Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Van verdringen tot vergeten. Een psychoanalytische herwerking van het geheugen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 19)
Is vergeten een belangrijker ingrediënt om gelukkig te kunnen zijn dan herinneren? Hebben
baby’s een geheugen? Is de pubertijd een herbeleving van de kleutertijd? Kunnen we
de verdringing neurofysiologisch verklaren? Hoe wordt er vandaag in een psychoanalytische
psychotherapie gewerkt met herinneringen? Worden in een droom verdrongen
herinneringen verwerkt? Hoe zijn impliciete relatiepatronen in het geheugen opgeslagen?
Het werken met herinneringen in de psychoanalytische praktijk heeft, in de honderd jaar
sinds Freud zijn spraakmakende ideeën hierover ontwikkelde, grote veranderingen ondergaan.
Teksten van psychoanalytisch geschoolde auteurs uit verschillende domeinen,
neurofysiologie, psychologie, filosofie, psychiatrie en theologie, bieden inzicht in de
nieuwste ontwikkelingen in het psychoanalytisch denken over het geheugen.
Het spanningsveld tussen herinneren en vergeten fascineert sinds mensenheugenis. Dit
boek biedt de lezer een ontdekkingstocht die de verdringing als vertrekpunt heeft en dan,
via herinneren en herwerken in dit spanningsveld, de kracht van het vergeten als doel
stelt. Het psychoanalytisch kader is hierbij het kompas en de psychoanalytisch psychotherapeut
de gids. Casusmateriaal van therapeuten en analytici illustreert hoe deze kennis
toegepast wordt in de praktijk.
Lili Philippe is master in de wiskunde en in de klinische psychologie en psychoanalytisch
psychotherapeut. Zij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische
Psychotherapie en afgevaardigde voor de European Federation for Psychoanalytic
Psychotherapy.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch psychotherapeut en psychoanalyticus.
Hij is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en lid
van de International Psychoanalytical Association.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Wie wil er nu niet zelfredzaam zijn?! De mythe van zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is een centraal begrip in de discussies van de laatste jaren rond welzijn en zorg.
De bredere context van die discussies is, dat Nederland een verandering doormaakt van een
verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving,
en zelfredzaamheid wordt vaak gezien als een belangrijk element in die verandering.
Zelfredzaamheid ligt ook aan de basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo),
die deze verandering wettelijk verankert.
Hoe krijgt zelfredzaamheid betekenis in de praktijk
van het sociaal werk? Met welke andere
begrippen wordt het begrip verbonden? Wie wordt gezien als zelfredzaam en wie niet? Hoe wordt er
gesproken over mensen die zichzelf niet lijken te kunnen te redden?
Deze publicatie doet verslag
van een kritische discoursanalyse van het begrip zelfredzaamheid.
Onderzocht wordt hoe zelfredzaamheid wordt opgevat als iets dat vanzelf spreekt – wie wil er immers
niet zelfredzaam zijn? Ook wordt nagegaan hoe het concept het handelen en denken in de sociale sector
domineert, en wat de consequenties daarvan zijn.
Deze studie wil laten zien dat zelfredzaamheid niet
vanzelf spreekt en dat de betekenis ervan afhangt van hoe het begrip in de praktijk invulling
krijgt. Om zicht te krijgen op invullingen is onder meer gesproken met sociaal werkers in Rotterdam.
Op die manieren wordt inzicht gegeven in hoe begrippen doorwerken in de praktijk.
Daarnaast wil de studie een aanzet bieden tot een debat over de vraag wat de waarde van
zelfredzaamheid is. De centrale stelling is, dat zelfredzaamheid een mythe is.
Richard de Brabander (1964) studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschap. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent ethiek en filosofie aan Hogeschool Inholland in Rotterdam en sinds 2005 verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Stijlvol vertalen / Traduire avec style. Nederlands – Français
Dit boek wil een praktisch werktuig zijn voor vertalingen Nederlands-Frans die beantwoorden aan het eigen karakter van beide talen. De voorbeeldzinnen kunnen uiteraard op diverse manieren worden vertaald, maar de auteur kiest voor de versies die het vlotst lopen in het Frans. Frans is geen Nederlands met Franse woorden. Elke taal heeft vanzelfsprekend haar eigenheid.
De auteur wijst op de verschillen tussen beide talen om de kwaliteit van de
vertaling te verbeteren. De veranderingen die een tekst ondergaat bij de
overgang van de ene taal naar de andere, zijn niet louter toevallig. Uiteindelijk
moet bij de gebruiker van het boek een reflex ontstaan, die als vanzelf
resulteert in een goede vertaling, haast automatisch.
Adrien Surewaard was dertig jaar lang werkzaam als vertaler in de verzekeringssector,
vooral in Brussel.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.
Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.
Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.
Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk
Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.
Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.
Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.
Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.
Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen en wetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft het traditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichten en vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waarop musici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek. Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussen de oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop. Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app (Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’ reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benadering van tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt het repertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie. Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempo en vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op een betere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaar geheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide en parate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan de bestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naar
het muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroeger
en nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen van
expertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.
De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente en
werkbare oplossingen.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan LUCA School of Arts
te Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst te Ekeren.
Tonaal gereedschap voor klavierspelers
Het muziekonderwijs is volop in beweging. Artistieke tendensen en wetenschappelijke inzichten verbreden onze kijk op muzikaliteit. Heeft het traditionele repertoire daarin nog een plaats? Natuurlijk. Oude inzichten en vaardigheden gooi je niet zomaar overboord.
Recent musicologisch onderzoek werpt een ander licht op de manier waarop musici van barok tot laat negentiende eeuw vaardig werden met muziek. Musica, Impulscentrum voor Muziek zag principiële overeenkomsten tussen de oude partimento-praktijk en eigentijdse benaderingen in jazz en pop. Resultaat werd Tonaal Gereedschap/Tonal Tools, een inspiratieboek en app (Android + iOs) die het oude met het nieuwe verbindt. Negen ‘componenti’ reiken sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benadering van tonale muziek vanaf het begin.
Tonaal Gereedschap is toepasbaar op elk tonaal idioom en verbindt het repertoire van barok tot romantiek, jazz en pop met improvisatie en compositie. Verwacht geen strakke methodiek. Ieder kan TG op eigen tempo en vanuit eigen inzicht verweven met bestaande didactiek. Reken op een betere integratie van muzikaal inzicht en vaardigheid, een meer betrouwbaar geheugen en vlotter prima vista-spel. Tel daar bij een uitgebreide en parate muzikale fantasie, meer expressie en speelplezier.
TG opent nieuwe artistieke en (auto)didactische perspectieven, en kan de bestaande professionele expertise gevoelig uitbreiden.
Met de reeks CONNECT richt Musica, Impulscentrum voor Muziek zich naar
het muziekonderwijs. Doel is het leggen van verbindingen tussen vroeger
en nu, praktijk en theorie, creativiteit en vaardigheid, evenals het delen van
expertise. Een artistieke benadering van muzikale ontwikkeling staat centraal.
De reeks speelt in op actuele noden en biedt originele, consistente en
werkbare oplossingen.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan LUCA School of Arts
te Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst te Ekeren.
Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details. More on this subject: https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtU https://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednref https://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdf https://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/ https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Lieven Strobbe teaches the organ and creative keyboard at LUCA school of Arts in Leuven and the Flemisch Part-time Music Edcuation Academies (DKO) in Ekeren and Wilrijk.
.. If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.Tonal tools for keyboard players
Music education is evolving rapidly. Artistic and scientific developments have broadened our view of musicality. Does the traditional repertoire on tonal music still have any relevance in this context? Of course it does!
Recent musicological research has shed new light on the way musicians from the baroque era to the nineteenth century acquired their skills. As a result, fascinating correlations between baroque partimento practice and the lead sheet approach common in jazz and pop music have emerged.
Tonal tools is an inspirational book and app (Android, iOs) that blends old and current approaches. Nine ''components'' serve as keys for a more aural, creative and tangible approach to tonal music form the very start. Tonal tools is applicable to any tonal idiom and spans the baroque, classical, romantic, jazz and pop repertoire by means of common improvisational and compositional principles.
Don''t expect a straightforward method; interweave Tonal Tools with your usual didactics according to your own pace and needs. Expect a better integration of muscial understanding and skill from your pupils, a more reliable memory and better sight-reading ability, not to mention a broadened muscial imagination, enhanced expressiveness and a joy for playing tonal music.
As a valuable extension to keyboard teachers'' existing professional expertise, Tonal Tools opens new artistic and (auto)didactic perspectives.
CONNECT, Musica''s educational series for music schools and conservatories, builds bridges between the past and present, practice and theory, creativity and skill. It translates proven but sometimes forgotten expertise into a contemporary approach. An artistic view of muscial development is central; the series deals with current artistic and educational needs and offers original, consistent and workable solutions.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details. More on this subject: https://www.youtube.com/watch?v=n0r9N-EljtU https://historyofmusictheory.wordpress.com/2017/03/14/some-reflections-about-thoroughbass-pedagogy-today/#_ednref https://derekremes.com/wp-content/uploads/fenarolihandout.pdf https://improvingpianists.com/2020/11/24/chapter-3-a-case-for-partimento-pt-2-improvisation/ https://www.researchcatalogue.net/view/529638/577786Lieven Strobbe teaches the organ and creative keyboard at LUCA school of Arts in Leuven and the Flemisch Part-time Music Edcuation Academies (DKO) in Ekeren and Wilrijk.
.. If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Tanden poetsen. Hoe het moet
Tanden poetsen doen we dagelijks. Meestal zonder dat we erbij nadenken. Het hoort bij de dagelijkse lichaamsverzorging en verloopt als het ware automatisch. Op het eerste zicht lijkt tanden poetsen ook gemakkelijk, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder dan je zou verwachten.
Vele mensen - kinderen en volwassenen - poetsen hun tanden niet zoals het hoort. Niet alleen uit haast, maar vooral omdat ze niet weten hoe het moet. Deze handige gids legt uit, onder meer met foto’s, hoe het dan wel moet. Tegelijk geeft de auteur aan waarom dat zo is en wat de gevolgen zijn bij niet goed poetsen. Die gevolgen kunnen ook veel groter zijn dan de meeste mensen denken, o.a. cardiovasculaire problemen, maagklachten, fitheidsongemakken enz.
Jan Van Loock is tandarts in Turnhout en werkt ook in een groepspraktijk in Tilburg.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperament worstelen dagelijks met veel problemen en vragen. Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is, hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer de diagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit, slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag – kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderen worden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders mét hun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerende probleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici, maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten, ... kunnen het in de begeleiding van kinderen en ouders gebruiken.
Giel Vaessen, is systeemtherapeut en opnamecoördinator in de Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. Daarnaast doceert hij aan de Faculteit Sociaal-Pedagogische Hulpverlening van de Hogeschool Zuyd in Maastricht.
Een wervelkind. Praktisch handboek voor ouders van kinderen met ADHD, een pittig temperament of tegendraads gedrag
Ouders van kinderen met ADHD of een extreem pittig temperament worstelen dagelijks met veel problemen en vragen. Op een toegankelijke manier schetst dit boek wat ADHD is, hoe het ontstaat en hoe ermee om te gaan. Ook wanneer de diagnose niet is gesteld – in geval van druk gedrag, impulsiviteit, slechte concentratie en ernstig tegendraads gedrag – kan deze “gebruiksaanwijzing” op temperamentvolle kinderen worden toegepast. Dankzij dit inzicht kunnen ouders mét hun kinderen adequater reageren op dagdagelijkse zaken, terugkerende probleemsituaties of te nemen hindernissen.
Primair wil dit boek ouders aanspreken, maar ook paramedici, maatschappelijk werkers, groepswerkers, systeemtherapeuten, ... kunnen het in de begeleiding van kinderen en ouders gebruiken.
Giel Vaessen, is systeemtherapeut en opnamecoördinator in de Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep in Heerlen. Daarnaast doceert hij aan de Faculteit Sociaal-Pedagogische Hulpverlening van de Hogeschool Zuyd in Maastricht.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.
Adieu à Dieu. Naar een religieus atheïsme
Prof.em.dr. Ulrich Libbrecht beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura’ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven.
Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht een School voor comparatieve filosofie.


















