Mediatietherapie in de residentiĆ«le zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiƫle zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geƫscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiƫle setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliƫnten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiƫle zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliƫnten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoƶrdinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Mediatietherapie in de residentiĆ«le zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiƫle zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geƫscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiƫle setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliƫnten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiƫle zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliƫnten?
Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoƶrdinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Eric Broekaert is voorzitter-hoogleraar van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Eric Broekaert is voorzitter-hoogleraar van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moeten worden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt. Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten, hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader van het levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilots in Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Kristien Smet behaalde een graduaatsdiploma Sociaal Agogisch Werk optie Maatschappelijk Werk en een Master of Arts in Comparative European Social Studies. Ze werkt als maatschappelijk werker in Indigo vzw en is projectmedewerker bij GOB de Ploeg.
Suzanne van Driel is staffunctionaris in het Dr. Leo Kannerhuis. Ze werkt op de afdeling Research & Development.
Dit werk is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang leren-programma tussen de Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding en Begeleiding De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE). Dit Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriƫle ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiƫle werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeƫn, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ālofthuizenā. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriƫle ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiƫle werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeƫn, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ālofthuizenā. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coƶrdinator van het VONK3 ā Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijk in de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Het onderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst in overleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan het werkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningen als onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrument bij tot een uniforme communicatie over de competenties die via opleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet dit leiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Deze uitgave is een initiatief van Expertisecentrum Dementie Vlaanderen in Antwerpen, Tandem Expertisecentrum Dementie in Turnhout, Universiteit Gent en Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.
Lieven De Maesschalck is coƶrdinator van het VONK3 ā Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd van de Katholieke Hogeschool Kempen en hoofdlector bij het Departement Gezondheidszorg, vestigingsplaats Lier, van deze hogeschool.
Patrick Verhaest is wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ābuitenwaarts vrijenā. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse themaās als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ācultuur van het vrijenā.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Kleine filosofie van het vrijen
In deze filosofische benadering van de seksuele ervaring introduceert Ann Van Sevenant de term ābuitenwaarts vrijenā. Daarnaast bespreekt ze traditionele onderwerpen als het ideaal van eenwording of de spirituele dimensie van seksuele liefde, maar ook hedendaagse themaās als eenzame seks, ontrouw, het geveinsd orgasme en impotentie.
In dit boek vindt de lezer nieuwe invalshoeken voor de problematiek rond de man-vrouw verhouding, seksuele vrijheid, (huwelijks)trouw, menopauze, de mythe van eindeloos genot, de toenadering van de geslachten, seksuele onvrede, enz. Het boek sluit af met voorstellen tot een ācultuur van het vrijenā.
Ann Van Sevenant is voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen) en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: āDe Nieuwe Therapeutische Gemeenschapā [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
A pioneer of milieu therapy. The life and work of Maxwell Jones
The book can be considered complementary to another volume published by Garant: āDe Nieuwe Therapeutische Gemeenschapā [The New Therapeutic Community] (Broekaert et al.,1996), in which the concept-based therapeutic community for substance abusers is thoroughly elaborated.
This book is intended for students and professionals, from a broad variety of contexts and disciplines, who are interested in (social) psychiatry, (democratic) therapeutic communities and milieu therapy.
Stijn Vandevelde, PhD holds a teaching and research position at the Department of Social Work and Welfare Studies of University College Ghent (Belgium). He is also affiliated to the Department of Orthopedagogics at Ghent University.
Eric Broekaert, PhD is a full professor at and chairman of the Department of Orthopedagogics at Ghent University (Belgium).
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor mensen met dementie. Het antwoord op 101 vragen
Deze uitgave is een inspiratiebron voor iedereen die mee wil bouwen aan een gediversifieerd woon- en zorglandschap voor ouderen.
Chantal Van Audenhove, psychologe, is directeur van Lucas, een centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven en zij doceert aan deze universiteit.
Nele Spruytte, psychologe, is senior onderzoeker bij Lucas.
Anja Declercq, sociologe, is er projectleider. De andere auteurs zijn initiatiefnemers van projecten voor kleinschalig genormaliseerd wonen in Vlaanderen en werkten mee in het kader van het onderzoeksproject Stapstenen naar kleinschalig genormaliseerd wonen.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs ā en de lezers ā nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden āongewild afhankelijkā van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas ā Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs ā en de lezers ā nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden āongewild afhankelijkā van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas ā Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beĆÆnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediƫrend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Handelingsplanning in het basisonderwijs
De auteurs staan naast het systematische en cyclische proces stil bij de verschillende niveaus van handelingsplanning die elkaar voortdurend wederzijds beĆÆnvloeden: het schoolwerkplan, het groepshandelingsplan en het individueel handelingsplan.
De betrokkenheid van leerkrachten, paramedici, psychologisch en pedagogisch personeel, kinderen en ouders vormen de rode draad in dit dynamisch proces. Handelingsplanning is immers meer dan steriel papierwerk. Het is een manier van werken, ingebed in een ontwikkelings- en teamgericht klimaat.
Marc Van Gils was actief in het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, directeur, pedagogisch adviseur. Hij is gastdocent in banabaopleidingen Buitengewoon Onderwijs, zorgverbreding en remediƫrend leren.
Jan Speltincx is al jaren actief binnen het Buitengewoon Basisonderwijs als leerkracht, interne begeleider, directeur en gastdocent banaba Buitengewoon Onderwijs.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiƫle behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.
Sporen naar verandering. Behandeling van seksueel delinquent gedrag
In een eerste deel worden de verschillende therapeutische sporen beschreven aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Er is het spoor van de residentiƫle behandeling en dat van de ambulante behandeling, waarin ook aandacht is voor de behandeling van plegers met een verstandelijke beperking. Het uiteindelijke doel van de behandeling is de pleger opnieuw in de maatschappij te plaatsen. In een tweede deel komen alle aspecten van dit proces aan bod, van het optimaliseren van de veiligheid van de maatschappij tot het zoeken naar een zinvolle en positieve invulling van de toekomst van een pleger. In een laatste deel wordt aandacht besteed aan de behandelaars van seksuele delinquenten. Het dagelijks omgaan met deze doelgroep heeft immers ook een impact op de individuele hulpverlener en op een team.
In een maatschappij waar de discussie rond plegers steeds weer hoog oplaait, schetst dit boek een meer genuanceerd en realistisch beeld van deze mensen en wat van een behandeling kan worden verwacht.
Johan Baeke en Nils Verbeeck zijn psychiater, Dirk Debbaut is criminoloog, Bert Decavel is verpleegkundige, Ellen Gunst is psycholoog-psychotherapeut. Zij zijn allen verbonden aan Fides, een gespecialiseerd behandelcentrum voor seksuele delinquenten van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus en het CGG Prisma in Beernem.