Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)

 30,90

Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend ‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig zijn. Gelovigen hebben immers een houvast, ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken over een zingevingskader om met lijden en dood om te gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in, waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde grondhouding.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.

Quick View

“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)

 30,90

Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend ‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig zijn. Gelovigen hebben immers een houvast, ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken over een zingevingskader om met lijden en dood om te gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in, waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde grondhouding.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Heritage Counts

 50,40

The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.

Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.

This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.



About the authors

Quick View

Heritage Counts

 50,40

The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.

Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.

This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.



About the authors

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)

 13,40

Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.

Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.



Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.

De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.

Quick View

Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)

 13,40

Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.

Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.



Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.

De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden

 30,80

De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden – die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs – en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te herbekijken.



Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).

Quick View

Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden

 30,80

De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden – die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs – en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te herbekijken.



Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen

 23,70

Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.

“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.



Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.

Quick View

Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen

 23,70

Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.

“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.



Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school

 41,10

In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.

Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.

Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school. Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal. Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.

Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.

Quick View

Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school

 41,10

In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.

Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.

Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school. Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal. Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.

Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)

 30,80

De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.

Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.

Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.



Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.

Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.

Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.

Quick View

Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)

 30,80

De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.

Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.

Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.



Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.

Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.

Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers

 13,70

Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord. Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.

Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00



Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van KU Leuven.

Quick View

Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers

 13,70

Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord. Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.

Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00



Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Al kantelt de aarde. Hoe als christen staande blijven in deze wereld (Fracarita-reeks, nr. 5)

 21,60

Het begin van de 21ste eeuw wordt beschreven als een tijd van grote expansies, maar ook van onverwachte crisissen en algemeen een groeiende vrees voor terrorisme die het maatschappelijk gebeuren meer en meer bezwaart. Nog nooit in de geschiedenis zijn er zo veel mensen op de vlucht geweest. Het is dus een tijd in beweging, maar ook een tijd van angst voor de toekomst!

Ieder reageert op zijn of haar manier op dit tijdsgebeuren. Sommigen zullen zich hullen in onverschilligheid, anderen kruipen weg binnen de muren van een veilig onderkomen. Sommigen vragen zich af of de religie een specifiek antwoord te bieden heeft. Beschikt een christen over een bijzondere kracht om boven deze moeilijkheden uit te stijgen? Opent de Schrift en de navolging van Christus heel eigen wegen om de dikwijls terechte vrees en angst te overwinnen?

Broeder Stockman probeert op deze vragen een antwoord te geven, vanuit een heel persoonlijke reflectie. Hij tracht het antwoord te vinden in een levensechte spiritualiteit, een herontdekken van Gods aanwezigheid in de volle realiteit van het leven. En hij gaat heel ver wanneer hij zich laat confronteren met de ultieme vraag rond de dood, die voor velen de grote taboe van het leven is geworden. Zijn besluit is: als mens weet ik mijn oorsprong en eigenlijk ook mijn bestemming. Dat moet voldoende zijn om de angst te overmeesteren, ook al kantelt de aarde.



René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.

Quick View

Al kantelt de aarde. Hoe als christen staande blijven in deze wereld (Fracarita-reeks, nr. 5)

 21,60

Het begin van de 21ste eeuw wordt beschreven als een tijd van grote expansies, maar ook van onverwachte crisissen en algemeen een groeiende vrees voor terrorisme die het maatschappelijk gebeuren meer en meer bezwaart. Nog nooit in de geschiedenis zijn er zo veel mensen op de vlucht geweest. Het is dus een tijd in beweging, maar ook een tijd van angst voor de toekomst!

Ieder reageert op zijn of haar manier op dit tijdsgebeuren. Sommigen zullen zich hullen in onverschilligheid, anderen kruipen weg binnen de muren van een veilig onderkomen. Sommigen vragen zich af of de religie een specifiek antwoord te bieden heeft. Beschikt een christen over een bijzondere kracht om boven deze moeilijkheden uit te stijgen? Opent de Schrift en de navolging van Christus heel eigen wegen om de dikwijls terechte vrees en angst te overwinnen?

Broeder Stockman probeert op deze vragen een antwoord te geven, vanuit een heel persoonlijke reflectie. Hij tracht het antwoord te vinden in een levensechte spiritualiteit, een herontdekken van Gods aanwezigheid in de volle realiteit van het leven. En hij gaat heel ver wanneer hij zich laat confronteren met de ultieme vraag rond de dood, die voor velen de grote taboe van het leven is geworden. Zijn besluit is: als mens weet ik mijn oorsprong en eigenlijk ook mijn bestemming. Dat moet voldoende zijn om de angst te overmeesteren, ook al kantelt de aarde.



René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een initiatief van de Broeders van Liefde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

“Thank you for tomorrow”. Zinnig aansluiten bij de leefwereld van jongeren

 30,90

Jongeren. Iedereen lijkt wel iets van, voor of met hen te willen. Aan de jeugd van vandaag wordt dan ook langs alle kanten geduwd en getrokken. Dit boek draait het perspectief om en legt het oor te luisteren bij de jongeren zelf. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en groepsgesprekken, biedt de auteur in een eerste deel inkijk in de leefwereld van adolescenten tijdens hun hobbelige parcours naar de volwassenheid. Het tweede deel omvat beproefde strategieën, tips & tricks en heel wat praktijkvoorbeelden voor wie met jongeren aan de slag wil.
Deze publicatie is inspirerend voor al wie jongeren beter wil begrijpen, bereiken en op een zinvolle manier wil betrekken… zonder duwen en trekken.

Het boek schetst een breed opgezet literatuuronderzoek, aangevuld met focusgroep-gesprekken met jongeren. Bedoeling is om niet alleen een helikopterperspectief, maar ook diepte-inzicht te krijgen in de psyche en de wereld van de jongere. En daarin is het boek geslaagd. (bron: Sociaal.Net, recensie door Christien Broeckmans op 22/05/2017)



Ann Clé is master in de Agogische Wetenschappen en deed haar eerste beroepservaringen op in het Brusselse socio-culturele werkveld. In haar verdere loopbaan bleef ze steeds met één been in onderzoek en beleid staan, en met het andere in de praktijk, waaronder die van het jeugdwerk en het jeugdwelzijnswerk. Dit boek schreef ze in opdracht van deMens.nu aan de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

“Thank you for tomorrow”. Zinnig aansluiten bij de leefwereld van jongeren

 30,90

Jongeren. Iedereen lijkt wel iets van, voor of met hen te willen. Aan de jeugd van vandaag wordt dan ook langs alle kanten geduwd en getrokken. Dit boek draait het perspectief om en legt het oor te luisteren bij de jongeren zelf. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en groepsgesprekken, biedt de auteur in een eerste deel inkijk in de leefwereld van adolescenten tijdens hun hobbelige parcours naar de volwassenheid. Het tweede deel omvat beproefde strategieën, tips & tricks en heel wat praktijkvoorbeelden voor wie met jongeren aan de slag wil.
Deze publicatie is inspirerend voor al wie jongeren beter wil begrijpen, bereiken en op een zinvolle manier wil betrekken… zonder duwen en trekken.

Het boek schetst een breed opgezet literatuuronderzoek, aangevuld met focusgroep-gesprekken met jongeren. Bedoeling is om niet alleen een helikopterperspectief, maar ook diepte-inzicht te krijgen in de psyche en de wereld van de jongere. En daarin is het boek geslaagd. (bron: Sociaal.Net, recensie door Christien Broeckmans op 22/05/2017)



Ann Clé is master in de Agogische Wetenschappen en deed haar eerste beroepservaringen op in het Brusselse socio-culturele werkveld. In haar verdere loopbaan bleef ze steeds met één been in onderzoek en beleid staan, en met het andere in de praktijk, waaronder die van het jeugdwerk en het jeugdwelzijnswerk. Dit boek schreef ze in opdracht van deMens.nu aan de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.

 25,60

Over opleiding als sociale scheidslijn is al veel gezegd en geschreven. Maar een gedegen analyse waarin systematisch is onderzocht of de kloof tussen hogeren lageropgeleiden werkelijk is toegenomen in de Nederlandse samenleving, ontbrak nog.

De auteurs laten zien dat er een aanzienlijke kloof is tussen hoger- en lageropgeleiden op het vlak van de arbeidsmarkt, attitudes, politieke participatie en gezondheid. Ook wat betreft vrijwilligerswerk, de huwelijksmarkt en het vermijden van sociale daling is opleidingsniveau een belangrijke factor. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, neemt het belang van opleiding voor maatschappelijke kansen niet toe. Opleiding is dus niet als de nieuwe sociale scheidslijn te bestempelen. Ze was dat al en is het nog steeds. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat de opleidingskloof alsnog sterk aan belang zal winnen.

Daarmee biedt dit boek voor wetenschappers, beleidsmakers en anderen die zich met het onderwijs bezighouden, een nieuw perspectief op een oude kloof.



Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.
Quick View

Opleiding als sociale scheidslijn. Een nieuw perspectief op een oude kloof.

 25,60

Over opleiding als sociale scheidslijn is al veel gezegd en geschreven. Maar een gedegen analyse waarin systematisch is onderzocht of de kloof tussen hogeren lageropgeleiden werkelijk is toegenomen in de Nederlandse samenleving, ontbrak nog.

De auteurs laten zien dat er een aanzienlijke kloof is tussen hoger- en lageropgeleiden op het vlak van de arbeidsmarkt, attitudes, politieke participatie en gezondheid. Ook wat betreft vrijwilligerswerk, de huwelijksmarkt en het vermijden van sociale daling is opleidingsniveau een belangrijke factor. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, neemt het belang van opleiding voor maatschappelijke kansen niet toe. Opleiding is dus niet als de nieuwe sociale scheidslijn te bestempelen. Ze was dat al en is het nog steeds. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat de opleidingskloof alsnog sterk aan belang zal winnen.

Daarmee biedt dit boek voor wetenschappers, beleidsmakers en anderen die zich met het onderwijs bezighouden, een nieuw perspectief op een oude kloof.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Een introductie

 36,00

Voor het bestaan van effecten van hulpverlenings-, ondersteunings- en onderwijsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, is empirische ondersteuning noodzakelijk. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen.
Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er een discussie.
Tot de doelgroep behoren universitaire studenten in de eerste fase van hun studie en docenten in de gedragswetenschappen, hbo-studenten in de laatste fase van hun studie en eenieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen, definities, voorbeelden en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, -uitvoering en -discussie.



Daphne van Loon was als onderzoeker onder meer gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek.

Bieuwe van der Meulen was bijzonder hoogleraar aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind.

Alexander Minnaert is hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Quick View

Effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Een introductie

 36,00

Voor het bestaan van effecten van hulpverlenings-, ondersteunings- en onderwijsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, is empirische ondersteuning noodzakelijk. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen.
Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er een discussie.
Tot de doelgroep behoren universitaire studenten in de eerste fase van hun studie en docenten in de gedragswetenschappen, hbo-studenten in de laatste fase van hun studie en eenieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen, definities, voorbeelden en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, -uitvoering en -discussie.



Daphne van Loon was als onderzoeker onder meer gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek.

Bieuwe van der Meulen was bijzonder hoogleraar aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind.

Alexander Minnaert is hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

ToM-basistraining. Werkboek

 29,90

Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!

Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?

Tijdens de training ga je leren:

  • om met elkaar samen te werken,
  • om naar elkaar te luisteren,
  • wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
  • beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.

Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.

Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.



Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.

Quick View

ToM-basistraining. Werkboek

 29,90

Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!

Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?

Tijdens de training ga je leren:

  • om met elkaar samen te werken,
  • om naar elkaar te luisteren,
  • wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
  • beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.

Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.

Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.



Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen

 55,60

De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.

Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.

Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.



De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.

Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.

Quick View

Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen

 55,60

De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.

Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.

Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.



De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.

Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)

 39,10

Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.

Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.

De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.



Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten (1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen, symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot 2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

Quick View

Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen (Omtrent Logopedie, nr. 4)

 39,10

Dit boek is een grondig herwerkte versie van Gezondheidswetgeving en sociale zekerheid voor logopedisten (Garant, 2008) en focust niet alleen op logopedisten maar ook op audiologen, andere geïnteresseerde gezondheidszorgberoepen, het onderwijsveld, verzekerings- en gezondheidszorginstellingen.

Het accent ligt daarom niet enkel op gezondheidswetgeving maar ook op wetgeving in diverse sectoren waarin logopedisten en audiologen actief zijn. Bovendien krijgen ethiek en deontologie met casuïstiek een belangrijke plaats in deze publicatie. Door de overvloed aan informatie is het een aangewezen naslagwerk voor artsen, gezondheidswerkers, onderwijsmensen en verantwoordelijken in verzekerings- en gezondheidsinstellingen die de zorg voor logopedie en audiologie delen.

De auteurs opteerden ook om deze publicatie overvloedig te voorzien van website- en contactadressen waar de geïnteresseerde beroepsuitoefenaar geactualiseerde informatie kan vinden. Op deze manier wordt Wetgeving, ethiek en deontologie voor logopedisten en audiologen een naslagwerk dat toegang biedt tot de allerlaatste ontwikkelingen binnen de logopedie en audiologie.



Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig diensthoofd en adviseur van de Dienst Logopedie KMSL te Turnhout en directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, de Zuiderkempen en Mechelen, en van het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels te Turnhout. Hij is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als postdocoraal onderzoeker en tot het academiejaar 2014-2015 aan de Universiteit Gent als gastprofessor. Hij is auteur van vele publicaties over stem, stotteren, taal, afasie en wetgeving. Hij was bestuurslid en voorzitter van de Belgische Beroepsvereniging voor Logopedisten (1973-1980) en voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (1980-2013). Daarnaast is hij al vele jaren co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Momenteel is hij bestuurder in verschillende zorg-, onderwijs- en culturele instellingen en organisaties.
Toon Blux is logopedist en tewerkgesteld in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Hij publiceerde rond afasie, stem en wetgeving. Hij was een gewaardeerd spreker op VVL-congressen, studiedagen, symposia en intensieve cursussen. Van 1980 tot 1994 was hij bestuurslid van de beroepsvereniging.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum voor Communicatiestoornissen aan het UZ Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij gastprofessor aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de Universiteit Gent, onder meer voor het vak Stemstoornissen en co-organisator van de postacademische vorming Stemstoornissen. Hij is voormalig hoofdredacteur en momenteel redacteur van het tijdschrift Logopedie. Van 1992 tot 2006 was hij bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs

 9,40

Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.



Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.

Quick View

Studieadvies. Succesvol herkansen in het hoger onderwijs

 9,40

Dit is geen klassiek boek over studiemethode, -planning of -techniek. Het is een boek als een riem onder het hart voor studenten die niet meteen slaagden in het hoger onderwijs, daar misschien een opdoffer van kregen en weer recht willen komen, om zo de draad weer op te pikken en wel te slagen. De adviezen zijn verwoord in korte hoofdstukjes, overzichtelijk en to the point. Soms zijn de studieadviezen verrassend, altijd zijn ze doordesemd van gezond verstand. De auteur schreef het boek op grond van zijn jarenlange ervaring. Die ervaring heeft hem geleerd dat deze adviezen werken. Niet meteen slagen in het hoger onderwijs is niet het einde, het kan het begin zijn van een succesvolle herkansing. Daarover handelen de studieadviezen in dit boek.



Vincent Mertens (1957) studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechten. Hij is ook gediplomeerd bakker. Op dit ogenblik is hij studieadviseur aan de University College Leuven-Limburg (Groep Gezondheid en Welzijn). Bij Garant publiceerde hij voorheen Spreken voor Publiek, Gewoon goed schrijven en De juiste m/v. Sollicitanten selecteren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Quick View

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Quick View

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cocreatief leiderschap. Mierenspel

 16,50

Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.

Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.

René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.

Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.

Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.

Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.

André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).

Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.

Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger



Quick View

Cocreatief leiderschap. Mierenspel

 16,50

Cocreatie is bij uitstek de benadering wanneer jouw organisatie – bedrijf, instelling, vereniging, buurtwerking – geconfronteerd wordt met complexe uitdagingen en onbekende uitwegen. Dit boek is bestemd voor al wie als leidinggevende of begeleider, zonder pasklare antwoorden en oplossingen, het onvoorspelbare pad van cocreatief leiderschap wil bewandelen. We stellen bondig vijftien ondersteunende praktijken voor die dienen als spiegel en baken.

Dit ‘handig’ zak-boekje geeft een eigentijdse en verfrissende herformulering van de leven gevende krachten van samenwerking over grenzen en verschillen heen. Precies die verschillen en uitdagingen worden de bouwstenen van ieder interactief ontwerp dat we samen kunnen creëren als een cocreatie, het sleutelwoord dat de auteurs als anker voor samenwerken willen uitwerpen. In cocreatie ontvouwt zich immers onze sociale realiteit, die we voortdurend samen ‘mee’-maken. In vijftien vuistregels met opdrachten schetsen de auteurs een concrete micro-aanpak om hier-en-nu met elkaar aan de slag te gaan.

René Bouwen, emeritus gewoon hoogleraar Organisatiepsychologie en Groepsdynamica, KULeuven.

Een inspirerend boek dat uitnodigt om samen betekenisvolle dingen te maken en lastige vraagstukken aan te pakken. De auteurs schrijven vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding en hechten veel waarde aan respectvolle interacties. Vanuit een perspectief van emancipatie en zelfsturing ziet leiderschap af van het gebruik van macht. Het uitoefenen van onzelfzuchtige invloed bevordert een betrokkenheid op duurzame ontwikkeling. Graag zou ik bekwaam willen zijn in de hier beschreven praktijken.

Joseph W.M. Kessels, hoogleraar Human Resources Development, Universiteit Twente.

Respect voor verschil en acceptatie van inter-afhankelijkheid bieden voor leiders de ingrediënten om tot constructieve cocreatie te komen. Het boek nodigt uit om deze uitdaging op te pakken. Het biedt praktisch handvatten om nieuwe mogelijkheden te verkennen en te realiseren. Verschil wordt brandstof voor cocreatie.

André Wierdsma, hoogleraar Organiseren en Co-creëren, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Management and Organization’, China Europe International Business School (Shanghai).

Deze publicatie is een waarde(n)vol geschenk voor eenieder die op een of andere manier verantwoordelijkheid draagt en democratisch leiderschap ernstig neemt. De vijftien handvatten, die de auteurs in een uiterst leesbare stijl aanreiken, zouden ‘top of mind’ moeten worden voor iedere leidinggevende, iedere manager, iedere politicus en iedere begeleid(st)er van teams of van eender welke andere groep.

Herman Lauwers, ere Vlaams Volksvertegenwoordiger



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De onvrije markt

 25,60

Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.

In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.



Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.

Quick View

De onvrije markt

 25,60

Op slechts enkele decennia tijd heeft het economisch neoliberalisme zich wereldwijd indringend doen gelden. Onder invloed van dit gedachtegoed is de verhouding tussen de financiële wereld en de reële economie inmiddels al geruime tijd geheel ontwricht. Klassiek welvarende landen ervaren steeds meer moeite om hun financiën gezond te krijgen en zien daardoor hun welvaartspeil in het gedrang komen. Voor tal van fundamentele sociaaleconomische en andere problemen, worden geen oplossingen gevonden, of zelfs amper nog serieus gezocht.

In ‘De onvrije markt’ brengt Koen Byttebier op heldere wijze de economische denkpatronen en de juridische mechanismen in kaart aan de hand waarvan het economisch neoliberalisme in de praktijk is geïmplementeerd en wijst hij tevens op de verregaande invloed die hiervan is uitgegaan op de sociaaleconomische ordening. Daarnaast belicht hij een aantal denkpistes die aan de negatieve gevolgen zouden kunnen remediëren.



Prof. Dr. Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij handelsrecht, insolventierecht, fusies en overnames en monetair en financieel recht doceert. De neoliberale afbouw van de welvaartstaat heeft wat hem betreft zijn limieten bereikt. Bovenal wil de auteur de neoliberale mythe ontkrachten dat het welvaart staatsmodel te duur zou zijn. Hij toont aan dat juist de neoliberale verdelings mechanismen en hun extreme wereldwijde implementatie de welvaartstaat in gevaar hebben gebracht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)

 56,50

Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.

Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.

De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp (gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).



Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.

Quick View

Een algemene orthopedagogiek (O&A-Reeks, nr. 8)

 56,50

Opvoeding kan vanwege diverse redenen moeizaam verlopen. Verschillende soorten hulpverleners kunnen dan op allerlei manieren hulpverlenen. Het is daarbij van groot belang dat opvoeders, jeugdigen, hulpverleners helder met elkaar kunnen communiceren. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. De auteur geeft een antwoord op de vragen wat stagnerende opvoeding is, welke typen opvoedingsstagnatie te onderscheiden zijn, wat hulpverlenen is en welke soorten hulpverleners er zijn. Omdat er meerdere antwoorden mogelijk zijn, heeft dit boek de titel: Een algemene orthopedagogiek.

Het boek is onder meer bestemd voor studenten in het hoger en postacademisch onderwijs die zich voorbereiden op één van de beroepen als opvoedingshulpverlener. Tevens is het van belang voor studenten in een opleiding tot docent in het basis- of voortgezet onderwijs, omdat zij in hun werk niet alleen doorsnee leerlingen ontmoeten maar ook leerlingen met een specifieke opvoedvraag. Daarnaast is het een waardevolle bron voor professionele hulpverleners die zich willen bezinnen op het kenmerkende van opvoedingshulpverlening.

De auteur licht fijnmazige analyses van en kritische reflecties op opvoedingshulpverlening toe met vele praktijkvoorbeelden. Hij daagt de lezer uit om grondig na te denken zonder het contact met de werkelijkheid te verliezen. Met deze publicatie bewijst hij niet alleen orthopedagogen (in opleiding) een grote dienst, maar ook degenen aan wie zij opvoedingshulp (gaan) bieden.
Doret de Ruyter (hoogleraar Theoretische Pedagogiek en Opleidingsdirecteur Pedagogische Wetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam).



Prof. dr. Piet de Ruyter was de eerste hoogleraar Orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij hield zich onder meer bezig met de professionalisering van het werk van de groepsleider in de residentiële hulpverlening en met de ontwikkeling van de praktisch pedagogische gezinshulpverlening.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Interculturele filosofie. Een studieboek

 20,60

Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.



Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.

Quick View

Interculturele filosofie. Een studieboek

 20,60

Interculturele filosofie is een relatief nieuw werkterrein op het gebied van de filosofie. De actualiteit en de noodzaak ervan is evident in een tijd waarin in de economie en politiek, wetenschap en technologie, kunst en toerisme wereldwijd uitwisselingen plaatsvinden. Om te beginnen wordt een kritische blik geworpen op het eurocentrisme van de westerse filosofie sinds de Verlichting. De gevolgen van deze houding ten opzichte van andere culturen zijn nog steeds aanwezig en moeten met duidelijke argumenten worden bestreden. Hierbij is de samenwerking met de thematisering van het denken in andere culturen, zowel in de culturele antropologie als in de comparatieve filosofie, van grote waarde. Dit boek presenteert concrete voorbeelden van dialogen tussen Europees-westerse en niet-westerse filosofieën.



Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft als gasthoogleraar aan verschillende universiteiten in Sub-Saharisch Afrika gewerkt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De 7 competenties van de duurzame professional

 22,10

Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.

Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.

Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven, overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen, stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.



Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding promoveerde hij in de sociale wetenschappen, met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame Ontwikkeling.

Quick View

De 7 competenties van de duurzame professional

 22,10

Duurzaamheid en MVO – maatschappelijk verantwoord ondernemen staan volop in de belangstelling. Vaak gaat het om duurzaam gedrag voor individuen, maar dan altijd in de rol van burger of van consument. Maar de schakel daartussen ontbreekt: de individuele professional. Want het gedrag van ieder bedrijf en van elke organisatie wordt uiteindelijk bepaald door het gedrag van de bestuurders, de managers en de medewerkers.

Het boek is gebaseerd op een managementmethode: RESFIA+D. De zeven letters verwijzen naar de competenties waarover een duurzame professional beschikt. De methode wordt toegepast door bedrijven voor hun strategisch management en HRM, door professionals voor hun loopbaanplanning, en door universiteiten en hogescholen voor hun onderwijsontwikkeling.

Verhalen uit de praktijk illustreren hoe echte mensen, midden in de praktijk van hun werk, die competenties tot uiting brengen. Samen met de theorie vormen ze een inspiratiebron voor duurzaam ondernemen in de praktijk. Ze laten zien dat iedere professional, hoog of laag in wat voor bedrijf of organisatie ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Deze publicatie is bedoeld voor algemene managers en HRM-managers in bedrijven, overheids- en zorginstellingen, scholen en universiteiten, politieke partijen, verenigingen, stichtingen en maatschappelijke organisaties. Maar ook voor coaches van professionals en voor die professionals zelf en voor consultants op het gebied van duurzaamheid en MVO.
Tot slot is het boek prima geschikt als lesmateriaal voor leerlingen en studenten in het volwassenenonderwijs, hogescholen en universiteiten en hun docenten en onderwijsontwikkelaars.



Dr. Niko Roorda is een internationale pionier op het gebied van duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Hij werkte hij als manager en docent aan de ontwikkeling van een HBO-opleiding Duurzame Technologie. Later ontwierp hij diverse opleidingen Duurzaam Ondernemen.
Na zijn studie theoretische natuurkunde en filosofie en een managementopleiding promoveerde hij in de sociale wetenschappen, met een proefschrift over duurzame ontwikkeling en organisatieverandering.
Al vele jaren adviseert en begeleidt hij bedrijven en onderwijsinstellingen bij de ontwikkeling van hun duurzaamheidsstrategie en beleid. Hij verzorgt cursussen en trainingen voor personeel en coacht individuele professionals. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over duurzaamheid en MVO en hij ontving de VROM-prijs voor Innovatie en Duurzame Ontwikkeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    De onvrije markt
    De onvrije markt
    Aantal: 1
    Prijs: 25,60
     25,60
    ×