
DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Leerlingenmap (per set van 5 ex.)
€ 11,20
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Leerlingenmap. Ze bevat de blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen getallen, meten en meetkunde.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Leerlingenmap. Ze bevat de blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen getallen, meten en meetkunde.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Leerlingenmap (per set van 5 ex.)
€ 11,20
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Leerlingenmap. Ze bevat de blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen getallen, meten en meetkunde.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Leerlingenmap. Ze bevat de blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen getallen, meten en meetkunde.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s – Leerkrachtenmap
€ 16,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema''s — Leerkrachtenmap. Dit deel bevat de antwoordsleutels van de genormeerde en valide toetsen. Daarnaast zijn alle evaluatie-en beoordelingsschema''s erin opgenomen.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema''s — Leerkrachtenmap. Dit deel bevat de antwoordsleutels van de genormeerde en valide toetsen. Daarnaast zijn alle evaluatie-en beoordelingsschema''s erin opgenomen.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s – Leerkrachtenmap
€ 16,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema''s — Leerkrachtenmap. Dit deel bevat de antwoordsleutels van de genormeerde en valide toetsen. Daarnaast zijn alle evaluatie-en beoordelingsschema''s erin opgenomen.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema''s — Leerkrachtenmap. Dit deel bevat de antwoordsleutels van de genormeerde en valide toetsen. Daarnaast zijn alle evaluatie-en beoordelingsschema''s erin opgenomen.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen
€ 23,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen. Dit deel geeft meer uitleg over de afname, de correctie en de verwerking van de genormeerde toetsen voor wiskunde.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen. Dit deel geeft meer uitleg over de afname, de correctie en de verwerking van de genormeerde toetsen voor wiskunde.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen
€ 23,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen. Dit deel geeft meer uitleg over de afname, de correctie en de verwerking van de genormeerde toetsen voor wiskunde.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 2: Handleiding voor de genormeerde toetsen. Dit deel geeft meer uitleg over de afname, de correctie en de verwerking van de genormeerde toetsen voor wiskunde.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht
€ 14,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen — Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht. Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen wiskunde en over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is tevens een handleiding voor het gebruik van de evaluatie- en beoordelingsschema''s en de leerlingenmap.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen — Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht. Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen wiskunde en over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is tevens een handleiding voor het gebruik van de evaluatie- en beoordelingsschema''s en de leerlingenmap.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Wiskunde – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht
€ 14,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen — Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht. Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen wiskunde en over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is tevens een handleiding voor het gebruik van de evaluatie- en beoordelingsschema''s en de leerlingenmap.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden handleidingen, evaluatie- en beoordelingsschema''s, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is Wiskunde — Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen — Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht. Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen wiskunde en over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is tevens een handleiding voor het gebruik van de evaluatie- en beoordelingsschema''s en de leerlingenmap.
Praten over seks. Methode voor het ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking bij hun seksuele ontwikkeling – Begeleidersboek
€ 30,90
Seksualiteit en intimiteit zijn bespreekbare onderwerpen geworden voor mensen met een verstandelijke beperking. Hun seksuele behoeftes worden onderkend.
In de praktijk blijkt dat het praten over seks met mensen met een verstandelijke beperking voor veel cliëntbegeleiders toch niet vanzelfsprekend is. Welke woorden gebruiken, welke onderwerpen bespreken, in welke volgorde moet dat,…?
Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking een achterstand in kennis hebben, dat ze niet weten hoe ze seksualiteit moeten waarderen en in de praktijk kunnen vormgeven.
Praten over seks is een methode voor cliëntbegeleiders en bestaat uit een Begeleidersboek en een Werkmap voor cliënten. Het centrale onderwerp is seksualiteit in de breedste zin van het woord: van lichaamsbesef tot geslachtsgemeenschap. Met deze methode kan maatwerk aan mensen met een matige tot lichte verstandelijke beperking worden geleverd, omdat hun beleving en ervaring een vertrekpunt is. De methode biedt een logisch aanbod van thema’s met een basisgedeelte en een facultatief gedeelte. Het materiaal geeft op een aansprekende en begrijpelijke manier uitleg over de verschillende onderwerpen in relatie tot seksualiteit. Het Begeleidersboek geeft per thema een heldere instructie. De Werkmap bevat per thema werkbladen om het verder uit te diepen. De bijgeleverde tekeningen en stickers dragen bij tot het zo veel mogelijk visualiseren van de onderwerpen.
De methode is geschreven voor cliëntbegeleiders, omdat hiermee seksualiteit een normaal onderdeel kan worden van de ondersteuning en begeleiding. Het doel van de methode is om de cliënt zich bewust te laten worden van eigen wensen, interesse en mogelijkheden en om informatie, waarden en normen, grenzen en regels op maat aangereikt te krijgen. Zo kan een positief zelfbeeld worden ontwikkeld en kan een positieve houding tegenover seksualiteit gestimuleerd worden.
Paulien van Doorn, seksuoloog, is verbonden aan De Plaatse, Eindhoven en de Kempen, een woon- en werkorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking.
Anja Janssen, GZ-psycholoog, heeft een eigen praktijk in ’s-Hertogenbosch. Beiden zijn gespecialiseerd op het gebied van seksualiteit en intimiteit, vooral bij mensen met een verstandelijke beperking.
In de praktijk blijkt dat het praten over seks met mensen met een verstandelijke beperking voor veel cliëntbegeleiders toch niet vanzelfsprekend is. Welke woorden gebruiken, welke onderwerpen bespreken, in welke volgorde moet dat,…?
Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking een achterstand in kennis hebben, dat ze niet weten hoe ze seksualiteit moeten waarderen en in de praktijk kunnen vormgeven.
Praten over seks is een methode voor cliëntbegeleiders en bestaat uit een Begeleidersboek en een Werkmap voor cliënten. Het centrale onderwerp is seksualiteit in de breedste zin van het woord: van lichaamsbesef tot geslachtsgemeenschap. Met deze methode kan maatwerk aan mensen met een matige tot lichte verstandelijke beperking worden geleverd, omdat hun beleving en ervaring een vertrekpunt is. De methode biedt een logisch aanbod van thema’s met een basisgedeelte en een facultatief gedeelte. Het materiaal geeft op een aansprekende en begrijpelijke manier uitleg over de verschillende onderwerpen in relatie tot seksualiteit. Het Begeleidersboek geeft per thema een heldere instructie. De Werkmap bevat per thema werkbladen om het verder uit te diepen. De bijgeleverde tekeningen en stickers dragen bij tot het zo veel mogelijk visualiseren van de onderwerpen.
De methode is geschreven voor cliëntbegeleiders, omdat hiermee seksualiteit een normaal onderdeel kan worden van de ondersteuning en begeleiding. Het doel van de methode is om de cliënt zich bewust te laten worden van eigen wensen, interesse en mogelijkheden en om informatie, waarden en normen, grenzen en regels op maat aangereikt te krijgen. Zo kan een positief zelfbeeld worden ontwikkeld en kan een positieve houding tegenover seksualiteit gestimuleerd worden.
Paulien van Doorn, seksuoloog, is verbonden aan De Plaatse, Eindhoven en de Kempen, een woon- en werkorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking.
Anja Janssen, GZ-psycholoog, heeft een eigen praktijk in ’s-Hertogenbosch. Beiden zijn gespecialiseerd op het gebied van seksualiteit en intimiteit, vooral bij mensen met een verstandelijke beperking.
Praten over seks. Methode voor het ondersteunen van mensen met een verstandelijke beperking bij hun seksuele ontwikkeling – Begeleidersboek
€ 30,90
Seksualiteit en intimiteit zijn bespreekbare onderwerpen geworden voor mensen met een verstandelijke beperking. Hun seksuele behoeftes worden onderkend.
In de praktijk blijkt dat het praten over seks met mensen met een verstandelijke beperking voor veel cliëntbegeleiders toch niet vanzelfsprekend is. Welke woorden gebruiken, welke onderwerpen bespreken, in welke volgorde moet dat,…?
Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking een achterstand in kennis hebben, dat ze niet weten hoe ze seksualiteit moeten waarderen en in de praktijk kunnen vormgeven.
Praten over seks is een methode voor cliëntbegeleiders en bestaat uit een Begeleidersboek en een Werkmap voor cliënten. Het centrale onderwerp is seksualiteit in de breedste zin van het woord: van lichaamsbesef tot geslachtsgemeenschap. Met deze methode kan maatwerk aan mensen met een matige tot lichte verstandelijke beperking worden geleverd, omdat hun beleving en ervaring een vertrekpunt is. De methode biedt een logisch aanbod van thema’s met een basisgedeelte en een facultatief gedeelte. Het materiaal geeft op een aansprekende en begrijpelijke manier uitleg over de verschillende onderwerpen in relatie tot seksualiteit. Het Begeleidersboek geeft per thema een heldere instructie. De Werkmap bevat per thema werkbladen om het verder uit te diepen. De bijgeleverde tekeningen en stickers dragen bij tot het zo veel mogelijk visualiseren van de onderwerpen.
De methode is geschreven voor cliëntbegeleiders, omdat hiermee seksualiteit een normaal onderdeel kan worden van de ondersteuning en begeleiding. Het doel van de methode is om de cliënt zich bewust te laten worden van eigen wensen, interesse en mogelijkheden en om informatie, waarden en normen, grenzen en regels op maat aangereikt te krijgen. Zo kan een positief zelfbeeld worden ontwikkeld en kan een positieve houding tegenover seksualiteit gestimuleerd worden.
Paulien van Doorn, seksuoloog, is verbonden aan De Plaatse, Eindhoven en de Kempen, een woon- en werkorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking.
Anja Janssen, GZ-psycholoog, heeft een eigen praktijk in ’s-Hertogenbosch. Beiden zijn gespecialiseerd op het gebied van seksualiteit en intimiteit, vooral bij mensen met een verstandelijke beperking.
In de praktijk blijkt dat het praten over seks met mensen met een verstandelijke beperking voor veel cliëntbegeleiders toch niet vanzelfsprekend is. Welke woorden gebruiken, welke onderwerpen bespreken, in welke volgorde moet dat,…?
Uit onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking een achterstand in kennis hebben, dat ze niet weten hoe ze seksualiteit moeten waarderen en in de praktijk kunnen vormgeven.
Praten over seks is een methode voor cliëntbegeleiders en bestaat uit een Begeleidersboek en een Werkmap voor cliënten. Het centrale onderwerp is seksualiteit in de breedste zin van het woord: van lichaamsbesef tot geslachtsgemeenschap. Met deze methode kan maatwerk aan mensen met een matige tot lichte verstandelijke beperking worden geleverd, omdat hun beleving en ervaring een vertrekpunt is. De methode biedt een logisch aanbod van thema’s met een basisgedeelte en een facultatief gedeelte. Het materiaal geeft op een aansprekende en begrijpelijke manier uitleg over de verschillende onderwerpen in relatie tot seksualiteit. Het Begeleidersboek geeft per thema een heldere instructie. De Werkmap bevat per thema werkbladen om het verder uit te diepen. De bijgeleverde tekeningen en stickers dragen bij tot het zo veel mogelijk visualiseren van de onderwerpen.
De methode is geschreven voor cliëntbegeleiders, omdat hiermee seksualiteit een normaal onderdeel kan worden van de ondersteuning en begeleiding. Het doel van de methode is om de cliënt zich bewust te laten worden van eigen wensen, interesse en mogelijkheden en om informatie, waarden en normen, grenzen en regels op maat aangereikt te krijgen. Zo kan een positief zelfbeeld worden ontwikkeld en kan een positieve houding tegenover seksualiteit gestimuleerd worden.
Paulien van Doorn, seksuoloog, is verbonden aan De Plaatse, Eindhoven en de Kempen, een woon- en werkorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking.
Anja Janssen, GZ-psycholoog, heeft een eigen praktijk in ’s-Hertogenbosch. Beiden zijn gespecialiseerd op het gebied van seksualiteit en intimiteit, vooral bij mensen met een verstandelijke beperking.
Nieuw perspectief op veranderingsmanagement: ALERT transitiemanagement
€ 19,90
Dit boek is de resultante van een zoektocht van de auteur naar een vernieuwende aanpak bij complexe verandertrajecten in organisaties. Concreet gaat het over transitiemanagement: het managen van complexe systeemveranderingen die een organisatie structureel en duurzaam doen veranderen.
De essentie van transitiemanagement is dat er niet gezocht wordt naar dé beste oplossing voor een probleem, maar dat er getracht wordt te leren over verschillende oplossingen. In feite betreft het een collectief zoek- en leerproces met als uiteindelijk doel om een van samenhangende, complexe veranderingen, verbeteringen en vernieuwingen op meerdere terreinen door te voeren. Er wordt in deze context een nieuw raamwerk gepresenteerd dat gevisualiseerd wordt in de vorm van hët Doolhofmodel als veelbelovend en bruikbaar hulpmiddel voor leidinggevenden in een transitieproces. Hier blijkt onder andere uit dat de synergie tussen inzichten uit de psychologie en bedrijfskunde leidt tot een focus op gedrag, op leren en interacties binnen veranderende oranisaties rekening houdend met de bijbehorende transitiedynamiek.
Het boek is bestemd voor (verander)managers en leidinggevenden in opleiding, evenals voor professionals die op zoek zijn naar overzicht, inzicht én een vernieuwend concept binnen de veranderkunde.
Dr. Pim Steerneman MBA studeerde sociale wetenschappen en bedrijfskunde en is momenteel als voorzitter van de raad van bestuur verbonden aan Rubicon Jeugdzorg in Horn (Nederland).
De essentie van transitiemanagement is dat er niet gezocht wordt naar dé beste oplossing voor een probleem, maar dat er getracht wordt te leren over verschillende oplossingen. In feite betreft het een collectief zoek- en leerproces met als uiteindelijk doel om een van samenhangende, complexe veranderingen, verbeteringen en vernieuwingen op meerdere terreinen door te voeren. Er wordt in deze context een nieuw raamwerk gepresenteerd dat gevisualiseerd wordt in de vorm van hët Doolhofmodel als veelbelovend en bruikbaar hulpmiddel voor leidinggevenden in een transitieproces. Hier blijkt onder andere uit dat de synergie tussen inzichten uit de psychologie en bedrijfskunde leidt tot een focus op gedrag, op leren en interacties binnen veranderende oranisaties rekening houdend met de bijbehorende transitiedynamiek.
Het boek is bestemd voor (verander)managers en leidinggevenden in opleiding, evenals voor professionals die op zoek zijn naar overzicht, inzicht én een vernieuwend concept binnen de veranderkunde.
Dr. Pim Steerneman MBA studeerde sociale wetenschappen en bedrijfskunde en is momenteel als voorzitter van de raad van bestuur verbonden aan Rubicon Jeugdzorg in Horn (Nederland).
Nieuw perspectief op veranderingsmanagement: ALERT transitiemanagement
€ 19,90
Dit boek is de resultante van een zoektocht van de auteur naar een vernieuwende aanpak bij complexe verandertrajecten in organisaties. Concreet gaat het over transitiemanagement: het managen van complexe systeemveranderingen die een organisatie structureel en duurzaam doen veranderen.
De essentie van transitiemanagement is dat er niet gezocht wordt naar dé beste oplossing voor een probleem, maar dat er getracht wordt te leren over verschillende oplossingen. In feite betreft het een collectief zoek- en leerproces met als uiteindelijk doel om een van samenhangende, complexe veranderingen, verbeteringen en vernieuwingen op meerdere terreinen door te voeren. Er wordt in deze context een nieuw raamwerk gepresenteerd dat gevisualiseerd wordt in de vorm van hët Doolhofmodel als veelbelovend en bruikbaar hulpmiddel voor leidinggevenden in een transitieproces. Hier blijkt onder andere uit dat de synergie tussen inzichten uit de psychologie en bedrijfskunde leidt tot een focus op gedrag, op leren en interacties binnen veranderende oranisaties rekening houdend met de bijbehorende transitiedynamiek.
Het boek is bestemd voor (verander)managers en leidinggevenden in opleiding, evenals voor professionals die op zoek zijn naar overzicht, inzicht én een vernieuwend concept binnen de veranderkunde.
Dr. Pim Steerneman MBA studeerde sociale wetenschappen en bedrijfskunde en is momenteel als voorzitter van de raad van bestuur verbonden aan Rubicon Jeugdzorg in Horn (Nederland).
De essentie van transitiemanagement is dat er niet gezocht wordt naar dé beste oplossing voor een probleem, maar dat er getracht wordt te leren over verschillende oplossingen. In feite betreft het een collectief zoek- en leerproces met als uiteindelijk doel om een van samenhangende, complexe veranderingen, verbeteringen en vernieuwingen op meerdere terreinen door te voeren. Er wordt in deze context een nieuw raamwerk gepresenteerd dat gevisualiseerd wordt in de vorm van hët Doolhofmodel als veelbelovend en bruikbaar hulpmiddel voor leidinggevenden in een transitieproces. Hier blijkt onder andere uit dat de synergie tussen inzichten uit de psychologie en bedrijfskunde leidt tot een focus op gedrag, op leren en interacties binnen veranderende oranisaties rekening houdend met de bijbehorende transitiedynamiek.
Het boek is bestemd voor (verander)managers en leidinggevenden in opleiding, evenals voor professionals die op zoek zijn naar overzicht, inzicht én een vernieuwend concept binnen de veranderkunde.
Dr. Pim Steerneman MBA studeerde sociale wetenschappen en bedrijfskunde en is momenteel als voorzitter van de raad van bestuur verbonden aan Rubicon Jeugdzorg in Horn (Nederland).
Boos als een draak. Kinderen en partnergeweld
€ 13,90
Kinderen zijn vaak stille getuigen van partnergeweld: ze spelen voort, zetten de televisie aan, blijven stil in hun kamer. Sommige kinderen komen actief tussenbeide: ze proberen af te leiden, af te schermen, te kalmeren, te bemiddelen…
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Boos als een draak. Kinderen en partnergeweld
€ 13,90
Kinderen zijn vaak stille getuigen van partnergeweld: ze spelen voort, zetten de televisie aan, blijven stil in hun kamer. Sommige kinderen komen actief tussenbeide: ze proberen af te leiden, af te schermen, te kalmeren, te bemiddelen…
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Welke strategie kinderen ook gebruiken om met het geweld in hun gezin om te gaan, ze lijden onder angst, verdriet, verwarring, schuldgevoelens en machteloosheid. Dit boek is een praktische handleiding voor hulpverleners en andere betrokkenen om kinderen van 5 à 10 jaar die getuigen zijn van geweld tussen hun ouders te helpen. De eerste vraag is hoe deze kinderen te bereiken zijn. Vanuit verschillende aanmeldingsscenario''s moeten ouders en kinderen anders gemotiveerd worden om op een hulpverleningsaanbod in te gaan.
Dan rijst de vraag hoe concreet met deze kinderen moet worden gewerkt. Het sprookje ''Boos als een draak'' is een hulpmiddel. Vanuit het verhaal en oefeningen komen de verschillende aspecten van geweld en de beleving van kinderen aan bod: fenomenologie van het geweld, geheimhouding, ambivalente houding tegenover de pleger, verwarring oorzaak en gevolg, angst, zorg, schuldgevoel…
Hilde Genetello is klinisch en ontwikkelingspsycholoog. Zij is verbonden aan het CAW — Centrum voor Algemeen Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen binnen een project partnergeweld. Daarnaast heeft zij een eigen praktijk voor individuele begeleiding, relatie- en gezinsbegeleiding in Zwevegem.
Een school met goede afspraken
€ 15,50
In het onderwijs durft men de lat hoog te leggen. Dat geldt ook voor
het ontwikkelen van basisvaardigheden die het goede leven kunnen
bevorderen. De school is een centrum waar leerlingen, leerkrachten,
ouders, begeleiders en alle andere betrokkenen zich optimaal kunnen
ontwikkelen, in alle openheid. Het gevoel van zinvolle aanwezigheid is
hierbij essentieel.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
Een school met goede afspraken
€ 15,50
In het onderwijs durft men de lat hoog te leggen. Dat geldt ook voor
het ontwikkelen van basisvaardigheden die het goede leven kunnen
bevorderen. De school is een centrum waar leerlingen, leerkrachten,
ouders, begeleiders en alle andere betrokkenen zich optimaal kunnen
ontwikkelen, in alle openheid. Het gevoel van zinvolle aanwezigheid is
hierbij essentieel.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
De hamvraag is: Hoe kun je een school met een positief leef- en leerklimaat realiseren? Met concrete voorbeelden komen eerst de school- en de groepsregels aan bod. Daarna volgen werkvormen die helpen om een positief groepsklimaat te creëren. Er is pro-actief ook een draaiboek voor grensoverschrijdend gedrag. Juist bij grensoverschrijdend gedrag verdienen ouders speciale aandacht. Ook een anti-pestactieplan kan niet ontbreken.
Hoewel dit boek geschreven is voor de basisscholen, kan het heel verdienstelijk zijn voor de Basisvorming van het Voortgezet Onderwijs en voor de Middenscholen.
Georges Billen studeerde morele en religieuze wetenschappen en gezinswetenschappen. Hij is identiteitsbegeleider basisonderwijs bij DKSR Breda en adviseur bij Onderwijsbureau AKROS in Bergen-op-Zoom.
Arduin. Van zorg naar ondersteuning. Kiezen voor kwaliteit leidt tot ontmanteling van de instituutszorg (Arduin-serie, nr. 7)
€ 34,90
Tien jaar geleden werd Arduin een zelfstandige organisatie. Voor de voormalige inrichtingen “Vijvervreugd”, het kinderdagcentrum “Akka” en het dagverblijf voor ouderen “De Windroos” werd een nieuwe visie op wonen ontwikkeld. De emancipatie en zelfbepaling van de mens met een verstandelijke beperking werden nadrukkelijk als belangrijkste uitgangspunt genomen om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van bestaan.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Arduin. Van zorg naar ondersteuning. Kiezen voor kwaliteit leidt tot ontmanteling van de instituutszorg (Arduin-serie, nr. 7)
€ 34,90
Tien jaar geleden werd Arduin een zelfstandige organisatie. Voor de voormalige inrichtingen “Vijvervreugd”, het kinderdagcentrum “Akka” en het dagverblijf voor ouderen “De Windroos” werd een nieuwe visie op wonen ontwikkeld. De emancipatie en zelfbepaling van de mens met een verstandelijke beperking werden nadrukkelijk als belangrijkste uitgangspunt genomen om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van bestaan.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
Deze uitgave schetst de evolutie van Arduin: van de problematische beginsituatie, over de vraag wat de taak moet zijn van de orthopedagogiek, naar de vraagstelling van het onderzoek en de keuze voor actie-onderzoek. De essentieelste dimensies van de kwaliteit van bestaan worden in deze evolutie geformuleerd als: inclusie, zelfbepaling en persoonlijke ontwikkeling. Dit impliceert een omslag in het denken over mensen met een verstandelijke beperking. De nadruk wordt nu gelegd op de vraag welke soort ondersteuning een individu nodig heeft om een beter leven te kunnen leiden.
De conclusie dat de beste aangepaste zorgen leiden naar de ontmanteling van de instelling zette een proces in van fundamentele veranderingen. Arduin wordt gepresenteerd als een voorbeeld van hoe een grote organisatie de omslag maakte van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van bestaan.
Jos van Loon is orthopedagoog en manager inhoudelijke ondersteuning bij Stichting Arduin in Goes. Hij promoveerde aan de Universiteit Gent met onderhavig proefschrift.
In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
De tafel van tien van de Veilige school
€ 11,90
We onderzoeken nogal wat in onze schoolsamenleving. Processen, relaties, uitkomsten, succesindicatoren, beleving, waardering. We vragen het aan iedereen van wie mag worden verondersteld dat hij of zij betekenisvolle uitspraken kan doen. Toch is het opmerkelijk dat we zo weinig vragen stellen aan leerlingen zelf. Natuurlijk proberen we in het onderwijs zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat leerlingen beweegt en interesseert. Maar toch tekenen we uit de mond van leerlingen zelf de klacht op, dat veel in gang gezet wordt zonder dat ze daarover geraadpleegd zijn. `Op stage voel ik me volwassen en in school voel ik me kind,'' schrijft een leerling. Toch lijkt het van belang dat we leerlingen nadrukkelijk betrekken bij de vraag hoe we het onderwijs veiliger kunnen maken. Veiligheid, het gevoel van veiligheid, immers vormt de basis van het leren.
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De tafel van tien van de Veilige school
€ 11,90
We onderzoeken nogal wat in onze schoolsamenleving. Processen, relaties, uitkomsten, succesindicatoren, beleving, waardering. We vragen het aan iedereen van wie mag worden verondersteld dat hij of zij betekenisvolle uitspraken kan doen. Toch is het opmerkelijk dat we zo weinig vragen stellen aan leerlingen zelf. Natuurlijk proberen we in het onderwijs zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat leerlingen beweegt en interesseert. Maar toch tekenen we uit de mond van leerlingen zelf de klacht op, dat veel in gang gezet wordt zonder dat ze daarover geraadpleegd zijn. `Op stage voel ik me volwassen en in school voel ik me kind,'' schrijft een leerling. Toch lijkt het van belang dat we leerlingen nadrukkelijk betrekken bij de vraag hoe we het onderwijs veiliger kunnen maken. Veiligheid, het gevoel van veiligheid, immers vormt de basis van het leren.
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
Attitudes evalueren. Een zeiltocht (+ cd-rom)
€ 24,90
Cognitieve vaardigheden meten lijkt een evidentie in het onderwijs. Maar opvoeden is meer dan denken en weten. Onderwijzen heeft evenveel met attitudes te maken, een veel minder evident te meten competentie.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Attitudes evalueren. Een zeiltocht (+ cd-rom)
€ 24,90
Cognitieve vaardigheden meten lijkt een evidentie in het onderwijs. Maar opvoeden is meer dan denken en weten. Onderwijzen heeft evenveel met attitudes te maken, een veel minder evident te meten competentie.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Waarom? Slachtoffer-dader bemiddeling in Vlaanderen
€ 26,90
Waarom? Het is een centrale vraag bij slachtoffers van een misdrijf. `Waarom heeft hij dat gedaan, waarom ik, waarom ...?''
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
Waarom? Slachtoffer-dader bemiddeling in Vlaanderen
€ 26,90
Waarom? Het is een centrale vraag bij slachtoffers van een misdrijf. `Waarom heeft hij dat gedaan, waarom ik, waarom ...?''
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
Dynamiek van het pluralisme. Liber amicorum Bob Lavigne
€ 21,90
Al te vaak wordt pluralisme verward met verschillende levensbeschouwingen of verschillende culturen. Wat te doen met onder meer verschillende sociale gelaagdheden? Dienen we niet na te denken over alle andere tegenstellingen en dimensies die onze samenleving zo complex en zo divers maken? Het zicht op diversiteit is onlosmakelijk verbonden met de discussie rond pluralisme.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dynamiek van het pluralisme. Liber amicorum Bob Lavigne
€ 21,90
Al te vaak wordt pluralisme verward met verschillende levensbeschouwingen of verschillende culturen. Wat te doen met onder meer verschillende sociale gelaagdheden? Dienen we niet na te denken over alle andere tegenstellingen en dimensies die onze samenleving zo complex en zo divers maken? Het zicht op diversiteit is onlosmakelijk verbonden met de discussie rond pluralisme.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.