Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerdoverzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologischetaal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving vande neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak entaal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deeluitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Eenbeknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structurenzijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussenneuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologischeonderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten inafasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Neuro-anatomie en neurofysiologie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 1)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in Taal en Spraak biedt een geïntegreerdoverzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologischetaal- en spraakproblemen.
Dit eerste boek geeft een gedetailleerde beschrijving vande neuroanatomische structuren en neurofysiologische processen die aan spraak entaal ten grondslag liggen.
Het boek bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deeluitvoerig de neuroanatomische structuren met klinische correlaten illustreert.
Eenbeknopt tweede deel maakt duidelijk dat spraak en taal geen statische structurenzijn, maar het resultaat zijn van een dynamische communicatie en cohererentie tussenneuronale groepen.
In een derde deel wordt de lezer ingewijd in een aantal neurofysiologischeonderzoeksmethodes die hem in staat stellen om de klinische inzichten inafasie en dysartrie in de volgende delen van deze reeks te begrijpen.
Boek 2 - Van neuron tot afasie
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijsopgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat eenuitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap,zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren vanfouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedragen beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden.De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude eenbijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komenzo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid opzichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenendaarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholenover de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docententonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factorenin hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten ominspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijsen is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslagnaar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs isevenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajectenvoor docenten.
Inspirerende docenten. Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs
De auteur heeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijsopgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat eenuitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap,zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren vanfouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedragen beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden.De lezer krijgt inzicht in de manier waarop hun gedrag en attitude eenbijzondere betekenis krijgen voor studenten.
De kwaliteiten van inspirerende docenten in het hoger beroepsonderwijs komenzo aan het licht. Het boek biedt andere docenten de mogelijkheid opzichzelf te reflecteren en op hun manier van lesgeven en de beweegredenendaarvoor. Het kan tevens een bijdrage leveren aan het gesprek op hogescholenover de kwaliteit van het onderwijs en de professionele ruimte. De docententonen hoe ze gestimuleerd maar ook beperkt worden door factorenin hun omgeving. In het boek laten zij zien hoe zij hun ruimte benutten ominspirerend en geïnspireerd te zijn en blijven.
Het boek vormt de neerslag van onderzoek in het hoger beroepsonderwijsen is primair bedoeld voor docenten en opleidingsmanagers. Een vertaalslagnaar de praktijk van de hogere niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs isevenwel goed mogelijk. Daarnaast zal het boek zijn weg vinden naar professionaliseringstrajectenvoor docenten.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Hokus Pokus Toverdoos – Ideeënboek voor basiscommunicatie
Dit boek stelt een werkwijze voor om de basiscommunicatie bij kinderen met een complex meervoudige beperking te versterken. Ze is door de auteurs samengesteld, uitgebreid gebruikt en getoetst.
Deze publicatie is dan ook in de eerste plaats een praktijkboek met makkelijk te realiseren ideeën en met kant-en-klaar toepasbare activiteiten. De bijgevoegde dvd bevat voorbeeldfilmpjes waarop getoond wordt hoe therapiesessies in hun werk gaan.
Niet alleen logopedisten en andere deskundigen in voorzieningen voor kinderen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking, maar ook ouders, onthaalmoeders en begeleiders in crèches vinden er een schat aan ideeën in om spelenderwijs basiscommunicatie te stimuleren.
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
Ontplooiing door communicatie. Geschiedenis van het onderwijs aan doven en slechthorenden in Nederland (O&A-Reeks, nr. 2)
De laatste vijftig jaar is er echter een toenemende aandacht voor de gebarentaal, zelfs in die mate dat alle Nederlandse dovenscholen die inmiddels gebruiken. Die evolutie ging gepaard met een groeiend zelfbewustzijn van doven. Zij gingen de dovencultuur centraal stellen met eigen gewoonten en ook een eigen taal, de gebarentaal. Daarmee werd echter het eeuwenlange vraagstuk over het meest geschikte communicatiemiddel binnen het dovenonderwijs niet afgesloten. Recente technologische ontwikkelingen, zoals het cochleair implantaat, leiden tot hernieuwde discussies. De geschiedenis laat een slingerbeweging zien, die in hoge mate bepaald wordt door de visie op de dove mens en de mate van diens emancipatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van doven en hun onderwijs in Nederland. Deze geschiedenis loopt voor een groot deel gelijk met ontwikkelingen in de omringende landen. Daartoe behoort ook de groep slechthorenden, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de emancipatie van mensen met een auditieve beperking.
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen,jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatiefoplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”.De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde-angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy).MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boekis in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachtenuit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen enjongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebbengebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs,in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, inprojectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan iskinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als opinzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek eenaanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerktelessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van hetinspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes vanchoreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen wordenvia videoplatforms zoals Youtube.
MovingMath
MovingMath is ontstaan uit de vaststelling dat heel wat kinderen,jongeren en zelfs volwassenen het vermogen om spontaan en creatiefoplossend te denken verliezen van zodra ze dit kaderen binnen “wiskunde”.De context wiskunde blokkeert bij mensen het denken door wiskunde-angst (math anxiety) en verdwenen zelfvertrouwen (self efficacy).MovingMath biedt hier via dans en beweging een uitweg voor. Het boekis in alle opzichten een doeboek. Het nodigt via uitdagende opdrachtenuit om te dansen en te bewegen. Pas nadien ontdekken de kinderen enjongeren met hoeveel gemak ze hiervoor wiskundige vaardigheden hebbengebruikt.
MovingMath kan toegepast worden in het basis- en secundair onderwijs,in lessen wiskunde, lichamelijke opvoeding, voor middagactiviteiten, inprojectdagen. Ook ouders, begeleiders en iedereen die ermee begaan iskinderen te laten aanvoelen dat ze zowel op gebied van wiskunde als opinzichtelijk vlak meer kunnen dan ze denken, vindt daar in het boek eenaanzet toe.
Het boek is praktisch opgebouwd. Het bevat dans ches met volledig uitgewerktelessen. Omdat de auteur ook sterk gelooft in de kracht van hetinspireren, is er een hoofdstuk dat stap voor stap uitlegt hoe filmpjes vanchoreografieën met gratis software gemonteerd en verspreid kunnen wordenvia videoplatforms zoals Youtube.
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en somshumoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt.Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt heteen en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naarzogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onzechaotische maatschappij.
Autisme… En nu?
De uit onderzoek effectief gebleken aanpak wordt op een levendige en somshumoristische manier, in eenvoudige taal en met vele voorbeelden verduidelijkt.Naast het diepgaand beschrijven van de autistische problematiek wordt heteen en ander gerelativeerd, waarbij de auteur veelvuldig parallellen trekt naarzogenaamde “normale” mensen en zaken steeds beschrijft in relatie tot onzechaotische maatschappij.
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – deel 2 – Uitgewerkte beleidsthema’s
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Het betreft de thema’s Jeugd- en gezinsbeleid, opvoeding, onderwijs en jeugdzorg.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshop’s.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 1 – Theorie en achtergronden
In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. Het gaat concreet om de repressieve benadering, de restauratieve benadering, de risicofactorenbenadering en de ontwikkelingspedagogische benadering, die telkens vanuit theorie en praktijk worden toegelicht. Er wordt ook gereflecteerd over een definitie van het gezin in zijn diversiteit. Een afbakening van het begrip gezin is noodzakelijk voor een systematisch en constructief jeugd- en gezinsbeleid.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg. Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops. Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringenom zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkhedenzonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuningvan deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogrammawordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueeluitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopendevragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zijde wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zichmet hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met demensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutischleerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijkeopzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het nietalleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voorwetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringenom zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkhedenzonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuningvan deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogrammawordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueeluitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopendevragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zijde wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zichmet hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met demensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutischleerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijkeopzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het nietalleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voorwetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maarvoor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachtenis, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met delevende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijkingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bijelkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: denadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteursbestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden:school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrentdyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maarvoor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachtenis, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met delevende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijkingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bijelkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: denadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteursbestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden:school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrentdyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentiete evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijkafnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreidkennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goedeinde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karaktervan de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerendekennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpenvan innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashiftvan het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkten geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergrondenaan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleidingbachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers,onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld.Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekekenwordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of anderesectoren uit het werkveld.
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentiete evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijkafnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreidkennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goedeinde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karaktervan de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerendekennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpenvan innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashiftvan het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkten geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergrondenaan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleidingbachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers,onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld.Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekekenwordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of anderesectoren uit het werkveld.