Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
€ 25,00
Een jaar geleden, in februari 2022 waren we collectief onthutst. In de media werd bericht over het overlijden van een meisje van amper zes maanden oud. Ze had een hersentrauma opgelopen na een incident in kinderdagverblijf ‘t Sloeberhuisje. In de maanden die volgden, laaide het debat over de handhaving in de kinderopvang hevig op. We werden geconfronteerd met verhalen van ouders en (ex-)werknemers over misstanden in de kinderopvang.
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
€ 25,00
Een jaar geleden, in februari 2022 waren we collectief onthutst. In de media werd bericht over het overlijden van een meisje van amper zes maanden oud. Ze had een hersentrauma opgelopen na een incident in kinderdagverblijf ‘t Sloeberhuisje. In de maanden die volgden, laaide het debat over de handhaving in de kinderopvang hevig op. We werden geconfronteerd met verhalen van ouders en (ex-)werknemers over misstanden in de kinderopvang.
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
€ 45,00
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie koopt, bouwt, verbouwt of verhuurt met toepassing van de btw.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
€ 45,00
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie koopt, bouwt, verbouwt of verhuurt met toepassing van de btw.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Grijs aan zet
€ 25,00
Wanneer we ouder worden, wordt er minder naar ons geluisterd. Beslissingen worden uit handen genomen en volwaardig deelnemen aan het maatschappelijke leven wordt steeds moeilijker. Onze meest fundamentele rechten komen vaak in het gedrang.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Grijs aan zet
€ 25,00
Wanneer we ouder worden, wordt er minder naar ons geluisterd. Beslissingen worden uit handen genomen en volwaardig deelnemen aan het maatschappelijke leven wordt steeds moeilijker. Onze meest fundamentele rechten komen vaak in het gedrang.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
€ 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
€ 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
€ 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
€ 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
€ 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
€ 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
€ 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
€ 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
€ 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
€ 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
€ 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
€ 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
€ 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
€ 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
€ 35,00
In dit boek worden de interrelaties tussen bedrijfskosten (B), verkoopvolumes (V) en bedrijfsresultaten (B) onder de loep genomen en dat met toepassing van de BVB-analysetechniek.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
€ 35,00
In dit boek worden de interrelaties tussen bedrijfskosten (B), verkoopvolumes (V) en bedrijfsresultaten (B) onder de loep genomen en dat met toepassing van de BVB-analysetechniek.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
€ 29,00
De concentratiekampen zijn gesloten. Auschwitz is voorbij. Elk jaar herdenken we en zeggen we dat we dit nooit meer willen. Maar waarom hebben we dan nog altijd systemen in onze Westerse samenleving waarin mensen in mensonterende omstandigheden zitten opgesloten? Is Auschwitz wel echt voorbij? Om hier een antwoord op te vinden, wordt in dit boek een vergelijking gemaakt tussen de kampstructuur van Auschwitz en de grondstructuur van het huidige detentiesysteem in de Verenigde Staten. Dit detentiesysteem herbergt 2.3 miljoen schuldige of onschuldige mensen in mensonterende omstandigheden. Wat is het verschil in menselijke waardigheid tussen Auschwitz en dit detentiesysteem als zij door dezelfde onderliggende structuur wordt vernietigd? In dit boek wordt onderzocht wat de universele kenmerken zijn van de grondstructuur van beide systemen. Inzicht in deze universele kenmerken kan leiden tot een letterlijk structurele verandering en aanzetten tot onderzoek naar andere onderliggende structuren, zoals het Nederlands detentiesysteem of vluchtelingencentrum Ter Apel. Kortom, inzicht in onderliggende structuren van uitsluitende systemen leidt tot werkelijke verandering, en daarmee tot herstel van de menselijke waardigheid.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
€ 29,00
De concentratiekampen zijn gesloten. Auschwitz is voorbij. Elk jaar herdenken we en zeggen we dat we dit nooit meer willen. Maar waarom hebben we dan nog altijd systemen in onze Westerse samenleving waarin mensen in mensonterende omstandigheden zitten opgesloten? Is Auschwitz wel echt voorbij? Om hier een antwoord op te vinden, wordt in dit boek een vergelijking gemaakt tussen de kampstructuur van Auschwitz en de grondstructuur van het huidige detentiesysteem in de Verenigde Staten. Dit detentiesysteem herbergt 2.3 miljoen schuldige of onschuldige mensen in mensonterende omstandigheden. Wat is het verschil in menselijke waardigheid tussen Auschwitz en dit detentiesysteem als zij door dezelfde onderliggende structuur wordt vernietigd? In dit boek wordt onderzocht wat de universele kenmerken zijn van de grondstructuur van beide systemen. Inzicht in deze universele kenmerken kan leiden tot een letterlijk structurele verandering en aanzetten tot onderzoek naar andere onderliggende structuren, zoals het Nederlands detentiesysteem of vluchtelingencentrum Ter Apel. Kortom, inzicht in onderliggende structuren van uitsluitende systemen leidt tot werkelijke verandering, en daarmee tot herstel van de menselijke waardigheid.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
€ 42,00
Duurzaamheidsverslaggeving wordt steeds relevanter om inzicht te krijgen in de waarde die een onderneming kan creëren voor zichzelf, haar stakeholders en de samenleving in het algemeen. Bedrijfsrevisoren zullen een cruciale rol spelen bij het ondersteunen van ondernemingen bij hun duurzame transitie, en deze zal in de toekomst ongetwijfeld toenemen.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
€ 42,00
Duurzaamheidsverslaggeving wordt steeds relevanter om inzicht te krijgen in de waarde die een onderneming kan creëren voor zichzelf, haar stakeholders en de samenleving in het algemeen. Bedrijfsrevisoren zullen een cruciale rol spelen bij het ondersteunen van ondernemingen bij hun duurzame transitie, en deze zal in de toekomst ongetwijfeld toenemen.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
€ 24,00
Discussies over pedofilie en pedoseksualiteit zijn vaak sterk gemediatiseerd, waarbij ook pedofilie resoluut wordt geassocieerd met seksueel kindermisbruik. Doorgaans is er weinig of geen aandacht voor niet-plegende pedofielen. Zij ervaren weliswaar een aantrekking tot jonge kinderen, maar proberen die actief te onderdrukken en bewust geen pedoseksuele feiten te plegen. Met psychosociale moeilijkheden gerelateerd aan hun geaardheid kunnen ze omwille van stigma moelijker terecht bij de traditionele hulpverlening, zodat sommigen zich wenden tot online steungroepen op peerniveau.
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
€ 24,00
Discussies over pedofilie en pedoseksualiteit zijn vaak sterk gemediatiseerd, waarbij ook pedofilie resoluut wordt geassocieerd met seksueel kindermisbruik. Doorgaans is er weinig of geen aandacht voor niet-plegende pedofielen. Zij ervaren weliswaar een aantrekking tot jonge kinderen, maar proberen die actief te onderdrukken en bewust geen pedoseksuele feiten te plegen. Met psychosociale moeilijkheden gerelateerd aan hun geaardheid kunnen ze omwille van stigma moelijker terecht bij de traditionele hulpverlening, zodat sommigen zich wenden tot online steungroepen op peerniveau.
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
€ 39,00
Hoe definieert men sport in het kader van de btw-vrijstellingen? Waarom kan voetbal vrijgesteld zijn en schaken niet?
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
€ 39,00
Hoe definieert men sport in het kader van de btw-vrijstellingen? Waarom kan voetbal vrijgesteld zijn en schaken niet?
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
€ 29,00
There are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant in their local regions. The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project has been to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop a deeper understanding of engagement. The project highlighted the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives in each of the participating universities. The examples provided range widely in their structure and intended outcomes. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities and communities is prioritised.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
€ 29,00
There are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant in their local regions. The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project has been to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop a deeper understanding of engagement. The project highlighted the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives in each of the participating universities. The examples provided range widely in their structure and intended outcomes. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities and communities is prioritised.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Subsidies en btw
€ 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
Subsidies en btw
€ 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
€ 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
€ 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
€ 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
€ 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
€ 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
€ 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Btw-eetjes deel 21
€ 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 21
€ 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.