Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen (Oranje boek)
Het eerdere boek ‘Emotionele ontwikkeling in verbinding. coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag’ en bijhorende MENTEMO-spel richtte zich tot begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Na het verschijnen in 2017 bleek er ook vraag te zijn naar een gelijkaardig boek en spel specifiek voor begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen. Vanuit deze vraag verscheen in 2022 een tweede, aangepaste boek en MENTEMO-spel. Deze laatste versie van het boek werd tot dit nieuwe boek herwerkt. Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend mentaliserend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actiereactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier beschikbaar te zijn en te blijven. Bij deze nieuwe versie van het tweede boek kun je nog steeds het aangepaste MENTEMO-spel gebruiken. Dit reflectiespel loodst je door de verschillende dimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn er vragen over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik was ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste, Sofie De Meyer en Mieke Blontrock.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen (Oranje boek)
Het eerdere boek ‘Emotionele ontwikkeling in verbinding. coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag’ en bijhorende MENTEMO-spel richtte zich tot begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Na het verschijnen in 2017 bleek er ook vraag te zijn naar een gelijkaardig boek en spel specifiek voor begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen. Vanuit deze vraag verscheen in 2022 een tweede, aangepaste boek en MENTEMO-spel. Deze laatste versie van het boek werd tot dit nieuwe boek herwerkt. Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend mentaliserend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actiereactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier beschikbaar te zijn en te blijven. Bij deze nieuwe versie van het tweede boek kun je nog steeds het aangepaste MENTEMO-spel gebruiken. Dit reflectiespel loodst je door de verschillende dimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn er vragen over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik was ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste, Sofie De Meyer en Mieke Blontrock.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.