Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Het artistieke ontwerpproces. Een filosofische verkenning
Dit boek over de aard en betekenis van artistieke creativiteit vertrekt vanuit een zo ruim mogelijk perspectief op processen van verandering en vernieuwing. Het scheppen van iets nieuws getuigt van een vitale levenskracht binnen een evolutionair denkmodel. Deze aanvankelijke identificatie van scheppingskracht met levensprocessen wordt vervolgens toegespitst op de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn en de specifieke neuronale energie die daarbij in het geding is.
De klassiek filosofische onderscheiding tussen denkend bewustzijn (Subject) en leefomgeving (Object) staat hier ter discussie, evenals het onderscheid tussen lichaam en geest. De wederkerige verbinding en beïnvloeding tussen cognitieve kennis en kennis uit gevoels- of lichaamspraktijken is kenmerkend voor creatieve processen. De de producerende, creatieve inspanning komt tot uitdrukking als een meer omvattende en diepere kenniservaring dan de theoretische intelligentie. Het creatief producerende denken ontstaat vanuit een concrete context en werkt al zoekend en experimenterend toe naar een tastbaar eindresultaat. Scheppende creativiteit vormt de waarborg voor eenheid en samenhang in onze cultuurervaring en is een belangrijke vernieuwingsbron van levenskwaliteit.
Het boek is bedoeld voor studenten in het kunstonderwijs, kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerde leken en is geschreven om de maatschappelijke waarde van artistiek-creatieve processen en praktijken te verhelderen. Ter wille van de toegankelijkheid is vakjargon zo veel mogelijk vermeden en richt het boek zich in dagelijkse spreektaal tot de lezer.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Oefenen als professie. Handboek Procesmanagement oefenen voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.
De recente Nederlandse geschiedenis kent een aantal grote crises en rampen, zoals overstromingen, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het neerstorten van een vliegtuig bij Amsterdam, de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn en de facebookrellen in Haren. Deze calamiteiten doen zich niet dagelijks voor. Om voorbereid te zijn op de crisis die ooit komt, wordt in veiligheidsregio’s en bij crisispartners geoefend. De planning, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het oefenen en ook de terugkoppeling naar het beleid is een proces dat vraagt om goed management. De bedoeling is tenslotte dat elke oefening bijdraagt aan een zorgvuldig leerproces dat de betrokkenen voorbereidt op crisisbeheersing.
Dit boek (hier in tweede, geactualiseerde druk) is geschreven voor mensen die een rol spelen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van multidisciplinaire oefeningen, en voor mensen die betrokken zijn bij beleidsvorming op dit gebied. Het is een handboek, wat betekent dat niet alleen informatie en uitleg wordt gegeven, maar ook praktische handvatten en voorbeelden. Het boek is opgebouwd aan de hand van de elf competenties van de procesmanager oefenen.
Deze publicatie is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen PLATO (Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie B.V., Universiteit Leiden), het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en Twynstra Gudde – Adviseurs en Managers. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en onder projectleiderschap van Sjoerd Wartna van het IFV organiseert dit samenwerkingsverband sinds 2004 ontwikkeltrajecten voor procesmanagers oefenen (PMO). Het handboek vormt de weerslag van in de loop der jaren opgedane inzichten en ervaringen op het gebied van oefenen. Het is geschreven door trainers met een nauwe betrokkenheid bij het oefengebied, in wisselwerking met (veld)deskundigen die het oefenen ‘van binnenuit’ kennen. Het handboek en de ontwikkeltrajecten PMO zijn onderdelen uit een breder opgezet PMO-project dat door het IFV wordt uitgevoerd.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspuntop invloedfactoren en processen van ontwikkeling enleren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionairebril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedragcentraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loepgenomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars vanklassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoudte bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit vanleer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebiedengezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daaropvoorbereidt.
Gedrag in evolutie en ontwikkeling – Schets van het menselijk gedrag in verandering door de evolutie van de mens en tijdens de individuele ontwikkeling
Het menselijk gedrag wordt hier bekeken vanuit een breed gezichtspuntop invloedfactoren en processen van ontwikkeling enleren. De auteur hanteert hierbij in sterke mate een evolutionairebril, waarbij niet alleen de functionaliteit van aangeboren gedragcentraal staat, maar ook de interactie tussen aanleg en omgeving.Deze aspecten zijn van toepassing op de menselijke levensloop,maar vooral de vroege gedragsontwikkeling wordt onder de loepgenomen. Het boek focust op de belangrijkste thema’s, wars vanklassieke indelingen. De schrijfstijl moet lezers prikkelen om de inhoudte bestuderen en inzicht te verwerven in de complexiteit vanleer- en ontwikkelingsprocessen bij de mens.
Deze publicatie is bestemd voor iedereen die actief is in de gebiedengezondheidszorg, welzijn en onderwijs, of wie zich daaropvoorbereidt.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.
Touwtje springen met oma
De oma van Sofie woont in een woonzorgcentrum en heeft dementie. Mensen met dementie vergeten veel dingen en doen soms een beetje gek. De oma van Sofie bijvoorbeeld vergeet dat ze al gegeten heeft en wordt dan heel boos. Of ze danst midden in de nacht vrolijk door haar kamer.
Sofie en haar mama bezoeken oma elke week. Soms gaat het niet goed met oma en begrijpt Sofie niet wat er gebeurt. Ook haar mama wordt er verdrietig van. Maar oma heeft ook goede momenten, dan gaan ze samen touwtje springen en doen ze allerlei leuke dingen. Oma kan de juiste woorden niet meer vinden, maar ze laat wel merken dat ze het fijn vindt om bezoek en liefdevolle aandacht te krijgen.
In een weblink bij het boek wordt dieper ingegaan op de vele uitdagingen die we tegenkomen in het omgaan met een persoon met dementie. Dementie is een problematiek die voor kinderen moeilijk te begrijpen is. Dit prentenboek wil een praktisch instrument zijn om kinderen op gepaste wijze te informeren en te begeleiden.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Amber ten Brink voltooide de opleiding vrije grafiek aan de Academie van Antwerpen. Daarnaast is ze zorgkundige van opleiding. Na jaren ervaring in de zorg bij bejaarden werkt ze nu als activiteitenbegeleider in het WZC Heilig Hart in Grimbergen.
Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit
Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbijzonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling,onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principevan duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt.Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen?Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijkeordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken hetmoeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.
Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter demobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd doorSocrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkeleintrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstukeen aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en devervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, hetlogistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.
Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel,bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening.De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werkgeschikt is voor een breed publiek.
Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94
Het mobielste land ter wereld. Een dialoog over duurzame mobiliteit
Hoewel België nog nooit zo mobiel is geweest, gaat er geen week voorbijzonder dat het verkeer ter sprake komt als bron van frustratie, vervuiling,onveiligheid en klimaatverandering. De opkomst van het ethische principevan duurzaamheid heeft het mobiliteitsdebat nog complexer gemaakt.Want hoe gaan bereikbaarheid, vlot verkeer en duurzaamheid eigenlijk samen?Tal van verwante kwesties, zoals economische marktwerking, ruimtelijkeordening, verkeersinfrastructuur en openbaar vervoer, maken hetmoeilijk om een heldere visie op duurzame mobiliteit te ontwikkelen.
Dit boek gaat met een frisse blik op zoek naar de mechanismen achter demobiliteit en de opties voor een duurzamere toekomst. Geïnspireerd doorSocrates doen de twee auteurs dit in dialoog met elkaar en met enkeleintrigerende personages. In een aangepast decor behandelt elk hoofdstukeen aspect van het basisthema: niet alleen bereikbaarheid, de files en devervoermiddelen komen aan bod, maar ook de ruimtelijke ordening, hetlogistieke systeem, verkeersveiligheid en vervoersarmoede.
Het boek richt zich tot iedereen die uit interesse, vrijwillig of professioneel,bezig is met mobiliteit, en bij uitbreiding met milieu en ruimtelijke ordening.De dialogen maken het thema licht verteerbaar, waardoor het werkgeschikt is voor een breed publiek.
Een eerlijk, vlot leesbaar en erg verhelderend discours dat een onbevangen beschrijving geeft van het hedendaagse mobiliteitsdebat. [...] Een aanrader is het zeker.
Ruimte, jrg. 6, nr. 22, blz. 94
Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders
Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen dieonline worden verstrekt over hun opvoedingsvragen.Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in ditboek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen overhun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemenpasseert de revue.
Het jongste kind is éénjaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemendie typisch zijn voor deze tijd en om problemendie van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandiggedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressiefgedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaalgedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen metleeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedragof ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen,ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelenen verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voorouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijkwerkers, leerkrachten, orthopedagogen enbeleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.
Gek van kinderen. Online adviezen voor ouders
Ouders geven gemiddeld het cijfer 8,4 voor adviezen dieonline worden verstrekt over hun opvoedingsvragen.Vijftig ouders uit Nederland en Vlaanderen komen in ditboek aan het woord. Zij maakten zich grote zorgen overhun kind. Een hele waaier van opvoedings- en gedragsproblemenpasseert de revue.
Het jongste kind is éénjaar oud en het oudste negentien jaar. Het gaat om problemendie typisch zijn voor deze tijd en om problemendie van alle tijden zijn, zoals: ongehoorzaam of opstandiggedrag, ruzie maken met broertjes of zusjes, agressiefgedrag, stelen, seksueel ongepast gedrag, brutaalgedrag tegen de ouders, depressiviteit, problemen metleeftijdgenoten, conflicten op school, hyperactief gedragof ADHD, autisme, zijn eigen gang gaan, liegen,ongemotiveerd zijn voor school, zich ongelukkig voelenen verslaafd aan gamen.
Het boek is bedoeld voorouders, gezinsbegeleiders, jeugdhulpverleners, maatschappelijkwerkers, leerkrachten, orthopedagogen enbeleidsmensen op het terrein van jeugd en gezin.
Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem
Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KULeuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal vandomeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticusvan zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichteren als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen diehij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op deeerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kansom kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerteThomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hijparticipeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actiefom bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijkeinzichten te profileren.
In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon,Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert,naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetischewaardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijkebeschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen.Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst,die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsprozaeen scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In hetinterview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristischeno-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelenbij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar ende creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastischekunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergrondenwaartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijkewerk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.
Experiment en traditie II. Een keuze uit opstellen en voordrachten, ingeleid door Johan van Iseghem
Piet Thomas is, naast en vanuit zijn academische opdracht aan de KULeuven en KU Leuven – Campus Kortrijk, een leven lang op tal vandomeinen werkzaam geweest: als hoogleraar literatuur, als criticusvan zowel proza als poëzie, als vertaler, als bloemlezer, als dichteren als inleider op het artistieke werk van anderen. De bijdragen diehij voor dit boek uit zijn vroeger werk selecteerde, hangen op deeerste plaats een tijdsbeeld op. Ze bieden de lezer echter ook de kansom kennis te maken met zowel de scherpe als de milde, altijd alerteThomas. In vele debatten stelde hij zich allesbehalve neutraal op. Hijparticipeerde aan heersende disputen en bleef onvermoeibaar actiefom bijvoorbeeld zijn poëziekritieken met afgetekende, persoonlijkeinzichten te profileren.
In het deel over Nederlandstalig proza worden Louis Paul Boon,Gerard Walschap en Stijn Streuvels opgevoerd. Thomas manifesteert,naast ondubbelzinnige restricties, een uitgesproken esthetischewaardering voor Walschaps narratief talent, voor zijn meesterlijkebeschrijvingstechniek en voor zijn esthetisch scheppingsvermogen.Streuvels ziet hij onder meer als een beoefenaar van de observatiekunst,die visuele indrukken laat domineren en die met typeringsprozaeen scherpe kijk op de werkelijkheid etaleert. In hetinterview met Boon zal de lezer beslist genieten van de humoristischeno-nonsense uitvallen van de guitige schrijver en gniffelenbij de wisselende kansen in het steekspel tussen de hoogleraar ende creatieve kunstenaar. Het derde deel, met teksten over plastischekunst, psychoanalyse en religie, werpt een licht op de achtergrondenwaartegen het literaire, het kritische en het literair-wetenschappelijkewerk van Piet Thomas zich heeft voltrokken.
De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking
Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingenaan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoekomen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoordluidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijkenen met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties vande dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven vanmensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit.De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijncommentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt detevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatietussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensenmet een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliëntente kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijkdat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheidzichtbaar maakt.
De andere mogelijkheid. Beelden van kwaliteit voor mensen met een beperking
Wat is de kwaliteit van zorg en ondersteuning die door zorginstellingenaan mensen met een verstandelijke beperking wordt geboden? En, hoekomen we aan een antwoord op deze vraag? Het gangbare antwoordluidt: door het meten van prestatie-indicatoren.
In dit boek bewandelt de auteur een andere weg: op locatie gaan kijkenen met mensen praten.
De uitkomst van dit kwaliteitsonderzoek bestaat uit observaties vande dagelijkse zorgpraktijk die een beeld geven van hoe het leven vanmensen met een beperking eruitziet. Vandaar Beelden van Kwaliteit.De auteur heeft een aantal van deze beelden verzameld en geeft er zijncommentaar bij. Belangrijke vragen die aan bod komen, zijn: wat zegt detevredenheid van cliënten over de kwaliteit van de zorg? Wat is de relatietussen kwaliteit en veiligheid? Wat is de betekenis van werk voor mensenmet een beperking?
Uit zijn bespreking komt naar voren dat de kunst om goed naar cliëntente kijken, laat zien hoe het anders en beter kan. Het boek maakt duidelijkdat een vermogen om goed waar te nemen een andere mogelijkheidzichtbaar maakt.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen envraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Dieherinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele prozaalleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focusop vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressieen de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles,met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literairebeeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is vaneen scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog.Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnenleden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goedeherinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarinnederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt,maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen vangecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingenin de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvullingtot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen envraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Dieherinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele prozaalleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focusop vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressieen de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles,met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literairebeeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is vaneen scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog.Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnenleden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goedeherinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarinnederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt,maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen vangecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingenin de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvullingtot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the stateof the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken inde diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbijwordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogischeveld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennisen vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Verenigingter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijkwas voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans alsmaandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the stateof the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken inde diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbijwordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogischeveld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennisen vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Verenigingter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijkwas voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans alsmaandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of opwelke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maarvanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebbenmet andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij devorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- enopvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meerbepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraaghoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat oudersin ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak inde school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeeldeverantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is hetAfrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In eenschoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuelevorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgaverapporteert over dit project.
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of opwelke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maarvanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebbenmet andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij devorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- enopvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meerbepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraaghoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat oudersin ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak inde school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeeldeverantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is hetAfrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In eenschoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuelevorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgaverapporteert over dit project.

