
Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890
€ 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn.
Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek.
Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten.
Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw.
Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890
€ 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn.
Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek.
Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten.
Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw.
Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.



Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord
€ 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft.
Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken.
Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein.
Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders.
Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord
€ 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft.
Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken.
Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein.
Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders.
Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.
Geen voorraad

De etnisch-culturele positie van de tweede generatie Surinamers
€ 14,75
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de 'etnische minderheden' gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Geen voorraad

De etnisch-culturele positie van de tweede generatie Surinamers
€ 14,75
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de 'etnische minderheden' gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.

Veelsoortig assortiment. Allochtoon ondernemerschap in Amsterdam als incorporatietraject 1965-1995
€ 15,75
De immigrantengroepen die de afgelopen dertig jaar Nederland zijn binnengekomen, zijn op verschillende manieren gaan deelnemen aan het economisch verkeer: als werknemer en tegenwoordig ook steeds meer als zelfstandig ondernemer. Volgens August Choenni leert de ervaring in Amsterdam dat de weg van het starten van een onderneming om zo een eigen plek in de samenleving te vinden, niet voor alle die groepen dezelfde mogelijkheden biedt. Hij is dit nagegaan voor de Egyptenaren, Patkistani, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de hoofdstad. Zijn conclusie is dat er bij deze groepen sprake is van verschillende achtergronden die er voor zorgen dat er gesproken kon worden van een veelsoortig assortiment.

Veelsoortig assortiment. Allochtoon ondernemerschap in Amsterdam als incorporatietraject 1965-1995
€ 15,75
De immigrantengroepen die de afgelopen dertig jaar Nederland zijn binnengekomen, zijn op verschillende manieren gaan deelnemen aan het economisch verkeer: als werknemer en tegenwoordig ook steeds meer als zelfstandig ondernemer. Volgens August Choenni leert de ervaring in Amsterdam dat de weg van het starten van een onderneming om zo een eigen plek in de samenleving te vinden, niet voor alle die groepen dezelfde mogelijkheden biedt. Hij is dit nagegaan voor de Egyptenaren, Patkistani, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de hoofdstad. Zijn conclusie is dat er bij deze groepen sprake is van verschillende achtergronden die er voor zorgen dat er gesproken kon worden van een veelsoortig assortiment.
Geen voorraad

Geen voorraad

Air-conditioned lifestyle. Nieuwe rijken in Jakarta
€ 13,80
Dit boek gaat over de ''Orang Kaya Baru'', de nieuwe rijken van het moderne Jakarta (Indonesië). Zij vormen de bovenste laag van de middenklasse, die in het midden van de jaren zestig is ontstaan na de explosieve economische ontwikkeling, die door Soeharto''s autoritaire ''Orde Baru'' (Nieuwe Orde) in gang is gezet.
Deze snel groeiende middenklasse jogt voor het werk, consumeert afwisselend fastfood en health food en kijkt ''s avonds onderuitgezakt voor de buis naar soaps, waarin joggen, fastfood en moderne relatieperikelen centraal staan. Een ogenschijnlijk universele manier van leven, vol met de voortbrengselen van de moderne massaproductie.
Dit consumptiepatroon is een relatief nieuw fenomeen in deze niet-westerse culturen. Daar zijn het vaak de ''nouveaux riches'' die dit fenomeen het eerst en het hevigst omarmen, want alleen door hun consumptiegedrag kunnen zij zich van de rest van de samenleving onderscheiden; kenmerkend voor de oude elite is immers haar aristocratische afkomst en opstelling. De moderne consumptie is zo een ideale uitdrukking voor de nieuwe sociale status van de zich gestaag uitbreidende middenklasse.
De ''Orang Kaya Baru'' is het meest gebaat bij de stabiliteit en overzichtelijkheid, die door de economische politiek van de ''Orde Baru'' is ontstaan; zij hebben veel te verliezen.
Lizzy van Leeuwen is jurist en antropoloog en thans werkzaam bij de Gemeente Amsterdam.
Air-conditioned lifestyle. Nieuwe rijken in Jakarta
€ 13,80
Dit boek gaat over de ''Orang Kaya Baru'', de nieuwe rijken van het moderne Jakarta (Indonesië). Zij vormen de bovenste laag van de middenklasse, die in het midden van de jaren zestig is ontstaan na de explosieve economische ontwikkeling, die door Soeharto''s autoritaire ''Orde Baru'' (Nieuwe Orde) in gang is gezet.
Deze snel groeiende middenklasse jogt voor het werk, consumeert afwisselend fastfood en health food en kijkt ''s avonds onderuitgezakt voor de buis naar soaps, waarin joggen, fastfood en moderne relatieperikelen centraal staan. Een ogenschijnlijk universele manier van leven, vol met de voortbrengselen van de moderne massaproductie.
Dit consumptiepatroon is een relatief nieuw fenomeen in deze niet-westerse culturen. Daar zijn het vaak de ''nouveaux riches'' die dit fenomeen het eerst en het hevigst omarmen, want alleen door hun consumptiegedrag kunnen zij zich van de rest van de samenleving onderscheiden; kenmerkend voor de oude elite is immers haar aristocratische afkomst en opstelling. De moderne consumptie is zo een ideale uitdrukking voor de nieuwe sociale status van de zich gestaag uitbreidende middenklasse.
De ''Orang Kaya Baru'' is het meest gebaat bij de stabiliteit en overzichtelijkheid, die door de economische politiek van de ''Orde Baru'' is ontstaan; zij hebben veel te verliezen.
Lizzy van Leeuwen is jurist en antropoloog en thans werkzaam bij de Gemeente Amsterdam.
Geen voorraad

Money be man
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.
Geen voorraad

Money be man
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.
Geen voorraad

Geen voorraad

Geen voorraad

Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Geen voorraad

Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Geen voorraad

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Geen voorraad

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).