
Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 108; 16-04 (december 2016)
Het Lexicon van Literaire Werken is een naslagwerk waarin de populaireen veelgelezen werken uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur (na 1900) doordeskundigen worden besproken: proza en poëzie.
Elke bespreking in het Lexicon is opgezet volgens hetzelfde stramien:
- informatieover de ontstaansgeschiedenis van het werk
- een samenvatting van deinhoud
- een interpretatie van het werk
- plaatsing van het werk in het oeuvrevan de schrijveren in de literaire context
- een beschrijving van dewaarderingsgeschiedenis
- een lijst met alle relevante secundaire literatuur. Debesprekingenzijn per auteurgeordend.

Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 108; 16-04 (december 2016)
Het Lexicon van Literaire Werken is een naslagwerk waarin de populaireen veelgelezen werken uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur (na 1900) doordeskundigen worden besproken: proza en poëzie.
Elke bespreking in het Lexicon is opgezet volgens hetzelfde stramien:
- informatieover de ontstaansgeschiedenis van het werk
- een samenvatting van deinhoud
- een interpretatie van het werk
- plaatsing van het werk in het oeuvrevan de schrijveren in de literaire context
- een beschrijving van dewaarderingsgeschiedenis
- een lijst met alle relevante secundaire literatuur. Debesprekingenzijn per auteurgeordend.

School- en klaspraktijk – nr. 228 (jrg 57) (2015-2016)
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 38,-.
Een studentenabonnement kost € 30,-.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 30,-.
Een los nummer kost € 12,-. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 228 (jrg 57) (2015-2016)
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 38,-.
Een studentenabonnement kost € 30,-.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 30,-.
Een los nummer kost € 12,-. (Bestel dit nummer)
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.



Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 107; 16-03 (november 2016)
Het Lexicon van Literaire Werken is een naslagwerk waarin de populaireen veelgelezen werken uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur (na 1900) doordeskundigen worden besproken: proza en poëzie.
Elke bespreking in het Lexicon is opgezet volgens hetzelfde stramien:
- informatieover de ontstaansgeschiedenis van het werk
- een samenvatting van deinhoud
- een interpretatie van het werk
- plaatsing van het werk in het oeuvrevan de schrijveren in de literaire context
- een beschrijving van dewaarderingsgeschiedenis
- een lijst met alle relevante secundaire literatuur. Debesprekingenzijn per auteurgeordend.

Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 107; 16-03 (november 2016)
Het Lexicon van Literaire Werken is een naslagwerk waarin de populaireen veelgelezen werken uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur (na 1900) doordeskundigen worden besproken: proza en poëzie.
Elke bespreking in het Lexicon is opgezet volgens hetzelfde stramien:
- informatieover de ontstaansgeschiedenis van het werk
- een samenvatting van deinhoud
- een interpretatie van het werk
- plaatsing van het werk in het oeuvrevan de schrijveren in de literaire context
- een beschrijving van dewaarderingsgeschiedenis
- een lijst met alle relevante secundaire literatuur. Debesprekingenzijn per auteurgeordend.

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 8 (2016-2017) – Nr. 1
Jef Van Staeyen
Ries van der Wouden
De opvoedomgeving door de ogen van ouders
Bruno Meeus & Pascal De Decker
De stad als opvoeder? 500 jaar Urban Education
Ton Notten
“Listen very carefully, we shall say it once again”
Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke,Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete & Emma Volckaert

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 8 (2016-2017) – Nr. 1
Jef Van Staeyen
Ries van der Wouden
De opvoedomgeving door de ogen van ouders
Bruno Meeus & Pascal De Decker
De stad als opvoeder? 500 jaar Urban Education
Ton Notten
“Listen very carefully, we shall say it once again”
Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke,Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete & Emma Volckaert
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.





Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs
Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.
Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.
Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs
Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.
Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.
Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Handboek Neurologische communicatiestoornissen
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.
Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.
Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.
Handboek Neurologische communicatiestoornissen
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.
Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.
Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be