ToM-basistraining. Werkboek
Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!
Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?
Tijdens de training ga je leren:
- om met elkaar samen te werken,
- om naar elkaar te luisteren,
- wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
- beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.
Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.
Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
ToM-basistraining. Werkboek
Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!
Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?
Tijdens de training ga je leren:
- om met elkaar samen te werken,
- om naar elkaar te luisteren,
- wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
- beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.
Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.
Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen
De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.
Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.
Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.
De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.
Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.
Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen
De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.
Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.
Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.
De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.
Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.
Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)
Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.
Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.
De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd
en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor
Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum
voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit
Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit
Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en
wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten
(1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor
Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische
vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en
culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde
rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen,
symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair
Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent
aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische
en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak
Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is
voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot
2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)
Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.
Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.
De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd
en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor
Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum
voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit
Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit
Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en
wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten
(1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor
Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische
vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en
culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde
rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen,
symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair
Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent
aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische
en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak
Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is
voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot
2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs
Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.
Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.
Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs
Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.
Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.
Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding
‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.
Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.
Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.
Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding
‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.
Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.
Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.
Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)
Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.
Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)
Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.
Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Cocreatief leiderschap. Mierenspel
Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.
Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.
René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.
Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.
Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.
Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.
André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).
Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.
Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger
Cocreatief leiderschap. Mierenspel
Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.
Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.
René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.
Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.
Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.
Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.
André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).
Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.
Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger
De onvrije markt
Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.
In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.
Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.
De onvrije markt
Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.
In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.
Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.
Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)
Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.
Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.
De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening
toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder
het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen
orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp
(gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische
Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).
Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.
Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)
Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.
Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.
De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening
toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder
het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen
orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp
(gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische
Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).
Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.
Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.
Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.
Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.
Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.
Interculturele filosofie. Een studieboek
Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.
Interculturele filosofie. Een studieboek
Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.
De 7 competenties van de duurzame professional
Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.
Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.
Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.
Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven,
overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen,
stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals
en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en
MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het
volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.
Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van
duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als
manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding
Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen
Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding
promoveerde hij in de sociale wetenschappen,
met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling
van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor
personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen
over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame
Ontwikkeling.
De 7 competenties van de duurzame professional
Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.
Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.
Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.
Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven,
overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen,
stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals
en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en
MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het
volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.
Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van
duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als
manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding
Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen
Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding
promoveerde hij in de sociale wetenschappen,
met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling
van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor
personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen
over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame
Ontwikkeling.
