
Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijkebeperking is een controversieel thema. Het laatde betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderenvan ouders met een verstandelijke beperking lopen eengrotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijkebeperking is een controversieel thema. Het laatde betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderenvan ouders met een verstandelijke beperking lopen eengrotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4
€ 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking
en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s
en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen
de leraren/docenten die voor de groep staan een
sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun
leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften
kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider
en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming
van activiteiten en voorzieningen.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4
€ 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking
en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s
en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen
de leraren/docenten die voor de groep staan een
sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun
leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften
kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider
en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming
van activiteiten en voorzieningen.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.
Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.
Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.
Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2
€ 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een
nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren.
Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die
bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden.
De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan
berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking
met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden
van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend
Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor
de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische
invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed
mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit
vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces
van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen
en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder.
Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum
gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2
€ 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een
nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren.
Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die
bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden.
De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan
berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking
met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden
van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend
Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor
de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische
invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed
mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit
vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces
van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen
en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder.
Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum
gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.
Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)
€ 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse
literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht
hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond
Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit
boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres
en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige
herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige
dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen
werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische
wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover
maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de
twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele
en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als
de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen
boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit
deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op
literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens
plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)
€ 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse
literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht
hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond
Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit
boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres
en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige
herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige
dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen
werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische
wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover
maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de
twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele
en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als
de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen
boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit
deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op
literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens
plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1
€ 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/
adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis
om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg
te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg
wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief
van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt
uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt
voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke
competenties je daarvoor nodig hebt.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1
€ 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/
adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis
om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg
te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg
wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief
van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt
uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt
voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke
competenties je daarvoor nodig hebt.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.
Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes
€ 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going
to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a
knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education
on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense
situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how
teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in
schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from
89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense
situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the
demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions
about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations
and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse
classes are analysed.
Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.
Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.
Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.
Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.
Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes
€ 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going
to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a
knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education
on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense
situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how
teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in
schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from
89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense
situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the
demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions
about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations
and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse
classes are analysed.
Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.
Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.
Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.
Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.
België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?
€ 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.
Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.
Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.
België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?
€ 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.
Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.
Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.
Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)
€ 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige
verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.
Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).
De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.
Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.
Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!
Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.
Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).
De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.
Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.
Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!
Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.
Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)
€ 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige
verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.
Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).
De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.
Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.
Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!
Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.
Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).
De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.
Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.
Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!
Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.
Warme seks en hete chocolade. Over porno en intimiteit
€ 19,90
Seksualiteit en de representatie ervan zijn alomtegenwoordig
in onze samenleving. Vooral via televisie en internet stromen
allerlei beelden en opvattingen over seksualiteit onze levens
binnen. Hoe gaan wij daarmee om? Wat zijn de gevolgen ervan?
In dit boek maken negen seksuologen beschouwingen
over de hedendaagse ‘seksualisering’ van de maatschappij.
Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek wordt inzicht
gegeven in het effect van de media op seksueel actieve
jongeren, de voor- en nadelen van pornografie voor gebruikers,
welke verklaringen er vandaag de dag gangbaar zijn voor
seksverslaving en welke theorieën over lust en liefde er momenteel
worden aangehangen.
Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.
Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.
Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.
Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.
Warme seks en hete chocolade. Over porno en intimiteit
€ 19,90
Seksualiteit en de representatie ervan zijn alomtegenwoordig
in onze samenleving. Vooral via televisie en internet stromen
allerlei beelden en opvattingen over seksualiteit onze levens
binnen. Hoe gaan wij daarmee om? Wat zijn de gevolgen ervan?
In dit boek maken negen seksuologen beschouwingen
over de hedendaagse ‘seksualisering’ van de maatschappij.
Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek wordt inzicht
gegeven in het effect van de media op seksueel actieve
jongeren, de voor- en nadelen van pornografie voor gebruikers,
welke verklaringen er vandaag de dag gangbaar zijn voor
seksverslaving en welke theorieën over lust en liefde er momenteel
worden aangehangen.
Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.
Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.
Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.
Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.