Psychotherapie in beweging. Dieren en natuur bij psychodynamische therapie.
Het inzetten van dieren in verschillende vormen van zorg is een steeds groeiendfenomeen. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is deze innovatieve vorm vanzorg, Animal Assisted Intervention, een veelbelovende ontwikkeling. Theoretischonderbouwde methodes zijn echter nog weinig beschreven. Met dit boek wordteen achtergrond gegeven voor het betrekken van natuur, dieren in het algemeenen honden en paarden in bijzonder, bij een psychodynamische psychotherapie.
De lezer krijgt inzicht in de door de auteurs ontwikkelde methode: EFPP – Equineassisted Focal Psychodynamic Psychotherapy. Ze is ontworpen naar aanleidingvan de betrokkenheid bij de nazorg van de cafébrand in Volendam, maar het isduidelijk aangetoond dat EFPP een waardevolle specialistische behandelvorm isvoor mensen met verschillende (ernstige) problematiek. Een uitgebreide casusillustreert deze intensieve, ervaringsgerichte maar ook speelse methode, waarbijde non-verbale dimensie vanuit de gehechtheidstheorie een speerpunt is.Grondwaarden als wederkerigheid in de therapeutische relatie, het bieden vaneen speelplaats voor correctieve emotionele ervaringen en groei, krijgen op eenunieke wijze gestalte.
Psychotherapie in beweging. Dieren en natuur bij psychodynamische therapie.
Het inzetten van dieren in verschillende vormen van zorg is een steeds groeiendfenomeen. Ook in de geestelijke gezondheidszorg is deze innovatieve vorm vanzorg, Animal Assisted Intervention, een veelbelovende ontwikkeling. Theoretischonderbouwde methodes zijn echter nog weinig beschreven. Met dit boek wordteen achtergrond gegeven voor het betrekken van natuur, dieren in het algemeenen honden en paarden in bijzonder, bij een psychodynamische psychotherapie.
De lezer krijgt inzicht in de door de auteurs ontwikkelde methode: EFPP – Equineassisted Focal Psychodynamic Psychotherapy. Ze is ontworpen naar aanleidingvan de betrokkenheid bij de nazorg van de cafébrand in Volendam, maar het isduidelijk aangetoond dat EFPP een waardevolle specialistische behandelvorm isvoor mensen met verschillende (ernstige) problematiek. Een uitgebreide casusillustreert deze intensieve, ervaringsgerichte maar ook speelse methode, waarbijde non-verbale dimensie vanuit de gehechtheidstheorie een speerpunt is.Grondwaarden als wederkerigheid in de therapeutische relatie, het bieden vaneen speelplaats voor correctieve emotionele ervaringen en groei, krijgen op eenunieke wijze gestalte.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleidin de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidsteren het zorgteam om extra zorg te bieden aande kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerkenen het zorgcontinuüm is het kader van waaruitwordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau vanverhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseertdeze niveaus, in aansluiting op diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maaktsystematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeftenvan de kleuter en komt ze tot doelgerichthandelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzichtvan mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen,helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek ende continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Datleidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster,het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling]
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Analyse en handelen. Taalontwikkeling
Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleidin de kleuterschool. Het is ontwikkeld voor de kleuterleidsteren het zorgteam om extra zorg te bieden aande kleuters die dat nodig hebben. Het handelingsgericht samenwerkenen het zorgcontinuüm is het kader van waaruitwordt gewerkt. Groeiboek situeert zich op het niveau vanverhoogde zorg en uitbreiding van zorg. Het concretiseertdeze niveaus, in aansluiting op diagnostische protocollen.
De kleuterleidster signaleert haar bezorgdheid en maaktsystematisch een analyse. Hiermee ontdekt ze de onderwijsbehoeftenvan de kleuter en komt ze tot doelgerichthandelen. Verschillende hulpmiddelen, zoals een overzichtvan mogelijke hypothesen, observatielijsten en ontwikkelingslijnen,helpen haar hierbij.
Groeiboek ondersteunt op deze manier de systematiek ende continuïteit van de extra zorg in de kleuterschool. Datleidt tot een gedeelde zorg met de ouders, de kleuterleidster,het zorgteam en de leerlingbegeleider.
Zie ook:
Groeiboek. Basisboek
Groeiboek. Signaleren
Groeiboek. Analyse en handelen. Situering en werkwijze
Groeiboek. Analyse en handelen. Ontwikkeling van de zelfsturing
Groeiboek. Analyse en handelen. Denkontwikkeling
[Groeiboek. Analyse en handelen. Taalontwikkeling]
Groeiboek. Analyse en handelen. Motorische ontwikkeling
Groeiboek. Analyse en handelen. Zintuiglijke ontwikkeling & lichamelijke factoren
De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik
De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik
Eén, twee … hupsakee … Navulblaadjes
Deze navulblaadjes horen bij het Heen-en-weerboekje, Eén, twee ... hupsakee ...
Ze kunnen ingevoegd worden bij Deel 2: Mijn dagboekje.
(250 blz.)
Eén, twee … hupsakee … Navulblaadjes
Deze navulblaadjes horen bij het Heen-en-weerboekje, Eén, twee ... hupsakee ...
Ze kunnen ingevoegd worden bij Deel 2: Mijn dagboekje.
(250 blz.)
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Qur’anic Term Translation. A Semantic Study from Arabic Perspective (ATI-Academic Publications, n° 7)
This book is mainly concerned with themeaning and English translation of Qur’anic terms which aretherefore, analyzed both out of and in context.
This book establishesa method of investigation and analysis that linguists and translatorscould adopt when embarking on analysis of lexical items ofthe Qur’an and/or when translating it.
Owing to the intrinsic difficulties inherent in the translation of the Qur’an, analytical studieson Qur’anic terms are almost unheard of, in spite of the fact thatmany are the works that deal with the Qur’an in all languages.
Bearing in mind that ‘perfect’ translation is no more than an illusion,and that absolute synonymy is nothing but a myth, establishingthe meaning of specialized Qur’anic terms with any degree ofaccuracy is an extremely daunting task, especially when addressingthis issue in a language that is not that of the Qur’an.
Thepresent work is an attempt to bring the Qur’an a step closer to boththe general reader as well as the specialized researcher. In additionto the semantic study of the Qur’anic terms and investigating theirtranslations in six other renowned works, this book also addressesa number of important linguistic and cultural issues that noserious researcher of the Qur’an can afford to miss. Its depth ofanalysis and extensive notes are meant to save the reader the extraordinaryeffort required to check a multitude of works necessaryto understand the issues at stake.
Qur’anic Term Translation. A Semantic Study from Arabic Perspective (ATI-Academic Publications, n° 7)
This book is mainly concerned with themeaning and English translation of Qur’anic terms which aretherefore, analyzed both out of and in context.
This book establishesa method of investigation and analysis that linguists and translatorscould adopt when embarking on analysis of lexical items ofthe Qur’an and/or when translating it.
Owing to the intrinsic difficulties inherent in the translation of the Qur’an, analytical studieson Qur’anic terms are almost unheard of, in spite of the fact thatmany are the works that deal with the Qur’an in all languages.
Bearing in mind that ‘perfect’ translation is no more than an illusion,and that absolute synonymy is nothing but a myth, establishingthe meaning of specialized Qur’anic terms with any degree ofaccuracy is an extremely daunting task, especially when addressingthis issue in a language that is not that of the Qur’an.
Thepresent work is an attempt to bring the Qur’an a step closer to boththe general reader as well as the specialized researcher. In additionto the semantic study of the Qur’anic terms and investigating theirtranslations in six other renowned works, this book also addressesa number of important linguistic and cultural issues that noserious researcher of the Qur’an can afford to miss. Its depth ofanalysis and extensive notes are meant to save the reader the extraordinaryeffort required to check a multitude of works necessaryto understand the issues at stake.
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich alvoor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormendan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorghun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momentenvan hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg,algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is ergeen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zondernaïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistischeverwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek.Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis.Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkseleven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenningbiedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ookvoor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenningbetekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennisover verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieënover persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan metdeze mensen en hun problemen.
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen
Verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zijn twee problemen die op zich alvoor heel wat moeilijkheden zorgen. Geregeld komen ze samen voor. Zij vormendan een combinatie waarop niet enkel hulpverleners in de verslavingszorghun tanden stuk bijten. Deze mensen vinden we op andere momentenvan hun leven ook terug in tal van vormen van hulpverlening: geestelijke gezondheidszorg,algemene welzijnszorg, justitiële hulpverlening … Soms is ergeen georganiseerde hulp en wegen ze zwaar op hun omgeving.
Dit boek doorbreekt het therapeutisch pessimisme dat vaak te horen valt. Zondernaïef te zijn wil het bijdragen aan meer begrip, meer hoop en realistischeverwachtingen in het denken over en behandelen van deze moeilijke problematiek.Bijzondere aandacht krijgen de antisociale en de borderline persoonlijkheidsstoornis.Hoe manifesteert deze combinatie zich in het dagelijkseleven? Erg belangrijk is de herkenbaarheid, in de hoop dat die ook erkenningbiedt van de grote last, niet alleen voor de betrokkenen zelf, maar ookvoor hun omgeving en voor hulpverleners. Maar herkenning en erkenningbetekenen niet berusting of gelatenheid. Tegelijk worden vanuit de kennisover verslaving en aan de hand van denkschema’s uit werkzame therapieënover persoonlijkheidsstoornissen handvatten aangereikt voor het omgaan metdeze mensen en hun problemen.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van hetverleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomstbrengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteemverkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterstwelkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettendveel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriftengraaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelischekern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerendelijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillendewijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen vanmensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong enoud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijenkerkverandering te werken.
Profeten zwijgen niet. Omtrent José Comblin en bevrijdingstheologie
Een periode loopt ten einde. Zich verschuilen in overtuigingen van hetverleden die niet langer functioneren, kan niet langer. Wat de toekomstbrengt, is niet duidelijk. Het huidige rooms-katholieke kerksysteemverkeert in een diepe crisis. Het christendom staat voor nieuwe uitdagingen.
In die context is een figuur als José Comblin, Belg van geboorte, uiterstwelkom. Deze pionier van de bevrijdingstheologie heeft ontzettendveel betekend voor het kerkleven in Latijns-Amerika. In zijn geschriftengraaft hij door de lagen van de (kerk)geschiedenis heen naar de evangelischekern. Hij kijkt naar de toekomst en schetst er inspirerendelijnen voor. Deze publicatie laat zijn profetische stem op verschillendewijzen weerklinken. Met zijn eigen woorden en via getuigenissen vanmensen die hem hebben meegemaakt. Zo kan dit boek voor jong enoud een bron zijn om vanuit evangelische inspiratie aan maatschappijenkerkverandering te werken.
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.
Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.
Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke
Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaalondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwendedenkers en doeners met een grote maatschappelijkeimpact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegdvan de oprichters naar het excellent organiserenvan sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidigesocial entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers diezijn toegerust om als changemakers te denken enhandelen. Zij werken krachtig samen met anderenom maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werkenaan maatschappelijke kwesties en maatschappelijkeverandering, worden in dit essayistische boekvanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorieen praktijk van sociaal ondernemerschap worden insamenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdamonderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiekvan de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoekblijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagsepraktijken op eigen initiatief en risico de stad beterwillen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegenwil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- enliteratuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiekdebat over de rol van sociaal ondernemerschap inde participatiesamenleving. De bundel is bedoeldvoor professionals in beleid en beroepspraktijk, voorstudenten op hogescholen en universiteiten, en voorburgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschapvoor de publieke zaak.
Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger
De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaalondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwendedenkers en doeners met een grote maatschappelijkeimpact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegdvan de oprichters naar het excellent organiserenvan sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidigesocial entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers diezijn toegerust om als changemakers te denken enhandelen. Zij werken krachtig samen met anderenom maatschappelijke veranderingen te realiseren.
De manieren waarop ondernemende burgers werkenaan maatschappelijke kwesties en maatschappelijkeverandering, worden in dit essayistische boekvanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorieen praktijk van sociaal ondernemerschap worden insamenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdamonderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiekvan de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoekblijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagsepraktijken op eigen initiatief en risico de stad beterwillen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegenwil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.
Deze publicatie doet verslag van een actie- enliteratuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiekdebat over de rol van sociaal ondernemerschap inde participatiesamenleving. De bundel is bedoeldvoor professionals in beleid en beroepspraktijk, voorstudenten op hogescholen en universiteiten, en voorburgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschapvoor de publieke zaak.
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematischeverhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanismevan de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialismeeen humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bijde filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar eengoddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartrewel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest enherleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’,samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. AlsSartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hijelke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander dehel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijkvan een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid (Reeks Omtrent Filosofie nr 4)
De Franse existentialist Jean-Paul Sartre heeft altijd een problematischeverhouding tot het humanisme gehad. In zijn roman ‘Walging’walgt hoofdpersoon Antoine Roquentin van het humanismevan de autodidact. Jaren later verklaart Sartre dat het existentialismeeen humanisme is. Geen christelijk humanisme, zoals bijde filosofen Karl Jaspers en Gabriel Marcel bijvoorbeeld, maar eengoddeloos humanisme. De vraag is of het humanisme van Sartrewel echt goddeloos is? Om hierop een antwoord te vinden, leest enherleest de auteur het hoofdwerk van Sartre: ‘Het zijn en het niet’,samen met enkele van zijn andere (literaire) werken.
Dit boek is geen zuiver filosofische analyse van een meesterwerk,maar is geschreven vanuit een maatschappelijk engagement. AlsSartre de ‘condition humaine’ ontkent, zo stelt de auteur, geeft hijelke mogelijkheid tot samen leven op. Voor Sartre is de ander dehel. Christian Van Kerckhove gaat uiterst verfijnd en rustig te werk.Zijn analyse is vlijmscherp, snijdt tot op het bot maar getuigt tegelijkvan een liefde voor de meesterfilosoof en zijn existentialisme.
