Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen

 28,80

Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.

Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.

Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.

Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.



Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en instellingsaudits in het hoger onderwijs.

Quick View

Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen

 28,80

Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.

Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.

Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.

Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.



Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en instellingsaudits in het hoger onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.

 17,60

Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.

Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.

Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.

Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)



Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.

Quick View

Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.

 17,60

Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.

Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.

Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.

Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)



Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten

 10,00

Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?

Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.



Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.

Quick View

Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten

 10,00

Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?

Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.



Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Migraties en interculturele toekomst. Essay.

 13,60

In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.

Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.



Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.

Quick View

Migraties en interculturele toekomst. Essay.

 13,60

In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.

Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.



Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van de Verlichting tot religieus terrorisme. Een psycho-educatieve visie.

 29,90

Stan Maes studeerde psychologie en pedagogiek aan de Universiteit Gent, waar hij ook zijn doctorstitel behaalde. Hij is emeritus hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden, waar hij ook decaan was van de Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen. Naast zijn wetenschappelijke expertise op het terrein van gezondheidsbevordering en psychologische aspecten van chronische ziekten, ontwikkelde hij op basis van zijn internationale ervaring ook een bijzondere belangstelling voor interculturele communicatie en crossculturele gedragsaspecten.

Voor het jaar 2016 was Stan Maes benoemd op de wisselleerstoel Willy Calewaert, gevestigd door de vzw ‘De Mens Nu’ aan de Vrije Universiteit Brussel. De colleges die hij verzorgde, vormden de basis voor dit boek. Hij gaat daarbij uit van vragen als: Wat hebben we geleerd van de belangrijkste verlichte denkers? Wat zijn de belangrijkste gevolgen van de Verlichting voor onze westerse samenleving en wat is de kritiek op de Verlichting?

Hij bespreekt ook de verdere ontwikkeling van het westers mensbeeld op basis van de persoonlijkheids- en de sociale psychologie en komt zo tot fundamentele menselijke doelen en sociale motieven die de basis vormen van onze samenleving. Hij benadrukt daarbij ook de invloed van cultuur op waarden en normen en toont aan dat een bepaalde culturele achtergrond kan leiden tot vooroordelen, discriminatie en antisociaal gedrag ten opzichte van mensen met een andere overtuiging of cultuur. Op basis hiervan worden huidige uitdagingen voor verlichtingsideeën vanuit een psycho-educatieve visie besproken, zoals het moderne nationalisme, migratie en culturele integratie, terrorisme en confrontatie met de islam. Tot slot wordt de vraag beantwoord of mensen die leven in een land dat verlichtingsprincipes respecteert, ook gelukkiger zijn.



Quick View

Van de Verlichting tot religieus terrorisme. Een psycho-educatieve visie.

 29,90

Stan Maes studeerde psychologie en pedagogiek aan de Universiteit Gent, waar hij ook zijn doctorstitel behaalde. Hij is emeritus hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden, waar hij ook decaan was van de Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen. Naast zijn wetenschappelijke expertise op het terrein van gezondheidsbevordering en psychologische aspecten van chronische ziekten, ontwikkelde hij op basis van zijn internationale ervaring ook een bijzondere belangstelling voor interculturele communicatie en crossculturele gedragsaspecten.

Voor het jaar 2016 was Stan Maes benoemd op de wisselleerstoel Willy Calewaert, gevestigd door de vzw ‘De Mens Nu’ aan de Vrije Universiteit Brussel. De colleges die hij verzorgde, vormden de basis voor dit boek. Hij gaat daarbij uit van vragen als: Wat hebben we geleerd van de belangrijkste verlichte denkers? Wat zijn de belangrijkste gevolgen van de Verlichting voor onze westerse samenleving en wat is de kritiek op de Verlichting?

Hij bespreekt ook de verdere ontwikkeling van het westers mensbeeld op basis van de persoonlijkheids- en de sociale psychologie en komt zo tot fundamentele menselijke doelen en sociale motieven die de basis vormen van onze samenleving. Hij benadrukt daarbij ook de invloed van cultuur op waarden en normen en toont aan dat een bepaalde culturele achtergrond kan leiden tot vooroordelen, discriminatie en antisociaal gedrag ten opzichte van mensen met een andere overtuiging of cultuur. Op basis hiervan worden huidige uitdagingen voor verlichtingsideeën vanuit een psycho-educatieve visie besproken, zoals het moderne nationalisme, migratie en culturele integratie, terrorisme en confrontatie met de islam. Tot slot wordt de vraag beantwoord of mensen die leven in een land dat verlichtingsprincipes respecteert, ook gelukkiger zijn.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nieuw leven. Over verlangen, vervulling, verlies en goede zorg.Catharina-reeks, nr. 7)

 20,50

Na 19 jaar wordt Koen Jordens opnieuw vader. Mieke Geyskens is de gynaecoloog die tijdens haar opleiding tot medisch specialist de geboorte van zijn eerste kind begeleidde. Nu zal zij opnieuw de bevalling ‘doen’. Tijdens de zwangerschap raken ze met elkaar in gesprek over levenservaring, werkbeleving en betekenisgeving. Hoe beleeft een dokter die zelf ook moeder is, verwachting en nieuw leven? Hoe gaat ze om met de broosheid van het leven, met kwetsbaarheid en verlies? Wat betekent voor haar de relatie arts-patiënt, die soms oppervlakkig en functioneel is, maar die ook heel indringend en intens kan zijn? Wat maakt haar werk bijzonder, wat daagt haar uit? Welke mensen blijven haar bij? En wordt ze, net als de aanstaande moeder en vader, ook zo geroerd door het beeld van die eerste echo?

Koen Jordens tekende het verhaal van Mieke Geyskens op. Het gaat over nieuw leven, over verlangen, vervulling, verlies én goede zorg. Zorgverleners en ervaringsdeskundigen reageren vervolgens op haar verhaal. Zodoende is dit boek niet alleen het aansprekende verhaal van een dokter, het gaat evenzeer over kwaliteit van zorg en over de rol van de zorgverlener.



Mieke Geyskens, gynaecoloog, is diensthoofd Gynaecologie en Verloskunde in het AZ Herentals.
Koen Jordens is geestelijk verzorger en specialistmanager Geestelijke verzorging & Ethiek in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven.

Quick View

Nieuw leven. Over verlangen, vervulling, verlies en goede zorg.Catharina-reeks, nr. 7)

 20,50

Na 19 jaar wordt Koen Jordens opnieuw vader. Mieke Geyskens is de gynaecoloog die tijdens haar opleiding tot medisch specialist de geboorte van zijn eerste kind begeleidde. Nu zal zij opnieuw de bevalling ‘doen’. Tijdens de zwangerschap raken ze met elkaar in gesprek over levenservaring, werkbeleving en betekenisgeving. Hoe beleeft een dokter die zelf ook moeder is, verwachting en nieuw leven? Hoe gaat ze om met de broosheid van het leven, met kwetsbaarheid en verlies? Wat betekent voor haar de relatie arts-patiënt, die soms oppervlakkig en functioneel is, maar die ook heel indringend en intens kan zijn? Wat maakt haar werk bijzonder, wat daagt haar uit? Welke mensen blijven haar bij? En wordt ze, net als de aanstaande moeder en vader, ook zo geroerd door het beeld van die eerste echo?

Koen Jordens tekende het verhaal van Mieke Geyskens op. Het gaat over nieuw leven, over verlangen, vervulling, verlies én goede zorg. Zorgverleners en ervaringsdeskundigen reageren vervolgens op haar verhaal. Zodoende is dit boek niet alleen het aansprekende verhaal van een dokter, het gaat evenzeer over kwaliteit van zorg en over de rol van de zorgverlener.



Mieke Geyskens, gynaecoloog, is diensthoofd Gynaecologie en Verloskunde in het AZ Herentals.
Koen Jordens is geestelijk verzorger en specialistmanager Geestelijke verzorging & Ethiek in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998

 41,10

De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden, kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing was tot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daarover de verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van de kinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld? Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnen en tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagden ze wel?

Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen. Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak had gedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen, opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagen van vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingen over kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is historisch pedagoog. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciaal onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze over de geschiedenis van dyslexie in het Nederlandse onderwijs (2016) en in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Quick View

Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998

 41,10

De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden, kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing was tot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daarover de verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van de kinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld? Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnen en tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagden ze wel?

Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen. Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak had gedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen, opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagen van vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingen over kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.



Marjoke Rietveld-van Wingerden is historisch pedagoog. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciaal onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze over de geschiedenis van dyslexie in het Nederlandse onderwijs (2016) en in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een haalbare weg naar succesvolle samenwerking.

 21,60

Als managementhypes niet meer werken en managementmodellen te ingewikkeld zijn om te begrijpen, als teamtrainingen niet het gewenste resultaat opleveren en teambuildingactiviteiten falen, als de energie in een team langs ramen en deuren naar buiten stroomt en de huis-, tuin- en keukencommunicatie niet meer volstaat om te kunnen horen hoe lastig het allemaal is, dan is het tijd om de wereld op zijn kop te zetten.

Dat is precies wat de auteur doet. In dit boek presenteert ze de inzichten en de kaders om een haalbare weg te vinden naar een succesvolle en aangename samenwerking. Het boek is een praktijkverhaal van een leidinggevende die het beeld van de harmonische samenwerking als bereikbaar doel verlaat en werkt met visies, relaties en situaties die permanent uit balans blijken te zijn. Ze focust op wat er tussen mensen gebeurt als ze elkaar ontmoeten en moeten gaan samenwerken. Het boek is bedoeld voor iedereen die een inspanning levert om in teamverband taakgericht te werken. Leidinggevenden zullen hun vakbekwaamheid verhogen en de vitaliteit, de performantie en het welbevinden van hun teamleden aansterken.



Greet Van Zeir heeft een jarenlange ervaring als leidinggevende en teamcoach. Ze is gecertificeerd in algemeen management en leiderschaps- en teamontwikkeling vanuit een systeem- en communicatietheoretisch perspectief. Ze is alumnus van het International Professional Development Programme ‘Leading meaningful change’. Als zaakvoerder van I-SHIFT, gevestigd in Brugge, is ze gespecialiseerd in het begeleiden van moeilijk lopende samenwerkingsprocessen in teams en organisaties.

Quick View

Een haalbare weg naar succesvolle samenwerking.

 21,60

Als managementhypes niet meer werken en managementmodellen te ingewikkeld zijn om te begrijpen, als teamtrainingen niet het gewenste resultaat opleveren en teambuildingactiviteiten falen, als de energie in een team langs ramen en deuren naar buiten stroomt en de huis-, tuin- en keukencommunicatie niet meer volstaat om te kunnen horen hoe lastig het allemaal is, dan is het tijd om de wereld op zijn kop te zetten.

Dat is precies wat de auteur doet. In dit boek presenteert ze de inzichten en de kaders om een haalbare weg te vinden naar een succesvolle en aangename samenwerking. Het boek is een praktijkverhaal van een leidinggevende die het beeld van de harmonische samenwerking als bereikbaar doel verlaat en werkt met visies, relaties en situaties die permanent uit balans blijken te zijn. Ze focust op wat er tussen mensen gebeurt als ze elkaar ontmoeten en moeten gaan samenwerken. Het boek is bedoeld voor iedereen die een inspanning levert om in teamverband taakgericht te werken. Leidinggevenden zullen hun vakbekwaamheid verhogen en de vitaliteit, de performantie en het welbevinden van hun teamleden aansterken.



Greet Van Zeir heeft een jarenlange ervaring als leidinggevende en teamcoach. Ze is gecertificeerd in algemeen management en leiderschaps- en teamontwikkeling vanuit een systeem- en communicatietheoretisch perspectief. Ze is alumnus van het International Professional Development Programme ‘Leading meaningful change’. Als zaakvoerder van I-SHIFT, gevestigd in Brugge, is ze gespecialiseerd in het begeleiden van moeilijk lopende samenwerkingsprocessen in teams en organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)

 61,70

In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.

Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.



Quick View

Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)

 61,70

In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.

Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spel van replicatoren. Evolutietheorie als aansporing tot bescheidenheid.

 27,70

Dit boek is bedoeld voor lezers die niet hoeven te worden overtuigd van de juistheid van de evolutietheorie. Darwin had ongetwijfeld gelijk. Maar hebben we het darwinisme ook grondig doordacht als iets wat echt bij ons hoort? De auteur nodigt uit om naar antwoorden te zoeken op de vraag: ‘Wat betekent de evolutietheorie nu eigenlijk voor wat ik van mijzelf en van anderen mag verwachten?’

De titel Spel van replicatoren verwijst naar de genen en memen die ons gedrag en onze mogelijkheden voor een belangrijk deel determineren. Genen erf je van je ouders; ze bestemmen ons tot passanten die biologische eigenschappen doorgeven in een evolutionair proces dat al 3,8 miljard jaar aan de gang is. Memen zijn ideeën die zich grotendeels onbewust in ons brein nestelen via leerprocessen en imitatie; ze bestemmen ons tot doorgevers van culturele kenmerken in een evolutionair proces dat slechts enkele miljoenen jaren geleden een aanvang nam.

Een consequent darwinistische interpretatie van deze processen zou kunnen leiden tot matiging van ambitieuze pretenties voor de menselijke soort. We zijn minder vrij dan we onszelf graag wijsmaken.



Sikko Argelo is Delfts ingenieur toegepaste wiskunde. Na een loopbaan in de informatica besloot hij tot een switch naar de filosofie. Hij voltooide een academisch programma filosofie aan de Open Universiteit in Eindhoven en participeert sindsdien in wijsgerige lees- en praatgroepen. Daarbij heeft hij zich vooral verdiept in het evolutionaire naturalisme.

Quick View

Spel van replicatoren. Evolutietheorie als aansporing tot bescheidenheid.

 27,70

Dit boek is bedoeld voor lezers die niet hoeven te worden overtuigd van de juistheid van de evolutietheorie. Darwin had ongetwijfeld gelijk. Maar hebben we het darwinisme ook grondig doordacht als iets wat echt bij ons hoort? De auteur nodigt uit om naar antwoorden te zoeken op de vraag: ‘Wat betekent de evolutietheorie nu eigenlijk voor wat ik van mijzelf en van anderen mag verwachten?’

De titel Spel van replicatoren verwijst naar de genen en memen die ons gedrag en onze mogelijkheden voor een belangrijk deel determineren. Genen erf je van je ouders; ze bestemmen ons tot passanten die biologische eigenschappen doorgeven in een evolutionair proces dat al 3,8 miljard jaar aan de gang is. Memen zijn ideeën die zich grotendeels onbewust in ons brein nestelen via leerprocessen en imitatie; ze bestemmen ons tot doorgevers van culturele kenmerken in een evolutionair proces dat slechts enkele miljoenen jaren geleden een aanvang nam.

Een consequent darwinistische interpretatie van deze processen zou kunnen leiden tot matiging van ambitieuze pretenties voor de menselijke soort. We zijn minder vrij dan we onszelf graag wijsmaken.



Sikko Argelo is Delfts ingenieur toegepaste wiskunde. Na een loopbaan in de informatica besloot hij tot een switch naar de filosofie. Hij voltooide een academisch programma filosofie aan de Open Universiteit in Eindhoven en participeert sindsdien in wijsgerige lees- en praatgroepen. Daarbij heeft hij zich vooral verdiept in het evolutionaire naturalisme.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.

 23,70

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling en wijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijk onderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaal om de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden. De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimes van de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).

Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar mondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulp en niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechten wordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Quick View

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.

 23,70

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling en wijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijk onderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaal om de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden. De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimes van de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).

Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar mondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulp en niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechten wordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg

 29,90

Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.

Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.

In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.

Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.



Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).

Quick View

Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg

 29,90

Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.

Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.

In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.

Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.



Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.

 29,90

Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.

Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.

Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.



Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.

Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.

Quick View

Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.

 29,90

Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.

Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.

Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.



Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.

Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Quick View

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)

 21,60

Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.

Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.

Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van juridische publicaties en van tal van artikels over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in Gent.

Quick View

Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)

 21,60

Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.

Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.

Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van juridische publicaties en van tal van artikels over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jaarboek KMSKA 2013-2014

door
 34,50

At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.

Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.



Quick View

Jaarboek KMSKA 2013-2014

door
 34,50

At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.

Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Culture. A Philosophical Perspective

 20,50

This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.



Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.

Quick View

Culture. A Philosophical Perspective

 20,50

This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.



Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)

 71,00

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.

Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Quick View

Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)

 71,00

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.

Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)

 32,90

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Quick View

Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)

 32,90

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.

 24,80

The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.

The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.



AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden

Quick View

Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.

 24,80

The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.

The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.



AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.

 29,90

De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.

Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.



Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.

Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.

Quick View

Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.

 29,90

De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.

Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.



Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.

Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.

 12,40

Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.

Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.



Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen. Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk voor de illustraties.

Quick View

Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.

 12,40

Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.

Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.



Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen. Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk voor de illustraties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.

 51,40

Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.



Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.

Quick View

Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.

 51,40

Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.



Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)

 39,50

Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.

Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.



Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.

Quick View

Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)

 39,50

Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.

Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.



Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    13
    Uw winkelwagen
    ×