Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Life course model: a way to work with autism
An autism spectrum disorder (ASD) opens permanent needs throughout the entire life course in areas of care but also in terms of education and employment. In a lifetime, there are several transition moments, such as the step to primary or secondary school, the choice of another discipline, the start of higher education or the first job. Transitions are often very complicated for people with ASD. Therefore, perspective thinking and early action are most important for the guidance of people with ASD.
The AVANTI-project has developed a life-course model from a proactive and holistic support vision. The model assumes that transitions should be adequately prepared because this can be very decisive for the success of a training or employment programme. This book is aimed at the professional who works with people with ASD, teachers, social workers, counsellors and job coaches.
This guide offers them the theoretical framework of the life-course model and a description of practical situations based on pilot projects in the Netherlands, Flanders and Portugal.
Kristien Smet earned a graduate degree in Social-Agogic Work, with a major in Social Work and a Master of Arts in Comparative European Social Studies. She works as a social worker for Indigo vzw and as a project assistant for GOB De Ploeg vzw.
Suzanne van Driel is a staff member at the Dr. Leo Kannerhuis. She works for the Research & Development Department.
This book is the result of a European cooperation in the context of the Lifelong Learning Programme between De Ploeg vzw, specialized in the training and guidance of employment-disabled people (BE) (supervisor), the Dr. Leo Kannerhuis (NL), the Flemish Union of the Catholic Special Needs Education (VVKBuO) (BE), APPACDM de Marinha Grande (PT) and the Strategic Project Organization Kempen (SPK vzw) (BE). This Leonardo Da Vinci project is realized thanks to the support of the European Commission.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Hieruit blijkt dat de doembeelden die over inclusie de ronde doen, echt geen werkelijkheidhoeven te zijn. Aan het einde van elk hoofdstuk zetten een aantal reflectievragenaan tot een analyse van het eigen kijken en handelen en tot het zoeken van mogelijkhedenbinnen concrete en unieke klassituaties.
Wie zich in de praktijk van inclusief onderwijs wil verdiepen, vindt in dit boek denodige informatie.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
Parentificatie. Als het kind te snel ouder wordt (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 13)
Parentificatie betekent dat het kind op oneigenlijke wijze verantwoordelijk wordt (gemaakt)voor het welbevinden van de ouders.
Als dusdanig is het vaak een belangrijke risicofactor voor hetontstaan van allerlei psychopathologie. Parentificatie heeft een impact op de gehechtheid en/of zal deverhouding tot de anderen bepalen zoal niet hypothekeren. Het kind kan inderdaad in min of meerderemate geroepen worden en/of zich geroepen voelen bepaalde oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Hetwordt als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latereleeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken.
Bedoeling van deze publicatie is dituiterst relevant en complex gegeven vanuit diverse optieken te belichten en ggz-werkers voor deze nueens verdoken, dan weer veronachtzaamde dynamiek te sensibiliseren.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
De groep in psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 12)
Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te Gent. Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, participant van de Belgische School voor Psychoanalyse, bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur, coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’ en auteur van ‘Freud & Co in de Psychiatrie’ (2006) en ‘De Wetenschap van de Liefde en de Kunst van de Computeranalyse’ (2008).
Met bijdragen van Ad Boerwinkel, Frédéric Declercq, Gino Gevaert, Lieve Janssens, Guido Laforce, Jaak Le Roy, Claudio Neri, Wolf Spanoghe, Michel Thys, Frank Van den Bulke, Ronny Vandermeeren, Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert, Guy Verbruggen en Mark Kinet.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkendterrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hundirecte omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maardan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemenbij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optiemeer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk.Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodigbij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaatte kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ookvanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensievehulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijksebegeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliëntenwonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleidingsoms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemenom te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiëlezorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoordop vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat,hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowelgroepsleiding als medecliënten?
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Betekenisvol leren onderwijzen op de werkplekleeromgeving
In een eerste deel wordt gekeken naar de bevindingen van dit onderzoek; in het tweede wordt nagegaan hoe die inhoudelijke resultaten concreet in de praktijk van de opleiding en het lesproces ingezet kunnen worden. Ten slotte reikt een kennisbank begrippen en instrumenten aan die opleiders en (toekomstige) leraren, maar ook het management kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun onderwijspraktijk.
Het onderzoek naar de onderwijsontwikkelingen is tot stand gekomen in samenspraak met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding en van verschillende universiteiten en met de teams van partnerscholen, waarbij zowel aanstaande leraren als studenten van universiteiten zijn betrokken.
dr. mr. Herman Popeijus is lector aan de pedagogische Hogeschool de Kempel in Helmond en senior onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor Leraar en School van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
dr. Jeannette Geldens is als associate lector verbonden aan Hogeschool de Kempel en aan de Federatie Interactum.
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Naar een integratieve handelingsorthopedagogiek
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Levensloopmodel: Werken met autisme
Het Avanti-project ontwikkelde een levensloopmodel vanuit een proactieve en integraleondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities voldoende voorbereid moetenworden, omdat het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject hiervan afhangt.Dit boek richt zich tot de professional die werkt met personen met ASS, leerkrachten,hulpverleners, begeleiders en jobcoaches. Deze gids biedt hen het theoretische kader vanhet levensloopmodel en de vertaling ervan naar de praktijk aan de hand van enkele pilotsin Nederland, Vlaanderen en Portugal.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Van bouwvallig naar bijna nieuw. Innovatief renoveren
De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.
De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.
Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.
Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.
Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als intern auditor en later als projectleider in een aannemersbedrijf, zaakvoerder van de bvba De Nieuwe Ruimte in Gent en kon in die periode een ruime ervaring opdoen op vlak van inkoop van oude panden en renovatie naar eigentijdse betaalbare ‘lofthuizen’. Momenteel is hij kwaliteitspeter bij het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg en lid-consulent bij de vzw Belgian Senior Consultants.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.
Competenties van verpleegkundigen en verzorgenden in begeleiding van en zorg voor mensen met dementie
Welke competenties van verpleegkundigen en verzorgenden zijn wenselijkin de dagelijkse begeleiding en zorg voor mensen met dementie? Hetonderwijs kan en moet competentieprofielen ontwikkelen, het liefst inoverleg met het arbeidsveld, maar moet ze daadwerkelijk toetsen aan hetwerkveld, dat de norm bepaalt.
Dit boek biedt een concreet instrument waarmee zowel zorgvoorzieningenals onderwijsinstellingen aan de slag kunnen. Meteen draagt het instrumentbij tot een uniforme communicatie over de competenties die viaopleiding en navorming kunnen worden verworven. Uiteindelijk moet ditleiden tot een verhoging van de zorgkwaliteit.