GoogleMania 1 (ICT-lijn, nr. 18)
Vrij letterlijk kun je “21st century skills” beschouwen als het samenhangende geheel van vaardigheden die nodig zijn om als persoon goed te kunnen functioneren in de 21e eeuw. De vaardigheden die in een kennissamenleving extra aandacht verdienen, zijn ‘samenwerking’, ‘kennisconstructie’, ‘ICT-gebruik’, ‘probleemoplossend denken en creativiteit’ en ‘planmatig werken’.
Voordat iemand vlot alle “21st century skills” kan toepassen, is het belangrijk om goed overweg te kunnen met de basisvaardigheden op en rond het internet en in de cloud. In dit boek worden de basisvaardigheden en de “21st century skills” aangeleerd via de Google Apps-toepassingen. Om de lezer-gebruiker aan te moedigen is het geheel in meteen bruikbare stappen opgebouwd, zodat hij al snel heel wat kan doen met de pc. Hij leert daarbij zowel binnen een app te werken als verscheidene apps te combineren om tot een creatief resultaat te komen.
Het boek is zowel voor onderwijs als voor zelfstudie bestemd.
Emmy Leleu is docent-coördinator aan de Afdeling Informatica van het CVO – Centrum voor Volwassenenonderwijs “Drie Hofsteden”, met vestigingen in Kortrijk, Menen en Tielt..
GoogleMania 1 (ICT-lijn, nr. 18)
Vrij letterlijk kun je “21st century skills” beschouwen als het samenhangende geheel van vaardigheden die nodig zijn om als persoon goed te kunnen functioneren in de 21e eeuw. De vaardigheden die in een kennissamenleving extra aandacht verdienen, zijn ‘samenwerking’, ‘kennisconstructie’, ‘ICT-gebruik’, ‘probleemoplossend denken en creativiteit’ en ‘planmatig werken’.
Voordat iemand vlot alle “21st century skills” kan toepassen, is het belangrijk om goed overweg te kunnen met de basisvaardigheden op en rond het internet en in de cloud. In dit boek worden de basisvaardigheden en de “21st century skills” aangeleerd via de Google Apps-toepassingen. Om de lezer-gebruiker aan te moedigen is het geheel in meteen bruikbare stappen opgebouwd, zodat hij al snel heel wat kan doen met de pc. Hij leert daarbij zowel binnen een app te werken als verscheidene apps te combineren om tot een creatief resultaat te komen.
Het boek is zowel voor onderwijs als voor zelfstudie bestemd.
Emmy Leleu is docent-coördinator aan de Afdeling Informatica van het CVO – Centrum voor Volwassenenonderwijs “Drie Hofsteden”, met vestigingen in Kortrijk, Menen en Tielt..
Culturised Early Childhood Development. The Well-being and Healthy Development of Young Boys and Girls
This book argues that the worldwide trend of turning children into ‘early learners’ at ever younger ages is detrimental to their well-being and healthy development. Instead, ECD – Early Childhood Education efforts should foremost be a ‘culturising’ endeavour.
Culturised ECD is here seen as an enjoyable and wholesome process that challenges and engages children. It fosters their curiosity and eagerness to be active and to explore, enables them to use their faculties, talents and skills, and contributes to their development as well-rounded persons since it helps them in valuing, searching for, finding, contributing to and creating beauty and meaning in life as well as appreciating the connectedness of things organic and inorganic. It also engenders children with hope and “the audacious attempt to galvanize and energize, to inspire and to invigorate world-weary people”. It is the totality of those activities that enables young boys and girls to participate in things that are meaningful, pleasing and good. It recognises that ECD is all-encompassing and should therefore be much more than providing children with ‘schooling’.
The following issues are addressed, culturised ECD and its:
- effect on the well-being of children; this regardless of their future, inside or outside the school or employment market
- impact on the longer-term development of children; do they become more resilient, experience fewer obstacles when enrolling in formal basic education and when adults, will they fare better, socially and economically?
- relevance when faced with such ‘hot topics’ as violence, discrimination and social exclusion of children.
- contribution to reducing poverty and inequality, or helping young boys and girls, both as children and later as adults, to cope with both.
The authors, Nico van Oudenhoven, originally a child psychologist, and Rona Jualla van Oudenhoven, an educational sociologist, are both connected to ICDI – International Child Development Initiatives, located in Amsterdam (The Netherlands).
Culturised Early Childhood Development. The Well-being and Healthy Development of Young Boys and Girls
This book argues that the worldwide trend of turning children into ‘early learners’ at ever younger ages is detrimental to their well-being and healthy development. Instead, ECD – Early Childhood Education efforts should foremost be a ‘culturising’ endeavour.
Culturised ECD is here seen as an enjoyable and wholesome process that challenges and engages children. It fosters their curiosity and eagerness to be active and to explore, enables them to use their faculties, talents and skills, and contributes to their development as well-rounded persons since it helps them in valuing, searching for, finding, contributing to and creating beauty and meaning in life as well as appreciating the connectedness of things organic and inorganic. It also engenders children with hope and “the audacious attempt to galvanize and energize, to inspire and to invigorate world-weary people”. It is the totality of those activities that enables young boys and girls to participate in things that are meaningful, pleasing and good. It recognises that ECD is all-encompassing and should therefore be much more than providing children with ‘schooling’.
The following issues are addressed, culturised ECD and its:
- effect on the well-being of children; this regardless of their future, inside or outside the school or employment market
- impact on the longer-term development of children; do they become more resilient, experience fewer obstacles when enrolling in formal basic education and when adults, will they fare better, socially and economically?
- relevance when faced with such ‘hot topics’ as violence, discrimination and social exclusion of children.
- contribution to reducing poverty and inequality, or helping young boys and girls, both as children and later as adults, to cope with both.
The authors, Nico van Oudenhoven, originally a child psychologist, and Rona Jualla van Oudenhoven, an educational sociologist, are both connected to ICDI – International Child Development Initiatives, located in Amsterdam (The Netherlands).
De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
Introductie tot de psychomotoriek
Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.
Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.
Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.
Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse
opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma
hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben
in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.
Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.
Introductie tot de psychomotoriek
Psychomotoriek benadert de totale persoonlijkheid vanuit het bewegen en de lichamelijkheid.
Dit boek biedt vooral een zorgvuldig gedoseerde theoretische achtergrond bij de verschillende elementen die deel uitmaken van psychomotoriek. Tegelijk wordt een aantal instrumenten aangereikt om het praktische werkterrein van de psychomotoriek en van de psychomotorische therapie toe te lichten.
Eerst belicht de auteur de normale motorische ontwikkeling bij de mens. Dan komt de diagnostiek - zowel bij kinderen als bij volwassenen - aan bod. De daarop volgende delen handelen over de therapeutische doelstellingen en over de verschillende vormen van therapie en de technieken die de hulpverlener ter beschikking staan. Ook de relatie therapeut-cliënt krijgt hierbij aandacht.
Deze uitgave is een - progressief opgebouwd - studieboek voor diverse
opleidingen die een introductie tot de psychomotoriek op hun programma
hebben staan en voor alle hulpverleners die een inzicht willen hebben
in het wezen van de psychomotoriek en de psychomotorische therapie.
Johan Simons is academisch hoofddocent aan de KU Leuven.
Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten
Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.
Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de
Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen
over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in
Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict
and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.
Mozaïek en dynamiek van het lokaal gezinsbeleid in Vlaanderen. Successen, spanningsvelden en knelpunten
Samen met het decreet preventieve gezinsondersteuning zetten lokale besturen meer en meer in op een Huis van het Kind. Lokale besturen hebben een coördinerende en beleidsmatige rol op het gebied van kinderopvang en ook in andere domeinen van het gezinsbeleid krijgen ze taken toegewezen vanuit het Vlaams en federaal niveau. Het gezinsbeleid in Vlaanderen is deels een decentraal beleid: lokale besturen dragen een groot deel van de verantwoordelijkheid. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de planlasten voor lokale besturen dalen. Deze evoluties vroegen om een onderzoek naar de tendensen in het lokale gezinsbeleid. In deze publicatie worden de resultaten van dit onderzoek bij lokale actoren gebundeld.
Dit boek bouwt verder op de jaarlijkse screening van de domeinen en actoren van het gezinsbeleid, die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakt. Het gezinsbeleid is een zaak van verschillende overheden en verschillende niveaus. We volgen het Vlaams, federaal, Europees en lokaal gezinsbeleid op. De verbinding tussen deze drie niveaus worden in een casestudy over de aanpak van de bestrijding van kinderarmoede toegelicht. Voor geïnteresseerden in het gezinsbeleid en voor professionelen in de welzijnssector geeft deze publicatie inzicht in de praktijk van het lokale gezinsbeleid en nodigt ze uit tot debat.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw
en ruimtelijke planning. Hij is lector Gezinsbeleid in de opleiding Bachelor in de
Gezinswetenschappen en begeleidt jaarlijks een groep studenten die ouders bevragen
over de gezinsvriendelijkheid van hun wijk.
Kathleen Emmery is master in de criminologie. Ze is coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en volgt het gezinsbeleid in
Vlaanderen op.
Pieter Rondelez is master in de politieke wetenschappen en master of conflict
and development. Hij volgt het gezinsbeleid op Europees niveau op.
Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.
Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…
Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.
Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte
vragen en methoden aangepast kunnen worden aan
het anders denken van mensen met autisme.
Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme.
Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte
therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte
vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding
en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem,
is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding
van mensen met autisme.
Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.
Oplossingsgericht aan de slag met mensen met autisme – a.n.d.e.r.s.
Werken met mensen met autisme is niet evident, niet voor hen, en niet voor de begeleiders. Maar oplossingsgericht werken lukt wel. Oplossingsgerichte vragen zijn vooral toekomstgericht, en veronderstellen een zekere verbeelding om een antwoord te kunnen bedenken. Laat de verbeelding bij mensen met autisme nu net beperkt zijn. En toch…
Het oplossingsgerichte gedachtegoed en de oplossingsgerichte methodieken blijken ideaal te zijn voor het werken met deze mensen.
Aan de hand van het acroniem a.n.d.e.r.s. wordt duidelijk hoe de oplossingsgerichte
vragen en methoden aangepast kunnen worden aan
het anders denken van mensen met autisme.
Els Mattelin werkt al 15 jaar met mensen met autisme.
Ze volgde onder meer de opleiding ‘oplossingsgerichte
therapie’ in het Korzybski-instituut in Brugge. Ze richtte
vzw Dynamiek op, gespecialiseerd in diagnostiek, begeleiding
en vorming. Dynamiek, gevestigd in Izegem,
is ondertussen een begrip geworden bij de begeleiding
van mensen met autisme.
Hannelore Volckaert is orthopedagoge en heeft ervaring opgebouwd in bijzondere jeugdzorg en onderwijs. Ze was leerlingbegeleider en stuurde een consortium volwassenenonderwijs aan. Daarnaast is ze oplossingsgerichte therapeut, coach en trainer en werkt ze sinds een zestal jaar samen met Els Mattelin voor mensen met autisme.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische
toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten
als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden,
namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten,
danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die
met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten
voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 22
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische
toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten
als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden,
namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten,
danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die
met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten
voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is hoofddocent aan de KU Leuven, Faculteit Bewegingsen Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier
de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid
en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat
ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en
factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke
dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het
onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het
beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter
kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar
ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen
en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,
hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voor het onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuele vrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staat het belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die door bestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuele vrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaak van leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces van leidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomie als uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveld als nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuit een heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigen kwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de ander in-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen worden wie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met de hulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie. Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders, nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manier
de vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleid
en biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Wat
ik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren en
factoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijke
dynamiek die een rol speelt in organisaties zoals het
onderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe het
beter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beter
kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maar
ook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderen
en jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,
hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties
Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.
Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Margriet Hovens volgde opleidingen aan de Stadsakademie in Maastricht en de Akademie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Zij studeerde kunstgeschiedenis en filosofische esthetica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast haar beeldend kunstenaarschap doceert zij ‘filosofie van de kunst’ aan de ArtEZ-Hogeschool voor de kunsten in Arnhem.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Anja Zonneveld, Jaap van Lakerveld en Marlous Dekker-Regelink zijn verbonden aan PLATO / Universiteit Leiden. Selma van der Haar en Joep Rozendal waren bij het schrijven van de eerste druk verbonden aan PLATO respectievelijk Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt
op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en
leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire
bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag
centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.
Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,
maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep
genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van
klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud
te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van
leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden
gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop
voorbereidt.
Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspunt
op invloedfactoren en processen van ontwikkeling en
leren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionaire
bril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedrag
centraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.
Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,
maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loep
genomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars van
klassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoud
te bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit van
leer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebieden
gezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daarop
voorbereidt.
Andre Vyt is docent aan de Opleidingen Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool Gent en aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van jet Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie. Sedert 2013 is hij voorzitter van EIPEN, het European Interprofessional Practice & Education Network for Health & Social Care. De auteur is tevens expert kwaliteitszorg en afstandsonderwijs.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.



