De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorziening of een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgen die daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrische inrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van de gemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen is dus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijking van de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordt daarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandig wonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leien dakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht bieden naar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlaters geen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instelling verlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen? Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voor te bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebben de auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht: jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteld worden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner en doctor in de Politieke en Sociale wetenschappen), Bruno Meeus (doctor in de Geografie), Isabelle Pannecoucke (sociologe en doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen) en Jana Verstraete (agoge en sociologe) zijn verbonden aan de onderzoekgroep HaUS – Housing and Urban Studies – van de Faculteit Architectuur, KU Leuven. Pascal De Decker en Isabelle Pannecoucke zijn tevens verbonden aan Universiteit Gent.
‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)
Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel:
mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen
zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar
buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al
vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets
te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet
meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer
het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode
opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen
allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van
Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve,
met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering,
en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden
op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal
onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale
weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige
relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten,
brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op
een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een
fascinerend verhaal.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van
en onder begeleiding van
Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel
naar aanleiding van
50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België
en
45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door
Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek,
onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.
‘On est là’. De eerste generatie Marokkaanse en Turkse migranten in Brussel (1964-1974)
Ze zijn de pioniers van de Marokkaanse en Turkse immigratie in Brussel:
mannen en vrouwen die in de jaren 60 en begin jaren 70 overgekomen
zijn, nu eens helemaal alleen, ingaande op de vraag van België naar
buitenlandse arbeidskrachten, dan weer om een familielid te vervoegen dat al
vertrokken was. Ze hebben een nieuw universum ontdekt, een stad die niets
te maken had met wat ze voordien gekend hadden en die eigenlijk ook niet
meer lijkt op wat ze vandaag is.
Ter gelegenheid van 50 jaar Marokkaanse en Turkse migratie, heeft de Foyer
het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief gevraagd om deze periode
opnieuw tot leven te brengen door de mensen te beluisteren die het toen
allemaal van heel dichtbij meegemaakt hebben: een dertigtal Brusselaars van
Turkse en Marokkaanse herkomst, en enkele andere getuigen die, vaak beroepshalve,
met hen in nauw contact gestaan hebben.
Hun verhalen zijn ontroerend, amusant, ze wekken verwondering en vertedering,
en altijd zijn ze eerlijk en leerzaam. De getuigen roepen de risico’s en wisselvalligheden
op tijdens hun eerste reis, de aankomst in een voor hen totaal
onbekende stad, de zoektocht naar een eerste job en behuizing, de sociale
weefsels en ontmoetingsplaatsen die ontstonden en de soms dubbelzinnige
relatie die groeide met het land van herkomst. Naast een relaas van de feiten,
brengen ze ook hun gevoelens en emoties over.
Dit boek geeft het woord aan deze migranten van de eerste generatie, op
een wijze die ook een historisch kader brengt. Maar het is ook en vooral een
fascinerend verhaal.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van
en onder begeleiding van
Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel
naar aanleiding van
50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie in België
en
45 jaar Foyer in Brussel
De tekst werd geschreven door
Jonas Raats, Ingrid Leonard en Hannelore Vandebroek,
onderzoekers van Geheugen Collectief vzw.
Et maintenant. Livre d’images
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Livre d’images
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Spiegelschrift. Werkboek
Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.
De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.
In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.
Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege
in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs
en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
Spiegelschrift. Werkboek
Prijs vanaf 5 ex.: € 5,=
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt reflectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach.
De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding.
In een apart uitgegeven ‘Handleiding’ staat hoe met het Spiegelschrift kan worden gewerkt.
Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege
in Geel.
An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs
en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein
Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.
Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.
Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.
Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.
Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.
Leerroutes Dyslexie. Module 3: Spelling leren met het hele brein
Het aanleren van de spelling gebeurt vaak met veel talige instructie. Voor mensen met dyslexie is dit een moeilijke weg om informatie te verwerken. In deze Module – een spellingsmethode – worden muziek, beweging en visualisatie ingezet bij het leren. De basisregels voor de spelling – ook de werkwoordspelling – worden beeldend en via algoritmes in logische stappen aangeleerd. Het beeldend vermogen van de rechterhersenhelft wordt hiermee verbonden met de logica en de verbale vermogens van de linkerhersenhelft. Zo kunnen ook kinderen en (jong)volwassenen met dyslexie zich de spellingregels eigen maken en zo wordt spelling leuk.
Deze aanpak is al werkend met ernstig dyslectische kinderen ontstaan. Steeds weer bleek dat het op deze manier werken met de spelling ook een flinke ondersteuning is voor het lezen. Zo heeft de methode een grote toegevoegde waarde in de strijd tegen laaggeletterdheid.
Deze module kan naast alle andere spellingmethodes gebruikt worden en is geschikt voor alle niveaus van basisonderwijs tot hoger onderwijs, zeker ook voor studenten aan lerarenopleidingen.
Ook aan ouders die hun dyslectische kind willen ondersteunen, biedt de module heldere handvatten.
Irene Besnard-van Baaren gaf les in het basisonderwijs en vervolgens op een mytylschool, verbonden aan een Revalidatiecentrum. In 1970 begon zij een eigen praktijk in Delft in samenwerking met het toenmalige MOB. Ze trok naar Nigeria, waar ze het initiatief nam voor een kleuterschool, die uitgroeide tot een basisschool. In 1979 begon zij haar loopbaan bij een schoolbegeleidingsdienst in Rotterdam en daarnaast startte zij in 1984 met een collega een praktijk voor onderzoek en begeleiding van kinderen met dyslexie.
Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid
De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de
module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren
en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie
effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden
op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan
in het geheugen en kunt toepassen.
De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:
• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter
mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten
kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst
ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden
het geweldig!
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 2: Dyslexie en studievaardigheid
De module ‘Dyslexie en studievaardigheid’ is een praktisch vervolg op de
module ‘Ontwikkel je eigen leerstijl’. Ze is vooral gericht op het aanleren
en trainen van studievaardigheden die voor vele studenten met dyslexie
effectief blijken te werken.
Specifiek voor deze module is dat je echt aan de slag gaat met uitvinden
op welke manieren je het makkelijkst informatie kunt opnemen, opslaan
in het geheugen en kunt toepassen.
De volgende onderwerpen komen hier aan bod: geheugentraining, mindmappen 1, snellezen 1, taalirritaties, blokkades deprogrammeren, dyslexie en werk, toolbox Taalvalkuilen, mindmappen en snellezen 2, conflictdiagram.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer:
• Ik ben sneller gaan lezen! Maar vooral ook anders gaan lezen en leren.
• Lekker dat je dingen kan doen. Dan verveel ik me niet en kan ik beter
mijn aandacht erbij houden.
• Goed om te weten dat je ook iets aan faalangst kunt doen!
• Handig van het conflictdiagram is dat je je goede en positieve kanten
kunt laten zien. De rest komt dan vanzelf wel goed.
• De concentratie-oefeningen deden het voor mij heel goed. Faalangst
ken ik nauwelijks.
• Ik heb een mindmap gebruikt in een les voor mijn leerlingen. Ze vonden
het geweldig!
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl
Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.
Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.
Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:
• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken
zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen
moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier.
• Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en
rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten
wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve
punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die
ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Leerroutes Dyslexie. Module 1: Ontwikkel je eigen leerstijl
Als je dyslexie hebt, weet je wat dyslexie voor jou betekent en wat je ouders en remedial teacher daarover hebben verteld. Dat mondiaal gezien wetenschappers zich bezighouden met dyslexie, dat er verschillende opvattingen over zijn en dat dyslexie niet voor iedereen hetzelfde betekent, is vaak niet bekend. Studenten met dyslexie komen hier vooral hun zwakke kanten tegen.
Deze module kijkt naar ieders sterke kanten, naar hulpmiddelen en naar de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Gewapend met deze kennis en inzichten inventariseren we de problemen die je met lezen en schrijven tegenkomt en zoeken we uit hoe je die optimaal kunt aanpakken op een manier die bij jouw dyslexieproblemen en sterke kanten past.
Ook de volgende onderwerpen komen aan bod: regelingen ‘studeren met dyslexie’, hulpmiddelen, dyslexie en ‘lifestyle’, de kunst van het lezen, de kunst van het schrijven.
Uit de evaluaties van de studenten noteren we onder meer volgende sterke punten van deze module:
• Dat er goed en duidelijk wordt uitgelegd wat dyslexie is en wat de kenmerken
zijn. Hoe je deze kan benutten en waarom sommige dingen
moeizamer gaan dan bij anderen.
• Herkenning. Het leren kijken naar dyslexie en een positieve manier.
• Dat je kunt praten over je dyslexieproblemen.Dat er een duidelijke en
rustige lesvorm wordt gebruikt waarin er veel met de inbreng van studenten
wordt gedaan.
• Dat we tips kregen over concentratie en dat we ook een keer de positieve
punten van dyslexie kregen te horen.
• Dat ik toch nog veel dingen heb geleerd waarvan ik niet wist dat die
ermee te maken hadden, terwijl ik dacht dat ik alles wel wist.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nel Hofmeester studeerde Neerlandistiek, met specialisatie taalbeheersing, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte vele jaren aan de Hogeschool Rotterdam waar ze de Helpdesk Dyslexie opzette en een beleid ‘studeren met een functiebeperking’ ontwikkelde en implementeerde. Ze publiceerde ‘Studeren met dyslexie’ (2002) en was (mede-)auteur van verschillende publicaties op het gebied van studeren met dyslexie. Zij is directeur van Verborgen Schatten, gevestigd te Amsterdam.
Et maintenant. Livre de travaux pratiques
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Livre de travaux pratiques
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Guide d’utilisation
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Et maintenant. Guide d’utilisation
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.
Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et comment
apprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?
Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et des
adultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifs
et la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec le
livre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elle
entraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer
(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– les
sentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergent
en travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné aux
personnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,
aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladie
psychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journal
de bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.
C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiques
soigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre de
souvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guide
d’utilisation. Il contient des informations générales
sur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que des
propositions concrètes pour utiliser le livre d’images.
En collaboration avec Prof. Dr. Geert Van Hove, Le centre de formation Vonx (KONEKT) et les
plates-formes de soins palliatifs de la Flandre-Orientale et l’arrondissement de Louvain.
Ce projet a pu être réalisé grâce au soutien du Fond de soutien Marguerite-Marie Delacroix.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment
De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.
Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening,
werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten,
en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een
krachtgerichte visie en methode van werken.
Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer
en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk
Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor
oplossingsgericht werken, opgericht.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening. Cirkels van empowerment
De termen ‘oplossingsgericht werken’ of ‘hulpverlenen’ kunnen verwarrend overkomen, alsof de professionals de oplossing voor het probleem van de cliënt in huis hebben. In tegendeel, de cliënten zijn zelf voor hun eigen ervaringen, problemen en perspectieven verantwoordelijk. Hulp- en dienstverleners zijn wel deskundig in het begeleiden van dit hulp- of dienstverleningsproces. Deze visie bepaalt steeds meer het maatschappelijk werk en de sociale dienstverlening, het welzijnswerk, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en het bedrijfsleven.
Oplossingsgerichte hulp- en dienstverlening is een overzichtelijke, praktische, vraaggerichte manier van werken, waarbij de relatie tussen cliënt en werker weer centraal staat. Het boek geeft ook de theoretische verdieping tot één methodisch geheel weer: Cirkels van empowerment.
Deze uitgave is bestemd voor uitvoerenden in de hulp- en dienstverlening,
werkbegeleiders, praktijk- en teamleiders, studenten, docenten,
en andere (aanstaande) professionals die belangstelling hebben voor een
krachtgerichte visie en methode van werken.
Wim Joosen en Wilma van der Vaart zijn beiden staffunctionaris, trainer
en coach bij Traverse, Organisatie voor maatschappelijk welzijn in Westelijk
Noord-Brabant. Samen hebben zij het bureau Cirkels, praktijk voor
oplossingsgericht werken, opgericht.
Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen
De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.
Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.
Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.
Prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen
De laatste decennia heeft de screening voor chromosomale afwijkingen, vooral trisomie 21, een grote evolutie gekend. In de jaren 80 werd nog systematisch een vruchtwaterpunctie aangeboden aan vrouwen vanaf 35-36 jaar. Daarna werd de ‘tripletest’ ontwikkeld, die werd opgevolgd door de meer sensitieve combinatietest, die bestaat uit nekplooimeting en biochemie. Inmiddels is ook de niet-invasieve prenatale test (NIPT) mogelijk.
Dit boek geeft een volledig overzicht van de mogelijke screeningstesten voor trisomie 21. Het gaat ook in op de implicaties van gestoorde biochemie en verdikte nekplooi voor het verdere zwangerschapsverloop. Tevens worden de invasieve testen uitgelegd met de mogelijke onderzoeken op het bekomen materiaal (karyotypering, FISH, MLPA, QF-PCR en microarray). Ook de counselingtechnieken en het slechtnieuwsgesprek komen uitgebreid aan bod.
Hierdoor biedt het boek een goed overzicht voor iedereen die nauw betrokken is bij prenatale diagnostiek – vroedvrouwen, echoscopisten, huisartsen, gynaecologen – en voor iedereen die zich vertrouwd wil maken met de prenatale screening en diagnose van chromosomale afwijkingen.
Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)
Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen
van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld
wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding
van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze
nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op
de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici
worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid,
geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd
aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de
ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel
Beckett, fotografisch werk
van David Nebreda alsmede
een filmadaptatie van de
autobiografie van Daniel
Paul Schreber. Bovendien
is er aandacht voor de
werking van muziek in een
gedetailleerd verslag van
een casus uit de praktijk.
Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Psychose en de kunsten (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 5)
Bij een psychose, zo stelde Freud, overweldigen de wensimpulsen
van het Es het Ik, waardoor de betrekking tussen Ik en buitenwereld
wordt verstoord. Maar met die door de waan vertroebelde scheiding
van de buitenwereld kunnen creatieve krachten vrij komen. In deze
nieuwe uitgave van Psychoanalyse en Cultuur wordt gereflecteerd op
de wijze waarop kunstenaars grenzen aftasten waarmee psychotici
worstelen, onder meer via een pleidooi voor artistieke eigenzinnigheid,
geschreven door Charlotte Mutsaers.
Tevens zijn er artikelen gewijd
aan de abrupt beëindigde carrière van de danser Vaslav Nijinski, de
ideeën over theater van Antonin Artaud, radiohoorspelen van Samuel
Beckett, fotografisch werk
van David Nebreda alsmede
een filmadaptatie van de
autobiografie van Daniel
Paul Schreber. Bovendien
is er aandacht voor de
werking van muziek in een
gedetailleerd verslag van
een casus uit de praktijk.
Met bijdragen van Jos De Backer, Abe Geldhof, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Jos de Kroon, Charlotte Mutsaers, Ludi Van Bouwel, Jan Van Camp, Stijn Vanheule, Peter Verstraten & Katrien Vuylsteke Vanfleteren.








