De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw dedebatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processendie in aparte disciplines worden behandeld: de mens alsdier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthesezou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronderwetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen dieverbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie,en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’houden.
De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw dedebatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processendie in aparte disciplines worden behandeld: de mens alsdier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthesezou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronderwetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen dieverbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie,en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’houden.
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horenbij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenaderingtussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenkschreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, diehetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuurin Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuweVlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaartvoor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritieken uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstellingvoor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgenwaren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Clausen Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssenheeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan deNederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jarentachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht,waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literairekritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexegeheel van factoren dat het grensverkeer tussenNederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag vanvandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horenbij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenaderingtussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenkschreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, diehetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuurin Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuweVlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaartvoor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritieken uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstellingvoor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgenwaren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Clausen Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssenheeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan deNederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jarentachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht,waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literairekritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexegeheel van factoren dat het grensverkeer tussenNederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag vanvandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groeitot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgensdeze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei:hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf watgedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen.Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalthij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook hetheelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Netzoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen,maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijkehindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid vanvisies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaalomtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op dewording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmischeprocessen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groeitot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgensdeze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei:hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf watgedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen.Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalthij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook hetheelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Netzoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen,maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijkehindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid vanvisies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaalomtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op dewording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmischeprocessen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatieen andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen enbegeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeldkrachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendienjuridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekendnaar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik enintimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevigfundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueelmaar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van devertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basiservan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijkegezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker envertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie opde werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehoudendoor machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Eengendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komtuit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoonmet een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functiein staat is de juiste competenties aan te wenden.
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatieen andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen enbegeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeldkrachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendienjuridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekendnaar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik enintimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevigfundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueelmaar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van devertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basiservan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijkegezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker envertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie opde werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehoudendoor machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Eengendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komtuit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoonmet een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functiein staat is de juiste competenties aan te wenden.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijdenhebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeldook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klankhoren. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten ziendat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, eenlevenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie ophet ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamenteleopvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films,poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is hetbelangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn,ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schoudersvan ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dituitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppenkijken.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijdenhebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeldook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klankhoren. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten ziendat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, eenlevenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie ophet ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamenteleopvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films,poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is hetbelangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn,ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schoudersvan ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dituitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppenkijken.
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizamepublicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerdeinhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijnvan Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwonersvan Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bijenkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukkenaan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testamenten van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizamepublicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerdeinhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijnvan Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwonersvan Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bijenkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukkenaan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testamenten van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie alsmethode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met eenbeperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschrevenis een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie alsmethode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met eenbeperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschrevenis een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in hethuidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er eenopmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit ende daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heefteen wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder envoor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in hethuidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er eenopmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit ende daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heefteen wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder envoor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderendat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren,therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenenis hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben danook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met hetleren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneerhet leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatieen symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek,met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit.Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaakonzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwervenen om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingenom het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderendat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren,therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenenis hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben danook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met hetleren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneerhet leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatieen symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek,met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit.Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaakonzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwervenen om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingenom het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit vanbestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien engeestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen metkerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doelhet bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aande persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijkeorganisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen enpositieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met eenverstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Tweebijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maarhet signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aanlevensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groottekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met eenverstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voorvelen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensenmet een beperking zelf maken het boek compleet.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit vanbestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien engeestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen metkerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doelhet bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aande persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijkeorganisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen enpositieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met eenverstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Tweebijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maarhet signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aanlevensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groottekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met eenverstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voorvelen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensenmet een beperking zelf maken het boek compleet.
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research:
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research: