Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
€ 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
€ 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Btw-eetjes Deel 17
€ 44,00
Dit boek vormt intussen reeds het zeventiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zeventiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 17
€ 44,00
Dit boek vormt intussen reeds het zeventiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zeventiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
€ 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
€ 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
€ 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
€ 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
€ 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
€ 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
€ 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
€ 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
€ 29,95
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged
and socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on their
localities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contexts
outside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. Engaged
Learning provides students with the skills which increase their employability, and improve
their personal and professional development, while communities gain access to skills to help
develop, evaluate, or communicate their work with regard to actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
€ 29,95
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged
and socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on their
localities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contexts
outside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. Engaged
Learning provides students with the skills which increase their employability, and improve
their personal and professional development, while communities gain access to skills to help
develop, evaluate, or communicate their work with regard to actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
€ 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
€ 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
€ 35,00
Cultuur is een ruim begrip dat heel wat activiteiten kan omvatten. In dit boek wordt de btw-regeling uiteengezet zoals die voor kunstenaars of verenigingen van toepassing is, in de mate dat ze zich met cultuur bezighouden. Centraal staat het begrip uitvoerend artiest.
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
€ 35,00
Cultuur is een ruim begrip dat heel wat activiteiten kan omvatten. In dit boek wordt de btw-regeling uiteengezet zoals die voor kunstenaars of verenigingen van toepassing is, in de mate dat ze zich met cultuur bezighouden. Centraal staat het begrip uitvoerend artiest.
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
€ 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
€ 75,00
Het model en de methode ‘de draad’ heeft als doel de sociaalemotionele ontwikkeling bespreekbaar te maken, in eenvoudige taal en heel visueel. Edda en Katrijn hebben het model en de methode verwerkt in een spelvorm, een extra mogelijkheid om met de draad aan de slag te gaan. Zicht krijgen op sociaal-emotionele ontwikkeling geeft immers kansen op een betere afstemming in opvoeding en begeleiding.
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
€ 43,00
Jeugdige verdachten tot 18 jaar hebben, ongeacht van
welk strafbaar feit ze worden verdacht, recht op een
behandeling volgens aparte procedures door
gespecialiseerde autoriteiten en instellingen, en,
na veroordeling, op aparte op opvoeding gerichte
jeugdsancties. Deze jeugdsancties kunnen ook worden
toegepast op jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar.
In het voorliggende handboek wordt op een verfrissende
manier beschreven hoe dit jeugdstrafrecht in de
Nederlandse wet heeft vorm gekregen.
Daarbij wordt steeds de koppeling gemaakt met de
beginselen ofwel de achterliggende principiële keuzes
en bedoelingen van de wetgever en het functioneren
van deze wettelijke regeling in de rechtspraktijk.
Het boek is geschreven vanuit een eigentijdse
benadering waarbij het jeugdstrafrecht wordt behandeld
in de volgorde zoals die zich ook in de
rechtspraktijk voordoet. Zo vindt de lezer bijvoorbeeld
een ruime behandeling terug van de buitengerechtelijke
afdoening door bureau Halt en het Openbaar
Ministerie omdat het gros van de door jeugdigen
gepleegde misdrijven in Nederland op deze manier
wordt afgehandeld. Ook zijn er aparte hoofdstukken
gewijd aan de situatie op het politiebureau en de fase
van de voorlopige hechtenis.
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
€ 43,00
Jeugdige verdachten tot 18 jaar hebben, ongeacht van
welk strafbaar feit ze worden verdacht, recht op een
behandeling volgens aparte procedures door
gespecialiseerde autoriteiten en instellingen, en,
na veroordeling, op aparte op opvoeding gerichte
jeugdsancties. Deze jeugdsancties kunnen ook worden
toegepast op jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar.
In het voorliggende handboek wordt op een verfrissende
manier beschreven hoe dit jeugdstrafrecht in de
Nederlandse wet heeft vorm gekregen.
Daarbij wordt steeds de koppeling gemaakt met de
beginselen ofwel de achterliggende principiële keuzes
en bedoelingen van de wetgever en het functioneren
van deze wettelijke regeling in de rechtspraktijk.
Het boek is geschreven vanuit een eigentijdse
benadering waarbij het jeugdstrafrecht wordt behandeld
in de volgorde zoals die zich ook in de
rechtspraktijk voordoet. Zo vindt de lezer bijvoorbeeld
een ruime behandeling terug van de buitengerechtelijke
afdoening door bureau Halt en het Openbaar
Ministerie omdat het gros van de door jeugdigen
gepleegde misdrijven in Nederland op deze manier
wordt afgehandeld. Ook zijn er aparte hoofdstukken
gewijd aan de situatie op het politiebureau en de fase
van de voorlopige hechtenis.
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
€ 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
€ 18,50
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en/of andere leer- en gedragsstoornissen die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
€ 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
€ 14,90
Op weg naar stage en werk is bedoeld voor jongeren die stage gaan lopen of een plek op de arbeidsmarkt zoeken.
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Kostensoorten en btw
€ 39,00
Dit boek gaat over de toewijzing van directe en indirecte kosten in het kader van de btw-aftrek krachtens het gebruiks- en bestemmingsprincipe.
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kostensoorten en btw
€ 39,00
Dit boek gaat over de toewijzing van directe en indirecte kosten in het kader van de btw-aftrek krachtens het gebruiks- en bestemmingsprincipe.
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
€ 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen waren
in het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
€ 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen waren
in het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Een rookprobleem? Wat nu?
€ 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Een rookprobleem? Wat nu?
€ 23,50
In dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 30 jaar opgedane ervaring in werken met genotsmiddelengebruikers als nuttig en werkbaar heeft beschouwd.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
€ 70,00
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
€ 70,00
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
€ 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
€ 19,50
Het verlies van een kindje vraagt om een delicaat gesprek.
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
€ 23,20
Het Caleidoscopiaspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit + een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks.
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
€ 23,20
Het Caleidoscopiaspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit + een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks.
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
#HetGevoelGeadopteerd
€ 19,50
De cijfers van interlandelijke adoptie imploderen. En toch wachten honderden gezinnen op een adoptiekind. De druk op het beleid om op zoek te gaan naar kinderen voor ouders in nood, in plaats van omgekeerd, wordt hierdoor steeds groter. Meer dan ooit is er in het adoptiedebat nood aan een ethisch kader, correcte informatie en uitwisseling van ervaringen, met geadopteerden in het centrum
van elk debat.
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
#HetGevoelGeadopteerd
€ 19,50
De cijfers van interlandelijke adoptie imploderen. En toch wachten honderden gezinnen op een adoptiekind. De druk op het beleid om op zoek te gaan naar kinderen voor ouders in nood, in plaats van omgekeerd, wordt hierdoor steeds groter. Meer dan ooit is er in het adoptiedebat nood aan een ethisch kader, correcte informatie en uitwisseling van ervaringen, met geadopteerden in het centrum
van elk debat.
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
Btw-eetjes deel 16
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het zestiende in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zestiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 16
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het zestiende in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zestiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
€ 50,00
Als het over jeugd gaat, dan is iedereen ervaringsdeskundige. De eerste decennia van ons leven (ver)dragen we het predicaat “jong”; als kind, tiener en jongere. We groeien meestal lustig, soms onrustig. Dat een gelukkige jeugd stevige fundamenten legt voor een dito toekomst lijkt algemeen aanvaard… ook al kan het leven desondanks keihard toeslaan. De vaststelling dat steeds meer jonge mensen opgroeien op in precaire omstandigheden legt een zware claim op een voorspoedige samenleving.
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
€ 50,00
Als het over jeugd gaat, dan is iedereen ervaringsdeskundige. De eerste decennia van ons leven (ver)dragen we het predicaat “jong”; als kind, tiener en jongere. We groeien meestal lustig, soms onrustig. Dat een gelukkige jeugd stevige fundamenten legt voor een dito toekomst lijkt algemeen aanvaard… ook al kan het leven desondanks keihard toeslaan. De vaststelling dat steeds meer jonge mensen opgroeien op in precaire omstandigheden legt een zware claim op een voorspoedige samenleving.
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.





