Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)
€ 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)
€ 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.
De columns van Professor Pi
€ 36,50
Dit boek bundelt een aantal korte stukjes over wiskunde, toegankelijk voor het ruimste publiek. Ze verschenen voornamelijk in de krant Het Laatste Nieuws of in het tijdschrift EOS. Gebrek aan interesse voor wiskunde kan voortaan niet meer gemotiveerd worden met de uitvlucht: “Ik voel niets voor wiskunde want zij wordt nooit begrijpelijk uitgelegd”. Voortaan kan eenieder over wiskunde lezen in gelijk welke omstandigheden, ook in de wachtzaal van de tandarts of de kapper.
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
De columns van Professor Pi
€ 36,50
Dit boek bundelt een aantal korte stukjes over wiskunde, toegankelijk voor het ruimste publiek. Ze verschenen voornamelijk in de krant Het Laatste Nieuws of in het tijdschrift EOS. Gebrek aan interesse voor wiskunde kan voortaan niet meer gemotiveerd worden met de uitvlucht: “Ik voel niets voor wiskunde want zij wordt nooit begrijpelijk uitgelegd”. Voortaan kan eenieder over wiskunde lezen in gelijk welke omstandigheden, ook in de wachtzaal van de tandarts of de kapper.
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.
Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School
€ 19,90
This book is cramped with familiar school and classroom situations,
but despite the title it doesn’t offer the teacher or therapist
ready-made solutions. And neither does the teacher or
therapist in his solution-focused work at school. They let the
pupils discover their own solutions. Solution-focused interventions
invite you to look at problems differently and can elicit
solution-focused reactions.
The Korzybski-institute in Bruges has developed the procedure
of solution-focused work described in this book since 1984. And
during the presentation in ‘Therapeutic Conversations II (Denver,
Colorado) the American therapists called it ‘The Bruges
Model’, hence the name of this model.
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School
€ 19,90
This book is cramped with familiar school and classroom situations,
but despite the title it doesn’t offer the teacher or therapist
ready-made solutions. And neither does the teacher or
therapist in his solution-focused work at school. They let the
pupils discover their own solutions. Solution-focused interventions
invite you to look at problems differently and can elicit
solution-focused reactions.
The Korzybski-institute in Bruges has developed the procedure
of solution-focused work described in this book since 1984. And
during the presentation in ‘Therapeutic Conversations II (Denver,
Colorado) the American therapists called it ‘The Bruges
Model’, hence the name of this model.
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
€ 75,00
The limitations of the present investigation impose to restrict the analysis to the trial system of the International Court of Justice (ICJ), as it is not possible to examine in depth the problem of the position of the third state. The present study intends to contribute to the reconstruction of the structural features of the intervention as not party, as foreseen by articles 62 and 63, of the International Court of Justice (ICJ) Statute. The first part of this survey is dedicated to a general introduction to ICJ function (including principle and legality of acts of ICJ) and continues with the examination of the position of the third state absent from the judgment. First of all, the foundation and the objective and subjective limits of the res judicata are analyzed on the one hand. On the other, there are additional effects with respect to the judgment that the international sentence is likely to produce towards third states and to which the institution of intervention, in its various forms, intends to remedy. The second part is dedicated to the examination of the international trial. Within this framework the absence of an interested party may lead the judge to refuse to exercise its jurisdictional power, where the subject who was not involved in the trial represents a real “necessary party”. The examination of this rule, as stated and applied by ICJ, provides a further piece of the framework in which the figure of the third party intervention is inscribed. The type of incidence that a decision whose obligatoriness rests solely on the consent of litigating states has on the legal positions of third states is partly different from the prejudice that can be caused to individuals by a sentence rendered inter alias. It follows that the reasons that can induce a state to decide to take part in a procedure promoted by other states have at times been different from the reasons that induce private individuals to intervene in internal judgments.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
€ 75,00
The limitations of the present investigation impose to restrict the analysis to the trial system of the International Court of Justice (ICJ), as it is not possible to examine in depth the problem of the position of the third state. The present study intends to contribute to the reconstruction of the structural features of the intervention as not party, as foreseen by articles 62 and 63, of the International Court of Justice (ICJ) Statute. The first part of this survey is dedicated to a general introduction to ICJ function (including principle and legality of acts of ICJ) and continues with the examination of the position of the third state absent from the judgment. First of all, the foundation and the objective and subjective limits of the res judicata are analyzed on the one hand. On the other, there are additional effects with respect to the judgment that the international sentence is likely to produce towards third states and to which the institution of intervention, in its various forms, intends to remedy. The second part is dedicated to the examination of the international trial. Within this framework the absence of an interested party may lead the judge to refuse to exercise its jurisdictional power, where the subject who was not involved in the trial represents a real “necessary party”. The examination of this rule, as stated and applied by ICJ, provides a further piece of the framework in which the figure of the third party intervention is inscribed. The type of incidence that a decision whose obligatoriness rests solely on the consent of litigating states has on the legal positions of third states is partly different from the prejudice that can be caused to individuals by a sentence rendered inter alias. It follows that the reasons that can induce a state to decide to take part in a procedure promoted by other states have at times been different from the reasons that induce private individuals to intervene in internal judgments.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan
€ 24,50
Een maatschappelijk probleem is dat veel cliënten na afronding van een hulptraject in de jeugdzorg of ggz terugvallen en in een nieuw hulptraject terechtkomen. Ontwikkelingen in de ICT bieden mogelijkheden voor het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten; bijvoorbeeld door stevige handvatten te bieden voor de periode na het hulptraject, waarin de cliënt verder moet zonder zorgprofessional. Terugvalpreventie 2.0 geeft een theoretische onderbouwing en methodologische omschrijving voor het duurzaam afronden van hulptrajecten. Dit gebeurt aan de hand van een multimediapakket genaamd Video Voortgangsplan, bestaande uit voor de cliënt gepersonaliseerde video’s en een werkdocument.
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan
€ 24,50
Een maatschappelijk probleem is dat veel cliënten na afronding van een hulptraject in de jeugdzorg of ggz terugvallen en in een nieuw hulptraject terechtkomen. Ontwikkelingen in de ICT bieden mogelijkheden voor het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten; bijvoorbeeld door stevige handvatten te bieden voor de periode na het hulptraject, waarin de cliënt verder moet zonder zorgprofessional. Terugvalpreventie 2.0 geeft een theoretische onderbouwing en methodologische omschrijving voor het duurzaam afronden van hulptrajecten. Dit gebeurt aan de hand van een multimediapakket genaamd Video Voortgangsplan, bestaande uit voor de cliënt gepersonaliseerde video’s en een werkdocument.
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.
Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl
Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek
€ 24,50
Oscar is een jongen met autisme. Autisme zorgt ervoor dat Oscar zich af en toe wat anders voelt dan andere kinderen. Door de opdrachten in dit boek alleen of met je vrienden, ouders of klasgenoten te maken, kom je meer te weten over autisme en hoe je met autisme kunt omgaan.
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek
€ 24,50
Oscar is een jongen met autisme. Autisme zorgt ervoor dat Oscar zich af en toe wat anders voelt dan andere kinderen. Door de opdrachten in dit boek alleen of met je vrienden, ouders of klasgenoten te maken, kom je meer te weten over autisme en hoe je met autisme kunt omgaan.
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!
Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.
Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.
Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
€ 52,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe en aangepaste opdrachten die aan bedrijfsrevisor worden toevertrouwd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV ) en bevat een vennootschapsrechtelijke en normatieve analyse van deze opdrachten.
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
€ 52,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe en aangepaste opdrachten die aan bedrijfsrevisor worden toevertrouwd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV ) en bevat een vennootschapsrechtelijke en normatieve analyse van deze opdrachten.
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids
€ 15,90
Werken met adolescenten is geen evidentie. Jongeren zijn mossel noch vis: ze zijn geen kind meer, maar ook nog niet volwassen. Gaandeweg ontwikkelen ze zich zowel lichamelijk, mentaal als emotioneel tot stabiele volwassenen, die stevig in het leven staan en weten waar ze voor willen werken. Dat is toch de bedoeling. Dit proces loopt echter niet altijd van een leien dakje…
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids
€ 15,90
Werken met adolescenten is geen evidentie. Jongeren zijn mossel noch vis: ze zijn geen kind meer, maar ook nog niet volwassen. Gaandeweg ontwikkelen ze zich zowel lichamelijk, mentaal als emotioneel tot stabiele volwassenen, die stevig in het leven staan en weten waar ze voor willen werken. Dat is toch de bedoeling. Dit proces loopt echter niet altijd van een leien dakje…
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.
Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.
Safety leadership – Leiders in veiligheid
€ 35,00
Zonder voortrekkersrol van het management heeft een organisatie geen positieve veiligheidscultuur noch de mogelijkheid tot verandering naar een meer gewenste veiligheidscultuur. Het management speelt een belangrijke rol bij de besluitvorming over de gewenste veiligheidscultuur en het gewenste veilig gedrag, de formulering van een missie en visie, het benoemen van de taken en rollen en de bijdrage van elke werknemer bij de veiligheidscultuur. Leiders spelen dus een sleutelrol in de ontwikkeling van een positieve veiligheidscultuur en beïnvloeden het gedrag van de medewerkers. Leiders geven het goede voorbeeld, leggen aan de werknemers uit wat van hen verwacht wordt op het gebied van veilig gedrag, helpen de werknemers (faciliteren) bij hun ontwikkeling en bij het leren, monitoren dat alles verloopt zoals gewenst en sturen bij indien nodig (interveniëren). Maar leiders geven ook zin en betekenis aan gebeurtenissen in de organisatie, ook op het gebied van veiligheid. Leiders expliciteren waar de organisatie voor staat op het vlak van veiligheid, en de missie en visie die sturing geven aan het (on) veilig handelen van de werknemers. De manier waarop de organisatie omgaat met veiligheid, de veiligheidscultuur dus, wordt daarbij gestuurd door de communicatie van de leidinggevenden. Dikwijls wordt in vele organisaties gezegd – totaal foutief – dat het gedrag van de werknemers het probleem is. Dit terwijl de organisatorische factoren waaronder het leiderschap – leiders hebben invloed op het gedrag van de werknemers – worden
vergeten.
De volgende onderwerpen komen in deze uitgave aan bod: wat is leiderschap en wat is leiderschap in veiligheid (Safety Leadership), welk soort leiderschapsstijl is nodig bij het ontwikkelen van een positieve veiligheidscultuur, hoe draagt het leiderschap in veiligheid bij tot het veranderen van de veiligheidscultuur en het (on)veilig gedrag, wat met de missie en visie/de normen en waarden op het gebied van veiligheid, wat is de relatie tussen de safety-leader en het coachen, wie zorgt voor de zingeving, …?
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Safety leadership – Leiders in veiligheid
€ 35,00
Zonder voortrekkersrol van het management heeft een organisatie geen positieve veiligheidscultuur noch de mogelijkheid tot verandering naar een meer gewenste veiligheidscultuur. Het management speelt een belangrijke rol bij de besluitvorming over de gewenste veiligheidscultuur en het gewenste veilig gedrag, de formulering van een missie en visie, het benoemen van de taken en rollen en de bijdrage van elke werknemer bij de veiligheidscultuur. Leiders spelen dus een sleutelrol in de ontwikkeling van een positieve veiligheidscultuur en beïnvloeden het gedrag van de medewerkers. Leiders geven het goede voorbeeld, leggen aan de werknemers uit wat van hen verwacht wordt op het gebied van veilig gedrag, helpen de werknemers (faciliteren) bij hun ontwikkeling en bij het leren, monitoren dat alles verloopt zoals gewenst en sturen bij indien nodig (interveniëren). Maar leiders geven ook zin en betekenis aan gebeurtenissen in de organisatie, ook op het gebied van veiligheid. Leiders expliciteren waar de organisatie voor staat op het vlak van veiligheid, en de missie en visie die sturing geven aan het (on) veilig handelen van de werknemers. De manier waarop de organisatie omgaat met veiligheid, de veiligheidscultuur dus, wordt daarbij gestuurd door de communicatie van de leidinggevenden. Dikwijls wordt in vele organisaties gezegd – totaal foutief – dat het gedrag van de werknemers het probleem is. Dit terwijl de organisatorische factoren waaronder het leiderschap – leiders hebben invloed op het gedrag van de werknemers – worden
vergeten.
De volgende onderwerpen komen in deze uitgave aan bod: wat is leiderschap en wat is leiderschap in veiligheid (Safety Leadership), welk soort leiderschapsstijl is nodig bij het ontwikkelen van een positieve veiligheidscultuur, hoe draagt het leiderschap in veiligheid bij tot het veranderen van de veiligheidscultuur en het (on)veilig gedrag, wat met de missie en visie/de normen en waarden op het gebied van veiligheid, wat is de relatie tussen de safety-leader en het coachen, wie zorgt voor de zingeving, …?
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
€ 45,00
Dit boek bespreekt de btw-wetgeving die relevant is voor de
bouwpromotoren en notarissen.
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
€ 45,00
Dit boek bespreekt de btw-wetgeving die relevant is voor de
bouwpromotoren en notarissen.
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief
€ 40,50
Mensen ervaren liefdesrelaties en seksualiteit als een bevoorrechte weg naar een gelukkig en ‘geslaagd’, zinvol leven. Dit boek neemt deze zinzoektocht als rode draad: vanuit welke motivaties en maatschappelijke context maken mensen keuzes bij partnerrelaties en seksualiteit? Wat zijn hun diepste verlangens? Hoe worden die relaties getoetst? Wat houden die keuzes in voor hun leven? Hoe kunnen ze groeien in relaties en liefde?
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief
€ 40,50
Mensen ervaren liefdesrelaties en seksualiteit als een bevoorrechte weg naar een gelukkig en ‘geslaagd’, zinvol leven. Dit boek neemt deze zinzoektocht als rode draad: vanuit welke motivaties en maatschappelijke context maken mensen keuzes bij partnerrelaties en seksualiteit? Wat zijn hun diepste verlangens? Hoe worden die relaties getoetst? Wat houden die keuzes in voor hun leven? Hoe kunnen ze groeien in relaties en liefde?
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.
Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.
De geneeskunde aan het Bourgondische hof. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 14)
€ 26,80
De Bourgondische hertogen hechtten een groot belang aan de kwaliteit van de geneeskundige actoren in hun dienst. Bij voorkeur trokken ze universitair geschoolde doctores in de medicijnen aan en zelfs hun topchirurgen hadden in Leuven de titel van doctor in de chirurgie behaald. Dit boek wil de theoretische kennis van deze medici doorgronden, alsook hun dagelijkse aandacht voor de gezondheid van de hertog en hun astrologische activiteit. Daarnaast bespreekt het de praktische kunde van de chirurgen aan het hof, hun betrokkenheid bij sommige hertogelijke lijkschouwingen, gevolgd door een drieëndeling met de balseming van het lijk. De auteurs gaan gedetailleerd in op de ziekten van de hertogen en hertoginnen en geven er in dit Cahier een hedendaagse interpretatie aan.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
De geneeskunde aan het Bourgondische hof. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 14)
€ 26,80
De Bourgondische hertogen hechtten een groot belang aan de kwaliteit van de geneeskundige actoren in hun dienst. Bij voorkeur trokken ze universitair geschoolde doctores in de medicijnen aan en zelfs hun topchirurgen hadden in Leuven de titel van doctor in de chirurgie behaald. Dit boek wil de theoretische kennis van deze medici doorgronden, alsook hun dagelijkse aandacht voor de gezondheid van de hertog en hun astrologische activiteit. Daarnaast bespreekt het de praktische kunde van de chirurgen aan het hof, hun betrokkenheid bij sommige hertogelijke lijkschouwingen, gevolgd door een drieëndeling met de balseming van het lijk. De auteurs gaan gedetailleerd in op de ziekten van de hertogen en hertoginnen en geven er in dit Cahier een hedendaagse interpretatie aan.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshopitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook de afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde drie cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6 en 12).
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Ivo De Leeuw is emeritus professor Geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen, was decaan aan de faculteit Geneeskunde (1987-1989), voorzitter van de Raad Interne Geneeskunde (1987-1995), diensthoofd van de Afdeling Endocrinologie-Metabole Ziekten-Voeding (1987-2001). Als leider van het laboratorium Endocrinologie deed hij wetenschappelijk werk over de botpathologie en het magnesium metabolisme bij diabetespatiënten. Zijn wetenschappelijk werk werd bekroond met een Fellowship van de Royal College of Physicians (Edinburgh), the Fuller-Sherman Award (Philadelphia), the Singh Oration (Indore, India) en een doctoraat honoris causa van het Purkinje Instituut in Tsjechië. Hij was voorzitter en erevoorzitter van de Belgische Vereniging voor Suikerzieken (BVS), ondervoorzitter van de Belgische vereniging voor Endocrinologie, secretaris van het Europees congres van de EASD (1999), voorzitter van het jaarlijks congres van ESPEN, ondervoorzitter en erelid van de Diabetes and Nutrition Study Group van de EASD (2004). Hij is lid van de redactie van de ‘Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg’ (GGG) en schreef artikels in nummers 2, 5 en 8.
Btw-eetjes deel 13
€ 44,00
Dit boek vormt intussen al het dertiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit dertiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 13
€ 44,00
Dit boek vormt intussen al het dertiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit dertiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
€ 39,00
Zakendoen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden de
meest in de praktijk voorkomende transacties met het buitenland.
Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook de invoer en uitvoer
komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
€ 39,00
Zakendoen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden de
meest in de praktijk voorkomende transacties met het buitenland.
Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook de invoer en uitvoer
komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
€ 85,00
This subscription gives you the two issues of RIDP 2019 Vol.90 in print and an online acces to these same issues with a personal password.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
€ 85,00
This subscription gives you the two issues of RIDP 2019 Vol.90 in print and an online acces to these same issues with a personal password.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
€ 180,00
This subscription gives you the two issues of RIDP 2019 Vol.90 in print and an online acces to these same issues on your IP-address (for institutions).
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
€ 180,00
This subscription gives you the two issues of RIDP 2019 Vol.90 in print and an online acces to these same issues on your IP-address (for institutions).
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
Doeltreffend klasbeheer. Effectief omgaan met de klasgroep – 10ste herziene uitgave
€ 31,00
Klasmanagement gaat over de agogische en organisatorische inzichten en vaardigheden die nodig zijn voor een doeltreffende omgang met de klas. Voor de aanstaande leraar als student op stage en voor de beginnende lesgever lijkt ordehandhaving daarbij een eerste bekommernis. Dit boek presenteert een kader van waaruit gedacht en gewerkt kan worden aan dit traditioneel nogal verwaarloosde aspect van de lerarenopleiding. Een dergelijk ordeningskader is essentieel voor het scheppen van een optimale leeromgeving. Het bewijst echter evengoed zijn nut bij het ondervangen van de sociale angst en de gevoelens van onzekerheid die de beginner gewoonlijk ten deel vallen.
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Doeltreffend klasbeheer. Effectief omgaan met de klasgroep – 10ste herziene uitgave
€ 31,00
Klasmanagement gaat over de agogische en organisatorische inzichten en vaardigheden die nodig zijn voor een doeltreffende omgang met de klas. Voor de aanstaande leraar als student op stage en voor de beginnende lesgever lijkt ordehandhaving daarbij een eerste bekommernis. Dit boek presenteert een kader van waaruit gedacht en gewerkt kan worden aan dit traditioneel nogal verwaarloosde aspect van de lerarenopleiding. Een dergelijk ordeningskader is essentieel voor het scheppen van een optimale leeromgeving. Het bewijst echter evengoed zijn nut bij het ondervangen van de sociale angst en de gevoelens van onzekerheid die de beginner gewoonlijk ten deel vallen.
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Het boek richt zich ook tot de meer ambitieuze leraar die de knepen van het vak allang kent, maar de beperkingen van het gangbare klassysteem wil overstijgen. Vanuit twee sterk verschillende invalshoeken worden middelen aangereikt om te werken aan een positief klasklimaat. Hierbij staat niet alleen het management in voor de gepaste leeromgeving, er wordt ook geïnvesteerd voor meer besef van verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de leerlingen.
Gilbert Redant studeerde pedagogiek en psychologie aan de Universiteit Gent. Voor hij als pedagoog werkte in de opleiding van leerkrachten, was hij onderzoeker aan deze universiteit. Ook in die functie was hij bij de lerarenopleiding betrokken; hij publiceerde onder meer over de Visie van toekomstige onderwijzers op hun opleiding en beroep.
Hogere krachten. Over het heilige, het sublieme en de liefde.
€ 27,90
Het sublieme wordt in de moderne tijd doorgaans opgevat als een esthetisch concept. Naast schoonheid heeft het sublieme een centrale plaats gekregen in de kunsttheorie. Maar wie zich verdiept in de culturele geschiedenis van het concept, ontdekt de religieuze oorsprong ervan. Ooit viel het sublieme samen met het heilige, en waren het de goden die bij uitstek subliem waren, hoog verheven boven de mensheid. Gedurende enkele millennia was deze sublieme religie dominant. De dominantie ging verloren, maar in de lange en grillige geschiedenis van het westerse denken is de sublieme visie nooit afwezig geweest, al kende ze vele gezichten.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Hogere krachten. Over het heilige, het sublieme en de liefde.
€ 27,90
Het sublieme wordt in de moderne tijd doorgaans opgevat als een esthetisch concept. Naast schoonheid heeft het sublieme een centrale plaats gekregen in de kunsttheorie. Maar wie zich verdiept in de culturele geschiedenis van het concept, ontdekt de religieuze oorsprong ervan. Ooit viel het sublieme samen met het heilige, en waren het de goden die bij uitstek subliem waren, hoog verheven boven de mensheid. Gedurende enkele millennia was deze sublieme religie dominant. De dominantie ging verloren, maar in de lange en grillige geschiedenis van het westerse denken is de sublieme visie nooit afwezig geweest, al kende ze vele gezichten.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Het is gebruikelijk om de belangrijkste inspiratiebronnen voor de westerse cultuur te zoeken in de klassieke religies van Griekenland en Israel. De auteur draagt echter argumenten aan voor de visie dat ook de sublieme religie die aan de klassieke periode voorafging, vele belangrijke inzichten over het menselijke bestaan en de wereld onder woorden bracht. Eén daarvan is het belang van de menselijke ambivalentie ten aanzien van de (amorele) hogere krachten.
Bert van der Schaaf studeerde theologie aan de VU, en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, en als medewerker Studium Generale bij CREA. In eigen beheer publiceerde hij in 2012 een studie over de culturele geschiedenis van de kunsten, getiteld: Van betoveren tot shockeren.
Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties. ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking
€ 29,95
De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een auditieve beperking is de laatste decennia meer onder de aandacht gekomen van professionals. Bij dove en slechthorende kinderen verloopt deze ontwikkeling vaak anders dan bij goedhorende kinderen. Dit heeft gevolgen voor de deelname aan sociale situaties en de aansluiting bij leeftijdsgenoten. De problemen die worden ervaren staan vaak in relatie met de ontwikkeling van een Theory of Mind (ToM). Kinderen met een auditieve beperking hebben meer moeite om zich te verplaatsen in het perspectief van de ander. Zij ontwikkelen de vaardigheid tot het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van anderen in vertraagd tempo. Tekorten in het ‘sociaal leren’ lijken een belangrijk aspect in de verklaring hiervan.
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties. ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking
€ 29,95
De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een auditieve beperking is de laatste decennia meer onder de aandacht gekomen van professionals. Bij dove en slechthorende kinderen verloopt deze ontwikkeling vaak anders dan bij goedhorende kinderen. Dit heeft gevolgen voor de deelname aan sociale situaties en de aansluiting bij leeftijdsgenoten. De problemen die worden ervaren staan vaak in relatie met de ontwikkeling van een Theory of Mind (ToM). Kinderen met een auditieve beperking hebben meer moeite om zich te verplaatsen in het perspectief van de ander. Zij ontwikkelen de vaardigheid tot het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van anderen in vertraagd tempo. Tekorten in het ‘sociaal leren’ lijken een belangrijk aspect in de verklaring hiervan.
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
Deze ToM-training is een lespakket voor kinderen met een auditieve beperking in de leeftijdscategorie van de groepen 6, 7 en 8 in het basisonderwijs. Professionals vinden in dit boek een overzichtelijk programma met praktische en enthousiasmerende activiteiten. Deze sluiten goed aan bij de belevingswereld van ouder en kind. De training bevat een kinderprogramma met parallel hieraan een ouderprogramma. Dit maakt een transfer naar de dagelijkse situatie mogelijk en biedt kansen voor gerichte oefening en ondersteuning door ouders.
De training stimuleert belangrijke vaardigheden en is daarom geschikt om zowel preventief in te zetten als ter ondersteuning van kinderen die in het dagelijks leven problemen ondervinden in de aansluiting bij hun sociale leefwereld. De ToM-training maakt kinderen met een auditieve beperking vaardiger in het inschatten van gevoelens, gedachten en intenties van zichzelf en anderen. Hierdoor leren ze beter af te stemmen op het gedrag van anderen en kunnen ze sociale situaties beter inschatten.
De ToM-training voor kinderen met een auditieve beperking ‘Theory of Mind – gevoelens, gedachten en intenties’ vult een hiaat in het huidige begeleidingsaanbod en kan door het specifieke karakter ervan, bijdragen aan het vergroten van het sociaal welbevinden van dove en slechthorende kinderen.
Anke van der Meijde is als GZ-psycholoog werkzaam bij Pento Audiologisch Centrum en Vroegbehandeling.
Evelie Wesselink is als logopedist – gezinsbegeleider werkzaam bij Pento Vroegbehandeling.
Om de deelnemers optimaal te laten profiteren van deze training, bevelen de auteurs aan om de gelijknamige train-de-trainer cursus te volgen. Voor informatie zie www.pento.nl
Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld
€ 22,50
Is de deugd van het geduld uit de opvoeding en uit het onderwijs aan het verdwijnen? Vanuit deze vraag, waarin een zorg wordt verwoord, verkent Joop Berding de vele betekenissen van geduld en zijn tegenbeeld ongeduld. De taalkunde, de theologie en de filosofie bieden prikkelende inzichten. Ook de praktijk komt aan de orde én aan het woord, in verhalen over opvoeding en onderwijs en in diepte-interviews met ouders en leraren. Zij spreken openhartig over hun worsteling tussen geduld en ongeduld, tussen afwachten en ingrijpen, tussen verdragen en opstaan-tegen. De hectiek van alledag stelt het geduld soms danig op de proef, maar zonder dat gaat het niet.
Een open zoektocht naar wat geduld en ongeduld in onze steeds snellere tijd betekenen voor opvoeding en onderwijs.
Een podcast-interview met Taco Visser
Een serie vlogs over dit boek
Een artikel van de auteur over dit onderwerp in Pedagogiek in Praktijk
Joop Berding is pedagoog. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij een aantal boeken en artikelen over Korczak, Dewey en Arendt.
De website van de auteur
Onlangs verscheen zijn nieuwste boek in het Engels over Janusz Korczak
Een open zoektocht naar wat geduld en ongeduld in onze steeds snellere tijd betekenen voor opvoeding en onderwijs.
Een podcast-interview met Taco Visser
Een serie vlogs over dit boek
Een artikel van de auteur over dit onderwerp in Pedagogiek in Praktijk
Joop Berding is pedagoog. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij een aantal boeken en artikelen over Korczak, Dewey en Arendt.
De website van de auteur
Onlangs verscheen zijn nieuwste boek in het Engels over Janusz Korczak
Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld
€ 22,50
Is de deugd van het geduld uit de opvoeding en uit het onderwijs aan het verdwijnen? Vanuit deze vraag, waarin een zorg wordt verwoord, verkent Joop Berding de vele betekenissen van geduld en zijn tegenbeeld ongeduld. De taalkunde, de theologie en de filosofie bieden prikkelende inzichten. Ook de praktijk komt aan de orde én aan het woord, in verhalen over opvoeding en onderwijs en in diepte-interviews met ouders en leraren. Zij spreken openhartig over hun worsteling tussen geduld en ongeduld, tussen afwachten en ingrijpen, tussen verdragen en opstaan-tegen. De hectiek van alledag stelt het geduld soms danig op de proef, maar zonder dat gaat het niet.
Een open zoektocht naar wat geduld en ongeduld in onze steeds snellere tijd betekenen voor opvoeding en onderwijs.
Een podcast-interview met Taco Visser
Een serie vlogs over dit boek
Een artikel van de auteur over dit onderwerp in Pedagogiek in Praktijk
Joop Berding is pedagoog. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij een aantal boeken en artikelen over Korczak, Dewey en Arendt.
De website van de auteur
Onlangs verscheen zijn nieuwste boek in het Engels over Janusz Korczak
Een open zoektocht naar wat geduld en ongeduld in onze steeds snellere tijd betekenen voor opvoeding en onderwijs.
Een podcast-interview met Taco Visser
Een serie vlogs over dit boek
Een artikel van de auteur over dit onderwerp in Pedagogiek in Praktijk
Joop Berding is pedagoog. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij een aantal boeken en artikelen over Korczak, Dewey en Arendt.
De website van de auteur
Onlangs verscheen zijn nieuwste boek in het Engels over Janusz Korczak
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
€ 31,50
Derlanden (1815-1830) werd door Koning Willem I de Universiteit Gent opgericht. In dit Cahier wordt aandacht besteed aan de eerste professoren van de Faculteit Geneeskunde, die er in 1816 werden aangesteld. Het betreft de gewoon hoogleraren Jean Charles van Rotterdam, die ook de eerste rector van de universiteit werd, en Pathologie en Kliniek der Inwendige Ziekten doceerde, inclusief Diëtiek; Jacob Lodewijk Kesteloot, die de vakken Materia Medica, Geneesmiddelenleer, Chronische Ziekteleer, Gerechtelijke Geneeskunde en Hygiëne onderwees en daarenboven de eerste decaan van de Medische Faculteit werd; François-Egide Verbeeck, die de vakken Anatomie en Fysiologie doceerde; en tenslotte de buitengewoon hoogleraar Joseph-François Kluyskens, die Theorie der Heelkundige Operaties, Heelkundige Kliniek en Theorie van de Verloskunde gaf.
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
€ 31,50
Derlanden (1815-1830) werd door Koning Willem I de Universiteit Gent opgericht. In dit Cahier wordt aandacht besteed aan de eerste professoren van de Faculteit Geneeskunde, die er in 1816 werden aangesteld. Het betreft de gewoon hoogleraren Jean Charles van Rotterdam, die ook de eerste rector van de universiteit werd, en Pathologie en Kliniek der Inwendige Ziekten doceerde, inclusief Diëtiek; Jacob Lodewijk Kesteloot, die de vakken Materia Medica, Geneesmiddelenleer, Chronische Ziekteleer, Gerechtelijke Geneeskunde en Hygiëne onderwees en daarenboven de eerste decaan van de Medische Faculteit werd; François-Egide Verbeeck, die de vakken Anatomie en Fysiologie doceerde; en tenslotte de buitengewoon hoogleraar Joseph-François Kluyskens, die Theorie der Heelkundige Operaties, Heelkundige Kliniek en Theorie van de Verloskunde gaf.
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Een hek voor de buren. Succesvol grenzen stellen
€ 23,50
Frank is nieuw in de buurt. Na zijn scheiding wil hij het liefst met rust gelaten worden en een muur om zich heen bouwen. Zijn enthousiaste buren zien het anders en komen te pas en te onpas bij hem op bezoek. Elke buur heeft zijn eigen problemen, ergernissen en uitdagingen – professioneel of privé. Dit leidt tot heel wat misverstanden en herkenbare situaties.
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Een hek voor de buren. Succesvol grenzen stellen
€ 23,50
Frank is nieuw in de buurt. Na zijn scheiding wil hij het liefst met rust gelaten worden en een muur om zich heen bouwen. Zijn enthousiaste buren zien het anders en komen te pas en te onpas bij hem op bezoek. Elke buur heeft zijn eigen problemen, ergernissen en uitdagingen – professioneel of privé. Dit leidt tot heel wat misverstanden en herkenbare situaties.
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Dit boek vindt zijn oorsprong in de opleiding ‘Assertiviteit en sociale vaardigheden’ van SYNTRA Limburg. Cursisten presenteren er aan het einde op een creatieve manier hun leerpunten. Enkele deelnemers schreven samen een verhaal over het stellen van grenzen, over hun eigen worstelingen en hoe ze daar bewust mee omgingen.
Het was al lang een droom van Tine Meus om verhalen te schrijven, en deze eindproef legde de basis voor dit boek. Ze beschrijft situaties over grenzen aftasten, grenzen overschrijden, grenzen benoemen en grenzen respecteren. Karen Van den Broeck voegt aan elk hoofdstuk tips en inzichten toe, om zelf succesvol grenzen te leren stellen.
Een hek voor de buren is geschreven voor iedereen die wil opkomen voor zichzelf en zijn eigen grenzen en die van anderen wil respecteren.
Het autistische denken. Toolbox
€ 53,90
Autisme kent een zeer ruime invulling omdat het beschreven wordt als een spectrum. Wat bij het ene kind werkt, werkt bij het andere kind juist omgekeerd. Deze toolbox vraagt om verder te kijken dan het gedrag dat een kind vertoont.
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Het autistische denken. Toolbox
€ 53,90
Autisme kent een zeer ruime invulling omdat het beschreven wordt als een spectrum. Wat bij het ene kind werkt, werkt bij het andere kind juist omgekeerd. Deze toolbox vraagt om verder te kijken dan het gedrag dat een kind vertoont.
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Het doel van deze toolbox is tweeledig:
- Het in kaart brengen van het denkpatroon van een kind wanneer er een vermoeden is van autisme, bijv. bij hoogbegaafdheid.
De toolbox geeft je de mogelijkheid om een eerste screening naar autistisch denken uit te voeren. Aan de hand van 9 testen krijg je inzicht in het denkpatroon van het kind. Elke test wordt uitgebreid besproken en behandelt een verschillend onderdeel van het autis-tische denken: Centrale Coherentie, Executieve Functies en Theory of Mind.
Een checklist zorgt bij een vermoeden van autisme voor het overzichtelijk in kaart brengen van het denken door therapeuten, leer-krachten en CLB-medewerkers.
- Vanuit de testen wordt er teruggekoppeld naar de dagelijkse klassi-tuatie. Dankzij tal van voorbeelden en oplossingen is deze toolbox een handig instrument om in de klaspraktijk te gebruiken.
Deze link met het werkveld maakt het mogelijk om verder te kijken naar het aanpakken van de moeilijkheden in de klas. De vele praktische voorbeelden geven de lezer wellicht veel herkenning.
Adi Van den Brande begon als leerkracht binnen de autiwerking. Sinds 2014 begeleidt ze ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme bij Het Lampje in Heverlee (www.hetlampje.be). Ze heeft zich gespecialiseerd in het werken met de omgeving rond kinderen met de dubbeldiagnose: hoogbegaafdheid en autisme. Hiervoor geeft ze lezingen en cursussen aan ouders, scholen en hulpverleners. Naast de begeleiding van de omgeving, brengt ze het denk-patroon van kinderen met (een vermoeden van) autisme in kaart. Dit paspoort geeft de mogelijkheid om begeleiding op maat van het kind te voorzien.
Slim onderpresteren aanpakken – WB/Basisschooleditie Werkboek
€ 17,40
“Dit boek op elke basisschool”
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken – WB/Basisschooleditie Werkboek
€ 17,40
“Dit boek op elke basisschool”
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.
Slim onderpresteren aanpakken kan vanaf nu ook in de basisschool. Onderpresteren begint vaak al erg vroeg. Leerlingen gaan uitdagingen uit de weg en/of ze gedragen zich heel faalangstig. De auteurs hebben voor deze basisschooleditie een pakket ontwikkeld met oefeningen die de leerkracht of begeleider binnen en buiten de school kan inzetten.
De Superhelden, Anna Angstige, Ulrike Uitsteller, Erik Eigenzinnige, Peter Perfectionist en Olivia Oogappel nemen leerkracht/begeleider en leerling mee in hun leefwereld. Ze vertellen over de moeite die ze hebben bij het leren én ze reiken heel wat tips aan. De Superhelden nodigen de leerling uit om zijn eigen verhaal te maken. Stap voor stap groeit de leerling in het slimmer aanpakken.
Dit lespakket geeft de leerkracht/begeleider ruimte om eigen keuzes te maken in de oefeningen. Je kunt ermee werken in kleine groepjes (tot 8 deelnemers) en individueel. Het boek geeft ook de juiste omkadering en achtergrondinformatie en biedt zo handvatten om direct met de werkvormen aan de slag te gaan. Auteurs en ontwikkelaars drs. Ophélie Desmet en psychotherapeut Tania Gevaert zijn niet aan hun proefstuk toe. Eerder brachten zij ‘Slim onderpresteren aanpakken’ uit voor 14+ en hun begeleiders. In deze basisschooleditie werd gekozen voor een lespakket op maat van leerling en leerkracht. Ze werkten daarvoor samen met illustrator Seamoose.
Eerste indrukken van lezers:
“Die Superhelden! Ze nemen je écht mee.”
“Op maat van de leerkracht, kant-en-klaar.”
“Een mooi vervolg op de 14+ versie, aangepast aan de doelgroep.”
Ophélie Desmet is doctoraatskandidaat en onderzoeksassistent aan Purdue University (VS). Ze focust in haar onderzoek op onderpresteren en interventies om onderpresteren aan te pakken. Ophélie studeerde eerder aan KULeuven (master Opleidings- en onderwijskunde) en liep een jaar stage aan het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (Radboud Universiteit, Nijmegen).
Ophélie won al twee competitieve nationale prijzen in Amerika met haar onderzoek. Ze wordt gefinancierd door Purdue University (Dean’s Doctoral) en heeft een onderzoeksbeurs van de American Psychological Foundation. Sinds kort kwam daar nog een 5-jarige funding bij van de Amerikaanse Federale Overheid. Ze zet haar onderzoek hiermee verder.
Tania Gevaert studeerde aan Howest, KULeuven en Radboud Universiteit. Ze is psychotherapeut (Korzybski Instituut en AIHP), auteur en trainer. Tania heeft zich gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en onderpresteren, ze is zaakvoerder van Samen Slimmer Groeien.
Samen stichtten ze de vzw Steunpunt Onderpresteren en schreven ze twee boeken over dit thema:
- Slim onderpresteren aanpakken (Gevaert & Desmet, 2014; uitg. Garant)
- Slim onderpresteren aanpakken - Basisschooleditie (Desmet & Gevaert, 2019; uitg. Garant)
Beide boeken helpen leerkrachten/begeleiders en hun leerling op weg naar beter presteren.








