Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)
Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.
Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.
Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.
Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.
AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden
Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.
AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.
Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.
Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.
Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.
Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.
Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.
Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.