta-theoretical thinking in adaptation studies and to plead for a study of ‘adaptation-as-adaptation’; one that eschews value judgments, steps beyond normative fidelity-based discourse, examines adaptation from an intertextual perspective, and abandons the single-source model for a multiple-source model. This study looks into a research program that does all that and more. It was developed in the late 1980s and presented in the early 1990s as a ‘polysystem’ (PS) study of adaptations.

    Since then, the PS label has been replaced with ‘descriptive’. This book studies the question of whether and how a PS approach could evolve into a descriptive adaptation studies (DAS) approach. Although not perfect (no method is), DAS offers a number of assets. Apart from dealing with the above-mentioned issues, DAS transcends an Auteurist approach and looks at explanation beyond the level of individual agency (even if contextualized). As an alternative to the endless accumulation of ad hoc case studies, it suggests corpus-based research into wider trends of adaptational behavior and the roles and functions of sets of adaptations. DAS also allows reflection upon its own epistemic values. It sheds new light on some old issues: How can one define adaptation? What does it mean to study adaptation-as-adaptation? Is equivalence still possible and is the concept still relevant? DAS also tackles some deeper epistemological issues: How can phenomena be compared? Why would difference be more real than sameness or change more real than stasis? How does description relate to evaluation, explanation and prediction, etc.?

    This book addresses both theory-minded scholars who are interested in epistemological reflection and practice-oriented adaptation students who want to get started. From a theoretical point of view, it discusses arguments that could support the legitimacy of adaptation studies as an academic discipline. From a practical point of view, it explains in general terms ways of conducting an adaptation study.

    Patrick Cattrysse’s work is of utmost importance to Adaptation Studies. As the first extended attempt to develop a rigorous methodology which borrows in very meaningful ways from Adaptation Studies’ cousin Translation Studies, this book should be on every Adaptation scholar’s shelf. While Hutcheons, Sanders and Leitch, to name but a few, layed the groundwork which allowed Adaptation Studies to establish itself as a field of inquiry in its own right, Cattrysse moves the field into the next necessary stage: that of developing conceptual tools which stand the test of critical investigation and allow Adaptation Studies to move beyond the single case-study approach.
    (Katja Krebs - University of Bristol)

    This book is a bold initiative: it proposes, and illustrates, a comprehensive new empirical research programme for film adaptation studies, inspired by the way systems theory and norm theory have expanded Translation Studies. One of the book’s unusual strengths is the way the proposal is grounded in a thoughtful theoretical discussion of conceptual and methodological issues, dealing with such notions as theory, descriptivism, definition, diachrony and explanation. This gives the work a significance that ranges well beyond Adaptation Studies alone; it deserves the attention of scholars in the humanities in general.
    (Andrew Chesterman - University of Helsinki)

    This dense and theoretically-informed study argues forcefully for a descriptive systems analysis approach to literature/ film adaptation, building on the author’s earlier corpus-based study of film noir and adaptation. Providing a wide-ranging discussion of important critical questions (including the place of logical positivism in humanistic studies), this book will give adaptation schol

    Patrick Cattrysse is an independent researcher. He teaches adaptation studies, narrative studies and screenwriting studies at the Université Libre de Bruxelles, Antwerpen Universiteit and Emerson College European Center.

    Quick View

    Descriptive Adaptation Studies. Epistemological and Methodological Issues

     41,10

    It is common practice nowadays for adaptation critics to denounce the lack of meta-theoretical thinking in adaptation studies and to plead for a study of ‘adaptation-as-adaptation’; one that eschews value judgments, steps beyond normative fidelity-based discourse, examines adaptation from an intertextual perspective, and abandons the single-source model for a multiple-source model. This study looks into a research program that does all that and more. It was developed in the late 1980s and presented in the early 1990s as a ‘polysystem’ (PS) study of adaptations.

    Since then, the PS label has been replaced with ‘descriptive’. This book studies the question of whether and how a PS approach could evolve into a descriptive adaptation studies (DAS) approach. Although not perfect (no method is), DAS offers a number of assets. Apart from dealing with the above-mentioned issues, DAS transcends an Auteurist approach and looks at explanation beyond the level of individual agency (even if contextualized). As an alternative to the endless accumulation of ad hoc case studies, it suggests corpus-based research into wider trends of adaptational behavior and the roles and functions of sets of adaptations. DAS also allows reflection upon its own epistemic values. It sheds new light on some old issues: How can one define adaptation? What does it mean to study adaptation-as-adaptation? Is equivalence still possible and is the concept still relevant? DAS also tackles some deeper epistemological issues: How can phenomena be compared? Why would difference be more real than sameness or change more real than stasis? How does description relate to evaluation, explanation and prediction, etc.?

    This book addresses both theory-minded scholars who are interested in epistemological reflection and practice-oriented adaptation students who want to get started. From a theoretical point of view, it discusses arguments that could support the legitimacy of adaptation studies as an academic discipline. From a practical point of view, it explains in general terms ways of conducting an adaptation study.

    Patrick Cattrysse’s work is of utmost importance to Adaptation Studies. As the first extended attempt to develop a rigorous methodology which borrows in very meaningful ways from Adaptation Studies’ cousin Translation Studies, this book should be on every Adaptation scholar’s shelf. While Hutcheons, Sanders and Leitch, to name but a few, layed the groundwork which allowed Adaptation Studies to establish itself as a field of inquiry in its own right, Cattrysse moves the field into the next necessary stage: that of developing conceptual tools which stand the test of critical investigation and allow Adaptation Studies to move beyond the single case-study approach.
    (Katja Krebs - University of Bristol)

    This book is a bold initiative: it proposes, and illustrates, a comprehensive new empirical research programme for film adaptation studies, inspired by the way systems theory and norm theory have expanded Translation Studies. One of the book’s unusual strengths is the way the proposal is grounded in a thoughtful theoretical discussion of conceptual and methodological issues, dealing with such notions as theory, descriptivism, definition, diachrony and explanation. This gives the work a significance that ranges well beyond Adaptation Studies alone; it deserves the attention of scholars in the humanities in general.
    (Andrew Chesterman - University of Helsinki)

    This dense and theoretically-informed study argues forcefully for a descriptive systems analysis approach to literature/ film adaptation, building on the author’s earlier corpus-based study of film noir and adaptation. Providing a wide-ranging discussion of important critical questions (including the place of logical positivism in humanistic studies), this book will give adaptation schol

    Patrick Cattrysse is an independent researcher. He teaches adaptation studies, narrative studies and screenwriting studies at the Université Libre de Bruxelles, Antwerpen Universiteit and Emerson College European Center.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 1 (2013-2014), nr. 1 – Themanummer Literaire ontmoetingsplaatsen

     14,40
    Literaire ontmoetingsplaatsen
    Brussel Be)
    De Passage Saint-Hubert, pleisterplaats van bannelingen en expats
    Parijs (Fr)
    Het laatste café
    Sint-Petersburg (Ru)
    Vergeten zijn ze hun eigen bestaan
    Edinburgh (Sc)
    Birds of a feather flock together
    Leipzig (Du)
    Des Kaffeegotts geweihter Tempel
    Brussel (Be)
    Vierentwintig uur vrijheid per dag
    Tubingen (Du)
    Het gedicht als ontmoetingsplaats
    Cabris (Fr)
    Over schrijvers en sterke vrouwen

    Quick View

    Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 1 (2013-2014), nr. 1 – Themanummer Literaire ontmoetingsplaatsen

     14,40
    Literaire ontmoetingsplaatsen
    Brussel Be)
    De Passage Saint-Hubert, pleisterplaats van bannelingen en expats
    Parijs (Fr)
    Het laatste café
    Sint-Petersburg (Ru)
    Vergeten zijn ze hun eigen bestaan
    Edinburgh (Sc)
    Birds of a feather flock together
    Leipzig (Du)
    Des Kaffeegotts geweihter Tempel
    Brussel (Be)
    Vierentwintig uur vrijheid per dag
    Tubingen (Du)
    Het gedicht als ontmoetingsplaats
    Cabris (Fr)
    Over schrijvers en sterke vrouwen

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Articulatie- en fonologische stoornissen (Thomas More Logopedie).2de ongewijzigde druk.

     47,40

    Articulatiestoornissen zijn zeer verscheiden van aard en in graad en vormen een belangrijke groep binnen de aanmeldingen bij logopedisten. Vaak zijn de problemen, zeker bij kinderen, het gevolg van een onvoldoende, niet of foutief leren van de productie van de verschillende spraakklanken of van de betekenisdragende functie ervan.

    Daarnaast kunnen articulatiestoornissen ook kaderen in een structureel anatomisch tekort en/of het gevolg zijn van of samengaan met een myofunctionele problematiek. Een derde groep wordt gevormd door articulatiestoornissen als onderdeel van een neurologisch ziektebeeld. Ten slotte dienen de articulatiestoornissen ten gevolge auditief perceptuele problemen vermeld te worden. In beide laatste gevallen gaat het vaak om meer dan enkel een articulatorische problematiek en zullen er ook problemen zijn op het vlak van taal, van stem, prosodie, …

    In dit handboek behandelen we, na het schetsen van een aantal fundamentele basiselementen, de articulatiestoornissen van fonetische en fonologische aard. Vooreerst wordt de ontwikkeling van de articulatievaardigheid geschetst, zowel vanuit fonetisch als vanuit fonologisch standpunt. Dergelijke informatie vormt immers de basis om te komen tot een adequate diagnose. Een aantal procedures en instrumenten, zowel voor fonetisch als voor fonologisch georiënteerd onderzoek, wordt beschreven. Ook combinaties van beide en aanvullende onderzoeken krijgen aandacht. Er moet eveneens een onderscheid gemaakt worden tussen methoden die fonetisch gericht zijn, en andere die veeleer aansluiten bij een fonologische benadering. Vanuit therapeutisch standpunt stelt zich vaak het probleem van de generalisatie: hoe het in de therapie geleerde gedrag overdragen naar andere situaties en contexten buiten de therapie? Ook daarop wordt ingegaan.

    Ten slotte komt nog een aantal bijzondere problemen aan bod. Voorbeelden hiervan zijn: de specifieke articulatieproblematiek die het gevolg is van lip- en/of kaak- en/of verhemeltespleet, en deze die het gevolg is van een neurogene problematiek, zoals de ontwikkelingsdyspraxie van de spraak.

    Rik Elen, Gegradueerde en Licentiaat in de Logopedie, is lector aan de opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen.

    Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en aan de afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.

    Quick View

    Articulatie- en fonologische stoornissen (Thomas More Logopedie).2de ongewijzigde druk.

     47,40

    Articulatiestoornissen zijn zeer verscheiden van aard en in graad en vormen een belangrijke groep binnen de aanmeldingen bij logopedisten. Vaak zijn de problemen, zeker bij kinderen, het gevolg van een onvoldoende, niet of foutief leren van de productie van de verschillende spraakklanken of van de betekenisdragende functie ervan.

    Daarnaast kunnen articulatiestoornissen ook kaderen in een structureel anatomisch tekort en/of het gevolg zijn van of samengaan met een myofunctionele problematiek. Een derde groep wordt gevormd door articulatiestoornissen als onderdeel van een neurologisch ziektebeeld. Ten slotte dienen de articulatiestoornissen ten gevolge auditief perceptuele problemen vermeld te worden. In beide laatste gevallen gaat het vaak om meer dan enkel een articulatorische problematiek en zullen er ook problemen zijn op het vlak van taal, van stem, prosodie, …

    In dit handboek behandelen we, na het schetsen van een aantal fundamentele basiselementen, de articulatiestoornissen van fonetische en fonologische aard. Vooreerst wordt de ontwikkeling van de articulatievaardigheid geschetst, zowel vanuit fonetisch als vanuit fonologisch standpunt. Dergelijke informatie vormt immers de basis om te komen tot een adequate diagnose. Een aantal procedures en instrumenten, zowel voor fonetisch als voor fonologisch georiënteerd onderzoek, wordt beschreven. Ook combinaties van beide en aanvullende onderzoeken krijgen aandacht. Er moet eveneens een onderscheid gemaakt worden tussen methoden die fonetisch gericht zijn, en andere die veeleer aansluiten bij een fonologische benadering. Vanuit therapeutisch standpunt stelt zich vaak het probleem van de generalisatie: hoe het in de therapie geleerde gedrag overdragen naar andere situaties en contexten buiten de therapie? Ook daarop wordt ingegaan.

    Ten slotte komt nog een aantal bijzondere problemen aan bod. Voorbeelden hiervan zijn: de specifieke articulatieproblematiek die het gevolg is van lip- en/of kaak- en/of verhemeltespleet, en deze die het gevolg is van een neurogene problematiek, zoals de ontwikkelingsdyspraxie van de spraak.

    Rik Elen, Gegradueerde en Licentiaat in de Logopedie, is lector aan de opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen.

    Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en aan de afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 10 (2012-2013), nr. 40 – Themanummer Zorg om de zorgverlener

     9,50

    Inhoudsopgave - Editoriaal

    Artikels
  • Een zorgzame school zorgt voor haar zorgverleners

  • Structurele ondersteuning van socio-emotionele leerlingenbegeleiders door middel van groepssupervisie

  • Wie zorgt voor wie? Wat verstaan we onder zorg en waar moet onze focus liggen?

  • Wie draagt zorg voor de zorgcoördinator? De noodzaak van zelfzorg in kaart gebracht



  • Meer info over Zorgbreed

    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 10 (2012-2013), nr. 40 – Themanummer Zorg om de zorgverlener

     9,50

    Inhoudsopgave - Editoriaal

    Artikels
  • Een zorgzame school zorgt voor haar zorgverleners

  • Structurele ondersteuning van socio-emotionele leerlingenbegeleiders door middel van groepssupervisie

  • Wie zorgt voor wie? Wat verstaan we onder zorg en waar moet onze focus liggen?

  • Wie draagt zorg voor de zorgcoördinator? De noodzaak van zelfzorg in kaart gebracht



  • Meer info over Zorgbreed

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      2
      Uw winkelwagen
      Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie
       31,90
      Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23
       16,50
      ×