Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
€ 19,90
In dit boek beschrijven tien studenten hoe zij tijdens hun opleiding tot Master Special
Educational Needs ‘de kunst van het waarnemen’ hebben beoefend. Als betrokken en
ervaren onderwijsprofessionals zijn zij door deze studie zich ervan bewust geworden dat
ogenschijnlijk onbewuste waarnemingen de basis vormen voor hun onderwijs. Hoogleraar
Dijksterhuis (2007) noemt dat ‘het slimme onbewuste’. Het praktijkonderzoek dat de
studenten uitvoerden heeft hen bewust gemaakt dat veel al goed gaat, maar ook dat er zoiets
als ‘de leerkrachtenval’ bestaat: we reageren op negatief gedrag, maar niet wanneer het juist
goed gaat.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
€ 19,90
In dit boek beschrijven tien studenten hoe zij tijdens hun opleiding tot Master Special
Educational Needs ‘de kunst van het waarnemen’ hebben beoefend. Als betrokken en
ervaren onderwijsprofessionals zijn zij door deze studie zich ervan bewust geworden dat
ogenschijnlijk onbewuste waarnemingen de basis vormen voor hun onderwijs. Hoogleraar
Dijksterhuis (2007) noemt dat ‘het slimme onbewuste’. Het praktijkonderzoek dat de
studenten uitvoerden heeft hen bewust gemaakt dat veel al goed gaat, maar ook dat er zoiets
als ‘de leerkrachtenval’ bestaat: we reageren op negatief gedrag, maar niet wanneer het juist
goed gaat.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
€ 28,90
In een tijd en een wereld waarin een vastomlijnde religieuze traditie niet meerbestaat en waarin de verwoording en de beleving van het christelijk geloof meerdan ooit onderhevig is aan invloeden van andere spirituele en godsdienstigetradities, biedt de auteur nieuwe uitdrukkingswijzen aan de zoekende gelovigedie wil nadenken over de goddelijke transcendentie in termen die de christelijketraditie overstijgen, maar daar tegelijkertijd nauw mee verbonden blijven. Hetoverstijgend karakter van Gods liefde maakt immers de mystieke kern van dezetraditie uit.
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
€ 28,90
In een tijd en een wereld waarin een vastomlijnde religieuze traditie niet meerbestaat en waarin de verwoording en de beleving van het christelijk geloof meerdan ooit onderhevig is aan invloeden van andere spirituele en godsdienstigetradities, biedt de auteur nieuwe uitdrukkingswijzen aan de zoekende gelovigedie wil nadenken over de goddelijke transcendentie in termen die de christelijketraditie overstijgen, maar daar tegelijkertijd nauw mee verbonden blijven. Hetoverstijgend karakter van Gods liefde maakt immers de mystieke kern van dezetraditie uit.
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’,als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat.Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, eendenken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. Ennet met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeertons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van Goddan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – MartinHeidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkhedenom het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kernvan elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woordente brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politiekeinzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuzeen Derrida op het spel staat.
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
€ 16,00
Onder de naam MET4ELDE heeft de school voor praktijkonderwijsvan het Elde College te Schijndel op geheel eigen wijze eenonderwijsvernieuwingsproject uitgevoerd. De onderwijsaanpak isgeïnspireerd door het in de Verenigde Staten ontwikkelde concept ‘OneKid at a Time’. Een onderwijsinnovatie die in praktijk wordt gebrachtin zogenaamde Big Picture-scholen of MET-scholen. Genoemd naar devoorbeeldschool The Met in Providence (Rhode Island, USA).
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
€ 16,00
Onder de naam MET4ELDE heeft de school voor praktijkonderwijsvan het Elde College te Schijndel op geheel eigen wijze eenonderwijsvernieuwingsproject uitgevoerd. De onderwijsaanpak isgeïnspireerd door het in de Verenigde Staten ontwikkelde concept ‘OneKid at a Time’. Een onderwijsinnovatie die in praktijk wordt gebrachtin zogenaamde Big Picture-scholen of MET-scholen. Genoemd naar devoorbeeldschool The Met in Providence (Rhode Island, USA).
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hunpassie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. Detalenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt enleerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze tekoppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages enprojecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar deonderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van deleerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willenleren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn omdaartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meermaatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naarvervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijkdoel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerften behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team,directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum SpecialeOnderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebronom onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee hetonderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldigeen doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst datgoede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor eenpassende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
€ 7,90
"Waren stationswijken ooit het toonbeeld van publieke cultuur en stedelijke interactie, vandaag worden ze omgebouwd tot goed geoliede overstapmachines waar elk conflict bij voorbaat is uitgehaald. Maar komt dat de stad zelf ten goede?" (p. 7)
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
€ 7,90
"Waren stationswijken ooit het toonbeeld van publieke cultuur en stedelijke interactie, vandaag worden ze omgebouwd tot goed geoliede overstapmachines waar elk conflict bij voorbaat is uitgehaald. Maar komt dat de stad zelf ten goede?" (p. 7)
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu |Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 HetBoekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeftopgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
€ 29,90
Globalisering roept gemengde gevoelens op. Vele neo-liberale economenzien in globalisering een oplossing voor het ontwikkelingsprobleem.Anderen zien er de oorzaak in van de financiële crisis sinds 2008 entwijfelen aan het belang dat wordt gehecht aan het concept ''productiviteit'':terwijl de economische productiviteit zo''n hoogtepunt heeft bereikt dateen klein gedeelte van de mensheid in theorie in staat is alle basic needsen meer te produceren voor de hele mensheid, blijven nationale overhedenovertuigd van de nood aan een grotere productiviteit om deconcurrentiepositie te verbeteren. Milieueconomen waarschuwen dat degrenzen van economische groei bereikt zijn... Ethici betwijfelen of eenongecorrigeerde vrije wereldmarkt en de menselijke waardigheidcompatibel zijn. Institutionalistische economen vragen zich af of eenmarkt niet per definitie ''geïnstitutio-naliseerd'' is en een vrije markt dusvolkomen utopisch is. Critici vragen zich af of de globalisering nietveeleer resulteert in fragmentatie of ''tribalisme'' i.p.v. integratie.
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
€ 29,90
Globalisering roept gemengde gevoelens op. Vele neo-liberale economenzien in globalisering een oplossing voor het ontwikkelingsprobleem.Anderen zien er de oorzaak in van de financiële crisis sinds 2008 entwijfelen aan het belang dat wordt gehecht aan het concept ''productiviteit'':terwijl de economische productiviteit zo''n hoogtepunt heeft bereikt dateen klein gedeelte van de mensheid in theorie in staat is alle basic needsen meer te produceren voor de hele mensheid, blijven nationale overhedenovertuigd van de nood aan een grotere productiviteit om deconcurrentiepositie te verbeteren. Milieueconomen waarschuwen dat degrenzen van economische groei bereikt zijn... Ethici betwijfelen of eenongecorrigeerde vrije wereldmarkt en de menselijke waardigheidcompatibel zijn. Institutionalistische economen vragen zich af of eenmarkt niet per definitie ''geïnstitutio-naliseerd'' is en een vrije markt dusvolkomen utopisch is. Critici vragen zich af of de globalisering nietveeleer resulteert in fragmentatie of ''tribalisme'' i.p.v. integratie.
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijkeen aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewustvoor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economischegeschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionelehistoriografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten''doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme enspiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
€ 30,80
In Nederland zijn zelfbepaling en vermaatschappelijking
kernthema’s binnen de gehandicaptenzorg. Wat houdt
dat precies in? Hoe werken we hier aan? Wat is daarbij de
achterliggende filosofie? En vooral, wat levert het mensen
met een (verstandelijke) beperking op?
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
€ 30,80
In Nederland zijn zelfbepaling en vermaatschappelijking
kernthema’s binnen de gehandicaptenzorg. Wat houdt
dat precies in? Hoe werken we hier aan? Wat is daarbij de
achterliggende filosofie? En vooral, wat levert het mensen
met een (verstandelijke) beperking op?
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Filosofie in honderd woorden
€ 22,60
Honderd woorden die de strijd aangaan tegen de machten van ruimte entijd. Wat kun je gezegd krijgen op één vel papier? En in welke mate zullende letters de tijd doorstaan? Honderd woorden als uitnodiging om zelf tegaan filosoferen, niet uitbundig, maar volgens een strikt patroon. In ditboek hoopt Ann Van Sevenant het effect van filosofie voelbaar te maken,vooral ook als we bereid zijn om niet direct terug te vallen op filosofen.Zij kunnen op de achtergrond of indirect fungeren als fluisteraars.Daarvan getuigen de zorgvuldig uitgekozen citaten.
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Filosofie in honderd woorden
€ 22,60
Honderd woorden die de strijd aangaan tegen de machten van ruimte entijd. Wat kun je gezegd krijgen op één vel papier? En in welke mate zullende letters de tijd doorstaan? Honderd woorden als uitnodiging om zelf tegaan filosoferen, niet uitbundig, maar volgens een strikt patroon. In ditboek hoopt Ann Van Sevenant het effect van filosofie voelbaar te maken,vooral ook als we bereid zijn om niet direct terug te vallen op filosofen.Zij kunnen op de achtergrond of indirect fungeren als fluisteraars.Daarvan getuigen de zorgvuldig uitgekozen citaten.
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken vannieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte teksttentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ookeen wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toeomdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in dekantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maarwel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. Enschrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
€ 20,50
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht.Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders)willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleemte komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
€ 20,50
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht.Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders)willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleemte komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
€ 19,60
Deze publicatie is een werkboek voor kinderen. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is
een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,
licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willen
helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem
te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor kinderen
€ 19,60
Deze publicatie is een werkboek voor kinderen. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is
een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,
licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willen
helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem
te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
€ 32,90
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er iseen afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willenhelpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleemte komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor ouders
€ 32,90
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er iseen afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten,licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willenhelpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleemte komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnenzijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten eneen apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring.Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaardedat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
€ 30,80
Dit boek is bedoeld voor artsen, psychologen, pedagogen, diëtisten, fysioherapeuten, leraren, sociaal verpleegkundigen,
paramedici en andere begeleiders die jongeren en hun ouders willen helpen om controle te krijgen over hun
eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtprobleem te komen.
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Handleiding voor begeleiders
€ 30,80
Dit boek is bedoeld voor artsen, psychologen, pedagogen, diëtisten, fysioherapeuten, leraren, sociaal verpleegkundigen,
paramedici en andere begeleiders die jongeren en hun ouders willen helpen om controle te krijgen over hun
eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtprobleem te komen.
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Dit boek omvat vier protocollen/draaiboeken (ook trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn:
• voor de ouders van kinderen met overgewicht;
• een training voor kinderen;
• voor adolescenten;
• een apart protocol waarin een aangepast bewegingsprogramma beschreven staat.
Om aan de slag te gaan, is er voor drie van deze vier protocollen een Werkboek beschikbaar:
• Werkboek voor ouders
• Werkboek voor adolescenten
• Werkboek voor kinderen
Kinderen en jongeren met overgewicht/Protocollen - Versie Nederland is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast werkt zij binnen het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
€ 20,50
Elke samenleving worstelt met de uitdaging hoe om te gaan met het gegeven dat mensen van elkaar verschillen. Deze worsteling is vanalle tijden en heeft soms tot dramatische uitkomsten geleid voor bepaaldegroepen mensen. Uitsluiting is er slechts één van. Uitsluitingwordt bijvoorbeeld zichtbaar in het onderwijs, op de arbeidsmarkt enin het gebruik van de openbare ruimte. Segregatie op jonge leeftijdleidt niet zelden tot levenslange uitsluiting. Jongeren met een beperkingof handicap bijvoorbeeld, lopen een groot risico nooit aan hetwerk te komen en levenslang afhankelijk te blijven van een uitkering.
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Inclusief onderwijs – Dilemma’s en uitdagingen
€ 20,50
Elke samenleving worstelt met de uitdaging hoe om te gaan met het gegeven dat mensen van elkaar verschillen. Deze worsteling is vanalle tijden en heeft soms tot dramatische uitkomsten geleid voor bepaaldegroepen mensen. Uitsluiting is er slechts één van. Uitsluitingwordt bijvoorbeeld zichtbaar in het onderwijs, op de arbeidsmarkt enin het gebruik van de openbare ruimte. Segregatie op jonge leeftijdleidt niet zelden tot levenslange uitsluiting. Jongeren met een beperkingof handicap bijvoorbeeld, lopen een groot risico nooit aan hetwerk te komen en levenslang afhankelijk te blijven van een uitkering.
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.
Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worstelingvan het onderwijs met het omgaan met en het vormgevenvan diversiteit. Het laat zien hoe het huidige gesegregeerdesysteem is ontstaan en wat de gevolgen zijn voor kinderen, jongerenen hun ouders. Een samenleving die begint met uitsluiten, blijftuitsluiten, zo meent de auteur. Hij houdt een pleidooi voor eenandere manier van denken: inclusief onderwijs als een zich ontwikkelendeonderwijspraktijk waarin diversiteit niet wordt gezienals een probleem, maar als een uitdaging. Het boek legt de pijnpuntenbloot, plaatst vraagtekens en suggereert richtingaanwijzersdie moeten leiden tot een werkbare vorm van inclusief onderwijswaarin kinderen en jongeren worden voorbereid op een samenlevingdie vraagt om mensen die inclusief kunnen denken en handelen.