De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.
Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.
Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.
Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.
Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen en wetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft het traditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichten en vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waarop musici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek. Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussen de oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop. Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app (Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’ reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benadering van tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt het repertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie. Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempo en vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op een betere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaar geheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide en parate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan de bestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naar
het muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroeger
en nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen van
expertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.
De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente en
werkbare oplossingen.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan LUCA School of Arts
te Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst te Ekeren.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen en wetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft het traditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichten en vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waarop musici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek. Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussen de oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop. Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app (Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’ reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benadering van tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt het repertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie. Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempo en vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op een betere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaar geheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide en parate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan de bestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naar
het muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroeger
en nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen van
expertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.
De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente en
werkbare oplossingen.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan LUCA School of Arts
te Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst te Ekeren.
Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details. More on this subject: https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtU https://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednref https://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdf https://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/ https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Lieven Strobbe teaches the organ and creative keyboard at LUCA school of Arts in Leuven and the Flemisch Part-time Music Edcuation Academies (DKO) in Ekeren and Wilrijk.
.. If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details. More on this subject: https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtU https://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednref https://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdf https://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/ https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Lieven Strobbe teaches the organ and creative keyboard at LUCA school of Arts in Leuven and the Flemisch Part-time Music Edcuation Academies (DKO) in Ekeren and Wilrijk.
.. If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperament worstelen dagelijks met veel problemen en vragen. Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is, hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer de diagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit, slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag – kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderen worden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders mét hun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerende probleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici, maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten, ... kunnen het in de begeleiding van kinderen en ouders gebruiken.
Giel Vaessen, is systeemtherapeut en opnamecoördinator in de Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. Daarnaast doceert hij aan de Faculteit Sociaal-Pedagogische Hulpverlening van de Hogeschool Zuyd in Maastricht.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperament worstelen dagelijks met veel problemen en vragen. Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is, hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer de diagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit, slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag – kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderen worden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders mét hun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerende probleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici, maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten, ... kunnen het in de begeleiding van kinderen en ouders gebruiken.
Giel Vaessen, is systeemtherapeut en opnamecoördinator in de Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. Daarnaast doceert hij aan de Faculteit Sociaal-Pedagogische Hulpverlening van de Hogeschool Zuyd in Maastricht.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantal vergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring twee tegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiënter met leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakt het ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaalt zich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelf nog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragen zijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving: die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerkt aan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid, met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandacht besteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringen en hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan een open houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zij besloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen. Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is het buitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Frits F. Achterberg is trainer, coach, adviseur, ontwerper en docent geweest aan scholen voor het Voortgezet Onderwijs en aan de Universiteit Utrecht, faculteit der sociale wetenschappen, afdeling educatie. Kernactiviteiten: werken met ervaren professionals; levenlang leren en ontwikkelen in de lopende beroepsfasen. Hij ontwerpt activiteiten om vergrijzing tot een maatschappelijke kans te maken.
Ervaren leraren. Diep leren en vitaal ontwikkelen, halverwege uw loopbaan. Een verslag van hoop en bezieling.
Leraren in het onderwijs vergrijzen. Verhoudingsgewijs neemt het aantal vergrijsde docenten steeds meer toe. Zij merken dat ervaring twee tegengestelde kanten heeft . Ervaren docenten werken steeds efficiënter met leerlingen, en kunnen bergen van werk verzetten. Maar ervaring maakt het ook lastig om veranderingen aan te brengen in die praktijk. Het werk herhaalt zich en kan makkelijk een sleur worden. Komen ervaren docenten zelf nog aan leren en ontwikkelen toe? Hoe gaat het met hun motivatie? Deze vragen zijn essentieel voor het onderwijs, maar eigenlijk ook voor onze samenleving: die vergrijst immers mee.
Dit boek is een onderzoeksverslag. Ervaren docenten hebben van harte meegewerkt aan diepe interviews. Bovendien heeft de auteur 12 trainingen geleid, met gemiddeld 12 docenten per groep. In deze trainingen is intensief aandacht besteed aan de professionele levensloop van de docenten, hun leerervaringen en hun leerverlangen, en hun beroepstrots. Zij hebben hard gewerkt aan een open houding ten aanzien van de tweede fase van hun beroepspraktijken. Zij besloten weer te gaan leren en ontwikkelen, na afloop van hun trainingen. Dat zat verborgen onder hun praktijk en kwam weer tevoorschijn. Dat is het buitengewoon goede nieuws in dit onderzoeksverslag.
Frits F. Achterberg is trainer, coach, adviseur, ontwerper en docent geweest aan scholen voor het Voortgezet Onderwijs en aan de Universiteit Utrecht, faculteit der sociale wetenschappen, afdeling educatie. Kernactiviteiten: werken met ervaren professionals; levenlang leren en ontwikkelen in de lopende beroepsfasen. Hij ontwerpt activiteiten om vergrijzing tot een maatschappelijke kans te maken.




