Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren. Een tool- en handboek voor eerstelijnswerkers
Eerstelijnswerkers die vandaag willen werken aan positieve identiteitsontwikkeling
met moslimjongeren staan onder een sterke maatschappelijke druk. Het publieke
debat is immers in de ban van thema’s als ‘terreur’, ‘religieus extremisme’, ‘radicalisme’.
Thema’s waarbij voortdurend en vanzelfsprekend een link wordt gelegd met
moslims. De complexiteit van de actuele realiteit, de onduidelijkheid rond begrippen
als terreur en radicalisering en de angst die hierdoor in de hand wordt gewerkt,
creëren bij heel wat leerkrachten, schooldirecties, jeugdwerkers en hulpverleners
een handelingsverlegenheid. Of erger: een handelingsdwang. Een repressieve veiligheidslogica
dreigt in het eerstelijnswerk stilaan de ‘normale’ pedagogische logica
te verdringen. Een antiradicaliseringsindustrie speelt daar gretig op in met praktische
checklists, quick fixes, hapklare ‘tools’ en handige methodiekjes. Met korte
bijscholingsprogramma’s waarin experts pasklare antwoorden bieden op dringende
praktijkcases hopen we te leren hoe we radicaliserende jongeren vroegtijdig kunnen
detecteren en weerwerk bieden. ‘Preventie van radicalisering’ is de bril geworden
waardoor we naar ons dagelijkse werk met jongeren kijken. Maar werken we
op die manier geen selffulfilling prophecy in de hand? In welke mate creëren we
precies het probleem dat we eigenlijk trachten in te dijken?
Dit tool- en handboek is een poging om in het huidige radicaliseringsdiscours
even een stapje achteruit te zetten en terug te keren naar de vraag: Wat is onze
pedagogische opdracht als eerstelijnswerkers? Hoe verhouden we ons tot de actuele
context en met welke visie gaan we daarin aan de slag? Hoe krijgen we de
glazen in onze professionele bril weer helder? Wat is onze reële handelingsruimte
en hoe kunnen we die ten volle gebruiken? Hoe krijgen we opnieuw vertrouwen
in de deskundigheid waarover we beschikken om een diepgaande, constructieve
rol te spelen in de positieve identiteitsontwikkeling van (moslim)jongeren?
Dit boek toont hoe visie, handelingssleutels en concrete methodische tools intrinsiek
met elkaar verbonden zijn. In het omgaan met (levensbeschouwelijke)
diversiteit pleiten de auteurs ervoor om consequent te durven kiezen voor een
transformatielogica en een emancipatorische aanpak.
Dit handboek is een publicatie van vzw Motief, een door de Vlaamse overheid erkende
vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘levensbeschouwing en samenleving’.
Het boek kwam tot stand bij het ontwikkelen en begeleiden van vormingsprogramma’s
voor professionals omtrent ‘omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit’
en ‘positieve identiteitsontwikkeling met moslimjongeren’.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Medische terminologie in praktijk.
Dit boek vult een leemte voor opleidingen in de
medische sector. Hierbij komt men onlosmakelijk
in contact met het medisch vakjargon. Dit boek
maakt de geïnteresseerden hierin wegwijs.
Eerst geeft het algemene richtlijnen over de
schrijfwijze van de medische termen zoals de
volgorde van de woorddelen, trema of liggend
streepje, afkortingen en meervoud.
Ook de uitspraak wordt even toegelicht.
Vervolgens past de auteur de termen toe op de
ligging van de organen en de weefsels ten opzichte
van elkaar, evenals op de lichaamsbewegingen.
Hierna doet ze de woorddelen zelf (prefix, suffix
en stam) uitvoerig uit de doeken.
Tot slot diept dit boek de termen uit die het vaakst
voorkomen bij een algemeen klinisch onderzoek.
En om de opgedane kennis onmiddellijk toe
te kunnen passen is de theorie doorspekt met
oefeningen.
Dr. Lydia Moors is arts en specialist in de arbeidsgeneeskunde. Ze geeft les in het volwassenenonderwijs in Tienen, Leuven, Aarschot en Diest.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Is dan alles relatief?
Het probleem van het relativisme is op de meest dringende wijze aan de
orde in tijden van overgang en verandering. Geen wonder dat het één
van de opvallendste kenmerken is van de zogeheten postmoderne tijd
waarin snelle en diepgaande veranderingen en transformaties schering
en inslag zijn. Een groeiend aantal tijdgenoten vindt het evident dat er
niet één waarheid is, maar meerdere waarheden, afhankelijk van tijd,
plaats en cultuur. De doorsnee relativist vraagt zich zelden af waarop
zijn stellingname in feite berust. Nog minder is hij op de hoogte van
het feit dat een aantal kritische bemerkingen kan worden gemaakt bij
de relativistische overtuigingen en argumentaties.
De bedoeling van dit boek is de lezer aan te sporen zich nader te bezinnen
over de keuze die hij heeft gemaakt en kennis te nemen van de
kritische vragen die daarbij kunnen worden gesteld. Het relativisme is
immers alles behalve een eenduidige entiteit. Het is een buitengewoon
complex fenomeen. In de hedendaagse cultuur neemt het verschillende
vormen aan in de sociologie, de geschiedenis, de filosofie, de antropologie,
het dagelijkse leven. Is het relativisme de definitieve, boven alle
twijfel verheven waarheid waartegen geen enkele kritiek is opgewassen
of zijn er goede redenen om dat te betwijfelen?
“Opnieuw een buitengewoon rijk boek van prof. em. dr. Valeer Neckebrouck,
rijk aan informatie en aan insider inzicht over de nauwe band
tussen het heersende hedendaagse relativisme en de ontwikkelingsgang
van de culturele antropologie. Het prijzenswaardige doel, door de auteur
gesteld in het voorwoord, is aan te tonen – ook voor een breed publiek –
dat het cultuurrelativisme niet evident is, hoewel het vandaag zo wordt
gesteld en opgevat, zowel binnen als buiten de academische wereld. Een
helder boek, een plezier ook om te lezen.” - Prof. em. dr. Herman De Dijn
Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en was gastprofessor aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in verschillende landen van Afrika en Latijns- Amerika. Hij is auteur van een dertigtal boeken, etnografische monografieën en theologische essays.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum en het pad naar zelfverwerkelijking. Reeks: Etty Hillesum Studies nr. 9
Eén van de fascinerende aspecten van de nagelaten geschriften van Etty
Hillesum is de manier waarop zij zich in een uiterst hachelijke situatie
en in een verbazend hoog tempo innerlijk heeft kunnen ontwikkelen
tot een persoonlijkheid die zich vanuit een diepgaande zelfreflectie op
andere mensen betrokken weet.
Een manier om het pad naar zelfverwerkelijking, dat Etty Hillesum in
de periode 1941-1943 is gegaan, in kaart te brengen is te letten op de persoonlijke
voornaamwoorden die zij in haar dagboeken gebruikt. Gaandeweg
verplaatste zij zich vanuit het ‘ik’ in een ‘jij’ en een ‘men’ – om
ten slotte op te gaan in een ‘wij’. Een andere aanpak is om haar ideeën
te vergelijken met die van de Joodse psychiater Viktor Frankl. Beiden
bewogen zich in het spanningsveld tussen vrijheid en gevangenschap
en wilden in de meest extreme omstandigheden hun menselijkheid niet
opgeven.
De eerlijke zelfreflectie van Etty Hillesum staat in schril contrast met de
manier waarop nazi’s als kampcommandant Albert Konrad Gemmeker
en de ‘kroonjurist van het Derde Rijk’ Carl Schmitt hun persoonlijke verantwoordelijkheid
probeerden te ontlopen door zich voor te doen als een
speelbal van het lot. Niettemin had de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan
Todorov naast bewondering ook kritiek op Etty Hillesum, omdat zij –
volgens hem – niet in verzet kwam. De vraag is in hoeverre deze kritiek
gegrond is of dat Etty Hillesum een eigen manier had om verzet te
plegen. In dit opzicht kan de vergelijking met de Bijbelse Esther zinvol
zijn. Beide vrouwen kiezen voor hun volk, wanneer dit met uitroeiing
wordt bedreigd.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum
Onderzoekscentrum te Middelburg en staat onder redactie van Klaas
A.D. Smelik, Julie Benschop, Lotte Bergen, Marja Clement, Meins G.S.
Coetsier, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Ondersteunend communiceren: werken met visualisaties
Heel wat opvoeders, begeleiders en ouders
zijn dagelijks bezig met methoden en hulpmiddelen
om met visualisaties de communicatie te
ondersteunen met mensen met wie dit niet zo
vlot loopt.
Deze uitgave is een praktische handleiding
voor wie aan de slag wil gaan met visualisaties
bij mensen met of zonder beperking. Ze
is bedoeld voor begeleiders en ouders die op
zoek zijn naar een aantal bestaande systemen
die ze kunnen gebruiken of op basis waarvan
ze, met een gezonde dosis creativiteit, eigen
visualisaties op maat kunnen ontwikkelen.
Met de code in het boek kunt u op http://dl.garant-uitgevers.eu/ aanvullend materiaal downloaden
Chris De Rijdt, bachelor in orthopedagogiek,
is praktijklector aan de Hogeschool Gent.
Voordien was ze begeleidster in de bijzondere
jeugdbijstand en begeleidster/coördinator bij
volwassenen met een verstandelijke beperking
en kinderen met gedragsproblemen. Ze specialiseerde
zich in het werken met visualisaties.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
Jeugdzorg met een plus. Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
Deze publicatie gaat over tien jaar JeugdzorgPlus: 2008-2017. Over
jongeren met zeer complexe gedragsproblemen die zich aan hulp
onttrekken of daaraan onttrokken worden. En over de manier waarop
zij het beste geholpen kunnen worden. De jongeren om wie het gaat,
zijn vaak geen ‘lieverdjes’; ze worstelen met veel negatieve invloeden
uit hun omgeving. Daarom kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen
nodig zijn als onderdeel van de behandeling, maar alleen als er gevaar
is en er geen alternatieven zijn.
JeugdzorgPlus staat niet op zichzelf. Effectieve zorg gaat namelijk niet
alleen over residentiële behandeling, maar ook over de periode daarvoor
en daarna. Besluiten over deze jongeren en over JeugdzorgPlus
mogen niet lichtzinnig worden genomen. Hulp aan hen is topsport.
Kennis over deze jongeren is daarom belangrijk voor iedereen die
met hen te maken heeft: van jeugd-/wijkteams, jeugdbeschermers en
pedagogisch medewerkers tot studenten, gemeentelijk beslissers en
kinderrechters.
Vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring met deze jongeren is
de oproep van de auteurs: deel kennis met elkaar en maak er samen
meer van.
De auteurs zijn allen betrokken bij JeugdzorgPlus.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
De mythe van rationalisering. Over creativiteit en ambiguïteit in het sociaal werk
Het sociaal werk wordt steeds vaker geconfronteerd met de vraag naar
rationalisering en vooral naar overrationalisering. Dit uit zich in een
amalgaan aan procedures, protocollen, richtlijnen, methodes en regels die
proberen om het sociaal werk voor te structureren. In dit boek lichten de
auteurs toe hoe deze tendens is ontstaan, welke gevolgen deze heeft en hoe
sociaal werkers ermee kunnen omgaan in hun dagelijkse praktijk. Op basis
hiervan pleiten de auteurs dan ook voor een ontgrenzende benadering van
sociaal werk.
Het boek combineert theoretische concepten zoals discretionaire ruimte,
verantwoording, transparantie en ambiguïteit met praktijkvoorbeelden
die spruiten uit wetenschappelijk onderzoek. Op die manier wordt de
overrationalisering van het sociaal werk tastbaar gemaakt voor zowel
onderzoekers, beleidsmakers, sociaal werkers als voor studenten.
Jochen Devlieghere is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent. Rudi Roose doceert er Sociaal werk.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Altijd onderweg. Verschillende perspectieven op de betekenis van het verlangen (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 5)
Als we de foto’s en berichten die we posten op sociale media mogen geloven,
dan hebben we een uitermate ontspannend en boeiend leven, waarin we zonder
zorgen onze verlangens kunnen najagen én bevredigd zien. Het beeld dat
we de wereld laten zien, staat echter in schril contrast met de toenemende gevallen
van burn-out, depressies, stress, etc. We komen tijd en energie te kort,
omdat we aan van alles en nog wat tijd en energie willen of moeten spenderen.
We verlangen veel maar zijn onbevredigbaar.
Dit boek kwam tot stand vanuit de bezorgdheid dat het verlangen van de westerse
mens de speelbal is geworden van een aantal krachten die niet zo eenvoudig
te identificeren zijn. Mensen leven en werken in een schijnbare vrijheid
– men lijkt zijn eigen verlangen zonder problemen te kunnen nastreven – terwijl
dit verlangen in werkelijkheid misschien al lang beteugeld is.
Altijd onderweg biedt meer inzicht in dit verlangen. Welke functie vervult het
verlangen? Is er een verschil met een (economische) behoefte? Wanneer verglijdt
een verlangen naar een obsessie? Kunnen we spreken van een cultureel
verlangen? Wat betekent het verlangen in de context van de hulpverlening?
Schuilt er in de kunst ook een verlangen?
Met bijdragen van Liesbet De Kock, Rogier De Langhe, Frederik De Preester,
Peter Mertens, Rik Pinxten, Barbara Raes, Jean Paul Van Bendegem, Jo Van Den
Berghe, Christian Van Kerckhove en Peter Walleghem.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t,
forum voor studie, documentatie en vorming rond samen/leven, Faculteit
Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent. Hij doceert filosofie en sociale filosofie
en ethiek aan deze faculteit en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Hij is tevens voorzitter van de Opleidingscommissie Sociaal Werk
aan diezelfde faculteit.
Joris Van Poucke, filosoof, is als onderzoeker en lector verbonden aan de
Hogeschool Gent en het expertisecentrum Mix!t, Faculteit Mensen en Welzijn.
Hij is ook lid van het Centrum voor Geschiedenis van de Filosofie en Continentale
Filosofie (HICO) aan de UGent.
Eva Vens is maatschappelijk assistent en master in de vergelijkende cultuurwetenschappen.
Ze is verbonden aan de Opleiding Sociaal Werk, Faculteit Mens
en Welzijn van de Hogeschool Gent. Ze is lid van de coördinatieraad van Mix!t.
Ze doceert culturele antropologie en is (co)promotor van diverse onderzoeksprojecten.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Interprofessioneel en interdisciplinair samenwerken in gezondheid en welzijn. (4de herziene druk)
Dit boek behandelt de verschillende aspecten die belangrijk zijn bij het samenwerken over beroepsgrenzen heen, waarbij de deskundigheden van verschillende gezondheidswerkers gecombineerd worden voor een betere gezondheidszorg. Na een bespreking van de specifieke competenties en bevoegdheden van hulp- en zorgverleners beschrijft de auteur de interdisciplinaire competenties die nodig zijn en de instrumenten die ingezet kunnen worden om de bepaling, planning en opvolging van interventies meer gecoördineerd en in onderlinge afstemming te laten gebeuren. Ten slotte brengt hij methoden en instrumenten aan om de kwaliteit van interdisciplinair samenwerken te meten.
Andre Vyt is docent aan de Arteveldehogeschool, gastdocent aan de Universiteit Gent en directeur van het PROSE Netwerk voor kwaliteitszorg (www.prose.be). Hij is pionier in het interdisciplinair onderwijs en medestichter van het European Interprofessional Practice & Education Network (www.eipen.eu). Samen met meer dan 25 medewerkers heeft hij een interdisciplinair onderwijstraject uitgebouwd dat al in verscheidene onderwijsinstellingen geheel of gedeeltelijk is geïmplementeerd.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Van buurtwerk 2.0 naar buurtwerk 3.0. Krijtlijnen tussen verleden,heden en toekomst
Anno 2017 bestaat het Brugse buurtwerk net geen dertig jaar.
Dit boek is het resultaat van een inspirerend visietraject waarin werd
teruggeblikt op de historische wortels van het buurtwerk, kritisch
werd gereflecteerd over hedendaagse uitdagingen en complexiteiten,
en stevige toekomstscenario’s werden verbeeld.
De bijdragen werden geschreven door een divers collectief van auteurs,
die ook betrokken waren in het visietraject.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Cijferen in de hotelsector. Bedrijfsecnomische modellen
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse
voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses
op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag
aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming
en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar
zijn in de hotelsector. Full costing en Activity Based Costing
worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt
er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het
vlak van revenue management en worden de principes van breakevenanalyse
in de hotelsector grondig uitgelegd.
Christian Holthof is Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam verscheidene keren deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.
Politiek en economisch beleid. Ontwikkelingen in de Verenigde Staten en in Europese landen.
In de westerse economieën hebben zich structurele transformaties voorgedaan.
Ook hebben de strijd om de sociale voorzieningen, het toenemend beslag
van de vergrijzing op de overheidsbestedingen, zware overheidsschulden, verzwakte
vakbonden, veranderende politieke krachtsverhoudingen,… de aard en
efficiëntie van het economisch beleid gewijzigd. In dit boek beantwoorden de
auteurs hoe, afgezien van structurele wijzigingen en schokken, vooral sinds
het einde van de “golden sixties” ook interne politieke en economische ontwikkelingen
van invloed waren op het economisch beleid.
Politieke en economische krachtsverhoudingen, politieke waarden en normen,
en democratische instellingen met “checks and balances” die zich in
voorafgaande decennia hebben gevormd, bepalen de krachtlijnen waarbinnen
de politieke en economische besluitvorming tot stand komt. Vele nationale
verschillen maken landenstudies onontbeerlijk voor een degelijk inzicht in
het veranderende economisch beleid.
Dit boek heeft tot doel aan de hand van de economische en politieke geschiedenis
van de Verenigde Staten en enkele Europese landen te analyseren hoe
de uitdagingen van de opeenvolgende crisissen werden aangepakt. De veelheid
aan factoren en hun interacties worden voor de bestudeerde landen systematisch
uit de doeken gedaan. Het boek richt zich tot een ruim publiek, maar
evenzeer tot economen, sociologen en politieke wetenschappers die de wisselingen
in het economisch beleid in de westerse landen willen begrijpen.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische
Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, directeur van het Centre for
ASEAN Studies bij deze universiteit en buitengewoon hoogleraar aan de North-
West University, Potchefstroom Campus, Zuid-Afrika.
Gaston Vandewalle is ere-hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (Rijksuniversitair
Centrum Antwerpen), ere-docent “Geschiedenis van het economisch
denken” aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie van de Universiteit Gent
en ere-voorzitter van het College van Sensoren van de Nationale Bank van
België.