Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat eten we? Over voeding en chemie

 20,60

Dit boek biedt een wetenschappelijke onderbouw van de voedingsstoffen: water, koolhydraten (suikers, zetmeel en voedingsvezels), vetten (omegavetzuren en transvetten), eiwitten, vitaminen, minerale elementen en sporenelementen. Het besteedt de nodige aandacht aan de energetische waarde van voedingsstoffen, voedseladditieven, ggo’s, de kwaliteit van voeding en gezonde voeding.

In afzonderlijke hoofdstukken worden van elke voedingsstof het voorkomen in de natuur, het belang in onze voeding, de indeling, chemische structuur, eigenschappen, stofwisseling en de technologie beschreven. Heel wat weetjes en interessante historische aspecten, met illustraties van tekenaar Castor, verhogen de leesbaarheid. Bovendien is de tekst verrijkt met talrijke eenvoudige experimenten om thuis of in het lab uit te voeren. Elk hoofdstuk eindigt met een reeks vragen om de opgedane kennis te testen.

Deze uitgave, die tot stand kwam in samenwerking met de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging, is bedoeld voor iedereen die meer over voeding wil weten.



Jean Van de Weerdt, scheikundige, was jarenlang leraar en werd daarna pedagogisch adviseur biologie, chemie en land- en tuinbouw. Hij is auteur van talrijke didactische chemie-uitgaven. Daarnaast is hij voorzitter van de sectie Onderwijs & Opleidingen van de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging.

Natalie Chiaverini, doctor in de wetenschappen, is lector chemie en biochemie aan de opleiding Voedings- en Dieetkunde, Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie van het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven.

Tom Mortier, doctor in de wetenschappen, is lector chemie aan het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven. Hij is lid van de redactie van NVOX, magazine voor onderwijs in de natuurwetenschappen en van de Vlaamse redactieraad van Mens & Molecule. Daarnaast publiceert hij over medische en wetenschappelijke ethiek in onder meer Artsenkrant, Psychiatrie en Verpleging, en Ethische Perspectieven.

Geen voorraad
Quick View

Wat eten we? Over voeding en chemie

 20,60

Dit boek biedt een wetenschappelijke onderbouw van de voedingsstoffen: water, koolhydraten (suikers, zetmeel en voedingsvezels), vetten (omegavetzuren en transvetten), eiwitten, vitaminen, minerale elementen en sporenelementen. Het besteedt de nodige aandacht aan de energetische waarde van voedingsstoffen, voedseladditieven, ggo’s, de kwaliteit van voeding en gezonde voeding.

In afzonderlijke hoofdstukken worden van elke voedingsstof het voorkomen in de natuur, het belang in onze voeding, de indeling, chemische structuur, eigenschappen, stofwisseling en de technologie beschreven. Heel wat weetjes en interessante historische aspecten, met illustraties van tekenaar Castor, verhogen de leesbaarheid. Bovendien is de tekst verrijkt met talrijke eenvoudige experimenten om thuis of in het lab uit te voeren. Elk hoofdstuk eindigt met een reeks vragen om de opgedane kennis te testen.

Deze uitgave, die tot stand kwam in samenwerking met de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging, is bedoeld voor iedereen die meer over voeding wil weten.



Jean Van de Weerdt, scheikundige, was jarenlang leraar en werd daarna pedagogisch adviseur biologie, chemie en land- en tuinbouw. Hij is auteur van talrijke didactische chemie-uitgaven. Daarnaast is hij voorzitter van de sectie Onderwijs & Opleidingen van de KVCV Koninklijke Vlaamse Chemische Vereniging.

Natalie Chiaverini, doctor in de wetenschappen, is lector chemie en biochemie aan de opleiding Voedings- en Dieetkunde, Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie van het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven.

Tom Mortier, doctor in de wetenschappen, is lector chemie aan het Departement Gezondheidszorg en Technologie van de Katholieke Hogeschool Leuven. Hij is lid van de redactie van NVOX, magazine voor onderwijs in de natuurwetenschappen en van de Vlaamse redactieraad van Mens & Molecule. Daarnaast publiceert hij over medische en wetenschappelijke ethiek in onder meer Artsenkrant, Psychiatrie en Verpleging, en Ethische Perspectieven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Handleiding en scoreformulieren (1E DRUK)

 60,00

In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).

Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijkt deze leemtes te kunnen opvullen.



Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist, wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent Orthopedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie, Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen (Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).

Placeholder Image
Quick View

Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Handleiding en scoreformulieren (1E DRUK)

 60,00

In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).

Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijkt deze leemtes te kunnen opvullen.



Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist, wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent Orthopedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie, Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen (Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectieLeer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie

 21,60

Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.

Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.

Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.

Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.


Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk werker die na een gevarieerde loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer 10 jaar geleden startte als vrijwillige opvoeder in De Wissel een open voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is momenteel voltijds begeleider en coördinator op Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze positie mee aan de uitbouw en de werking van het Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.

Laurent Thys (°1948) is pedagoog. Na een loopbaan als wetenschappelijk onderzoeker, PMS-begeleider en CLB-directeur engageerde hij zich in verschillende pedagogische projecten ten behoeve van de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Laurent stond mee aan de wieg van het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant en coördineerde het Ris-K project van het LOP SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval) positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief als vrijwilligers op Rizsas.

Luc Deneffe (°1962) was als economist verschillende jaren werkzaam in het bankwezen tot hij besliste zijn actieterrein te verleggen naar de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd directeur van de vzw De Wissel en lag van daar uit mee aan de basis van innoverende projecten in de Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas. Luc is momenteel voorzitter van het netwerk van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.

Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectieLeer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
Quick View

Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie

 21,60

Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.

Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.

Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.

Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.


Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk werker die na een gevarieerde loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer 10 jaar geleden startte als vrijwillige opvoeder in De Wissel een open voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is momenteel voltijds begeleider en coördinator op Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze positie mee aan de uitbouw en de werking van het Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.

Laurent Thys (°1948) is pedagoog. Na een loopbaan als wetenschappelijk onderzoeker, PMS-begeleider en CLB-directeur engageerde hij zich in verschillende pedagogische projecten ten behoeve van de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Laurent stond mee aan de wieg van het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant en coördineerde het Ris-K project van het LOP SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval) positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief als vrijwilligers op Rizsas.

Luc Deneffe (°1962) was als economist verschillende jaren werkzaam in het bankwezen tot hij besliste zijn actieterrein te verleggen naar de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd directeur van de vzw De Wissel en lag van daar uit mee aan de basis van innoverende projecten in de Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas. Luc is momenteel voorzitter van het netwerk van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatieLeren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie

 31,90

Innoveren in onderwijs is van alle tijden. Maar zeker de laatste decennia is er sprake van een bijna permanent vernieuwen van het onderwijs. Niet alleen willen ouders, overheid en onderwijsprofessionals zelf het beste uit kinderen halen. Ook onze kennis over leren en onderwijzen verandert. Dat leidt tot het invoeren van nieuwe werkwijzen in het onderwijs. Bovendien vraagt ook de groeiende autonomie van scholen een toenemend beleidsvoerend vermogen van schoolorganisaties. Ook dit leidt tot innovaties in de school. Succesvol innoveren in het onderwijs is geen luxe maar noodzaak geworden.
Leren Innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie situeert onderwijsinnovatie in de maatschappelijke context en bespreekt de belangrijkste opvattingen over onderwijsinnovatie zoals die, vooral sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, ontwikkeld zijn. De verschillende opvattingen komen in hun onderlinge relatie aan de orde, evenals de sterktes en zwaktes van die benaderingen. De nadruk ligt hierbij op het proces van innoveren. Ook worden enkele belangrijke thema’s verder uitgediept: interventies, het leren van onderwijs professionals, het beleidsvoerend vermogen van scholen en gedifferentieerd innoveren.
Het boek is van belang voor ieder die via studie of beroep betrokken is bij onderwijs en onderwijsvernieuwingen.



Eric Verbiest was lector Schoolontwikkeling en Schoolmanagement bij Fontys Hogescholen in Nederland en is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij is tevens gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen.

Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatieLeren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie
Quick View

Leren innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie

 31,90

Innoveren in onderwijs is van alle tijden. Maar zeker de laatste decennia is er sprake van een bijna permanent vernieuwen van het onderwijs. Niet alleen willen ouders, overheid en onderwijsprofessionals zelf het beste uit kinderen halen. Ook onze kennis over leren en onderwijzen verandert. Dat leidt tot het invoeren van nieuwe werkwijzen in het onderwijs. Bovendien vraagt ook de groeiende autonomie van scholen een toenemend beleidsvoerend vermogen van schoolorganisaties. Ook dit leidt tot innovaties in de school. Succesvol innoveren in het onderwijs is geen luxe maar noodzaak geworden.
Leren Innoveren. Een inleiding in de onderwijsinnovatie situeert onderwijsinnovatie in de maatschappelijke context en bespreekt de belangrijkste opvattingen over onderwijsinnovatie zoals die, vooral sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, ontwikkeld zijn. De verschillende opvattingen komen in hun onderlinge relatie aan de orde, evenals de sterktes en zwaktes van die benaderingen. De nadruk ligt hierbij op het proces van innoveren. Ook worden enkele belangrijke thema’s verder uitgediept: interventies, het leren van onderwijs professionals, het beleidsvoerend vermogen van scholen en gedifferentieerd innoveren.
Het boek is van belang voor ieder die via studie of beroep betrokken is bij onderwijs en onderwijsvernieuwingen.



Eric Verbiest was lector Schoolontwikkeling en Schoolmanagement bij Fontys Hogescholen in Nederland en is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij is tevens gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en klaspraktijk – nr. 220 (jrg 55) (dec- jan – febr 2013-2014). – Themanummer Wetenschap in het basisonderwijs

 10,75

Dit nummer van SKP bevat:
  • Aandacht voor wetenschapsonderwijs in de basisschool
  • Visie op wetenschappelijk denken
  • Onderzoekend leren vanuit de eindtermen
  • Wetenschapsonderwijs vorm geven

Inhoudstafel
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

School- en klaspraktijk – nr. 220 (jrg 55) (dec- jan – febr 2013-2014). – Themanummer Wetenschap in het basisonderwijs

 10,75

Dit nummer van SKP bevat:
  • Aandacht voor wetenschapsonderwijs in de basisschool
  • Visie op wetenschappelijk denken
  • Onderzoekend leren vanuit de eindtermen
  • Wetenschapsonderwijs vorm geven

Inhoudstafel
Ten Geleide


Over School-en klaspraktijk:

SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.

Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.

Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen