Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij
Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit
het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen.
Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met
handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is
dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften
voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder
handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek
met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling
over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen
kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen
betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties
voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen
mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele
en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die
zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met
diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de
praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf
mee aan de slag gaan.
Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image
is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken...
Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder,
een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog
naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.
Koen Vanmechelen
Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Staar verder. Naar een kosmopolitisch begrijpen van de relatie tussen blindheid, kunst en maatschappij
Personen met een handicap worden vaak benaderd vanuit
het verschil dat een handicap met zich mee kan brengen.
Dit boek presenteert een andere manier van omgaan met
handicap: de kosmopolitische benadering. Nieuw hieraan is
dat niet het verschil of de focus op individuele behoeften
voorop staat, maar de relatie tussen personen met en zonder
handicap. In dit boek weerklinkt het verhaal van een onderzoek
met blinde, slechtziende en ziende personen die onderling
over die “kosmopolitische relatie” nadenken en samen
kunst beleven om te ontdekken wat deze relatie zou kunnen
betekenen. Hun ervaringen bieden tal van concrete suggesties
voor musea, die op toegankelijkheid en ontmoeting tussen
mensen willen inzetten.
Beleidsmedewerkers, mensen uit het onderwijs, het culturele
en museale veld of de zorgsector, kortom iedereen die
zich in de thema’s toegankelijkheid, inclusie en omgaan met
diversiteit wil verdiepen, kan in het theoretisch kader en de
praktische inzichten in dit boek inspiratie vinden en er zelf
mee aan de slag gaan.
Als kosmopolitisch kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat dit het image
is: twee kippen, van totaal verschillende identiteiten, die naar mekaar kijken...
Om zo een image in een museum te hangen, van boven tot onder,
een museum waar iedereen totaal verschillend is en waar men ook nog
naar elkaar durft te luisteren ...
Het verhaal in dit boek is alvast een aanzet tot dit image.
Koen Vanmechelen
Joyce Leysen is professionele bachelor basisonderwijs en master in de educatieve studies en in de sociale en culturele pedagogiek. Ze was vele jaren actief als onderwijzeres en zorgleerkracht aan de Sint-Lambertusschool in Heverlee. Momenteel werkt ze bij de Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?
Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.
De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.
Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.
Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.
Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?
Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.
De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.
Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.
Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.
A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)
In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.
This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.
Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.
A doctor’s order. The Dutch Case of Evidence-Based Medicine (1970-2015)
In the early 1990s, a new concept was coined: ‘evidence-based medicine’ (EBM). After a remarkably short time, EBM was virtually all-pervasive in medicine and healthcare throughout the world. Even outside the domain of healthcare, the new concept became fashionable, for example in the shape of (pleas for) ‘evidence-based management’ and ‘evidence-based policy’. In short, ‘evidence-based’ developed into one of the mantras of the current era.
This book uses history as a tool to gain insight into the highly influential, but also elusive and multifaceted phenomenon of EBM. As such, A Doctor’s Order is a ‘must read’ for patients, professionals, managers and policy makers in healthcare as well as for anyone who is interested in understanding the present socio-political order.
Timo (T.C.) Bolt is a Dutch historian of science and medicine. He finished his PhD on the history of EBM at UMC Utrecht in 2015 and is now assistant professor of medical history at Erasmus MC in Rotterdam.
Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?
Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.
Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.
Professionele identiteitsontwikkeling van leraren als dialogisch proces Een narratieve studie in een masteropleiding in speciale onderwijszorg en loopbaanbegeleiding van leerlingen
Hoe ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit? In deze studie in een opleidingspraktijk voor speciale onderwijszorg staan twee vragen centraal. Wat is de professionele identi- teit van ervaren leraren en in welke componenten kan deze uiteengelegd worden? Op welke wijze ontwikkelen ervaren leraren hun professionele identiteit als verhaal en waarin manifesteert zich dat?
Identiteit wordt opgevat als een verhaal-in-wording en een compositie met diverse ik-posities. Leraren reflecteerden op betekenisvolle ervaringen uit hun onderwijspraktijk, opleiding en levensloopbaan. De analyse geeft zicht op hun motivatie, taakopvatting en zelfbeeld en ontvouwt drie dominante thema’s in hun verhalen: ''Tussen zorg en ontwikkeling’ in begeleiding van leerlingen, ‘Tussen erkenning en autonomie’ in hun beroepspraktijk en ‘Tussen levensthema en maatschappelijke positionering’ in hun loopbaan. Het onderzoek laat zien hoe leraren hun professionele identiteit als meerstemmig zelfverhaal ontwikkelen in dialoog met zichzelf en met hun beroepscontext.
Kara Vloet is werkzaam als docent/onderzoeker in het hbo. Opgeleid als persoonlijkheids- en onderwijspsycholoog heeft zij veel ervaring in professionalisering en onderzoek rond onderwijsvraagstukken, diversiteit en loopbaanbegeleiding. Dit boek biedt zicht op een narratieve dialogische methode voor professionele ontwikkeling die breed inzetbaar is in diverse settings.
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.
Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze,
hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?
Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.
Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>
Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.
Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.
Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.
Ook de aangespoelden blijven. Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de kust
Uit migratieanalyses voor de kuststreek van het Provinciaal Steunpunt Sociale Planning van de provincie West-Vlaanderen blijkt dat 80-plussers een afwijkend verhuispatroon laten optekenen. Ze lijken na verloop van tijd naar hun streek van herkomst terug te keren. Een reden voor het provinciebestuur om dit vraagstuk in detail te bekijken en na te gaan welke consequenties dit heeft voor het woon- en zorgbeleid in de kustgemeenten.
Drie onderzoeksvragen werden gesteld:
- Hoe zien de verhuisbewegingen aan de kust eruit, en in het bijzonder die van 80-plussers?
- Als ouderen verhuizen wat zijn dan hun verhuismotieven, hun motivatie voor locatiekeuze,
hun woonwensen, eventuele verhuisintenties en hun woon- en zorgverwachtingen?
- Welke repercussies heeft dit alles voor de woonmarkt en de zorgsector in de kustgemeenten?
Om deze vragen te beantwoorden werden statistische gegevens in detail bekeken en werd een enquête gehouden bij zowel gepensioneerden als mensen die in de woon- en zorgsector werken. De ‘aangespoelden’ is een begrip waarmee pensioenmigranten en tweedeverblijvers aan de kust naar zichzelf verwijzen. Het fungeert als geuzennaam en wordt zowel door ‘locals’ als pensioenmigranten in de mond genomen.
Brecht Vandekerckhove is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en is bestuurder van SumResearch. Hij coördineert inhoudelijk alle ruimtelijke en sociale beleidsstudies binnen dit onderzoeksteam./p>
Niels De Luyck is sociaaleconomisch geograaf en stedenbouwkundige en werkt als onderzoeksmedewerker bij het onderzoeksteam van SumResearch.
Emma Volckaert studeerde journalistiek (Artevelde Hogeschool) en politicologie (Universiteit Gent) en werkt als onderzoeksmedewerker bij de onderzoeksgroep HaUS (Housing and Urban Studies) van het Departement Architectuur van KU Leuven.
Nico De Witte (gerontoloog, dr. in de pedagogische wetenschappen, richting agogische wetenschappen) werkt als lector aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep verpleegkunde en als onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Hij voerde dit onderzoek uit i.s.m. met het onderzoeksteam van de vakgroep verpleegkunde bestaande uit Lieve Hoeyberghs, Anja Huion, Leen Van Landschoot en Patricia Vanleerberghe.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. in de politieke en sociale wetenschappen) is als hoofddocent verbonden aan het Departement Architectuur van de KU Leuven waar hij de onderzoeksgroep HaUS leidt. Hij is ook verbonden aan de Universiteit Gent, Afdeling AMRP.
Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart
Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.
Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.
Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.
De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.
Seven manieren van minnen. Gewikt en gewogen. Beatrijs van Nazareth, Helvicus Theutonicus, Meister Eckhart
Het bekende Middelnederlandse traktaat Seven manieren van heiliger minne wordt toegeschreven aan Beatrijs van Nazareth. Deze aanname wordt gebaseerd op een gelijkaardige tekst in haar Latijnse biografie, de Vita Beatricis, van de hand van een onbekende auteur. Maar hoe overtuigend is de religieus-historische rugdekking voor deze aanname? Waar heeft de onbekende auteur zijn teksten ontleend? In dit boek stellen we ons drie essentiële vragen en gaan we op zoek naar de antwoorden. Welke teksten uit dezelfde historische periode kunnen in verband gebracht worden met de ‘Seven manieren’? Als leidraad gebruiken we het opvallende voorkomen van de ziel in de ‘Seven manieren’ en de wijze van opgang naar God op zeven ‘manieren’. Het antwoord op deze vraag leidt ons eerst naar een tekst van de dominicaan Helvicus Theutonicus.
Als we vervolgens de ‘Seven manieren’ inhoudelijk toetsen op haar mystagogische karakteristieken, herkennen we dan concepten die in dezelfde historische periode opgang maakten? De centrale bron van inspiratie blijkt dan een andere dominicaan te zijn, de mysticus en prediker meester Eckhart.
Welke betekenis mag men ten slotte toekennen aan de Vita Beatricis? Is de auteur een ‘translator’ van daadwerkelijke feiten, zoals hij zichzelf aanprijst, of veeleer een ‘transformator’ en ‘imitator’ van ficties? We onderzoeken in detail de historische, hagiografische en mystagogische aspecten van de Latijnse biografie van Beatrijs van Nazareth.
De gezamenlijke resultaten van dit onderzoek leiden tot de onvermijdelijke conclusie dat de ‘Seven manieren’ niet van de hand van de cisterciënzerin Beatrijs van Nazareth (ca. 1210-1268) kan zijn.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van historische studies zoals Van den vos Reynaerde en Hadewijch.
Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen
Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.
Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij
Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het
kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Kwaliteit van toetsing onder de loep. Handvatten om de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs te analyseren, verbeteren en borgen
Kwaliteit van toetsing is een actueel en relevant onderwerp in het hoger onderwijs. De eisen die aan deze kwaliteit worden gesteld zijn terecht hoog: toetsing moet immers leiden tot zorgvuldige beslissingen over studenten. Het is echter een complexe taak voor opleidingen om deze toetskwaliteit te garanderen. Dit betekent dat de kwaliteit van de gebruikte toetsen, het toetsprogramma, het toetsbeleid, de toetsorganisatie en de toetsdeskundigheid van betrokkenen bij toetsing op orde moet zijn. Het boek heeft tot doel opleidingen in het hoger onderwijs handvatten te bieden om te werken aan de kwaliteit van toetsing. Om dit te bereiken wordt in dit boek op een onderbouwde en praktische wijze invulling gegeven aan het begrip toetskwaliteit. In dit boek wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan en hoe een opleiding dit kan vormgeven. Tegelijk wordt de methodiek De Toetsing Getoetst gepresenteerd. Met deze methodiek kunnen opleidingen met een systematisch stappenplan aan de slag met het analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de toetsing binnen de eigen opleiding.
Dominique Sluijsmans is lector Professioneel Beoordelen bij Zuyd Hogeschool.
Desirée Joosten-ten Brinke is lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen bij
Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT) en hoofddocent bij de Open Universiteit.
Tamara van Schilt-Mol is associate lector Toetsen en Beoordelen bij het
kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
De weg is wijzer dan de wegwijzer
Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.
Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
De weg is wijzer dan de wegwijzer
Toen Ulrich Libbrecht vanaf de jaren 1970 Vlaanderen en Nederland inspireerde met ‘oosterse wijsheid voor de westerse mens’ was dit pionierswerk. Ondertussen heeft de globalisering zich verder voltrokken, is boeddhisme en meditatie geen exotisme meer en is China dichterbij gekomen.
Hoe kijkt de filosoof nu tegen deze ontwikkelingen aan? Dit boek is ontstaan uit gesprekken waarin Libbrecht op een meesterlijke wijze oosterse en westerse inzichten integreert tot een nieuw antwoord op actuele vragen en universele thema’s. Hierin benadrukt hij de waarde van natuur, wetenschap en religieus bewustzijn in de betekenis van re-ligare: herverbinden. In dit boek zet hij geen theorie uiteen, maar neemt de lezer mee op de boeiende weg van het denken, doortrokken van ontroering en een rijke levenservaring.
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht doceerde Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij schreef hierover tal van boeken en stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)
Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?
Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.
Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.
Bestsellers in Nederland. 1900-2015 (Reeks Colleges Literatuur, nr. 2)
Welke boeken hebben in de twintigste en eenentwintigste eeuw de Nederlandse literaire markt bepaald?
Bestsellers zijn de boeken die ‘iedereen’ op een bepaald moment wil lezen. De typische bestseller ligt in grote stapels bij de boekhandel, wordt vandaag massaal gekocht en gelezen, is even het gesprek van de dag en maakt dan weer plaats voor nieuwe modeboeken. De houdbaarheid is beperkt; de bestseller werkt alleen in zijn onmiddellijke raamwerk van plaats en tijd. Toch is de betekenis van succesboeken niet gering. Ze vormen een unieke bron van historische, sociale en culturele kennis en bieden tegelijkertijd een bijzonder inzicht in de ontwikkeling, groei en werking van de literaire markt. De beide invalshoeken staan in dit boek centraal.
Erica van Boven is hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit.
Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling
Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?
Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.
De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …
KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.
Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling
Na 1945 leek de integratie van de Joden in de Europese samenleving succesvol afgerond. Helaas is de laatste jaren in deze ontwikkeling een keer gekomen: Joden worden opnieuw slachtoffer van antisemitisch geweld. Het heropleven van het antisemitisme in Europa is een onverwachte ontwikkeling, een terugkeer naar een duister verleden. Een verband met het antizionisme wordt snel gelegd, maar is dit terecht?
Sommige auteurs gaan uit van een eeuwig antisemitisme, dat tegemoet zou komen aan een aangeboren menselijke behoefte: de Jood als zondebok. Het antisemitisme zou een exponent van het verschijnsel rassenhaat zijn en als zodanig niet meer dan een variatie op een algemeen menselijk patroon.
De auteur van dit boek is het hiermee niet eens. Naar zijn mening is het productiever om het antisemitisme als historisch verschijnsel te benaderen, hoe irrationeel en inconsistent het ook is. Productiever ook om niet alles op één hoop te gooien, maar een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van Jodenhaat en hun politieke, religieuze en maatschappelijke functie. Jodenhaat doet zich nooit toevallig voor …
KLAAS A.D. SMELIK doceert sinds 2005 Hebreeuws en Jodendom aan de Universiteit Gent; daarvoor was hij werkzaam aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Brussel en Leuven. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan en wordt alom geprezen om zijn heldere en aangename schrijfstijl.
Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model
Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?
Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Gezond eten, langer leven. Het mediterrane model
Er wordt veel geschreven over voeding, het ene al meer of minder waar dan het andere. Daarom moet orde op zaken worden gesteld. Praten en schrijven over voeding is inderdaad niet gemakkelijk. Velen houden van sensatie, zeker als dat financieel interessant is, terwijl de wetenschap dat juist niet doet. Maar voeding is geen exate wetenschap en iedereen heeft zowat zijn eigen wijsheid. Ik eet, dus ik weet. Voedingsdriehoeken, schrijven, zandlopers volgen elkaar op als voedingsmodellen en ze beweren allemaal goed en gezond te zijn. Maar wat is gezonde voeding? En welke wetenschappelijke zekerheden hebben we nog? Is bijvoorbeeld melk heilig of giftig?
Met dit boek stelt Patrick Mullie een eet- en leefmodel op dat beantwoordt aan de basiseisen die een model moet hebben: langer en langer gezond leven. Hij geeft ook een onderbouwd antwoord op veel voorkomende vragen over voeding. Het boek is verplichte lectuur voor iedereen die zich afvraagt of gezonde voeding in onze huidige maatschappij nog mogelijk is. Kortom, voor iedereen die inziet dat kennis en wetenschap essentieel zijn om gezond te eten, drinken en leven.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Eramushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)
Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.
Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.
De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.
Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.
Duurzaamheid en kunst. Lessen voor de basisschool (De Veerman Bibliotheek, nr. 8)
Duurzaamheid en kunst kunnen elkaar inspireren. Kinderen kunnen kunstenaars inspireren en kunstenaars ons onderwijs. Deze elementen vormden het vertrekpunt van ARTECO. Met negen basisscholen uit Vlaanderen, negen basisscholen uit het Zuiden en negen kunstenaars uit het Zuiden werd er twee jaar lang gewerkt en gedacht over deze inspirerende thema’s.
Deze publicatie vertelt u hoe leerkrachten lessen kunnen maken over kunst en duurzaamheid. Er komen lessen aan bod waarmee u de cultuur, de leefwijze, een kunstwerk of een kunstenaar uit gelijk welk land uit het Zuiden kunt analyseren, lessen over duurzame ontwikkeling en lessen over communicatie met een school uit het Zuiden. Ten slotte vindt u negentien lessen die door de leerkrachten zijn gemaakt.
De Veerman bibliotheek nr. 8
De Veerman bibliotheek is een reeks over kunst, educatie en participatie.
Karel Moons kent de kunsteducatie als zijn binnenzak en werkt al jaren samen met het onderwijs. Hij bracht Djapo en de Veerman samen voor dit meer dan boeiende project.
De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen
Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe
eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama.
Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel
wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die
pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week
met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe
gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing
en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid
haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken
het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De
sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid.
Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse
gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen
van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor
Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek
naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop
Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding
Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families
in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de
wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van
Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de
Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de
Universiteit Antwerpen.
De sleutel past niet meer op elke deur. Dynamische gezinnen en flexibel wonen
Gezinnen zijn vandaag dynamisch, flexibel en divers, en dus stellen ze nieuwe
eisen op het vlak van wonen. Jongvolwassenen nestelen zich in Hotel Mama.
Boemerangkinderen keren na een scheiding terug naar het ouderlijke huis. Heel
wat kinderen maar ook volwassenen in een LAT-relatie zijn woonnomaden die
pendelen tussen twee huizen. Nieuw samengestelde gezinnen zijn de ene week
met twee en de volgende met zes. De woonmarkt evolueert minder snel, de nieuwe
gezinnen wonen vaak in traditionele woningen. Nieuwe trends zoals cohousing
en kangoeroewonen zijn creatieve oplossingen die nog maar voor een minderheid
haalbaar of aantrekkelijk zijn. Ook het woonbeleid hinkt achterop. Vele regels blijken
het samenwonen of samenhuizen meer te bemoeilijken dan te bevorderen. De
sleutel past niet meer op elke deur.
De auteurs geven analyses, visies en suggesties voor een actueler woon- en gezinsbeleid.
Want het is tijd om ook in te spelen op de woonbehoeften van hedendaagse
gezinnen, niet alleen op die van het traditionele gezin van de vorige eeuw.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen
van Odisee en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor
Gezinswetenschappen. Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doet onderzoek
naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Inge Pasteels is senior onderzoeker bij het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop
Onderzoek van Universiteit Antwerpen en docent demografie in de opleiding
Gezinswetenschappen van Odisee. Zij coördineert Scheiding in Vlaanderen en Families
in Transitie, Transitie in Families, twee grootschalige interuniversitaire projecten.
Dirk Geldof is doctor in de politieke en sociale wetenschappen en bachelor in de
wijsbegeerte. Hij doceert sociologie aan de opleiding Gezinswetenschappen van
Odisee en is onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
Hij doceert eveneens aan de opleiding Sociaal Werk van de Karel de
Grote Hogeschool en de opleiding Architectuur en Interieurarchitectuur van de
Universiteit Antwerpen.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties
Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden
op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen
zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het
beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek.
Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van
het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de
vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke
loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken
en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een
antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en
kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische
invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.
Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Stages in het hoger onderwijs. Opstap naar loopbaancompetenties
Dit boek wil studenten in het hoger onderwijs helpen zich voor te bereiden
op de arbeidsmarkt.
De professionele drang om studenten in het hoger onderwijs te helpen
zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt en zich te oriënteren in het
beroepenveld, vertaalde zich van 2009 tot 2014 in een doctoraal onderzoek.
Dit boek is de brede, praktische toepassing van de resultaten van
het onderzoek: het CompetentieOntwikkelend stageModel (COM) dat de
vertaalslag faciliteert van domeinspecifieke leerresultaten naar generieke
loopbaancompetenties.
Het boek richt zich tot stagebegeleiders, opleidingsverantwoordelijken
en kwaliteitsbewakers van hogescholen en universiteiten. Het wil een
antwoord bieden op de vragen omtrent competentieontwikkeling en
kwalitatieve uitstroom van studenten en ook een zinvolle en praktische
invulling geven aan het concept stage binnen hoger onderwijs.
Katty Elias behaalde een master in de communicatiewetenschappen en het diploma van leraar, beide aan de Vrije Universiteit Brussel. Na eerdere beroepservaringen als manager, fieldcoach, leerkracht, trainer, nascholer en voorzitter van een kleine pedagogische begeleidingsdienst, begeleidt ze sinds een tiental jaren aan de Vrije Universiteit Brussel masterstudenten Communicatiewetenschappen en masters in de Communicatiewetenschappen in de academische lerarenopleiding, die stage lopen in bedrijven, organisaties en instellingen, of in het secundair, hoger en volwassenenonderwijs. Thans is zij directeur van het Koninklijk Atheneum Tervuren, GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)
Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.
Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.
Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.
David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.
Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.
Methodological challenges in research on student learning (Methodology and Statistics Series, nr. 1)
Research on student learning has undergone many changes in the last decade. In particular, the research methodology has advanced in many different ways on the level of complexity of data collection and rigor of data analyses. In the quantitative research perspective, many off-line and online measures and statistical analysis techniques have been further meticulously developed. In the qualitative research perspective, a broader range of data collection tools are applied. Also the use of mixed method data analysis is increasing. Although in some research strands on student learning, the mono method approach of quantitative research is still ‘the golden rule’, in other research strands we notify more methodological creativity in mixing research paradigms and designs which can be very fruitful advancements for further knowledge development. In this book we focus on the domain of research on learning patterns in which these methodological shifts are in rapid evolution. A variety of international research cases illustrating current practices of empirical research, is presented showing how different methods of research on student learning can be applied and be useful for future research. Benefits an boundaries of the research methods are critically discussed and future perspectives are proposed.
Vincent Donche is associate professor of research methods in education at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium and member of the research group EduBROn. His current research interests include cognitive, regulative and affective aspects of student learning, professional learning, academic integration and educational measurement.
Sven De Maeyer is associate professor at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on methodological and statistical issues in educational research such as: (1) Research on Performance Assessment and Adaptive Comparative Judgment; (2) Research on Instrument and Test development; (3) Self-evaluation instruments for schools; (4) Longitudinal research / Multilevel and mixed effects models / Structural equation models; (5) Combination of applied linguistics and educational research.
David Gijbels is associate professor of learning and instruction at the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp, Belgium. His research focuses on learning and assessment in higher education and on the workplace.
Huub van den Bergh is a professor at the Utrecht Institute of Linguistics of the University of Utrecht, The Netherlands. He has been involved in many studies on reading, writing and teaching, ranging from small scale think-aloud studies to large scale assessments, and from highly controlled experiments to quasi-experimental and field studies.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.
Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Domeinboek Positieve ingesteldheid
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidster en het zorgteam om extra zorg te bieden aan de kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerken en het zorgcontinuüm is het kader van waaruit wordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau van verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseert deze niveaus, in aansluiting op de diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maakt systematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeften van de kleuter en komt ze tot doelgericht handelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzicht van mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen, helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek en de continuïteit van de extra zorg doorheen de kleuterschool. Dat leidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster, het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Groeiboek bestaat uit vier delen: ‘Basisboek’, ‘Signaleren’ en ‘Analyse en handelen’. Deel 3: ‘Analyse en handelen’ bestaat uit aparte domeinboeken die het denkkader concretiseren en suggesties doen naar interventies. Dit is het domeinboek ‘Positieve ingesteldheid’.
Groeiboek bestaat uit de delen: Basisboek, Signaleren, Analyse en handelen.Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
[Groeiboek. Analyse en handelen. Positieve ingesteldheid]
Groeiboek. Analyse en handelen. Sociale, emotionele en morele ontwikkeling
De auteur van Groeiboek/Positieve ingesteldheid, Mieke Wouters is psycho-pedagogisch consulent in het vrij CLB regio Hasselt. Ze bedacht mee het concept voor Groeiboek en is mede-auteur van Basisboek, Signaleren en Analyse en Handelen. Ze werkte voor dit domeinboek samen met Reinilde Lambert, Coördinator Basisonderwijs van het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding regio Gent en eindredacteur/coördinator van de Groeiboek-reeks voor de Vrije CLB-Koepel..
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities
This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).
The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.
In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.
Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities
This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).
The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.
In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden in
Vlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewd
over o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,
woonwensen en woongeschiedenis. Bovendien
werden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgens
een methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormen
van de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamste
resultaten van het Grote Woononderzoek en
plaatst deze binnen de ruimere context en historiek van
de woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststelling
dat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningen
tekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoek
wellicht niet zouden voldoen aan
de Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialange
toename van het aandeel eigenaars onder
de Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verder
bevestigen de resultaten de gekende en toenemende
betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.
Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectief
beeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarkt
anno 2013. Voor de overheid bieden de resultaten
van het onderzoek een hulp om het beleid beter te
richten op de voornaamste problemen.
Dit boek werd geschreven door auteurs van verschillende academische disciplines, die samenwerken binnen het Steunpunt Wonen.
Op uw gezondheid
“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Op uw gezondheid
“We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit”, zegt Geert Messiaen. Daarvoor zijn ook ziekenfondsen nodig, zowel in België als in Europa. Gezondheidszorg moet bovendien toegankelijk zijn en blijven, voor iedereen. Dit boek geeft een heldere kijk op waar we vandaag staan, wat we moeten bewaken en wat de toekomst brengt.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.
Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.
Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.
Asiel en detentie, waar een hulpverlener zijn grenzen bereikt. Psychosociale ondersteuning van asielzoekers in een gesloten setting
Zowel interculturele hulpverlening als psychodiagnostiek bij migranten en vluchtelingen zijn vaak weerkerende onderwerpen. Wat houdt het in om iemand cultuursensitief psychisch te begeleiden? Hoe dienen we bepaalde gedragingen te begrijpen? Welk ziektebeeld zien we? Welke tests kunnen we afnemen? Hoe interpreteren we de testresultaten?
Er rijzen heel wat moeilijkheden bij multiculturele hulpverlening, vooral met de psychosociale begeleiding in een asielcentrum met het oog op terugkeer. Onder meer aan de hand van ervaringen en casussen worden handvatten aangereikt voor interculturele hulpverlening, de psychische begeleiding van vluchtelingen, de complexe verwevenheid van de asielprocedure, met allerlei persoonsgebonden factoren, en interculturele psychodiagnostiek.
Melina Lopez studeerde klinische psychologie voor volwassenen, met een bijkomende specialisatie in de klinische psychodiagnostiek, aan de KU Leuven. Ze werkt in het gesloten asielcentrum Transitcentrum Caricole in Steenokkerzeel, waar ze inmiddels adjunct-directeur is.






































