Creatief proza. Ideeënboek
€ 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs
onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de
creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en
conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Creatief proza. Ideeënboek
€ 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs
onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de
creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en
conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
€ 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en
competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het
beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs
en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met
competenties.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
€ 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en
competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het
beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs
en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met
competenties.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
€ 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
€ 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
€ 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
€ 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
Geen voorraad

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
€ 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Geen voorraad

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
€ 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
€ 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
€ 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
€ 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
€ 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
€ 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
€ 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
€ 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze
professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon
die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede
banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
€ 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze
professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon
die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede
banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
€ 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
€ 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Wenselijke preventie stap voor stap
€ 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter
dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige
verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve
impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden,
maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen
welke preventie wenselijk is.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Wenselijke preventie stap voor stap
€ 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter
dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige
verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve
impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden,
maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen
welke preventie wenselijk is.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
€ 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van
een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben,
is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee
om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
€ 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van
een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben,
is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee
om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
