De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen
Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe
eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama.
Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel
wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die
pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week
met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe
gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing
en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid
haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken
het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De
sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid.
Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse
gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen
van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor
Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek
naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop
Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding
Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families
in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de
wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van
Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de
Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de
Universiteit Antwerpen.
De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen
Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe
eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama.
Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel
wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die
pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week
met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe
gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing
en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid
haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken
het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De
sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid.
Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse
gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen
van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor
Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek
naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop
Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding
Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families
in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de
wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van
Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de
Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de
Universiteit Antwerpen.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties
Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden
op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen
zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het
beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek.
Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van
het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de
vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke
loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken
en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een
antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en
kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische
invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.
Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties
Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden
op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen
zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het
beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek.
Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van
het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de
vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke
loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken
en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een
antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en
kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische
invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.
Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)
Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.
Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.
Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.
David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.
Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.
Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)
Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.
Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.
Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.
David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.
Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.
Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.
Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities
This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).
The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.
In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.
Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities
This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).
The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.
In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
Op uw gezondheid
“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Op uw gezondheid
“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.
Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.
Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.
Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.
Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.
