
Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
€ 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen
de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst
in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo
volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de
eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve
spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie
buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de
geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond
en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde
desertiecampagne in de Oostkantons worden
bestudeerd.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
€ 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen
de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst
in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo
volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de
eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve
spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie
buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de
geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond
en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde
desertiecampagne in de Oostkantons worden
bestudeerd.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
€ 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening
van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek
bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch
Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie
van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek
beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren
als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste
in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie
van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en
rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging
van het nieuwe wetboek.
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
€ 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening
van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek
bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch
Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie
van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek
beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren
als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste
in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie
van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en
rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging
van het nieuwe wetboek.
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
€ 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
€ 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
€ 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet
alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte
invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid.
Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie
en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor
de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van
burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te
bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
€ 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet
alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte
invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid.
Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie
en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor
de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van
burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te
bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Geen voorraad

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
€ 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de
manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de
bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net
zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren
dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook
daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
Geen voorraad

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
€ 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de
manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de
bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net
zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren
dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook
daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
€ 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen
van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van
diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen.
In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen
één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal
het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl
(een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
€ 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen
van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van
diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen.
In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen
één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal
het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl
(een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
€ 37,50
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
€ 37,50
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
€ 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
€ 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
€ 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
€ 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
