Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
€ 60,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today the GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the design and result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the 7th volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ghent (Belgium) in 2022 and was co-organized by the GERN and the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University. Its topic was “Making Strategic Choices in Social Science Research”.
This volume also includes two contributions from the GERN Summer School that took place in Porto (Portugal) in 2019, co-organized by GERN and the University of Porto, which topic was “Emerging Trends in Criminology”.
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
€ 60,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today the GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the design and result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the 7th volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ghent (Belgium) in 2022 and was co-organized by the GERN and the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University. Its topic was “Making Strategic Choices in Social Science Research”.
This volume also includes two contributions from the GERN Summer School that took place in Porto (Portugal) in 2019, co-organized by GERN and the University of Porto, which topic was “Emerging Trends in Criminology”.
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
€ 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
€ 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
€ 37,50
Dit boek geeft op praktische wijze een overzicht van de controlemaatregelen die de btw-administratie heeft om een btw-controle voor te bereiden en uit te voeren. De bewaringstermijnen inzake btw vormen hierbij een functionele grens voor de afwezigheid van onderzoekstermijnen in het btw-stelsel.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
€ 37,50
Dit boek geeft op praktische wijze een overzicht van de controlemaatregelen die de btw-administratie heeft om een btw-controle voor te bereiden en uit te voeren. De bewaringstermijnen inzake btw vormen hierbij een functionele grens voor de afwezigheid van onderzoekstermijnen in het btw-stelsel.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
€ 29,00
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
€ 29,00
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Btw-eetjes Deel 23
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het drieëntwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit drieëntwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 23
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het drieëntwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit drieëntwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
€ 35,00
Counterplay is een proactief securityconcept dat je bestaande beveiliging aanvult en je op een andere manier laat kijken naar je veiligheidsuitdagingen. Counterplay kiest resoluut voor het criminele perspectief. Kijken door de ogen van de vijand om jezelf beter te beschermen. Niet door potentiële vijanden op te sporen of aan te vallen, maar door zoveel mogelijk aanvalsstrategieën proactief onderuit te halen. Je denkt vooruit in het schaakspel met de vijand.
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
€ 35,00
Counterplay is een proactief securityconcept dat je bestaande beveiliging aanvult en je op een andere manier laat kijken naar je veiligheidsuitdagingen. Counterplay kiest resoluut voor het criminele perspectief. Kijken door de ogen van de vijand om jezelf beter te beschermen. Niet door potentiële vijanden op te sporen of aan te vallen, maar door zoveel mogelijk aanvalsstrategieën proactief onderuit te halen. Je denkt vooruit in het schaakspel met de vijand.
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
€ 35,00
Dit boek geeft op praktische wijze een overzicht van de controlemaatregelen die de btw-administratie heeft om een btw-controle voor te bereiden en uit te voeren. De bewaringstermijnen inzake btw vormen hierbij een functionele grens voor de afwezigheid van onderzoekstermijnen in het btw-stelsel.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
€ 35,00
Dit boek geeft op praktische wijze een overzicht van de controlemaatregelen die de btw-administratie heeft om een btw-controle voor te bereiden en uit te voeren. De bewaringstermijnen inzake btw vormen hierbij een functionele grens voor de afwezigheid van onderzoekstermijnen in het btw-stelsel.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
€ 39,00
Bij het communiceren over Safety-II loopt het dikwijls mis. Laat dit nu juist tegengesteld zijn aan waar Safety-II voor staat. Want Safety-II kijkt naar wat goed gaat en minder naar wat fout loopt.
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
€ 39,00
Bij het communiceren over Safety-II loopt het dikwijls mis. Laat dit nu juist tegengesteld zijn aan waar Safety-II voor staat. Want Safety-II kijkt naar wat goed gaat en minder naar wat fout loopt.
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
€ 39,00
De afbraak en de nieuwbouw zijn in de regel onderworpen aan 21 % btw.
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
€ 39,00
De afbraak en de nieuwbouw zijn in de regel onderworpen aan 21 % btw.
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het nieuwe goederenrecht en de btw
€ 39,00
Het onderscheid van de goederen is van belang voor het btw-stelsel, waarbij het onderscheid tussen levering van goederen en diensten cruciaal is.
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Het nieuwe goederenrecht en de btw
€ 39,00
Het onderscheid van de goederen is van belang voor het btw-stelsel, waarbij het onderscheid tussen levering van goederen en diensten cruciaal is.
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
€ 36,00
VAT is characterized by a set of very technical rules that are difficult to fathom for non-lawyers. However, economists are interested in the functioning of the VAT system in their analysis of trade transactions.
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
€ 36,00
VAT is characterized by a set of very technical rules that are difficult to fathom for non-lawyers. However, economists are interested in the functioning of the VAT system in their analysis of trade transactions.
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
€ 25,00
PANOPTICON 44 (3) MEI 2023
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
€ 25,00
PANOPTICON 44 (3) MEI 2023
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
€ 25,00
Editoriaal/Editorial
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
€ 25,00
Editoriaal/Editorial
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
€ 25,00
Een jaar geleden, in februari 2022 waren we collectief onthutst. In de media werd bericht over het overlijden van een meisje van amper zes maanden oud. Ze had een hersentrauma opgelopen na een incident in kinderdagverblijf ‘t Sloeberhuisje. In de maanden die volgden, laaide het debat over de handhaving in de kinderopvang hevig op. We werden geconfronteerd met verhalen van ouders en (ex-)werknemers over misstanden in de kinderopvang.
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
€ 25,00
Een jaar geleden, in februari 2022 waren we collectief onthutst. In de media werd bericht over het overlijden van een meisje van amper zes maanden oud. Ze had een hersentrauma opgelopen na een incident in kinderdagverblijf ‘t Sloeberhuisje. In de maanden die volgden, laaide het debat over de handhaving in de kinderopvang hevig op. We werden geconfronteerd met verhalen van ouders en (ex-)werknemers over misstanden in de kinderopvang.
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
€ 45,00
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie koopt, bouwt, verbouwt of verhuurt met toepassing van de btw.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
€ 45,00
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie koopt, bouwt, verbouwt of verhuurt met toepassing van de btw.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grijs aan zet
€ 25,00
Wanneer we ouder worden, wordt er minder naar ons geluisterd. Beslissingen worden uit handen genomen en volwaardig deelnemen aan het maatschappelijke leven wordt steeds moeilijker. Onze meest fundamentele rechten komen vaak in het gedrang.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Grijs aan zet
€ 25,00
Wanneer we ouder worden, wordt er minder naar ons geluisterd. Beslissingen worden uit handen genomen en volwaardig deelnemen aan het maatschappelijke leven wordt steeds moeilijker. Onze meest fundamentele rechten komen vaak in het gedrang.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
€ 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
€ 29,00
Dit boek bevat drie delen die de e-commerce met particuliere klanten toelichten. Aan de hand van voorbeelden en een visuele benadering wordt de complexe materie uitgelegd, waardoor de lezer inzicht verwerft in deze nieuwe btw-regeling.
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
€ 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
€ 29,00
The concentration camps are closed. Auschwitz is over. Every year we commemorate and say we never want this again. But why then do we still have systems in our Western society in which people are locked up in degrading conditions? Is Auschwitz really over? To answer this question, this book makes a comparison between the camp structure of Auschwitz and the basic structure of the current prison system in the United States. This prison system houses 2.3 million guilty or innocent people in degrading conditions. What is the difference in human dignity between Auschwitz and this detention system if human values are destroyed by the same underlying structure? This book examines the universal characteristics of the basic structure of both systems. Insight into these universal characteristics can lead to a literal structural change and encourage research into other underlying structures, such as prisons systems in other countries, homelessness or refugee centers. In short, insight into the underlying structures of exclusionary systems leads to real change, and thus to the restoration of human dignity.
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
€ 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
€ 39,00
De veiligheidskunde heeft een plateau bereikt. De arbeidsongevallenstatistieken verbeteren nauwelijks, ondanks een de-industrialisatie en een enorme export van arbeidsongevallen naar het buitenland. De traditionele veiligheid heeft dus afgedaan en een andere aanpak is nodig. Deze andere aanpak staat haaks op de bureaucratische veiligheid van steeds meer papierwerk, steeds meer veiligheidsprocedures en -instructies die niemand leest, steeds meer controlerondjes lopen om de naleving na te gaan, steeds meer risicobeoordelingen, enz. Deze traditionele veiligheid – Safety-I – werkt ook demotiverend op de werknemers, die hierdoor afkerig staan tegenover de preventieadviseur: een cynische houding van “hij is daar weer met een of ander nieuw ding” is het gevolg van deze klassieke veiligheidsaanpak. Deze houding wordt versterkt door straffende arbeidsongevallenonderzoeken waar onmiddellijk gekeken wordt naar de menselijke fout, i.c. de niet-naleving van een veiligheidsprocedure of -instructie. Deze oude benadering, gebaseerd op controle, veiligheidsprocedures, arbeidsongevallenonderzoeken of risicobeoordelingen, noemen we dus Safety-I of traditionele, bureaucratische veiligheid.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
€ 25,00
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
€ 25,00
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
