Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van advertentiekruier tot reclameadviesbureau

 39,50
De Amerikaanse televisieserie Mad Men draait om de reclamejongens van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper, gelegen aan Madison Avenue in New York. De populaire serie van Matthew Weiner speelt in de jaren zestig van de twintigste eeuw en veroorzaakte een ongekende retrotrend in de populaire cultuur.

Dit boek gaat eveneens over de voor het grote publiek verborgen reclamewereld, maar dan die van voor de Tweede Wereldoorlog. Behalve de Verenigde Staten spelen ook Nederland en Duitsland er een rol in. In de serie Mad Men neemt Don Draper, gemodelleerd naar verschillende reclameprofessionals uit de ''sixties'', een centrale plaats in, terwijl in deze studie allerlei reclamepioniers van vlees en bloed in hun context geportretteerd worden.

In de tweede helft van de negentiende eeuw gingen bedrijven er geleidelijk toe over, meer reclame te maken, aanvankelijk voornamelijk in de vorm van advertenties. Deze en andere reclame-uitingen boden steeds meer mensen nieuwe mogelijkheden voor een creatieve baan. Niet Duitsland, maar de Verenigde Staten speelde een voortrekkersrol in het transformatieproces van advertentie- naar reclameadviesbureau. Omstreeks 1920 had het reclameadviesbureau daar zijn definitieve vorm gevonden. In Nederland kwam de ontwikkeling van de op een moderne leest geschoeide dienstverlening in de reclamewereld toen pas op gang.

Met veel aandacht voor de levensloop van vaak vergeten reclamepersoonlijkheden schetst de auteur de ontwikkeling van de advertentiekruierij tot en met het ontstaan van toonaangevende reclamebureaus in Nederland. Het beeld van een zoektocht naar d eheilige graal van de reclame dringt zich op.


Robert van Rossum (1958) studeerde van 1979 tot 1986 geschiedenis aan de Radboud Universiteit. In 1986 studeerde hij cum laude af in de economische en sociale geschiedenis, met als extra bijvak geschiedenis van de pers, propaganda en openbare mening aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1988 werkt hij bij de ABN AMRO Bank.

Quick View

Van advertentiekruier tot reclameadviesbureau

 39,50
De Amerikaanse televisieserie Mad Men draait om de reclamejongens van het fictieve reclamebureau Sterling Cooper, gelegen aan Madison Avenue in New York. De populaire serie van Matthew Weiner speelt in de jaren zestig van de twintigste eeuw en veroorzaakte een ongekende retrotrend in de populaire cultuur.

Dit boek gaat eveneens over de voor het grote publiek verborgen reclamewereld, maar dan die van voor de Tweede Wereldoorlog. Behalve de Verenigde Staten spelen ook Nederland en Duitsland er een rol in. In de serie Mad Men neemt Don Draper, gemodelleerd naar verschillende reclameprofessionals uit de ''sixties'', een centrale plaats in, terwijl in deze studie allerlei reclamepioniers van vlees en bloed in hun context geportretteerd worden.

In de tweede helft van de negentiende eeuw gingen bedrijven er geleidelijk toe over, meer reclame te maken, aanvankelijk voornamelijk in de vorm van advertenties. Deze en andere reclame-uitingen boden steeds meer mensen nieuwe mogelijkheden voor een creatieve baan. Niet Duitsland, maar de Verenigde Staten speelde een voortrekkersrol in het transformatieproces van advertentie- naar reclameadviesbureau. Omstreeks 1920 had het reclameadviesbureau daar zijn definitieve vorm gevonden. In Nederland kwam de ontwikkeling van de op een moderne leest geschoeide dienstverlening in de reclamewereld toen pas op gang.

Met veel aandacht voor de levensloop van vaak vergeten reclamepersoonlijkheden schetst de auteur de ontwikkeling van de advertentiekruierij tot en met het ontstaan van toonaangevende reclamebureaus in Nederland. Het beeld van een zoektocht naar d eheilige graal van de reclame dringt zich op.


Robert van Rossum (1958) studeerde van 1979 tot 1986 geschiedenis aan de Radboud Universiteit. In 1986 studeerde hij cum laude af in de economische en sociale geschiedenis, met als extra bijvak geschiedenis van de pers, propaganda en openbare mening aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1988 werkt hij bij de ABN AMRO Bank.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een journalistiek geheim ontsluierd

 29,50
Dit boek gaat over de stelselmatige beïnvloeding van de Nederlandse journalistiek tijdens de Eerste Wereldoorlog vanuit Wenen. Niet door krantenlezers in te palmen met Sachertorte of Mozartkugel voor bij de schaars geworden koffie, maar door bijna alle redacties van gemanipuleerd nieuws en geregisseerde reportages te voorzien.

De Dubbelmonarchie huurde de Tsjech Robert Saudek in om de publieke opinie in het neutrale Nederland en ver daarbuiten te winnen voor de belangen van Oostenrijk-Hongarije. Via het Hollandsch Nieuws-Bureau in Den Haag slaagde deze gewiekste spindoctor er in, het vertrouwen van redacties en individuele journalisten te winnen. Buiten medeweten van zijn opdrachtgevers aan de Donau speelde hij bovendien een dubbelspel - onder andere door zijn diensten ook in Berlijn aan te bieden.

Journalisten wrongen zich in allerlei bochten om een bezoek aan het Oostelijke Front te kunnen brengen. Na toelating door het Oostenrijks-Hongaarse Kriegspressequartier bedreven zij embedded oorlogsverslaggeving. Voorzien van een perskaart werden Nederlandse legerofficieren in de gelegenheid gesteld, het oorlogsgebeuren in ogenschouw te nemen.

Al met al gaat het in Een journalistiek geheim ontsluierd om geheimzinnige affaires die nu pas als een vergeten - of verdrongen? - hoofdstuk in de persgeschiedenis aan het licht komen. Journalisten die boter op hun hoofd hadden deden na 1918 geen beroep op het zelfreinigend vermogen van hun beroepsgroep. Zij werkten de mythe van een onafhankelijke journalistiek in een afzijdig gebleven Nederland in de hand. De auteur vraagt zich af of mede daardoor de risico’s van het proces van gelijkschakeling in het begin van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onderschat.

Prof. dr. J.M.H.J. Hemels (1944) gaf op 20 maart 2009 een openbaar college bij gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar Communicatiewetenschap in het bijzonder communicatiegeschiedenis, aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte het onderwerp van zijn afscheidscollege uit voor dit nieuwste boek. Het bevat ook teksten van collega’s, oud-studente Sacha de Boer en anderen over de scheidend hoogleraar, alsmede biografische en bibliografische gegevens over hem.

Quick View

Een journalistiek geheim ontsluierd

 29,50
Dit boek gaat over de stelselmatige beïnvloeding van de Nederlandse journalistiek tijdens de Eerste Wereldoorlog vanuit Wenen. Niet door krantenlezers in te palmen met Sachertorte of Mozartkugel voor bij de schaars geworden koffie, maar door bijna alle redacties van gemanipuleerd nieuws en geregisseerde reportages te voorzien.

De Dubbelmonarchie huurde de Tsjech Robert Saudek in om de publieke opinie in het neutrale Nederland en ver daarbuiten te winnen voor de belangen van Oostenrijk-Hongarije. Via het Hollandsch Nieuws-Bureau in Den Haag slaagde deze gewiekste spindoctor er in, het vertrouwen van redacties en individuele journalisten te winnen. Buiten medeweten van zijn opdrachtgevers aan de Donau speelde hij bovendien een dubbelspel - onder andere door zijn diensten ook in Berlijn aan te bieden.

Journalisten wrongen zich in allerlei bochten om een bezoek aan het Oostelijke Front te kunnen brengen. Na toelating door het Oostenrijks-Hongaarse Kriegspressequartier bedreven zij embedded oorlogsverslaggeving. Voorzien van een perskaart werden Nederlandse legerofficieren in de gelegenheid gesteld, het oorlogsgebeuren in ogenschouw te nemen.

Al met al gaat het in Een journalistiek geheim ontsluierd om geheimzinnige affaires die nu pas als een vergeten - of verdrongen? - hoofdstuk in de persgeschiedenis aan het licht komen. Journalisten die boter op hun hoofd hadden deden na 1918 geen beroep op het zelfreinigend vermogen van hun beroepsgroep. Zij werkten de mythe van een onafhankelijke journalistiek in een afzijdig gebleven Nederland in de hand. De auteur vraagt zich af of mede daardoor de risico’s van het proces van gelijkschakeling in het begin van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onderschat.

Prof. dr. J.M.H.J. Hemels (1944) gaf op 20 maart 2009 een openbaar college bij gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar Communicatiewetenschap in het bijzonder communicatiegeschiedenis, aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte het onderwerp van zijn afscheidscollege uit voor dit nieuwste boek. Het bevat ook teksten van collega’s, oud-studente Sacha de Boer en anderen over de scheidend hoogleraar, alsmede biografische en bibliografische gegevens over hem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ons socialisme Uw toekomst! Henk Woudenberg en het Nederlands Arbeidsfront (1942-1945)

 40,70
Op 1 Mei 1942, de Dag van de Arbeid, werd op bevel van Rijkscommissaris Seyss-Inquart het Nederlands Arbeidsfront opgericht. Met als doel het hele Nederlandse bedrijfsleven te nazificeren en in te schakelen in de strijd tegen de geallieerden. Volgens het fascistische leidersprincipe werd de NSB-er Henk Woudenberg met de absolute leiding van het NAF belast. In 1940 was het socialistische NVV al onder zijn leiding geplaatst. Het democratisch gekozen bestuur was afgezet en de joodse leden waren van het lidmaatschap uitgesloten. In de loop van 1941 waren ook de beide confessionele vakcentrales RKWV en CNV bij het gelijkgeschakelde NVV gevoegd. Klassenverzoening tussen ondernemers en arbeiders was het motto, geen klassenstrijd. Om de leden van het NVV vast te blijven houden beweerden Woudenberg en zijn medewerkers , dat zij de oprechte voortzetters waren van de vooroorlogse socialistische arbeidersbeweging. Het doel, waarnaar zij streefden, bleef het socialisme, dat het Amerikaanse kapitalisme en het Russische communisme zou verslaan.

Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.

Quick View

Ons socialisme Uw toekomst! Henk Woudenberg en het Nederlands Arbeidsfront (1942-1945)

 40,70
Op 1 Mei 1942, de Dag van de Arbeid, werd op bevel van Rijkscommissaris Seyss-Inquart het Nederlands Arbeidsfront opgericht. Met als doel het hele Nederlandse bedrijfsleven te nazificeren en in te schakelen in de strijd tegen de geallieerden. Volgens het fascistische leidersprincipe werd de NSB-er Henk Woudenberg met de absolute leiding van het NAF belast. In 1940 was het socialistische NVV al onder zijn leiding geplaatst. Het democratisch gekozen bestuur was afgezet en de joodse leden waren van het lidmaatschap uitgesloten. In de loop van 1941 waren ook de beide confessionele vakcentrales RKWV en CNV bij het gelijkgeschakelde NVV gevoegd. Klassenverzoening tussen ondernemers en arbeiders was het motto, geen klassenstrijd. Om de leden van het NVV vast te blijven houden beweerden Woudenberg en zijn medewerkers , dat zij de oprechte voortzetters waren van de vooroorlogse socialistische arbeidersbeweging. Het doel, waarnaar zij streefden, bleef het socialisme, dat het Amerikaanse kapitalisme en het Russische communisme zou verslaan.

Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het Obama experiment. Hoop in tegenslag

 15,00
Dit boekje over centrale aspecten van Barack Obama’s eerste jaar als Amerikaanse president is afkomstig uit de academische wereld, maar bedoeld voor een breed publiek. Het beschrijft en bediscussieert de belangrijkste ontwikkelingen van het jaar 2009 zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de oorlog in Afghanistan en plaatst ze in de context van de Amerikaanse politiek en samenleving.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.

Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.

Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.

Quick View

Het Obama experiment. Hoop in tegenslag

 15,00
Dit boekje over centrale aspecten van Barack Obama’s eerste jaar als Amerikaanse president is afkomstig uit de academische wereld, maar bedoeld voor een breed publiek. Het beschrijft en bediscussieert de belangrijkste ontwikkelingen van het jaar 2009 zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de oorlog in Afghanistan en plaatst ze in de context van de Amerikaanse politiek en samenleving.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.

Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.

Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Democratie. De Europese grondslagen van het moderne idee (vierde, herziene en uitgebreide druk)

 23,20
Ook al is de moderne democratie strikt genomen een uitvinding van de 18e eeuw, die ''uitvinding'' bouwde voort op een aantal oudere idee‰n. De auteur schetst vijd tradities die als grondslagen van de moderne democratie aangemerkt kunnnen worden: de directe democratie, het republicanisme, de Reformatie, de oude constitutie en het moderne natuurrecht. Langs deze lijnen ontstaat een duidelijk overzicht van klassieke en vroeg-moderne kernbegrippen en hun historische ontstaansgeschiedenis. In het laatste hoofdstuk laat Tjitske Akkerman zien, dat die oudere ideeën nog steeds een belangrijke rol spelen in het hedendaagse debat over de democratie.

Het boek is een toegankelijk geschreven inleiding in de politieke ideeëngeschiedenis. Dit maakt het niet alleen geschikt voor universitair- en hogerberoepsonderwijs, maar ook voor een brede kring van geïnteresseerden.

Tjitske Akkerman doceert publieke theorie aan de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

In deze reeks is ook verschenen:
Tjitske Akkerman: 'De kwetsbare democratie. Sleutelteksten uit de politieke theorie'
Meindert Fennema: 'De moderne democratie. Geschiedenis van een politieke theorie'

Quick View

Democratie. De Europese grondslagen van het moderne idee (vierde, herziene en uitgebreide druk)

 23,20
Ook al is de moderne democratie strikt genomen een uitvinding van de 18e eeuw, die ''uitvinding'' bouwde voort op een aantal oudere idee‰n. De auteur schetst vijd tradities die als grondslagen van de moderne democratie aangemerkt kunnnen worden: de directe democratie, het republicanisme, de Reformatie, de oude constitutie en het moderne natuurrecht. Langs deze lijnen ontstaat een duidelijk overzicht van klassieke en vroeg-moderne kernbegrippen en hun historische ontstaansgeschiedenis. In het laatste hoofdstuk laat Tjitske Akkerman zien, dat die oudere ideeën nog steeds een belangrijke rol spelen in het hedendaagse debat over de democratie.

Het boek is een toegankelijk geschreven inleiding in de politieke ideeëngeschiedenis. Dit maakt het niet alleen geschikt voor universitair- en hogerberoepsonderwijs, maar ook voor een brede kring van geïnteresseerden.

Tjitske Akkerman doceert publieke theorie aan de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

In deze reeks is ook verschenen:
Tjitske Akkerman: 'De kwetsbare democratie. Sleutelteksten uit de politieke theorie'
Meindert Fennema: 'De moderne democratie. Geschiedenis van een politieke theorie'

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Memories of architecture. Architectural Heritage and Historiography in the Distant Past

 45,00
In the world of conservation it is widely believed that the concern with historical architecture, in Europe at least, emerged during the nineteenth century, even if there had been some earlier initiatives in the Renaissance. This book draws on a number of sources to show that this concern may actually be as old as European civilization itself. The same is also true of the destruction of architecture. But the destruction of historical architecture can produce traumatic experiences, which survive in the collective memory of people. One can demolish a building, but not its memory. But how was this memory passed on in the distant past? Nearly everything we know about the past is based on the research of nineteenth-century historians. Looking beyond that age to a more distant past, one finds a totally different world of learning. Before 1800 very little systematic research was done in the field of architectural history, which does not mean that humanity had no interest in historic architecture. Veneration for the great architectural legacy of the past is found in the oldest European historiography. Christian emperors made laws to protect Roman temple architecture. The great Gothic cathedrals were admired throughout the ages and this gave rise to a determination to perfect these buildings begun by previous generations. There is more continuity in the conservation of historical architecture than we realized. It might be instructive for modern conservationists to discover how citizens in the Middle Ages took pride in the beauty of their own city. Some of these cities are still there to be admired. What has been lost is kept alive in history books and in the arts.

Wim Denslagen (1646) is architectural historian and professor in the history and theory of conservation at the Utrecht University. Actually he is working for the ministry of Culture in the Netherlands on the history of landscape perceptions. He published among others Architectural Restoration in Western Europe: Controversy and Continuity (1994) and Architectural Imitations (in 2005 with Niels Gutschow). His book Romantisch modernisme (2004) will be published in English in May 2009.

Quick View

Memories of architecture. Architectural Heritage and Historiography in the Distant Past

 45,00
In the world of conservation it is widely believed that the concern with historical architecture, in Europe at least, emerged during the nineteenth century, even if there had been some earlier initiatives in the Renaissance. This book draws on a number of sources to show that this concern may actually be as old as European civilization itself. The same is also true of the destruction of architecture. But the destruction of historical architecture can produce traumatic experiences, which survive in the collective memory of people. One can demolish a building, but not its memory. But how was this memory passed on in the distant past? Nearly everything we know about the past is based on the research of nineteenth-century historians. Looking beyond that age to a more distant past, one finds a totally different world of learning. Before 1800 very little systematic research was done in the field of architectural history, which does not mean that humanity had no interest in historic architecture. Veneration for the great architectural legacy of the past is found in the oldest European historiography. Christian emperors made laws to protect Roman temple architecture. The great Gothic cathedrals were admired throughout the ages and this gave rise to a determination to perfect these buildings begun by previous generations. There is more continuity in the conservation of historical architecture than we realized. It might be instructive for modern conservationists to discover how citizens in the Middle Ages took pride in the beauty of their own city. Some of these cities are still there to be admired. What has been lost is kept alive in history books and in the arts.

Wim Denslagen (1646) is architectural historian and professor in the history and theory of conservation at the Utrecht University. Actually he is working for the ministry of Culture in the Netherlands on the history of landscape perceptions. He published among others Architectural Restoration in Western Europe: Controversy and Continuity (1994) and Architectural Imitations (in 2005 with Niels Gutschow). His book Romantisch modernisme (2004) will be published in English in May 2009.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)

 19,00
Internet heeft de strategische en commerciële mogelijkheden voor uitgevers drastisch veranderd. Democratisering van contentproductie en gratis beschikbaarstelling van informatie zijn daarbij sleutelwoorden. Het is voor veel uitgevers de vraag hoe zij met initiatieven op het web om moeten gaan: het medium is nieuw, de economische wetmatigheden zijn nieuw en vragen om andere manieren van handelen. Het ontbreekt de uitgeverijsector vaak aan voldoende kennis om hiermee adequaat om te gaan. Om die reden is dit onderzoek uitgevoerd met de volgende vraagstelling: Wat zijn succesvolle internetbusinessmodellen en wat zijn de bepalende kenmerken?

Erik Stevens is als adviseur verbonden aan het consultancy bureau Phaff & Partners. Antoine van den Berg is bedrijfskundige en verbonden aan het adviesbureau Next Level.

Geen voorraad
Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)
Quick View

Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)

 19,00
Internet heeft de strategische en commerciële mogelijkheden voor uitgevers drastisch veranderd. Democratisering van contentproductie en gratis beschikbaarstelling van informatie zijn daarbij sleutelwoorden. Het is voor veel uitgevers de vraag hoe zij met initiatieven op het web om moeten gaan: het medium is nieuw, de economische wetmatigheden zijn nieuw en vragen om andere manieren van handelen. Het ontbreekt de uitgeverijsector vaak aan voldoende kennis om hiermee adequaat om te gaan. Om die reden is dit onderzoek uitgevoerd met de volgende vraagstelling: Wat zijn succesvolle internetbusinessmodellen en wat zijn de bepalende kenmerken?

Erik Stevens is als adviseur verbonden aan het consultancy bureau Phaff & Partners. Antoine van den Berg is bedrijfskundige en verbonden aan het adviesbureau Next Level.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Overlevingspakket voor de pers: In tijden waarin het publiek koning is (Studies voor het stimuleringsfonds voor de pers/S18 – De nieuwe reporter – Jaarboek 2008)

 15,00
''Staande legers worden ontbonden, verspreid opererende guerillero''s nemen bezit van een gefragmenteerde openbaarheid'', zo omschreef de helaas in 2007 overleden Hendrik-Jan Schoo de gebeurtenissen inde Nederlandse Journalistiek. Dit jaarboek van De Nieuwe Reporter brengt dat proces nauwgezet in kaart. Wat waren de grote lijnen? Welke nieuwe technieken en praktijken bewezen hun waarde? Welke strategieën faalden en welke werkten? De antwoorden blijken weer talrijk en interessant genoeg.
Grote redacties bezuinigden op menskracht, kleine kranten vulden de leegte. Bureau''s moesten worden ontruimd, nieuwe sites wierven vooral goedwillende burgers als medewerkers. De belangstelling voor traditionele journalistieke radio- en televisieprogramma''s daalde, maar online videodiensten deden het goed. Buitenlandcorrespondent-schappen kregen het te verduren, andere werden multimediaal of kregen er een weblog bij. Eén dominante lijn valt nog niet te ontdekken; veel nieuwe intiatieven zitten nog in de experimenteerfase. Wel bewijzen de ervaringen dat een grote groep jongeren, tegen alle vooroordelen in, wil lezen en diepgang waardeert.
Onder de oppervalkte bubbelt een technologische revolutie die ineens oplossingen in de schoot werpt, in het lab duren de experimenten met nieuwe kruisingen tussen content, technologie en merketing voort. Het probleem is echter dat kapitaalverschaffers hun geduld verliezen en aan stekkers morrelen. Vooral daardoor is het onzeker of de journalistiek haar kroon behoudt.
Spannende tijden, waarvan dit Jaarboek 2008 van De Nieuwe Reporter verslag doet.

Piet Bakker werkte van 1985 tot 2007 als universitair docent aan de afdeling Communicatiewetenschap, Universiteit van Amsterdam / Amsterdam School of Communications Research (ASCoR). Sinds september 2007 is hij werkzaam als lector Cross Media Content aan de Faculteit Communicatie en Journalistiek, Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij nog steeds verbonden aan ASCoR in Amsterdam. Hij redigeerde en publiceerde boeken and artikelen over leesgedrag, mediageschiedenis, lokale journalistiek, internet, Nederlandse media, internationaal nieuws, investigative journalism, de muziekindustrie and gratis kranten.

Henk Blanken is publicist. Schrijft over media op www.henkblanken.nl, aka MediaBlog. Schreef samen met Mark Deuze op die site aan PopUp, een open source "boek" over de strijd tussen oude en nieuwe media. PopUp verschijnt als boek in februari 2007 bij Atlas. Op www.henkblanken.nl nu begonnen met een nieuw project, De Metacratie. Journalist sinds 1977. Eerder werkzaam bij Het Vrije Volk en de Volkskrant. Nu adjunct-hoofdredacteur bij Dagblad van het Noorden.

Nadine Böke (1980) is wetenschapsredacteur bij Folia, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam. Ook voert ze op De Nieuwe Reporter redactie over de onderzoeksdatabase. Na haar studie biologie aan de Vrije Universiteit volgende Nadine de master Journalistiek en Media aan de UvA, die ze begin 2007 afrondde. Voor ze bij Folia kwam te werken heeft ze onder meer geschreven voor Trouw, Het Parool, Nieuw Amsterdams Peil en het populair-wetenschappelijke blad Bionieuws.

Theo Dersjant (1957) is mediajournalist en hogeschooldocent (Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg). Hij werkte voor De Morgen, De Gooi- en Eemlander, De Journalist en de Tilburgse journalistenopleiding. Freelance droeg hij bij aan het tv-programma De Leugen Regeert. Hij is jurylid bij de European Newspaper Awards en bij de prijs voor de 'dapperste hoofdredacteur'. Hij is mede-oprichter van FEJS, Forum for European Journalism Students, mede-oprichter van een regulier overleg tussen docenten van de hbo-opleidingen journalistiek en mede-bedenker van het huidige Villa Media. In 2000 verscheen van zijn hand het boek 'Uit onbetrouwbare bron - de mooiste missers in de media' (Plataan). Hij is voorts betrokken bij het Duitse bedrijf Medializer dat een methode voor leesonderzoek (dagbladen en tijdschriften) op de markt zet.

Henk van Ess is actief als onderzoeksjournalist en internet trainer/consultant in Nederland, België, Duitsland, VS, Groot Brittannië en Canada. Van Ess is bestuurslid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten en actief met (het openbaar maken) van digitale bronnen, onderzoek naar internet research en scholing. Hij is uitgever van het Spartaans uitgevoerde www.voelspriet.nl. Voelspriet werd in 2004 door de Consumentenbond uitgeroepen als één van de beste zoekmachines van Nederland, naast Google, Track en Vivisimo. Hij publiceert een maandelijkse nieuwsbrief die geheel gewijd is aan 'beter zoeken' en maakt de Google Top 100. Zijn Amerikaanse weblog www.searchbistro.com werd op de eerste dag direct ‘geslashdot’.

Francisco van Jole is freelance journalist die zich die o.a. zich heeft gespecialiseerd in internet. Hij was de eerste Nederlandse journalist die zich full time in cyberspace stationeerde om dagelijks verslag te doen van de gebeurtenissen aldaar. Hij is een vaste medewerker van de Volkskrant, werkt voor de TROS-radio, maakt een programma voor LLiNK en heeft sinds januari 2005 een column bij

Quick View

Overlevingspakket voor de pers: In tijden waarin het publiek koning is (Studies voor het stimuleringsfonds voor de pers/S18 – De nieuwe reporter – Jaarboek 2008)

 15,00
''Staande legers worden ontbonden, verspreid opererende guerillero''s nemen bezit van een gefragmenteerde openbaarheid'', zo omschreef de helaas in 2007 overleden Hendrik-Jan Schoo de gebeurtenissen inde Nederlandse Journalistiek. Dit jaarboek van De Nieuwe Reporter brengt dat proces nauwgezet in kaart. Wat waren de grote lijnen? Welke nieuwe technieken en praktijken bewezen hun waarde? Welke strategieën faalden en welke werkten? De antwoorden blijken weer talrijk en interessant genoeg.
Grote redacties bezuinigden op menskracht, kleine kranten vulden de leegte. Bureau''s moesten worden ontruimd, nieuwe sites wierven vooral goedwillende burgers als medewerkers. De belangstelling voor traditionele journalistieke radio- en televisieprogramma''s daalde, maar online videodiensten deden het goed. Buitenlandcorrespondent-schappen kregen het te verduren, andere werden multimediaal of kregen er een weblog bij. Eén dominante lijn valt nog niet te ontdekken; veel nieuwe intiatieven zitten nog in de experimenteerfase. Wel bewijzen de ervaringen dat een grote groep jongeren, tegen alle vooroordelen in, wil lezen en diepgang waardeert.
Onder de oppervalkte bubbelt een technologische revolutie die ineens oplossingen in de schoot werpt, in het lab duren de experimenten met nieuwe kruisingen tussen content, technologie en merketing voort. Het probleem is echter dat kapitaalverschaffers hun geduld verliezen en aan stekkers morrelen. Vooral daardoor is het onzeker of de journalistiek haar kroon behoudt.
Spannende tijden, waarvan dit Jaarboek 2008 van De Nieuwe Reporter verslag doet.

Piet Bakker werkte van 1985 tot 2007 als universitair docent aan de afdeling Communicatiewetenschap, Universiteit van Amsterdam / Amsterdam School of Communications Research (ASCoR). Sinds september 2007 is hij werkzaam als lector Cross Media Content aan de Faculteit Communicatie en Journalistiek, Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij nog steeds verbonden aan ASCoR in Amsterdam. Hij redigeerde en publiceerde boeken and artikelen over leesgedrag, mediageschiedenis, lokale journalistiek, internet, Nederlandse media, internationaal nieuws, investigative journalism, de muziekindustrie and gratis kranten.

Henk Blanken is publicist. Schrijft over media op www.henkblanken.nl, aka MediaBlog. Schreef samen met Mark Deuze op die site aan PopUp, een open source "boek" over de strijd tussen oude en nieuwe media. PopUp verschijnt als boek in februari 2007 bij Atlas. Op www.henkblanken.nl nu begonnen met een nieuw project, De Metacratie. Journalist sinds 1977. Eerder werkzaam bij Het Vrije Volk en de Volkskrant. Nu adjunct-hoofdredacteur bij Dagblad van het Noorden.

Nadine Böke (1980) is wetenschapsredacteur bij Folia, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam. Ook voert ze op De Nieuwe Reporter redactie over de onderzoeksdatabase. Na haar studie biologie aan de Vrije Universiteit volgende Nadine de master Journalistiek en Media aan de UvA, die ze begin 2007 afrondde. Voor ze bij Folia kwam te werken heeft ze onder meer geschreven voor Trouw, Het Parool, Nieuw Amsterdams Peil en het populair-wetenschappelijke blad Bionieuws.

Theo Dersjant (1957) is mediajournalist en hogeschooldocent (Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg). Hij werkte voor De Morgen, De Gooi- en Eemlander, De Journalist en de Tilburgse journalistenopleiding. Freelance droeg hij bij aan het tv-programma De Leugen Regeert. Hij is jurylid bij de European Newspaper Awards en bij de prijs voor de 'dapperste hoofdredacteur'. Hij is mede-oprichter van FEJS, Forum for European Journalism Students, mede-oprichter van een regulier overleg tussen docenten van de hbo-opleidingen journalistiek en mede-bedenker van het huidige Villa Media. In 2000 verscheen van zijn hand het boek 'Uit onbetrouwbare bron - de mooiste missers in de media' (Plataan). Hij is voorts betrokken bij het Duitse bedrijf Medializer dat een methode voor leesonderzoek (dagbladen en tijdschriften) op de markt zet.

Henk van Ess is actief als onderzoeksjournalist en internet trainer/consultant in Nederland, België, Duitsland, VS, Groot Brittannië en Canada. Van Ess is bestuurslid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten en actief met (het openbaar maken) van digitale bronnen, onderzoek naar internet research en scholing. Hij is uitgever van het Spartaans uitgevoerde www.voelspriet.nl. Voelspriet werd in 2004 door de Consumentenbond uitgeroepen als één van de beste zoekmachines van Nederland, naast Google, Track en Vivisimo. Hij publiceert een maandelijkse nieuwsbrief die geheel gewijd is aan 'beter zoeken' en maakt de Google Top 100. Zijn Amerikaanse weblog www.searchbistro.com werd op de eerste dag direct ‘geslashdot’.

Francisco van Jole is freelance journalist die zich die o.a. zich heeft gespecialiseerd in internet. Hij was de eerste Nederlandse journalist die zich full time in cyberspace stationeerde om dagelijks verslag te doen van de gebeurtenissen aldaar. Hij is een vaste medewerker van de Volkskrant, werkt voor de TROS-radio, maakt een programma voor LLiNK en heeft sinds januari 2005 een column bij

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wij zijn allen Nederlanders. Over de onrust in de samenleving

 15,00
De basisveiligheid van elk mens komt in de eerste plaats uit zijn directe omgeving. Van de mensen met wie je dingen deelt en wilt delen, van wie de denk- en leefwereld bekend, voorspelbaar, betrouwbaar, zeker is, zoals van je ouders, broers en zussen, verwanten, je leeftijdsgroep, je vriendenkring, buurt, schoolklas: mensen met wie je je veilig voelt: ''ons soort mensen''. De kernvraag voor democratische samenlevingen is dan hoe die zo ingericht kan worden dat die de veiligheid en ontplooiing van die groepen ondersteunt en tegelijkertijd inkadert in het grotere geheel van de samenleving.

Dit boek brengt in kaart hoe de samenleving er vanuit het perspectief van groepen van Turkse, Marokkaanse en autotochtone herkomst uitziet en hoe die beleefd wordt. Het gaat om zowel het beeld van zichzelf als die van de andere groepen, en over de gevoelde gevolgen daarvan voor hun leven en de samenleving. Dit levert materiaal op dat zelden zo bij elkaar gebracht is. Het geeft een beeld van hoe elk van de groepen zijn omgeving beleeft en van de verscheidenheid binnen die groepen.

Maar het beeld dat uit deze publicatie als geheel oprijst, is weinig rooskleurig. De beeldvorming van groepen over elkaar is ongenuanceerd en de duurzame contacten beperkt. Er is dus werk aan de winkel. De voegen van het gebouw van de samenleving hebben duidelijk meer bindend cement nodig om stevig te zijn en te blijven. En dat kan alleen met de medewerking van alle betrokkenen gebeuren.

De auteurs zijn allen werkzaam bij PRIMO nh, een adviesorganisatie voor sociaal beleid voor de provincie Noord-Holland, gemeenten en maatschappelijke organisaties.

Quick View

Wij zijn allen Nederlanders. Over de onrust in de samenleving

 15,00
De basisveiligheid van elk mens komt in de eerste plaats uit zijn directe omgeving. Van de mensen met wie je dingen deelt en wilt delen, van wie de denk- en leefwereld bekend, voorspelbaar, betrouwbaar, zeker is, zoals van je ouders, broers en zussen, verwanten, je leeftijdsgroep, je vriendenkring, buurt, schoolklas: mensen met wie je je veilig voelt: ''ons soort mensen''. De kernvraag voor democratische samenlevingen is dan hoe die zo ingericht kan worden dat die de veiligheid en ontplooiing van die groepen ondersteunt en tegelijkertijd inkadert in het grotere geheel van de samenleving.

Dit boek brengt in kaart hoe de samenleving er vanuit het perspectief van groepen van Turkse, Marokkaanse en autotochtone herkomst uitziet en hoe die beleefd wordt. Het gaat om zowel het beeld van zichzelf als die van de andere groepen, en over de gevoelde gevolgen daarvan voor hun leven en de samenleving. Dit levert materiaal op dat zelden zo bij elkaar gebracht is. Het geeft een beeld van hoe elk van de groepen zijn omgeving beleeft en van de verscheidenheid binnen die groepen.

Maar het beeld dat uit deze publicatie als geheel oprijst, is weinig rooskleurig. De beeldvorming van groepen over elkaar is ongenuanceerd en de duurzame contacten beperkt. Er is dus werk aan de winkel. De voegen van het gebouw van de samenleving hebben duidelijk meer bindend cement nodig om stevig te zijn en te blijven. En dat kan alleen met de medewerking van alle betrokkenen gebeuren.

De auteurs zijn allen werkzaam bij PRIMO nh, een adviesorganisatie voor sociaal beleid voor de provincie Noord-Holland, gemeenten en maatschappelijke organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De samenleving ligt op straat. Essays voor Leon Deben

 15,00
Deze bundel met essays van collega''s en studenten is een eerbetoon aan stadssocioloog Léon Deben bij zijn afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Ze zijn geschreven in de traditie van de impressionistische sociologie van Georg Simmel (1858-1918). Daarin stonden het alledaagse handelen, de schijnbaar doodgewone activiteiten en ogenschijnlijke onbelangrijke voorwerpen centraal, geheel in lijn met de slogan De samenleving ligt op straat, waarmee een generatie studenten de straat op is gestuurd. Het resultaat is een staalkaart van wat deze typisch simmeliaanse benaderingswijze vermag binnen het veld van de sociologie van alledag. Deze bundel nodigt uit en inspireert om het normale sociologisch en antropologisch te beschouwen.

Ineke Teijmant is als stadssocioloog verbonden aan de afdeling Sociologie & Antropologie van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

De samenleving ligt op straat. Essays voor Leon Deben

 15,00
Deze bundel met essays van collega''s en studenten is een eerbetoon aan stadssocioloog Léon Deben bij zijn afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Ze zijn geschreven in de traditie van de impressionistische sociologie van Georg Simmel (1858-1918). Daarin stonden het alledaagse handelen, de schijnbaar doodgewone activiteiten en ogenschijnlijke onbelangrijke voorwerpen centraal, geheel in lijn met de slogan De samenleving ligt op straat, waarmee een generatie studenten de straat op is gestuurd. Het resultaat is een staalkaart van wat deze typisch simmeliaanse benaderingswijze vermag binnen het veld van de sociologie van alledag. Deze bundel nodigt uit en inspireert om het normale sociologisch en antropologisch te beschouwen.

Ineke Teijmant is als stadssocioloog verbonden aan de afdeling Sociologie & Antropologie van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Journalistiek & Internet 2002-2007. Technofielen of digibeten?

 15,00
Over de exacte invloed van internet op het werk van de journalist is relatief weinig bekend. In hoeverre wordt het nieuwe medium omarmd? Zijn journalisten technofielen of digibeten? Maken de nieuwe media het werk van journalisten gemakkelijk en beter of moeten we er zeer kritisch tegenover staan? De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) en het Stimuleringsfonds voor de Pers besloten die vragen eens onomwonden voor te leggen aan 2.00 Nederlandse journalisten. Ook zijn een groot aantal prominente mediamakers en decisionmakers naar hun visie over de multimediale toekomst gevraagd.

Dit boek geeft de samenvatting van dit onderzoek. Op de speciale internetsite www.internetjournalist.nl/onderzoek zijn alle bevindingen, artikelen, cijfers en commentaren verzameld en voor eenieder in te zien.

Erik van Heeswijk is trainer, consultant en freelance journalist en houdt zich bezig met journalistiek en nieuwe media.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Journalistiek & Internet 2002-2007. Technofielen of digibeten?

 15,00
Over de exacte invloed van internet op het werk van de journalist is relatief weinig bekend. In hoeverre wordt het nieuwe medium omarmd? Zijn journalisten technofielen of digibeten? Maken de nieuwe media het werk van journalisten gemakkelijk en beter of moeten we er zeer kritisch tegenover staan? De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) en het Stimuleringsfonds voor de Pers besloten die vragen eens onomwonden voor te leggen aan 2.00 Nederlandse journalisten. Ook zijn een groot aantal prominente mediamakers en decisionmakers naar hun visie over de multimediale toekomst gevraagd.

Dit boek geeft de samenvatting van dit onderzoek. Op de speciale internetsite www.internetjournalist.nl/onderzoek zijn alle bevindingen, artikelen, cijfers en commentaren verzameld en voor eenieder in te zien.

Erik van Heeswijk is trainer, consultant en freelance journalist en houdt zich bezig met journalistiek en nieuwe media.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid

 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."

Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).

Quick View

De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid

 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."

Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×