Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)

 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen. De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding aan op basis van de constitutioneel verankerde beroepsvrijheid.

Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?

Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Quick View

Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)

 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen. De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding aan op basis van de constitutioneel verankerde beroepsvrijheid.

Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?

Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)

 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.

In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.

Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.

Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Quick View

Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)

 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.

In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.

Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.

Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout

 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent to a large extent the various important fields of Anton’s work.

Quick View

Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout

 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent to a large extent the various important fields of Anton’s work.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)

 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië heeft onlangs die stap wel gezet.

In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.

Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.

Quick View

Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)

 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië heeft onlangs die stap wel gezet.

In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.

Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)

door
 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.

In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.

Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.

In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.

Quick View

Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)

door
 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.

In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.

Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.

In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten

 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.

Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.

Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.

De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.

Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.

Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.

Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.

Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..

Quick View

Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten

 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.

Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.

Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.

De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.

Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.

Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.

Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.

Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)

 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.

Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.

Quick View

The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)

 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.

Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)

 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the unwanted attention.

The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.

Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.

Quick View

Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)

 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the unwanted attention.

The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.

Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)

 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst, en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland vinden tevens een plaats.

Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

Quick View

Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)

 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst, en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland vinden tevens een plaats.

Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)

 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.

De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?



La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.

En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Placeholder Image
Quick View

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)

 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.

De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?



La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.

En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België

 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de Negationismewet van 1995.

De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.

Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.

Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5

Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.

Quick View

Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België

 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de Negationismewet van 1995.

De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.

Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.

Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5

Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Preventieve mediation

 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities - al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.

Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.

Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.

Quick View

Preventieve mediation

 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities - al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.

Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.

Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×