Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.

 35,50
Questions supplémentaires pour le coach Lorsque vous disposez les cartes

– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?

Après avoir posé les cartes

– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?


Quick View

Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.

 35,50
Questions supplémentaires pour le coach Lorsque vous disposez les cartes

– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?

Après avoir posé les cartes

– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte

 18,00
In dit boek voert pedagoog Carolien Hermans de lezer mee in de onderstromen van het onderwijs. Onderwijs is een vloeibaar concept dat geen stilstand kent, alleen beweging. Onderwijs, in andere woorden, is altijd onderweg. Onrust en verandering, alsook verbinding, het buiten de eigen oevers treden en de oversteek wagen, zijn wezenskenmerken van leren en onderwijzen.

In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.

Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.

Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.



Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.

Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl

Quick View

Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte

 18,00
In dit boek voert pedagoog Carolien Hermans de lezer mee in de onderstromen van het onderwijs. Onderwijs is een vloeibaar concept dat geen stilstand kent, alleen beweging. Onderwijs, in andere woorden, is altijd onderweg. Onrust en verandering, alsook verbinding, het buiten de eigen oevers treden en de oversteek wagen, zijn wezenskenmerken van leren en onderwijzen.

In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.

Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.

Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.



Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.

Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)

 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.

Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.

Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.

In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.

Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?


Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)

 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.

Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.

Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.

In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.

Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?


Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hemel en aarde in de ‘wiskunde’

 27,00
Dit boek verzamelt een aantal zeer toegankelijke teksten onder de gemeenschappelijke noemer ‘wiskunde’, al is het geen keiharde mathematica. Tien ervan zijn ‘down-to-earth’, en gaan van Columbus’ meridiaan op aarde tot de algoritmes van Facebook of Bitcoin. Tien andere verwijzen naar de hemel, zij het die van het hindoeïsme, de islam, de New Age of de Katholieke Kerk. Ze kunnen afzonderlijk gelezen worden, want ze zijn gebaseerd op artikels die verschenen in het wetenschapsblad EOS. De onderwerpen zijn ongetwijfeld origineel, op het uitdagende af. Hun geografische, culturele en tijdsgebonden diversiteit is verrassend. Soms is er een ‘second opinion’, zoals van filosoof Jean Paul Van Bendegem, politicoloog Carl Devos, technologie-expert Kenneth Dée of codebreker Jarl Van Eycke.

‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB


Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).

Quick View

Hemel en aarde in de ‘wiskunde’

 27,00
Dit boek verzamelt een aantal zeer toegankelijke teksten onder de gemeenschappelijke noemer ‘wiskunde’, al is het geen keiharde mathematica. Tien ervan zijn ‘down-to-earth’, en gaan van Columbus’ meridiaan op aarde tot de algoritmes van Facebook of Bitcoin. Tien andere verwijzen naar de hemel, zij het die van het hindoeïsme, de islam, de New Age of de Katholieke Kerk. Ze kunnen afzonderlijk gelezen worden, want ze zijn gebaseerd op artikels die verschenen in het wetenschapsblad EOS. De onderwerpen zijn ongetwijfeld origineel, op het uitdagende af. Hun geografische, culturele en tijdsgebonden diversiteit is verrassend. Soms is er een ‘second opinion’, zoals van filosoof Jean Paul Van Bendegem, politicoloog Carl Devos, technologie-expert Kenneth Dée of codebreker Jarl Van Eycke.

‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB


Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit

 30,00
Diversiteit is een vaak genoemd onderwerp en daarmee kent het ver - schillende invalshoeken. Dit boek gaat over culturele diversiteit in verbinding met het ‘westers’ christendom. Het onderwerp betreft het belang om te zien dat religie sterk verbonden is met een variatie aan sociaal-culturele contexten. Dit is een meerwaarde voor de samenleving waar de kerk(en) door de eeuwen heen op verschillende manieren geanticipeerd hebben. Vandaag is het van belang om deze sociaal-religieuze diversiteit opnieuw te bestuderen en te leren vanuit de rijke historie van de Bijbelse geschiedenis en de kerkgeschiedenis tot aan de 21ste eeuw. Het gaat hierbij om een onderzoek hoe gebruikte modellen van hermeneutiek (uitlegkunde) door de eeuwen heen diversiteit heeft gevormd maar ook heeft onderdrukt. Dit boek is het laatste deel van een trilogie. Het eerste boek behandelt het onderwerp Culturele normen en religieuze waarden en het tweede boek gaat over Het Woord in beeld en taal. Alle drie boeken behandelen een ander gezichtspunt zodat ze afzonderlijk goed te lezen zijn.


Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

Quick View

Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit

 30,00
Diversiteit is een vaak genoemd onderwerp en daarmee kent het ver - schillende invalshoeken. Dit boek gaat over culturele diversiteit in verbinding met het ‘westers’ christendom. Het onderwerp betreft het belang om te zien dat religie sterk verbonden is met een variatie aan sociaal-culturele contexten. Dit is een meerwaarde voor de samenleving waar de kerk(en) door de eeuwen heen op verschillende manieren geanticipeerd hebben. Vandaag is het van belang om deze sociaal-religieuze diversiteit opnieuw te bestuderen en te leren vanuit de rijke historie van de Bijbelse geschiedenis en de kerkgeschiedenis tot aan de 21ste eeuw. Het gaat hierbij om een onderzoek hoe gebruikte modellen van hermeneutiek (uitlegkunde) door de eeuwen heen diversiteit heeft gevormd maar ook heeft onderdrukt. Dit boek is het laatste deel van een trilogie. Het eerste boek behandelt het onderwerp Culturele normen en religieuze waarden en het tweede boek gaat over Het Woord in beeld en taal. Alle drie boeken behandelen een ander gezichtspunt zodat ze afzonderlijk goed te lezen zijn.


Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde

 22,00
Een open relatie, zou jij dat kunnen?

De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.

De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.

Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.



Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.

openrelatie.nu

Quick View

Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde

 22,00
Een open relatie, zou jij dat kunnen?

De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.

De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.

Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.



Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.

openrelatie.nu

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system

 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.

Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.

Quick View

Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system

 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.

Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde

 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.

Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.

Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?

Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.



Geen voorraad
Quick View

Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde

 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.

Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.

Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?

Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2

 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.

Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.

Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.


Quick View

Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2

 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.

Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.

Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Eén vrouw, vele gezichten

 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.

Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.

Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.

Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).

Quick View

Eén vrouw, vele gezichten

 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.

Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.

Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.

Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wupke. De wereld op zijn kop

 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen. Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld. De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan. Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!

Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.

Quick View

Wupke. De wereld op zijn kop

 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen. Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld. De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan. Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!

Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering

 19,00
Dit met foto's geïllustreerde boek is je gids naar een klein paradijs dat groeide uit grasland: de filosofentuin. Je maakt niet alleen kennis met de toenemende diversiteit van fauna en flora, maar ook met de groeiende bewustwording van de hovenier. Samen met haar verandert en verdiept zich je blik op plant, dier en mens en op de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding. Zo wordt de filosofentuin uiteindelijk een afspiegeling van (of metafoor voor) een bewuster en rijker leven in gemeenschap.

Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem

Quick View

Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering

 19,00
Dit met foto's geïllustreerde boek is je gids naar een klein paradijs dat groeide uit grasland: de filosofentuin. Je maakt niet alleen kennis met de toenemende diversiteit van fauna en flora, maar ook met de groeiende bewustwording van de hovenier. Samen met haar verandert en verdiept zich je blik op plant, dier en mens en op de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding. Zo wordt de filosofentuin uiteindelijk een afspiegeling van (of metafoor voor) een bewuster en rijker leven in gemeenschap.

Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6

 25,00


Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate

Geen voorraad
Quick View

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6

 25,00


Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave

 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.

Quick View

Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave

 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison

 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.


Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.

Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.

Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.

Geen voorraad
Quick View

RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison

 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.


Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.

Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.

Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition

 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.

The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.

For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.


Quick View

Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition

 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.

The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.

For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie

 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?



Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.

  Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.

Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.

Quick View

Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie

 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?



Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.

  Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.

Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen

 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.

Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.


Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.

Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.

Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.

Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.

Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.

Quick View

Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen

 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.

Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.


Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.

Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.

Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.

Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.

Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs

 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.

Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.



Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.

Quick View

Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs

 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.

Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.



Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)

 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)

Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.

Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.


Geen voorraad
Quick View

Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)

 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)

Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.

Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme

 59,00
Bij het ‘leren’ en ‘naar school gaan’ spelen waarnemen en denken voortdurend een rol. Je moet kennis kunnen verwerken, het leren kunnen organiseren en je moet heel wat sociale en communicatievaardigheden kunnen inzetten. Mensen met ASS hebben een typische manier van waarnemen en denken, die hen bijzondere kwaliteiten, maar ook veel onduidelijkheid en stress kan geven. Bovendien vragen de verwachtingen van de omgeving en de vele prikkels bij het ‘naar school gaan’ heel veel van deze jongeren. Zo kan ook het ‘aankunnen’ onder druk komen te staan. En zonder áánkunnen is er geen kunnen. Dit boek wil daarom inzicht geven in de complexiteit van ‘leren leren’ met autisme.
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.



Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.

Quick View

De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme

 59,00
Bij het ‘leren’ en ‘naar school gaan’ spelen waarnemen en denken voortdurend een rol. Je moet kennis kunnen verwerken, het leren kunnen organiseren en je moet heel wat sociale en communicatievaardigheden kunnen inzetten. Mensen met ASS hebben een typische manier van waarnemen en denken, die hen bijzondere kwaliteiten, maar ook veel onduidelijkheid en stress kan geven. Bovendien vragen de verwachtingen van de omgeving en de vele prikkels bij het ‘naar school gaan’ heel veel van deze jongeren. Zo kan ook het ‘aankunnen’ onder druk komen te staan. En zonder áánkunnen is er geen kunnen. Dit boek wil daarom inzicht geven in de complexiteit van ‘leren leren’ met autisme.
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.



Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy

 15,00
De inleiding op het feitelijke thema van deze speciale uitgave van Filosofie & Praktijk, volgt hierna in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Naast de leden van de themaredactie – Birgit Boogaard, Michael Eze en Cees Maris – wordt aan het nummer verder meegewerkt door, in alfabetische volgorde: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haeen, Wilfred Lajul, Stephnen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Korte informatie over de auteurs is aan het slot van dit nummer bijeen gebracht in “About the authors”.
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.


Geen voorraad
Quick View

Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy

 15,00
De inleiding op het feitelijke thema van deze speciale uitgave van Filosofie & Praktijk, volgt hierna in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Naast de leden van de themaredactie – Birgit Boogaard, Michael Eze en Cees Maris – wordt aan het nummer verder meegewerkt door, in alfabetische volgorde: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haeen, Wilfred Lajul, Stephnen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Korte informatie over de auteurs is aan het slot van dit nummer bijeen gebracht in “About the authors”.
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation

 24,00
Naoma is een oma uit duizenden. Ze is een superheld in aandacht geven en luisteren. Ze kijkt dwars door alles wat nep is en ziet wie je werkelijk bent achter je angst, boosheid of pijn. Harold en Maidy gaan graag met haar op stap. Ze leren van haar hoe ze moeten omgaan met de monsters die verdrietige mensen achtervolgen. Naoma laat hen zien hoe ze mensen kunnen helpen die in tijd en plaats verdwaald zijn.
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.


Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).

Quick View

Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation

 24,00
Naoma is een oma uit duizenden. Ze is een superheld in aandacht geven en luisteren. Ze kijkt dwars door alles wat nep is en ziet wie je werkelijk bent achter je angst, boosheid of pijn. Harold en Maidy gaan graag met haar op stap. Ze leren van haar hoe ze moeten omgaan met de monsters die verdrietige mensen achtervolgen. Naoma laat hen zien hoe ze mensen kunnen helpen die in tijd en plaats verdwaald zijn.
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.


Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×