
Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890
€ 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn.
Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek.
Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten.
Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw.
Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890
€ 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn.
Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek.
Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten.
Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw.
Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.



Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord
€ 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft.
Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken.
Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein.
Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders.
Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord
€ 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft.
Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken.
Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein.
Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders.
Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.
Geen voorraad

De etnisch-culturele positie van de tweede generatie Surinamers
€ 14,75
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de 'etnische minderheden' gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Geen voorraad

De etnisch-culturele positie van de tweede generatie Surinamers
€ 14,75
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de 'etnische minderheden' gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.

Veelsoortig assortiment. Allochtoon ondernemerschap in Amsterdam als incorporatietraject 1965-1995
€ 15,75
De immigrantengroepen die de afgelopen dertig jaar Nederland zijn binnengekomen, zijn op verschillende manieren gaan deelnemen aan het economisch verkeer: als werknemer en tegenwoordig ook steeds meer als zelfstandig ondernemer. Volgens August Choenni leert de ervaring in Amsterdam dat de weg van het starten van een onderneming om zo een eigen plek in de samenleving te vinden, niet voor alle die groepen dezelfde mogelijkheden biedt. Hij is dit nagegaan voor de Egyptenaren, Patkistani, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de hoofdstad. Zijn conclusie is dat er bij deze groepen sprake is van verschillende achtergronden die er voor zorgen dat er gesproken kon worden van een veelsoortig assortiment.

Veelsoortig assortiment. Allochtoon ondernemerschap in Amsterdam als incorporatietraject 1965-1995
€ 15,75
De immigrantengroepen die de afgelopen dertig jaar Nederland zijn binnengekomen, zijn op verschillende manieren gaan deelnemen aan het economisch verkeer: als werknemer en tegenwoordig ook steeds meer als zelfstandig ondernemer. Volgens August Choenni leert de ervaring in Amsterdam dat de weg van het starten van een onderneming om zo een eigen plek in de samenleving te vinden, niet voor alle die groepen dezelfde mogelijkheden biedt. Hij is dit nagegaan voor de Egyptenaren, Patkistani, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de hoofdstad. Zijn conclusie is dat er bij deze groepen sprake is van verschillende achtergronden die er voor zorgen dat er gesproken kon worden van een veelsoortig assortiment.
Geen voorraad

Geen voorraad

Air-conditioned lifestyle. Nieuwe rijken in Jakarta
€ 13,80
Dit boek gaat over de ''Orang Kaya Baru'', de nieuwe rijken van het moderne Jakarta (Indonesië). Zij vormen de bovenste laag van de middenklasse, die in het midden van de jaren zestig is ontstaan na de explosieve economische ontwikkeling, die door Soeharto''s autoritaire ''Orde Baru'' (Nieuwe Orde) in gang is gezet.
Deze snel groeiende middenklasse jogt voor het werk, consumeert afwisselend fastfood en health food en kijkt ''s avonds onderuitgezakt voor de buis naar soaps, waarin joggen, fastfood en moderne relatieperikelen centraal staan. Een ogenschijnlijk universele manier van leven, vol met de voortbrengselen van de moderne massaproductie.
Dit consumptiepatroon is een relatief nieuw fenomeen in deze niet-westerse culturen. Daar zijn het vaak de ''nouveaux riches'' die dit fenomeen het eerst en het hevigst omarmen, want alleen door hun consumptiegedrag kunnen zij zich van de rest van de samenleving onderscheiden; kenmerkend voor de oude elite is immers haar aristocratische afkomst en opstelling. De moderne consumptie is zo een ideale uitdrukking voor de nieuwe sociale status van de zich gestaag uitbreidende middenklasse.
De ''Orang Kaya Baru'' is het meest gebaat bij de stabiliteit en overzichtelijkheid, die door de economische politiek van de ''Orde Baru'' is ontstaan; zij hebben veel te verliezen.
Lizzy van Leeuwen is jurist en antropoloog en thans werkzaam bij de Gemeente Amsterdam.
Air-conditioned lifestyle. Nieuwe rijken in Jakarta
€ 13,80
Dit boek gaat over de ''Orang Kaya Baru'', de nieuwe rijken van het moderne Jakarta (Indonesië). Zij vormen de bovenste laag van de middenklasse, die in het midden van de jaren zestig is ontstaan na de explosieve economische ontwikkeling, die door Soeharto''s autoritaire ''Orde Baru'' (Nieuwe Orde) in gang is gezet.
Deze snel groeiende middenklasse jogt voor het werk, consumeert afwisselend fastfood en health food en kijkt ''s avonds onderuitgezakt voor de buis naar soaps, waarin joggen, fastfood en moderne relatieperikelen centraal staan. Een ogenschijnlijk universele manier van leven, vol met de voortbrengselen van de moderne massaproductie.
Dit consumptiepatroon is een relatief nieuw fenomeen in deze niet-westerse culturen. Daar zijn het vaak de ''nouveaux riches'' die dit fenomeen het eerst en het hevigst omarmen, want alleen door hun consumptiegedrag kunnen zij zich van de rest van de samenleving onderscheiden; kenmerkend voor de oude elite is immers haar aristocratische afkomst en opstelling. De moderne consumptie is zo een ideale uitdrukking voor de nieuwe sociale status van de zich gestaag uitbreidende middenklasse.
De ''Orang Kaya Baru'' is het meest gebaat bij de stabiliteit en overzichtelijkheid, die door de economische politiek van de ''Orde Baru'' is ontstaan; zij hebben veel te verliezen.
Lizzy van Leeuwen is jurist en antropoloog en thans werkzaam bij de Gemeente Amsterdam.
Geen voorraad

Money be man
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.
Geen voorraad

Money be man
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.
Geen voorraad

Geen voorraad

Geen voorraad

Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Geen voorraad

Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Geen voorraad

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Geen voorraad

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.
Geen voorraad

Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.
Geen voorraad

Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.
Geen voorraad

Facades. Oostenrijkers en het oorlogsverleden
€ 18,50
Ingelijfd bij Duitsland vochten en werkten Oostenrijkers in de Tweede Wereldoorlog samen met de Duitsers op alle fronten, in de vernietigingskampen, in de bezette gebieden, thuis. Samen met de Duitsers verloren ze.Alle betrokkenen moesten na deze collectieve ervaring van geweld, samen verder, aan welke kant ze ook gestaan hadden. Zoals er steeds opnieuw samenlevingen zijn, die na een oorlog, na etnische zuiveringen, na terreur en verlies met elkaar verder moeten.Herinneren is niet alleen een psychisch maar ook sociaal fenomeen. We herinneren wat gedeeld wordt met anderen. De herinnering is steeds opnieuw een constructie en tegelijkertijd een reconstructie: ze gaat terug, reageert en borduurt voort op wat er vroeger gebeurd is. Het verleden krijgt vorm en wordt steeds aangepast, becommentarieerd, verdraaid en bestreden.De herinnering beperkt zich niet tot de taal: ze wordt vastgelegd in allerlei vormen, ze gaat schuil achter allerlei façades, zoals een illustratie, een monument, een foto, een bepaalde melodie, een gebaar, een pijnlijke stilte.Anne Gevers laat in deze studie zien hoe die herinneringen gestalte hebben gekregen in een Oostenrijkse stad. Ze traceert het complexe samenspel tussen dominante, verborgen en contrasterende interpretaties van dit uiterst omstreden maar niet vergeten verleden.Anne Gevers (1951) was ten tijde van het onderzoek als antropologe verbonden aan The Amsterdam School for Social Science Research.
Geen voorraad

Facades. Oostenrijkers en het oorlogsverleden
€ 18,50
Ingelijfd bij Duitsland vochten en werkten Oostenrijkers in de Tweede Wereldoorlog samen met de Duitsers op alle fronten, in de vernietigingskampen, in de bezette gebieden, thuis. Samen met de Duitsers verloren ze.Alle betrokkenen moesten na deze collectieve ervaring van geweld, samen verder, aan welke kant ze ook gestaan hadden. Zoals er steeds opnieuw samenlevingen zijn, die na een oorlog, na etnische zuiveringen, na terreur en verlies met elkaar verder moeten.Herinneren is niet alleen een psychisch maar ook sociaal fenomeen. We herinneren wat gedeeld wordt met anderen. De herinnering is steeds opnieuw een constructie en tegelijkertijd een reconstructie: ze gaat terug, reageert en borduurt voort op wat er vroeger gebeurd is. Het verleden krijgt vorm en wordt steeds aangepast, becommentarieerd, verdraaid en bestreden.De herinnering beperkt zich niet tot de taal: ze wordt vastgelegd in allerlei vormen, ze gaat schuil achter allerlei façades, zoals een illustratie, een monument, een foto, een bepaalde melodie, een gebaar, een pijnlijke stilte.Anne Gevers laat in deze studie zien hoe die herinneringen gestalte hebben gekregen in een Oostenrijkse stad. Ze traceert het complexe samenspel tussen dominante, verborgen en contrasterende interpretaties van dit uiterst omstreden maar niet vergeten verleden.Anne Gevers (1951) was ten tijde van het onderzoek als antropologe verbonden aan The Amsterdam School for Social Science Research.
Geen voorraad

Geen voorraad

Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.
Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.
A van Abyssaal. De vrouw als kunst – De kunst als vrouw
€ 27,90
Van de prehistorie tot nu is de vrouw het bevoorrechte onderwerp van de kunst geweest. De vrouwals kunst, of de samenhorigheid van het vrouwelijke en de kunst, kan geen louter toeval zijn. De actuele kunst is de eerste om de traditionele mythe van de vrouw af te wijzen. Ze keert de traditie van de kunst om: niet meer de vrouwals kunst, maar de kunst als vrouw. Dit komt neer op een conflict tussen twee metaforen van de vrouw dat vele vragen oproept. In dit boek komen grote denkers aan het woord, zoals Plato, Bataille en Levinas, maar ook Freud en Lacan, en Derrida. Meer nog luistert de auteur naar vrouwen, o.a. Lou Andreas Salome, Julia Kristeva, Luce Irigaray, Hildegard von Bingen. Hij heeft aandacht voor dichters, zowel voor de Egyptische liefdespoëzie als voor Homeros, San Juan de la Cruz en NovalisMaar vooral is dit boek een tocht door de hele kunstgeschiedenis: van de Venus van Willendorf en Lascaux, over de Egyptische grafschilderkunst, de 16e eeuw met Giorgione en Baldung Grien, de 1ge eeuw metFiissli, Munch, Moreau en Wiertz, tot de 2Oe eeuw met de late Monet, Matisse en Magritte. De nadruk ligt evenwel op actuele kunstenaars, mannen en vrouwen, zoals Marius Kruk, Bill Viola, Amish Kapoor, Cindy Sherman, Louise Bourgeois, Anne Mendieta.
Francis Smets doceert cultuurgeschiedenis en cultuurfilosotie aan de KHLim -Katholieke Hogeschool Limburg.
Francis Smets doceert cultuurgeschiedenis en cultuurfilosotie aan de KHLim -Katholieke Hogeschool Limburg.
A van Abyssaal. De vrouw als kunst – De kunst als vrouw
€ 27,90
Van de prehistorie tot nu is de vrouw het bevoorrechte onderwerp van de kunst geweest. De vrouwals kunst, of de samenhorigheid van het vrouwelijke en de kunst, kan geen louter toeval zijn. De actuele kunst is de eerste om de traditionele mythe van de vrouw af te wijzen. Ze keert de traditie van de kunst om: niet meer de vrouwals kunst, maar de kunst als vrouw. Dit komt neer op een conflict tussen twee metaforen van de vrouw dat vele vragen oproept. In dit boek komen grote denkers aan het woord, zoals Plato, Bataille en Levinas, maar ook Freud en Lacan, en Derrida. Meer nog luistert de auteur naar vrouwen, o.a. Lou Andreas Salome, Julia Kristeva, Luce Irigaray, Hildegard von Bingen. Hij heeft aandacht voor dichters, zowel voor de Egyptische liefdespoëzie als voor Homeros, San Juan de la Cruz en NovalisMaar vooral is dit boek een tocht door de hele kunstgeschiedenis: van de Venus van Willendorf en Lascaux, over de Egyptische grafschilderkunst, de 16e eeuw met Giorgione en Baldung Grien, de 1ge eeuw metFiissli, Munch, Moreau en Wiertz, tot de 2Oe eeuw met de late Monet, Matisse en Magritte. De nadruk ligt evenwel op actuele kunstenaars, mannen en vrouwen, zoals Marius Kruk, Bill Viola, Amish Kapoor, Cindy Sherman, Louise Bourgeois, Anne Mendieta.
Francis Smets doceert cultuurgeschiedenis en cultuurfilosotie aan de KHLim -Katholieke Hogeschool Limburg.
Francis Smets doceert cultuurgeschiedenis en cultuurfilosotie aan de KHLim -Katholieke Hogeschool Limburg.
Intercultural communication. A three-step method for dealing with differences
€ 24,00
De enorme diversiteit van de samenleving is een vaststaand feit. Bij contacten tussen mensen met verschillende culturele normen en waarden bestaat een verhoogde kans op misverstanden, miscommunicatie en mismanagement, wanneer men niet of onvoldoende op de hoogte is van elkaars normen, waarden, leefregels, gedragscodes. Bestaande communicatieen managementtheorieën die tot nu voldeden, blijken in de praktijk niet langer algemeen geldig te zijn. Ze zijn achterhaald. Zelfs de befaamde Maslowpiramide van menselijke behoeftes moet aan de huidige samenleving wordén aangepast. Verwachtingen en interpretaties kloppen niet meer met de bedoelingen. Vanzelfsprekendheden maken plaats voor verwarring. Daarom zijn nieuwe concepten nodig. De auteur ontwikkelt een nieuwe theorie over verschillen tussen mensen en culturen. Hij doet dat vanuit verschillen in structuren van omgangsregels en communicatiecodes die gelden tussen werelddelen, landen, bedrijven, afdelingen, maar ook tussen twee individuen, zelfs binnen het gezin. Daaruit ontstaat een methode die een nieuw perspectief biedt voor het omgaan met verschillen met behoud van ieders eigenheid. Theorie en methode worden geïllustreerd met vele praktische cases.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
Intercultural communication. A three-step method for dealing with differences
€ 24,00
De enorme diversiteit van de samenleving is een vaststaand feit. Bij contacten tussen mensen met verschillende culturele normen en waarden bestaat een verhoogde kans op misverstanden, miscommunicatie en mismanagement, wanneer men niet of onvoldoende op de hoogte is van elkaars normen, waarden, leefregels, gedragscodes. Bestaande communicatieen managementtheorieën die tot nu voldeden, blijken in de praktijk niet langer algemeen geldig te zijn. Ze zijn achterhaald. Zelfs de befaamde Maslowpiramide van menselijke behoeftes moet aan de huidige samenleving wordén aangepast. Verwachtingen en interpretaties kloppen niet meer met de bedoelingen. Vanzelfsprekendheden maken plaats voor verwarring. Daarom zijn nieuwe concepten nodig. De auteur ontwikkelt een nieuwe theorie over verschillen tussen mensen en culturen. Hij doet dat vanuit verschillen in structuren van omgangsregels en communicatiecodes die gelden tussen werelddelen, landen, bedrijven, afdelingen, maar ook tussen twee individuen, zelfs binnen het gezin. Daaruit ontstaat een methode die een nieuw perspectief biedt voor het omgaan met verschillen met behoud van ieders eigenheid. Theorie en methode worden geïllustreerd met vele praktische cases.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
Verslaving en motivationele gesprekstechniek. Handboek Motivationeel gesprek
€ 19,80
De behandeling van mensen met een verslaving verloopt moeizaam. Een goed gevoerd motivationeel gesprek, in sessies, kan veel effect hebben, ook bij verslaafden die aanvankelijk ontkennen, ontwijken of verbergen.
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Verslaving en motivationele gesprekstechniek. Handboek Motivationeel gesprek
€ 19,80
De behandeling van mensen met een verslaving verloopt moeizaam. Een goed gevoerd motivationeel gesprek, in sessies, kan veel effect hebben, ook bij verslaafden die aanvankelijk ontkennen, ontwijken of verbergen.
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Mama, mijn buik doet pijn. Kinderen met buikpijn helpen
€ 12,40
7% tot 30% van de kinderen en jongeren tussen 8-18 jaar klaagt geregeld over pijn ergens in het lichaam. Heel vaak gaat het om buikpijn. Sommige kinderen hebben er zoveel last van dat ze er hun normale activiteiten tijdelijk voor opgeven. Waar komt de buikpijn vandaan? Organisch of functioneel? Stress, aangeleerd gedrag om aandacht te vragen, veinzerij om onprettige dingen niet te moeten doen, aanstellerij? Dit boek gaat vooralover functionele buikpijn. De diverse redenen waarom kinderen die kunnen hebben, krijgen uitleg. Daarna geeft de auteur adviezen over hoe ermee omgaan: een buikpijnkalender brengt een en ander aan het licht, kinderen moeten leren stress te hanteren, buikpijngedrag afleren enz. Dit kan stapsgewijs. In het boek staat hoe dat kan. Ouders; crechemedewerksters, kinderverzorgsters, kleuterleidsters, pediatrisch verpleegkundigen enz. zullen dit praktische boek, dat erg helder is geschreven, goed kunnen gebruiken.
Mama, mijn buik doet pijn. Kinderen met buikpijn helpen
€ 12,40
7% tot 30% van de kinderen en jongeren tussen 8-18 jaar klaagt geregeld over pijn ergens in het lichaam. Heel vaak gaat het om buikpijn. Sommige kinderen hebben er zoveel last van dat ze er hun normale activiteiten tijdelijk voor opgeven. Waar komt de buikpijn vandaan? Organisch of functioneel? Stress, aangeleerd gedrag om aandacht te vragen, veinzerij om onprettige dingen niet te moeten doen, aanstellerij? Dit boek gaat vooralover functionele buikpijn. De diverse redenen waarom kinderen die kunnen hebben, krijgen uitleg. Daarna geeft de auteur adviezen over hoe ermee omgaan: een buikpijnkalender brengt een en ander aan het licht, kinderen moeten leren stress te hanteren, buikpijngedrag afleren enz. Dit kan stapsgewijs. In het boek staat hoe dat kan. Ouders; crechemedewerksters, kinderverzorgsters, kleuterleidsters, pediatrisch verpleegkundigen enz. zullen dit praktische boek, dat erg helder is geschreven, goed kunnen gebruiken.
Cross-Cultural Window on Consumer Behaviour
€ 22,00
Cross-cultural… a prepossessing word that already introduced the title of another book published by the Censydiam Institute, Cross-culturally Correct Marketing (1997)? Nothing but a vogue word in this world of "global" consumer research? Quite the contrary.
Censydiam, or Center for Systematic Diagnosis in Marketing, indeed provides an insight into how consumers of various cultures - or civilizations - relate to identical psychological drives. In this sequal to Cross-culturally Correct Marketing, staff members of Censydiam have taken the definition of "culture" further than its pureley anthropological or material sense.
Censydiam, or Center for Systematic Diagnosis in Marketing, indeed provides an insight into how consumers of various cultures - or civilizations - relate to identical psychological drives. In this sequal to Cross-culturally Correct Marketing, staff members of Censydiam have taken the definition of "culture" further than its pureley anthropological or material sense.
Cross-Cultural Window on Consumer Behaviour
€ 22,00
Cross-cultural… a prepossessing word that already introduced the title of another book published by the Censydiam Institute, Cross-culturally Correct Marketing (1997)? Nothing but a vogue word in this world of "global" consumer research? Quite the contrary.
Censydiam, or Center for Systematic Diagnosis in Marketing, indeed provides an insight into how consumers of various cultures - or civilizations - relate to identical psychological drives. In this sequal to Cross-culturally Correct Marketing, staff members of Censydiam have taken the definition of "culture" further than its pureley anthropological or material sense.
Censydiam, or Center for Systematic Diagnosis in Marketing, indeed provides an insight into how consumers of various cultures - or civilizations - relate to identical psychological drives. In this sequal to Cross-culturally Correct Marketing, staff members of Censydiam have taken the definition of "culture" further than its pureley anthropological or material sense.
Gezinspedagogiek – Deel 2: Opvoedingsondersteuning
€ 29,90
Het tweede deel in Gezinspedagogiek biedt een fundering van opvoedingsondersteuning. Zo gaat het in op de uitgangspunten van opvoedingsondersteuning, de samenhang tussen ouderlijk functioneren en gedrag van kinderen, vormingsconcepten, de plaats en de betekenis van opvoedingsondersteuning, de effectiviteit van oudercursussen enz. Daarnaast komen thema ''s aan bod omtrent een bepaald aanbod. Achtergronden en vormgeving van opvoedingsondersteuning aan jonge gezinnen, ouders van tieners, allochtone moeders, kandidaat-adoptie-ouders, pleegouders staan in afzonderlijke hoofdstukken.
Deze uitgave is een initiatief van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de K. U. Leuven, de Afdeling Gezin en Gedrag van de K.U. Nijmegen en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Deze uitgave is een initiatief van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de K. U. Leuven, de Afdeling Gezin en Gedrag van de K.U. Nijmegen en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Gezinspedagogiek – Deel 2: Opvoedingsondersteuning
€ 29,90
Het tweede deel in Gezinspedagogiek biedt een fundering van opvoedingsondersteuning. Zo gaat het in op de uitgangspunten van opvoedingsondersteuning, de samenhang tussen ouderlijk functioneren en gedrag van kinderen, vormingsconcepten, de plaats en de betekenis van opvoedingsondersteuning, de effectiviteit van oudercursussen enz. Daarnaast komen thema ''s aan bod omtrent een bepaald aanbod. Achtergronden en vormgeving van opvoedingsondersteuning aan jonge gezinnen, ouders van tieners, allochtone moeders, kandidaat-adoptie-ouders, pleegouders staan in afzonderlijke hoofdstukken.
Deze uitgave is een initiatief van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de K. U. Leuven, de Afdeling Gezin en Gedrag van de K.U. Nijmegen en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Deze uitgave is een initiatief van het Centrum voor Gezinspedagogiek van de K. U. Leuven, de Afdeling Gezin en Gedrag van de K.U. Nijmegen en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Schrijfpoort – De aanpak van spelling en spellingproblemen – Module 16: je eigen schrijfpoort maken – Cd-rom
€ 248,00
Heel wat leerlingen hebben matige tot ernstige spellingproblemen. Ze moeten de juiste strategie leren kiezen, dus door de goede poort stappen, om dat woord correct te schrijven. Het is belangrijk deze problemen te onderkennen en ze verder te analyseren. De Algemene handleiding van Schrijfpoort stelt dan ook een eerste foutenordening voor, die leidt tot verdere analyse van het probleem. Eenmaal je zicht hebt op de spellingproblemen, moet je handelen: leerling, leraars, remedial teacher, taakleraar, soms ouders, logopedist, orthopedagoog, … De Schrijfpoort werd geschreven ten behoeve van dit handelen.
De auteur deelt de spellingmoeilijkheden op in vijftien categorieën. Er is een aparte Module per categorie. Elke categorie heeft zijn eigen poort, zijn eigen strategie. Voor leerkrachten, remedial teachers,… zijn die herkenbaar. De leerling moet luisteren, analyseren, onthouden, opzoeken, een regel toepassen. Vanuit deze strategie wordt een leerlijn uitgewerkt met daaraan gekoppeld geheugensteuntjes (schrijfpoortjes), materialen en oefeningen. De leerlijn volgt de bekende didactische leerprincipes.
Schrijfpoort is niet alleen geschreven voor taakleraars, remedial teachers, leerkrachten speciaal/buitengewoon onderwijs, logopedisten, … De leerlijn is uiteraard ook van toepassing in de gewone klaspraktijk en heel wat oefeningen kunnen worden gebruikt tijdens een differentiatiemoment, bij hoeken- of contractwerk. De oefeningen kregen dan ook een waardering mee van gemakkelijk tot moeilijk. Goede spellers kunnen meteen de moeilijke oefeningen maken.
Sommige Modules zullen vooral worden gebruikt bij het aanvankelijk spellen, andere dan weer aan het einde van het basisonderwijs, begin secundair/voortgezet onderwijs. De leerlijn blijft ook geldig voor leerlingen secundair/voortgezet onderwijs, zelfs voor volwassenen met spellingproblemen. De materialen (bijv. het moeilijke-woorden-woordenboekje, het schema voor de regels open en gesloten lettergrepen, het ei-verhaal) blijven bruikbaar.
Erik BILLIAERT is verbonden aan het CLB – Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Antwerpen 1.
Erik BILLIAERT is verbonden aan het CLB – Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Antwerpen 1.
Schrijfpoort – De aanpak van spelling en spellingproblemen – Module 16: je eigen schrijfpoort maken – Cd-rom
€ 248,00
Heel wat leerlingen hebben matige tot ernstige spellingproblemen. Ze moeten de juiste strategie leren kiezen, dus door de goede poort stappen, om dat woord correct te schrijven. Het is belangrijk deze problemen te onderkennen en ze verder te analyseren. De Algemene handleiding van Schrijfpoort stelt dan ook een eerste foutenordening voor, die leidt tot verdere analyse van het probleem. Eenmaal je zicht hebt op de spellingproblemen, moet je handelen: leerling, leraars, remedial teacher, taakleraar, soms ouders, logopedist, orthopedagoog, … De Schrijfpoort werd geschreven ten behoeve van dit handelen.
De auteur deelt de spellingmoeilijkheden op in vijftien categorieën. Er is een aparte Module per categorie. Elke categorie heeft zijn eigen poort, zijn eigen strategie. Voor leerkrachten, remedial teachers,… zijn die herkenbaar. De leerling moet luisteren, analyseren, onthouden, opzoeken, een regel toepassen. Vanuit deze strategie wordt een leerlijn uitgewerkt met daaraan gekoppeld geheugensteuntjes (schrijfpoortjes), materialen en oefeningen. De leerlijn volgt de bekende didactische leerprincipes.
Schrijfpoort is niet alleen geschreven voor taakleraars, remedial teachers, leerkrachten speciaal/buitengewoon onderwijs, logopedisten, … De leerlijn is uiteraard ook van toepassing in de gewone klaspraktijk en heel wat oefeningen kunnen worden gebruikt tijdens een differentiatiemoment, bij hoeken- of contractwerk. De oefeningen kregen dan ook een waardering mee van gemakkelijk tot moeilijk. Goede spellers kunnen meteen de moeilijke oefeningen maken.
Sommige Modules zullen vooral worden gebruikt bij het aanvankelijk spellen, andere dan weer aan het einde van het basisonderwijs, begin secundair/voortgezet onderwijs. De leerlijn blijft ook geldig voor leerlingen secundair/voortgezet onderwijs, zelfs voor volwassenen met spellingproblemen. De materialen (bijv. het moeilijke-woorden-woordenboekje, het schema voor de regels open en gesloten lettergrepen, het ei-verhaal) blijven bruikbaar.
Erik BILLIAERT is verbonden aan het CLB – Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Antwerpen 1.
Erik BILLIAERT is verbonden aan het CLB – Centrum voor Leerlingenbegeleiding in Antwerpen 1.
