Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
€ 29,50
Uitoefenaars van medische en paramedische beroepen werken vaak samen. Deze samenwerkingsverbanden kunnen diverse vormen aannemen en alleen betrekking hebben op het poolen van de kosten, maar kunnen ook betrekking hebben op het poolen van de inkomsten.
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
€ 29,50
Uitoefenaars van medische en paramedische beroepen werken vaak samen. Deze samenwerkingsverbanden kunnen diverse vormen aannemen en alleen betrekking hebben op het poolen van de kosten, maar kunnen ook betrekking hebben op het poolen van de inkomsten.
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
€ 39,00
Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen (BBB), nr. 1
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
€ 39,00
Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen (BBB), nr. 1
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
€ 23,50
KleuterKracht! Een boek met maar liefst achttien interactie- en werkvormen die je op weg zetten om de stem, keuze en het eigenaarschap van jonge kinderen een plaats te geven binnen de verbondenheid van de groep. Ze zetten in op ‘agency’ binnen je dagdagelijkse klaswerking met peuters en kleuters.
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
€ 23,50
KleuterKracht! Een boek met maar liefst achttien interactie- en werkvormen die je op weg zetten om de stem, keuze en het eigenaarschap van jonge kinderen een plaats te geven binnen de verbondenheid van de groep. Ze zetten in op ‘agency’ binnen je dagdagelijkse klaswerking met peuters en kleuters.
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
€ 22,00
Wil jij graag spannende of grappige avonturen beleven met je eigen sokpop?
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
€ 22,00
Wil jij graag spannende of grappige avonturen beleven met je eigen sokpop?
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
€ 37,00
De medische en paramedische vrijstellingen zijn gekoppeld aan het therapeutisch doel van de prestatie. In dit boek wordt de reikwijdte hiervan geanalyseerd.
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
€ 37,00
De medische en paramedische vrijstellingen zijn gekoppeld aan het therapeutisch doel van de prestatie. In dit boek wordt de reikwijdte hiervan geanalyseerd.
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
€ 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
€ 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
€ 55,00
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van de Algemene wet inzake douane en accijnzen, het Europees Douanewetboek, de uitvoeringsbesluiten en -verordeningen, en de wetgeving inzake douanevertegenwoordiging, bijgewerkt tot 3 januari 2022.
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
€ 55,00
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van de Algemene wet inzake douane en accijnzen, het Europees Douanewetboek, de uitvoeringsbesluiten en -verordeningen, en de wetgeving inzake douanevertegenwoordiging, bijgewerkt tot 3 januari 2022.
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
€ 70,00
Wie de ambitie heeft om te gaan ondernemen of dat al doet, moet van vele markten op zijn minst een behoorlijke basiskennis hebben. Deze uitgave brengt die kennis bij elkaar. Na een inleidend hoofdstuk over wat ondernemen wil zeggen, overloopt ze één na één alle essentiële elementen, zoals belangrijke economische begrippen,
vennootschapsvormen met speciale aandacht voor de ‘handelszaak’, boekhouding, jaarrekening, kostprijscalculatie, investering, budgettering, financiële analyse,… Een apart hoofdstuk is besteed aan het opstarten van een eigen onderneming.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
€ 70,00
Wie de ambitie heeft om te gaan ondernemen of dat al doet, moet van vele markten op zijn minst een behoorlijke basiskennis hebben. Deze uitgave brengt die kennis bij elkaar. Na een inleidend hoofdstuk over wat ondernemen wil zeggen, overloopt ze één na één alle essentiële elementen, zoals belangrijke economische begrippen,
vennootschapsvormen met speciale aandacht voor de ‘handelszaak’, boekhouding, jaarrekening, kostprijscalculatie, investering, budgettering, financiële analyse,… Een apart hoofdstuk is besteed aan het opstarten van een eigen onderneming.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
€ 10,00
Feestnummer bis
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
€ 10,00
Feestnummer bis
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
€ 18,50
DJDJD is de afkorting van de Dacht Je Dat Je Dacht-vragenlijst, waarbij men uitgedaagd wordt om te
denken over denken. Mensen gaan er vaak vanuit dat ze goed denken en staan er niet bij stil dat ze denkfouten zouden maken. Velen beseffen zelfs niet dat je kan denken over denken!
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
€ 18,50
DJDJD is de afkorting van de Dacht Je Dat Je Dacht-vragenlijst, waarbij men uitgedaagd wordt om te
denken over denken. Mensen gaan er vaak vanuit dat ze goed denken en staan er niet bij stil dat ze denkfouten zouden maken. Velen beseffen zelfs niet dat je kan denken over denken!
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
€ 45,00
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
€ 45,00
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
€ 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
€ 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
€ 32,50
Sedert 1831 is de Belgische Grondwet — naast diverse herzieningen met een meer beperkte draagwijdte — het voorwerp geweest van acht grote herzieningen. De eerste twee grondwetsherzieningen, deze van 1893 en 1921, betroffen de democratisering van het kiesstelsel. De zes daaropvolgende herzieningen, deze van 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 en 2012-2014, vormden het unitaire België om tot een federale Staat.
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
€ 32,50
Sedert 1831 is de Belgische Grondwet — naast diverse herzieningen met een meer beperkte draagwijdte — het voorwerp geweest van acht grote herzieningen. De eerste twee grondwetsherzieningen, deze van 1893 en 1921, betroffen de democratisering van het kiesstelsel. De zes daaropvolgende herzieningen, deze van 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 en 2012-2014, vormden het unitaire België om tot een federale Staat.
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
Btw-eetjes Deel 19
€ 42,00
Dit boek vormt intussen reeds het negentiende in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit negentiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 19
€ 42,00
Dit boek vormt intussen reeds het negentiende in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit negentiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
€ 25,00
Dit cahier handelt over de medische geschiedenis in de bloeitijd van de scholastiek (1200-1347) en bestaat uit drie delen. Deel één focust op de universitaire scholastische leermethode voor de kandidaat-medicus. Deze methode wordt aan de hand van voorbeelden belicht (het oog, de vrouwelijke borst, de overdracht van ziekten). Na de dertiende-eeuwse encyclopedisten richten we ons naar de medicus Bernard van Gordon en de chirurg Hendrik van Mondeville, die beiden rond 1300 een belangrijk medisch boek nalieten. Deel twee behandelt de zorg voor de zieke mens en het dode lichaam. De volgende onderwerpen komen aan bod: de preventieve zorg, de diversiteit van de Vlaamse vrouwen betrokken in de ziekenzorg, de getuigenissen van twee patiënten, de hongersnood van 1315-1317 en ten slotte de verscheidene zorgmethodes voor het dode lichaam. Deel drie begeeft zich met de volgende topics naar de ‘franjes’ van de geneeskunde: een encyclopedist die de medici onbekwaam acht, verscheidene legenden die de spot drijven met belangrijke artsen uit de oudheid, uitspraken van het kerkelijk recht over de mannelijke impotentie en ten slotte de prille verschijning van het vrouwelijke decolleté.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
€ 25,00
Dit cahier handelt over de medische geschiedenis in de bloeitijd van de scholastiek (1200-1347) en bestaat uit drie delen. Deel één focust op de universitaire scholastische leermethode voor de kandidaat-medicus. Deze methode wordt aan de hand van voorbeelden belicht (het oog, de vrouwelijke borst, de overdracht van ziekten). Na de dertiende-eeuwse encyclopedisten richten we ons naar de medicus Bernard van Gordon en de chirurg Hendrik van Mondeville, die beiden rond 1300 een belangrijk medisch boek nalieten. Deel twee behandelt de zorg voor de zieke mens en het dode lichaam. De volgende onderwerpen komen aan bod: de preventieve zorg, de diversiteit van de Vlaamse vrouwen betrokken in de ziekenzorg, de getuigenissen van twee patiënten, de hongersnood van 1315-1317 en ten slotte de verscheidene zorgmethodes voor het dode lichaam. Deel drie begeeft zich met de volgende topics naar de ‘franjes’ van de geneeskunde: een encyclopedist die de medici onbekwaam acht, verscheidene legenden die de spot drijven met belangrijke artsen uit de oudheid, uitspraken van het kerkelijk recht over de mannelijke impotentie en ten slotte de prille verschijning van het vrouwelijke decolleté.
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
€ 24,00
Ruim twee eeuwen geleden trok John Howard (1726-1790) door Groot-Brittannië en vele andere Europese landen om te kijken hoe mensen in gevangenissen en andere instellingen werden opgesloten. Zijn ervaringen leidden onder meer tot het befaamde The state of the prisons in England and Wales. With preliminary observations, and an account of some foreign prisons and hospitals en inspireerden vele gevangenishervormers en wetenschappers over de hele wereld.
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
€ 24,00
Ruim twee eeuwen geleden trok John Howard (1726-1790) door Groot-Brittannië en vele andere Europese landen om te kijken hoe mensen in gevangenissen en andere instellingen werden opgesloten. Zijn ervaringen leidden onder meer tot het befaamde The state of the prisons in England and Wales. With preliminary observations, and an account of some foreign prisons and hospitals en inspireerden vele gevangenishervormers en wetenschappers over de hele wereld.
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
€ 25,00
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
€ 25,00
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
€ 32,50
Wat bedoelen we als we zeggen dat we aandachtig betrokken zijn bij een kind? En wat is de pedagogische betekenis van die ‘aandachtige betrokkenheid’? In dit boek reikt Lisette Bastiaansen antwoorden aan op vragen over aandacht en betrokkenheid in relatie tot de pedagogische dimensie van onderwijs.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
€ 32,50
Wat bedoelen we als we zeggen dat we aandachtig betrokken zijn bij een kind? En wat is de pedagogische betekenis van die ‘aandachtige betrokkenheid’? In dit boek reikt Lisette Bastiaansen antwoorden aan op vragen over aandacht en betrokkenheid in relatie tot de pedagogische dimensie van onderwijs.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
€ 19,50
Zonder zorgen ouder worden, dat willen we allemaal, maar toch blijkt dat niet evident te zijn. Van jongs af aan maken we ons over allerlei zaken zorgen en dit vaak omdat we niet voldoende op de hoogte zijn. Een goede kennis van en meer informatie over de belangrijke levensthema’s kan hierbij helpen en ons de rust brengen die we allemaal verdienen.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
€ 19,50
Zonder zorgen ouder worden, dat willen we allemaal, maar toch blijkt dat niet evident te zijn. Van jongs af aan maken we ons over allerlei zaken zorgen en dit vaak omdat we niet voldoende op de hoogte zijn. Een goede kennis van en meer informatie over de belangrijke levensthema’s kan hierbij helpen en ons de rust brengen die we allemaal verdienen.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
€ 17,50
De innovatie is te veel werk voor de school, Leerkrachten zijn niet gemotiveerd om de innovatie te gebruiken, Binnen de school worden leerkrachten onvoldoende ondersteund bij de invoering van de vernieuwing, … Dit zijn ongetwijfeld enkele van de problemen waar je als schoolinterne of -externe professional betrokken bij de implementatie van schoolse innovaties mee vertrouwd bent. Hoewel er heel wat effectieve (preventieve of welzijnsbevorderende) schoolse innovaties bestaan, zijn professionals en onderzoekers het erover eens dat ze hun doelstellingen niet steeds bereiken. Dit is onder meer het gevolg van een ontoereikende implementatie.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
€ 17,50
De innovatie is te veel werk voor de school, Leerkrachten zijn niet gemotiveerd om de innovatie te gebruiken, Binnen de school worden leerkrachten onvoldoende ondersteund bij de invoering van de vernieuwing, … Dit zijn ongetwijfeld enkele van de problemen waar je als schoolinterne of -externe professional betrokken bij de implementatie van schoolse innovaties mee vertrouwd bent. Hoewel er heel wat effectieve (preventieve of welzijnsbevorderende) schoolse innovaties bestaan, zijn professionals en onderzoekers het erover eens dat ze hun doelstellingen niet steeds bereiken. Dit is onder meer het gevolg van een ontoereikende implementatie.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
€ 45,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe technologieën en het auditberoep.
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
€ 45,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe technologieën en het auditberoep.
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
€ 29,95
Le système des drapeaux Sensoa est une méthode qui facilite les discussions au sujet des comportements sexuels, transgressifs ou non. La publication du système des drapeaux propose des situations illustrées de comportements sexuels (éventuellement transgressifs) et un système de couleurs de drapeaux pour évaluer chaque situation et son niveau de gravité. L’évaluation se fait à l’aide de six critères. L’évaluation de la gravité du comportement est une partie importante du processus: elle fournit des indications sur les réponses à donner et le suivi à mettre en place. Ce système permet à toutes les parties prenantes de comprendre les fondements des comportements sexuellement acceptables et sexuellement transgressifs.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
€ 29,95
Le système des drapeaux Sensoa est une méthode qui facilite les discussions au sujet des comportements sexuels, transgressifs ou non. La publication du système des drapeaux propose des situations illustrées de comportements sexuels (éventuellement transgressifs) et un système de couleurs de drapeaux pour évaluer chaque situation et son niveau de gravité. L’évaluation se fait à l’aide de six critères. L’évaluation de la gravité du comportement est une partie importante du processus: elle fournit des indications sur les réponses à donner et le suivi à mettre en place. Ce système permet à toutes les parties prenantes de comprendre les fondements des comportements sexuellement acceptables et sexuellement transgressifs.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
€ 32,50
Is het lidgeld van een schietclub te belasten met btw? Is er over maandelijkse bijdragen van leden die aankopen mogen doen in biologische winkels btw? Moet er btw gerekend worden over de bijdrage betaald aan een serviceclub?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
€ 32,50
Is het lidgeld van een schietclub te belasten met btw? Is er over maandelijkse bijdragen van leden die aankopen mogen doen in biologische winkels btw? Moet er btw gerekend worden over de bijdrage betaald aan een serviceclub?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Pleidooi voor het kapitalisme
€ 29,95
In “Pleidooi voor het kapitalisme” breekt Ton Appels een lans voor dit systeem dat tegenwoordig wederom door velen vaak fel wordt bekritiseerd. De ongeëvenaarde economische groei en welvaart die het kapitalisme in de geschiedenis heeft gebracht wordt met talrijke praktijkvoorbeelden aangetoond, waarna dit succes theoretisch, op basis van de inzichten van een aantal van de grootste economen vanaf Adam Smith, wordt verklaard. Het kapitalisme is tevens nauw verbonden met vrijheid, maakt beleid om welzijn te vergroten mogelijk, en steunt op meritocratische principes uitgaand van het individu en niet van allerlei collectivistische groepsidentiteiten. De overheid als alternatief voor het kapitalisme is in veel gevallen slechter, soms op dramatische wijze. Ook bij het oplossen van grote hedendaagse problemen zou men er goed aan doen de enorme kracht van het kapitalisme daar waar mogelijk te benutten.
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
Pleidooi voor het kapitalisme
€ 29,95
In “Pleidooi voor het kapitalisme” breekt Ton Appels een lans voor dit systeem dat tegenwoordig wederom door velen vaak fel wordt bekritiseerd. De ongeëvenaarde economische groei en welvaart die het kapitalisme in de geschiedenis heeft gebracht wordt met talrijke praktijkvoorbeelden aangetoond, waarna dit succes theoretisch, op basis van de inzichten van een aantal van de grootste economen vanaf Adam Smith, wordt verklaard. Het kapitalisme is tevens nauw verbonden met vrijheid, maakt beleid om welzijn te vergroten mogelijk, en steunt op meritocratische principes uitgaand van het individu en niet van allerlei collectivistische groepsidentiteiten. De overheid als alternatief voor het kapitalisme is in veel gevallen slechter, soms op dramatische wijze. Ook bij het oplossen van grote hedendaagse problemen zou men er goed aan doen de enorme kracht van het kapitalisme daar waar mogelijk te benutten.
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.














