Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Een leraar als geen ander Ontwikkeling van professionele identiteit van leraren door verhalen
Professionele identiteit is een belangrijk begrip voor leraren. Dit boek helpt
de (aanstaande) leraar in zijn zoektocht naar zijn professionele identiteit. Hij
start met zijn eigen belangwekkende ervaringen in de klas, leert daar op
samenhangende wijze over te vertellen en vervolgens over die ervaringen
na te denken, er commentaar op te leveren en tenslotte verslag uit te
brengen van zijn zoektocht. Vertellen, ontwerpen, plannen en structureren
blijken essentiële denkactiviteiten in de ontwikkeling van de professionele
identiteit. Die identiteit manifesteert zich in de verhalen en heet daarom
narratieve professionele identiteit. Het boek bevat een groot aantal voorbeelden
en citaten uit reële verhalen en verslagen van (aanstaande) leraren.
In eerste instantie is het boek bestemd voor studenten van pabo’s, maar
het kan ook van dienst zijn bij andere lerarenopleidingen, nascholingscursussen
of masteropleidingen, in Nederland en in Vlaanderen.
Leraren kunnen nooit ophouden met na te denken over hun professionele
identiteit, de identiteit die ze delen met heel veel andere leraren. Tegelijkertijd
is iedere leraar uniek. Zijn persoonlijke identiteit kleurt zijn professionele
identiteit. Iedere leraar is een leraar als elke andere, maar elke leraar is
ook een leraar als geen ander!
De auteurs zijn werkzaam aan of anderszins betrokken bij Katholieke Pabo Zwolle en hebben ruime ervaring als lerarenopleider.
Een leraar als geen ander Ontwikkeling van professionele identiteit van leraren door verhalen
Professionele identiteit is een belangrijk begrip voor leraren. Dit boek helpt
de (aanstaande) leraar in zijn zoektocht naar zijn professionele identiteit. Hij
start met zijn eigen belangwekkende ervaringen in de klas, leert daar op
samenhangende wijze over te vertellen en vervolgens over die ervaringen
na te denken, er commentaar op te leveren en tenslotte verslag uit te
brengen van zijn zoektocht. Vertellen, ontwerpen, plannen en structureren
blijken essentiële denkactiviteiten in de ontwikkeling van de professionele
identiteit. Die identiteit manifesteert zich in de verhalen en heet daarom
narratieve professionele identiteit. Het boek bevat een groot aantal voorbeelden
en citaten uit reële verhalen en verslagen van (aanstaande) leraren.
In eerste instantie is het boek bestemd voor studenten van pabo’s, maar
het kan ook van dienst zijn bij andere lerarenopleidingen, nascholingscursussen
of masteropleidingen, in Nederland en in Vlaanderen.
Leraren kunnen nooit ophouden met na te denken over hun professionele
identiteit, de identiteit die ze delen met heel veel andere leraren. Tegelijkertijd
is iedere leraar uniek. Zijn persoonlijke identiteit kleurt zijn professionele
identiteit. Iedere leraar is een leraar als elke andere, maar elke leraar is
ook een leraar als geen ander!
De auteurs zijn werkzaam aan of anderszins betrokken bij Katholieke Pabo Zwolle en hebben ruime ervaring als lerarenopleider.
Stadschap Brussel. Kritische bespiegelingen over het stedelijke landschap.
Het stadschap is een belangrijk archiefstuk. De kronkels en vormen
van straten en pleinen zijn getuigen en dikwijls even zo vele littekens
van de geschiedenis van de stad. Gebouwen zijn getuigen van
hun tijd, ook al is hun functie in de loop der tijden veranderd, ook al
zijn zij inmiddels vele keren verbouwd en is de leesbaarheid van hun
verhaal soms vervaagd.
Het boek buigt zich over de archeologie van de toekomst of de
recente metamorfosen van de stad, nieuwe architectuur, nieuwe
gezichten, merkwaardige ingrepen, zowel positieve als van een kritische
noot te voorziene ‘ongelukjes’. Het gaat vooral over tastbare
realisaties, met tussendoor ook al eens een (kwaad) woord over
plannen en speculaties. Deze publicatie vormt een rijk geïllustreerde
bijdrage met commentaren en bespiegelingen bij het veranderende
stadschap, het stedelijke landschap, zoals het zich vandaag
aan onze blik voordoet. Meteen laat ze zien hoe Brussel ook anders
had gekund of nog kan.
Marcel Rijdams, architect-stedenbouwkundige, is stadsactivist en geëngageerd burger in Brussel.
Stadschap Brussel. Kritische bespiegelingen over het stedelijke landschap.
Het stadschap is een belangrijk archiefstuk. De kronkels en vormen
van straten en pleinen zijn getuigen en dikwijls even zo vele littekens
van de geschiedenis van de stad. Gebouwen zijn getuigen van
hun tijd, ook al is hun functie in de loop der tijden veranderd, ook al
zijn zij inmiddels vele keren verbouwd en is de leesbaarheid van hun
verhaal soms vervaagd.
Het boek buigt zich over de archeologie van de toekomst of de
recente metamorfosen van de stad, nieuwe architectuur, nieuwe
gezichten, merkwaardige ingrepen, zowel positieve als van een kritische
noot te voorziene ‘ongelukjes’. Het gaat vooral over tastbare
realisaties, met tussendoor ook al eens een (kwaad) woord over
plannen en speculaties. Deze publicatie vormt een rijk geïllustreerde
bijdrage met commentaren en bespiegelingen bij het veranderende
stadschap, het stedelijke landschap, zoals het zich vandaag
aan onze blik voordoet. Meteen laat ze zien hoe Brussel ook anders
had gekund of nog kan.
Marcel Rijdams, architect-stedenbouwkundige, is stadsactivist en geëngageerd burger in Brussel.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Oplossingsgerichte aanpak van obesitas. Ervaringen van tieners en hun ouders
Overgewicht neemt in Europa in hoog tempo toe. Gewaarschuwd wordt voor Amerikaanse
toestanden: obesitas als volksziekte nummer 1. Niet alleen onder volwassenen, maar ook
onder jeugd is het probleem groeiend. De gevolgen van overgewicht zijn ernstig voor hun
gezondheid, voor hun sociale en psychische functioneren, nu en in de toekomst.
Hoe obesitas op een succesvolle manier aan te pakken? Gezonde voeding thuis, op school
en in de sportkantine, actief bewegen in de buurt en op school, ouders van informatie en
tips voorzien, stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl. En dan liefst op een positieve
manier, want een opgeheven vinger en moraliserende toon - vertellen hoe het ‘moet’ - werken
averechts.
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse
kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse
situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun
ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen.
Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om
haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen.
Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan
het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen,
hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden? De beschreven ervaringen
kunnen een brede groep behandelaars - diëtisten, artsen, gezinscoaches, verpleegkundigen,
sportbegeleiders - informeren en inspireren om niet alleen oog te hebben voor
de medische en lichamelijke kant. Er is veel meer nodig dan wegen, meten en dieetlijstjes
opstellen. Van belang is aan te sluiten bij de gezinssituatie en leefomgeving van tieners en
ouders, te kijken en te luisteren naar wat zij nodig hebben, en begeleiding op maat aan te
bieden. Niet elke tiener is immers hetzelfde.
Pauline Naber is als lector Leefwerelden van Jeugd verbonden aan Hogeschool Inholland, Emran Riffi Acharki is werkzaam als docent bij Hogeschool van Amsterdam.
Oplossingsgerichte aanpak van obesitas. Ervaringen van tieners en hun ouders
Overgewicht neemt in Europa in hoog tempo toe. Gewaarschuwd wordt voor Amerikaanse
toestanden: obesitas als volksziekte nummer 1. Niet alleen onder volwassenen, maar ook
onder jeugd is het probleem groeiend. De gevolgen van overgewicht zijn ernstig voor hun
gezondheid, voor hun sociale en psychische functioneren, nu en in de toekomst.
Hoe obesitas op een succesvolle manier aan te pakken? Gezonde voeding thuis, op school
en in de sportkantine, actief bewegen in de buurt en op school, ouders van informatie en
tips voorzien, stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl. En dan liefst op een positieve
manier, want een opgeheven vinger en moraliserende toon - vertellen hoe het ‘moet’ - werken
averechts.
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse
kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse
situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun
ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen.
Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om
haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen.
Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan
het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen,
hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden? De beschreven ervaringen
kunnen een brede groep behandelaars - diëtisten, artsen, gezinscoaches, verpleegkundigen,
sportbegeleiders - informeren en inspireren om niet alleen oog te hebben voor
de medische en lichamelijke kant. Er is veel meer nodig dan wegen, meten en dieetlijstjes
opstellen. Van belang is aan te sluiten bij de gezinssituatie en leefomgeving van tieners en
ouders, te kijken en te luisteren naar wat zij nodig hebben, en begeleiding op maat aan te
bieden. Niet elke tiener is immers hetzelfde.
Pauline Naber is als lector Leefwerelden van Jeugd verbonden aan Hogeschool Inholland, Emran Riffi Acharki is werkzaam als docent bij Hogeschool van Amsterdam.
Middelburg en de Mediene. Joods leven in Zeeland door de eeuwen heen.
De geschiedenis van de Joden in Middelburg en de rest van Zeeland is een fascinerend onderwerp, waarin actuele thema’s als godsdienstvrijheid, tolerantie, integratie en discriminatie een belangrijke rol spelen. Middelburg is trots op zijn vrijheidsgezindheid en inderdaad, toen Portugese Joden zich aan het begin van de zeventiende eeuw in Middelburg vestigden, konden zij in de Zeeuwse hoofdstad veilig terugkeren naar de godsdienst die zij onder de druk van de Spaanse Inquisitie hadden moeten opgeven. Ondanks de oppositie van de Middelburgse kerkenraad werd aan de godsdienstvrijheid voor Joden niet getornd, ook al werden zij in andere opzichten gediscrimineerd. Toen de Joden gelijkberechtigd werden aan het einde van de achttiende eeuw, begon hun integratie in de Nederlandse maatschappij. In dit boek wordt in detail getoond hoe succesvol die was tot het fatale jaar 1942, toen de Zeeuwse Joden werden gedeporteerd naar Amsterdam op weg naar de vernietiging. Dit leek het einde te betekenen van het Joodse leven in Zeeland, maar het is anders gegaan, zoals in dit boek wordt uiteengezet. De synagoge van Middelburg, die tijdens de oorlog in een puinhoop was veranderd, werd in volle glorie hersteld, terwijl ook de Joodse gemeente van Zeeland is herleefd. Als teken hiervan weerklinkt in de fraaie Middelburgse synagoge elke sjabbat en elke feestdag weer de stem van de voorzanger. De boeiende geschiedenis van de Joden in Zeeland wordt in dit rijk geïllustreerde boek levendig beschreven door een keur van deskundigen, waardoor een veelzijdig beeld ontstaat van de plaats die deze bevolkingsgroep binnen Zeeland heeft ingenomen en nog steeds inneemt door de eeuwen heen.
KLAAS A.D. SMELIK doceerde Hebreeuws, Hebreeuwse Bijbel, Jodendom, Oude Geschiedenis en Oudoosterse religies in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Brussel, Leuven en Gent. Sinds 2006 is hij directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan.
ARJAN VAN DIXHOORN is sinds 2013 namens het Familiefonds Hurgronje bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht) in Middelburg. Van 2005 tot en met 2014 was hij postdoctoraal onderzoeker aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.
Middelburg en de Mediene. Joods leven in Zeeland door de eeuwen heen.
De geschiedenis van de Joden in Middelburg en de rest van Zeeland is een fascinerend onderwerp, waarin actuele thema’s als godsdienstvrijheid, tolerantie, integratie en discriminatie een belangrijke rol spelen. Middelburg is trots op zijn vrijheidsgezindheid en inderdaad, toen Portugese Joden zich aan het begin van de zeventiende eeuw in Middelburg vestigden, konden zij in de Zeeuwse hoofdstad veilig terugkeren naar de godsdienst die zij onder de druk van de Spaanse Inquisitie hadden moeten opgeven. Ondanks de oppositie van de Middelburgse kerkenraad werd aan de godsdienstvrijheid voor Joden niet getornd, ook al werden zij in andere opzichten gediscrimineerd. Toen de Joden gelijkberechtigd werden aan het einde van de achttiende eeuw, begon hun integratie in de Nederlandse maatschappij. In dit boek wordt in detail getoond hoe succesvol die was tot het fatale jaar 1942, toen de Zeeuwse Joden werden gedeporteerd naar Amsterdam op weg naar de vernietiging. Dit leek het einde te betekenen van het Joodse leven in Zeeland, maar het is anders gegaan, zoals in dit boek wordt uiteengezet. De synagoge van Middelburg, die tijdens de oorlog in een puinhoop was veranderd, werd in volle glorie hersteld, terwijl ook de Joodse gemeente van Zeeland is herleefd. Als teken hiervan weerklinkt in de fraaie Middelburgse synagoge elke sjabbat en elke feestdag weer de stem van de voorzanger. De boeiende geschiedenis van de Joden in Zeeland wordt in dit rijk geïllustreerde boek levendig beschreven door een keur van deskundigen, waardoor een veelzijdig beeld ontstaat van de plaats die deze bevolkingsgroep binnen Zeeland heeft ingenomen en nog steeds inneemt door de eeuwen heen.
KLAAS A.D. SMELIK doceerde Hebreeuws, Hebreeuwse Bijbel, Jodendom, Oude Geschiedenis en Oudoosterse religies in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Brussel, Leuven en Gent. Sinds 2006 is hij directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg. Hij heeft een veertigtal boeken op zijn naam staan.
ARJAN VAN DIXHOORN is sinds 2013 namens het Familiefonds Hurgronje bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis van Zeeland in de Wereld aan het University College Roosevelt (Universiteit Utrecht) in Middelburg. Van 2005 tot en met 2014 was hij postdoctoraal onderzoeker aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.
Praktijkboek Non-profit crowdfunding
Dit is het eerste Nederlandstalige boek dat de crowdfunders in België voor de non-profit erg transparant in kaart brengt. Het doet een opsomming van alle crowdfunders die ooit zijn opgestart of wilden opstarten, inclusief wie stopten. Het zet alle succesfactoren rond crowdfunding netjes op een rij en geeft een individuele, vaak kritische analyse van alle relevante crowdfunders voor de non-profitsector, met een quotatie van hun resultaten en technische kenmerken.
De auteur geeft een blik achter de schermen, toont verbanden en relaties aan tussen verschillende initiatieven in de crowdfundingwereld, bespreekt desbetreffende websites en biedt een duidelijke werkmethode aan voor crowdfunding voor non-profit.
Dirk A.J. Coeckelbergh is een van de bekendste auteurs rond non-profit, sociale economie, ethiek en financiën. Hij studeerde rechtsgeleerdheid, politieke en sociale wetenschappen, innovatieve sociale marketing en cultuurmanagement. Hij werkte als bankier-verzekeraar. Momenteel is hij consultant, freelance docent, bestuurder en adviseur van vennootschappen en verenigingen.
Praktijkboek Non-profit crowdfunding
Dit is het eerste Nederlandstalige boek dat de crowdfunders in België voor de non-profit erg transparant in kaart brengt. Het doet een opsomming van alle crowdfunders die ooit zijn opgestart of wilden opstarten, inclusief wie stopten. Het zet alle succesfactoren rond crowdfunding netjes op een rij en geeft een individuele, vaak kritische analyse van alle relevante crowdfunders voor de non-profitsector, met een quotatie van hun resultaten en technische kenmerken.
De auteur geeft een blik achter de schermen, toont verbanden en relaties aan tussen verschillende initiatieven in de crowdfundingwereld, bespreekt desbetreffende websites en biedt een duidelijke werkmethode aan voor crowdfunding voor non-profit.
Dirk A.J. Coeckelbergh is een van de bekendste auteurs rond non-profit, sociale economie, ethiek en financiën. Hij studeerde rechtsgeleerdheid, politieke en sociale wetenschappen, innovatieve sociale marketing en cultuurmanagement. Hij werkte als bankier-verzekeraar. Momenteel is hij consultant, freelance docent, bestuurder en adviseur van vennootschappen en verenigingen.
Autisme glASShelder uitgelegd.
Van mensen met autisme wordt weleens gezegd dat ze in een eigen wereld leven die moeilijk te begrijpen is en waar je niet gemakkelijk tot kan doordringen. Traditioneel wordt dat ‘eigen wereldje’ afgebeeld als een glazen koepel. Maar klopt dit wel helemaal? Mensen met autisme leven wel degelijk in dezelfde wereld als ieder ander mens. Alleen registreert hun brein prikkels uit diezelfde wereld op een andere manier. En dat kan weleens voor verwarring zorgen in de communicatie en sociale interactie met anderen. Maar een eigen wereld onder een glazen koepel? De auteur gebruikt liever de metafoor van een wazig glas dat zich tussen iemand met en iemand zonder autisme bevindt en waarbij het nodig is om aan beide kanten te vegen, wil men het glas helder krijgen. Dit boek kan hierbij al een eerste stap zijn. Het is bestemd voor iedereen: voor wie iemand met autisme is of voor wie iemand met autisme kent of gewoon voor iemand die meer over autisme wil weten.
Miriam Perrone voltooide twee lerarenopleidingen, respectievelijk voor basis- en secundair onderwijs. Ze kreeg daarna de diagnose autismespectrumstoornis. Ze geeft nu lezingen, vormingen en workshops omtrent autisme.
Autisme glASShelder uitgelegd.
Van mensen met autisme wordt weleens gezegd dat ze in een eigen wereld leven die moeilijk te begrijpen is en waar je niet gemakkelijk tot kan doordringen. Traditioneel wordt dat ‘eigen wereldje’ afgebeeld als een glazen koepel. Maar klopt dit wel helemaal? Mensen met autisme leven wel degelijk in dezelfde wereld als ieder ander mens. Alleen registreert hun brein prikkels uit diezelfde wereld op een andere manier. En dat kan weleens voor verwarring zorgen in de communicatie en sociale interactie met anderen. Maar een eigen wereld onder een glazen koepel? De auteur gebruikt liever de metafoor van een wazig glas dat zich tussen iemand met en iemand zonder autisme bevindt en waarbij het nodig is om aan beide kanten te vegen, wil men het glas helder krijgen. Dit boek kan hierbij al een eerste stap zijn. Het is bestemd voor iedereen: voor wie iemand met autisme is of voor wie iemand met autisme kent of gewoon voor iemand die meer over autisme wil weten.
Miriam Perrone voltooide twee lerarenopleidingen, respectievelijk voor basis- en secundair onderwijs. Ze kreeg daarna de diagnose autismespectrumstoornis. Ze geeft nu lezingen, vormingen en workshops omtrent autisme.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld
De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.
Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.
Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic
Leadership verbonden aan de School of Business
and Economics van Maastricht University. Hij
vervulde daarvoor verscheidene academische
en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of
Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool.
De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij
daarnaast verschillende leidinggevenden en hun
organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en
artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur,
leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog
en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg.
In eerste instantie als gedragswetenschapper/
psychodiagnosticus, researcher en manager zowel
in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003
is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en
sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep
Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale
publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele
managementboeken over transitiemanagement
en leiderschap(sontwikkeling).
Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld
De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.
Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.
Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic
Leadership verbonden aan de School of Business
and Economics van Maastricht University. Hij
vervulde daarvoor verscheidene academische
en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of
Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool.
De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij
daarnaast verschillende leidinggevenden en hun
organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en
artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur,
leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog
en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg.
In eerste instantie als gedragswetenschapper/
psychodiagnosticus, researcher en manager zowel
in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003
is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en
sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep
Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale
publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele
managementboeken over transitiemanagement
en leiderschap(sontwikkeling).
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.
Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)
Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten
op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks
een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen
tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen
of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij
overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens
of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het
kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een
bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen
gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust;
we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit
deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend
om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt
in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs,
vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden
zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal
pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod.
Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van
psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten
aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.
Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.
Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)
Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten
op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks
een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen
tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen
of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij
overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens
of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het
kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een
bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen
gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust;
we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit
deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend
om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt
in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs,
vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden
zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal
pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod.
Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van
psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten
aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.
Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.
Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)
Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?
Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.
Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is
opleidingspsychoanalyticus
bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de
International
Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in
psychoanalyse,
psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de
Jong, andragoge,
psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van
Hees
was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen,
klinisch
psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse
Psychoanalytische
Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.
Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)
Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?
Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.
Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is
opleidingspsychoanalyticus
bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de
International
Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in
psychoanalyse,
psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de
Jong, andragoge,
psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van
Hees
was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen,
klinisch
psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse
Psychoanalytische
Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.
Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen
Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.
Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.
Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen
en rechtsgeleerdheid aan de
KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University
College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit
hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven,
het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat
heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.
Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen
Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.
Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.
Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen
en rechtsgeleerdheid aan de
KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University
College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit
hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven,
het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat
heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.






















