
Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
€ 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
€ 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
€ 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig
fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen
hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van
radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk
mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen
uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet
dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit
radicaliseringsproces niet van het grootste belang is.
Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen
ook kunnen herkennen en identificeren.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
€ 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig
fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen
hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van
radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk
mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen
uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet
dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit
radicaliseringsproces niet van het grootste belang is.
Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen
ook kunnen herkennen en identificeren.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
€ 295,00
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
€ 295,00
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
€ 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
€ 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
€ 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
€ 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
€ 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of
international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential
to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a
fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and
transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour
law, environmental law and various other branches of the law.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
€ 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of
international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential
to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a
fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and
transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour
law, environmental law and various other branches of the law.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
€ 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
€ 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
€ 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
€ 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
€ 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
€ 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
€ 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
€ 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.