Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij

 21,60

Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen. Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf mee aan de slag gaan.

Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken... Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder, een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.

Koen Vanmechelen



Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Quick View

Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij

 21,60

Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen. Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf mee aan de slag gaan.

Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken... Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder, een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.

Koen Vanmechelen



Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)

 51,40

In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.

This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.



Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.

Quick View

A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)

 51,40

In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.

This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.



Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingenProfessionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen

 35,90

Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?

Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.



Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingenProfessionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Quick View

Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen

 35,90

Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?

Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.



Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kustOok de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust

 25,70

Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.

Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze, hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?

Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.



Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>

Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.

Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.

Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.

Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kustOok de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Quick View

Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust

 25,70

Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.

Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze, hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?

Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.



Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>

Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.

Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.

Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.

Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart

 19,60

Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.

Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.

Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.

De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.



Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.

Geen voorraad
Quick View

Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart

 19,60

Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.

Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.

Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.

De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.



Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen

 27,70

Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.



Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Geen voorraad
Quick View

Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen

 27,70

Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.



Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De weg is wijzer dan de wegwijzer

 28,70

Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.

Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.



Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.

Quick View

De weg is wijzer dan de wegwijzer

 28,70

Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.

Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.



Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)

 24,60

Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?

Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.



Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.

Quick View

Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)

 24,60

Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?

Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.



Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling

 35,90

Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?

Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.

De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …



KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.

Geen voorraad
Quick View

Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling

 35,90

Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?

Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.

De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …



KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model

 20,60

Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?

Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Quick View

Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model

 20,60

Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?

Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)

 25,60

Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.

Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.

De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.



Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.

Quick View

Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)

 25,60

Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.

Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.

De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.



Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×