Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren (Derde gewijzigde druk)
Wie dieper wil ingaan op de thematiek hoogbegaafdheid zal in dit boek bijzondere aanwijzingen vinden voor het succesvol opvoeden en onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. De auteurs doorprikken heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden. Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk toepasbaar zijn in de praktijk. De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders. Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag, zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw - Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren (Derde gewijzigde druk)
Wie dieper wil ingaan op de thematiek hoogbegaafdheid zal in dit boek bijzondere aanwijzingen vinden voor het succesvol opvoeden en onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. De auteurs doorprikken heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden. Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk toepasbaar zijn in de praktijk. De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders. Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag, zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw - Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Een familie is geen kudde. Een multidisciplinaire studie naar de praktijk, beleving en sociaaljuridische context van solidariteit binnen Familie 2.0
Binnen het SBO-project Family Solidarity 2.0 onderzochten we vier jaar lang de normen, verwachtingen en billijkheid van solidariteit in diverse familievormen. We gebruikten hierbij het concept ‘Familie 2.0’ om te verwijzen naar de grote diversiteit aan gezinsvormen die vandaag bestaat, en waarbij bloedverwantschap en wettelijke verbintenissen niet langer de enige of dominante criteria voor integratie en lidmaatschap vormen.
Hoewel de traditionele familie die gebaseerd is op bloedverwantschap en wettelijk bevestigde afstamming niet per se verouderd is, kan het niet langer als allesomvattend model dienen waarrond onze samenleving is georganiseerd. Hierdoor ontstond de nood aan het bestuderen van casussen die de diversiteit van Familie 2.0 vertegenwoordigen. Binnen ons project brachten we in kaart hoe complexe en diverse Families 2.0 functioneren, hoe leden van Familie 2.0 onderling steun uitwisselen, hoe ze dit ervaren, en waar dit in spanning staat met het huidige sociaal-juridische kader.
Dit boek bundelt de eerste resultaten uit de verschillende deelstudies van ons project. Ze illustreren onder andere de rijkheid en complexiteit van solidariteitsbanden binnen families: op microniveau (tussen familieleden), op mesoniveau (binnen families en organisaties die werken met families) en op macroniveau (ons wettelijk en normatief kader).
Een familie is geen kudde. Een multidisciplinaire studie naar de praktijk, beleving en sociaaljuridische context van solidariteit binnen Familie 2.0
Binnen het SBO-project Family Solidarity 2.0 onderzochten we vier jaar lang de normen, verwachtingen en billijkheid van solidariteit in diverse familievormen. We gebruikten hierbij het concept ‘Familie 2.0’ om te verwijzen naar de grote diversiteit aan gezinsvormen die vandaag bestaat, en waarbij bloedverwantschap en wettelijke verbintenissen niet langer de enige of dominante criteria voor integratie en lidmaatschap vormen.
Hoewel de traditionele familie die gebaseerd is op bloedverwantschap en wettelijk bevestigde afstamming niet per se verouderd is, kan het niet langer als allesomvattend model dienen waarrond onze samenleving is georganiseerd. Hierdoor ontstond de nood aan het bestuderen van casussen die de diversiteit van Familie 2.0 vertegenwoordigen. Binnen ons project brachten we in kaart hoe complexe en diverse Families 2.0 functioneren, hoe leden van Familie 2.0 onderling steun uitwisselen, hoe ze dit ervaren, en waar dit in spanning staat met het huidige sociaal-juridische kader.
Dit boek bundelt de eerste resultaten uit de verschillende deelstudies van ons project. Ze illustreren onder andere de rijkheid en complexiteit van solidariteitsbanden binnen families: op microniveau (tussen familieleden), op mesoniveau (binnen families en organisaties die werken met families) en op macroniveau (ons wettelijk en normatief kader).
Sensoa Vlaggensysteem – Reageren op (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren
Het Sensoa Vlaggensysteem helpt om seksueel gedrag van kinderen en jongeren eerlijk te beoordelen en er gepast op te reageren. Maar je kan het Vlaggensysteem ook gebruiken om met kinderen en jongeren het gesprek aan te gaan over welk seksueel gedrag wel en niet oké is.
Centraal in het Sensoa Vlaggensysteem staan zes criteria voor gezond seksueel gedrag. Die bieden begeleiders, kinderen en jongeren houvast bij het beoordelen van seksueel gedrag, en dus ook bij de reactie daarop. Bovendien kunnen die criteria een leidraad vormen voor het eigen seksueel gedrag.
In dit boek wordt het Vlaggensysteem uitgelegd en onderbouwd. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan begeleiderscompetenties en er staan cases in om met het team aan de slag te gaan rond seksueel (grensoverschrijdend) gedrag.
In hoofdstuk zes van dit boek zijn 43 kaarten opgenomen waarop concrete situaties staan afgebeeld van seksueel gedrag van kinderen en jongeren. Elke situatie wordt beoordeeld aan de hand van zes criteria voor gezond seksueel gedrag. Op basis van die beoordeling wordt een pedagogische reactie gesuggereerd.
Sensoa Vlaggensysteem – Reageren op (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren
Het Sensoa Vlaggensysteem helpt om seksueel gedrag van kinderen en jongeren eerlijk te beoordelen en er gepast op te reageren. Maar je kan het Vlaggensysteem ook gebruiken om met kinderen en jongeren het gesprek aan te gaan over welk seksueel gedrag wel en niet oké is.
Centraal in het Sensoa Vlaggensysteem staan zes criteria voor gezond seksueel gedrag. Die bieden begeleiders, kinderen en jongeren houvast bij het beoordelen van seksueel gedrag, en dus ook bij de reactie daarop. Bovendien kunnen die criteria een leidraad vormen voor het eigen seksueel gedrag.
In dit boek wordt het Vlaggensysteem uitgelegd en onderbouwd. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan begeleiderscompetenties en er staan cases in om met het team aan de slag te gaan rond seksueel (grensoverschrijdend) gedrag.
In hoofdstuk zes van dit boek zijn 43 kaarten opgenomen waarop concrete situaties staan afgebeeld van seksueel gedrag van kinderen en jongeren. Elke situatie wordt beoordeeld aan de hand van zes criteria voor gezond seksueel gedrag. Op basis van die beoordeling wordt een pedagogische reactie gesuggereerd.








KLEIO jrg. 53, nr. 1 (jan 2024)










