Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie

 22,50
De impact van kanker is bijna niet onder woorden te brengen.
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.

Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.

Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.



Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.

Quick View

Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie

 22,50
De impact van kanker is bijna niet onder woorden te brengen.
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.

Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.

Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.



Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verpleegkundige als organisator van zorg

 26,50
Verpleegkunde is een beroep dat volop in beweging is. De huidige coronacrisis maakt dat het beroep weer volop in de kijker staat. De sterkten en zwakten van het huidige profiel doet de verpleegkundige vandaag bijzonder kwaliteitsvol werken en tegelijk bijna barsten onder de (maatschappelijke) druk.

Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?

Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.

Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.

Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.



Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.

Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.

Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.

Quick View

De verpleegkundige als organisator van zorg

 26,50
Verpleegkunde is een beroep dat volop in beweging is. De huidige coronacrisis maakt dat het beroep weer volop in de kijker staat. De sterkten en zwakten van het huidige profiel doet de verpleegkundige vandaag bijzonder kwaliteitsvol werken en tegelijk bijna barsten onder de (maatschappelijke) druk.

Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?

Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.

Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.

Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.



Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.

Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.

Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.


Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.

Quick View

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.


Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De opgroeidriehoek

 14,00
Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, komen duidelijk omhoog aan de hand van de uitspraken van de kinderen.

Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.

Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.

Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.



Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.

Quick View

De opgroeidriehoek

 14,00
Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, komen duidelijk omhoog aan de hand van de uitspraken van de kinderen.

Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.

Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.

Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.



Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk

 19,00
De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) hield zich intensief bezig met de klassieke filosofie. Hij was ook jarenlang leraar op een school voor voortgezet onderwijs en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bovendien was hij een begenadigd schrijver van prikkelende essays. Daaronder zijn er vele die gaan over het onderwijs. De waardigheid van het vak van leraar ging hem zeer ter harte.

De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.

Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.

Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.

Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18

Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl

Een interview met de auteur in Trouw

Een recensie van het boek in Pedagogiek

Joop Berding in Tjipcast



Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.

De website van de auteur

Quick View

Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk

 19,00
De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) hield zich intensief bezig met de klassieke filosofie. Hij was ook jarenlang leraar op een school voor voortgezet onderwijs en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bovendien was hij een begenadigd schrijver van prikkelende essays. Daaronder zijn er vele die gaan over het onderwijs. De waardigheid van het vak van leraar ging hem zeer ter harte.

De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.

Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.

Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.

Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18

Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl

Een interview met de auteur in Trouw

Een recensie van het boek in Pedagogiek

Joop Berding in Tjipcast



Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.

De website van de auteur

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten

 29,99
Alle vrouwen en mannen met een kinderwens hopen op een gezonde baby. De allereerste weken van de zwangerschap zijn daarvoor al heel belangrijk. De zorg voor je kindje begint daarom niet pas bij een positieve zwangerschapstest, maar al vóór de zwangerschap, vóór de bevruchting: preconceptiezorg. Dan al kun je ervoor zorgen dat alles gedaan is om zo goed mogelijk van start te gaan. En dat kun je zelf doen. Met goede informatie ga je aan het werk op de manier die bij jullie past. Moeder of vader worden doe je op die manier al voordat je zwanger bent. In dit boek lees je daar alles over.

Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).



Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.

Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.

Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.

Quick View

Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten

 29,99
Alle vrouwen en mannen met een kinderwens hopen op een gezonde baby. De allereerste weken van de zwangerschap zijn daarvoor al heel belangrijk. De zorg voor je kindje begint daarom niet pas bij een positieve zwangerschapstest, maar al vóór de zwangerschap, vóór de bevruchting: preconceptiezorg. Dan al kun je ervoor zorgen dat alles gedaan is om zo goed mogelijk van start te gaan. En dat kun je zelf doen. Met goede informatie ga je aan het werk op de manier die bij jullie past. Moeder of vader worden doe je op die manier al voordat je zwanger bent. In dit boek lees je daar alles over.

Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).



Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.

Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.

Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus

 25,00
Door de nauwe contacten met duizenden tinnituspatiënten gedurende de afgelopen jaren werd de auteur één ding heel duidelijk: mensen zijn op zoek naar antwoorden op de talrijke vragen die de klacht tinnitus oproept. WAT is tinnitus? HOE heb ik dit gekregen? Is er iets ERNSTIGS aan de hand? Geraak ik hier ooit nog van VERLOST? Deze vragen gaan vaak gepaard met ongerustheid en angst. Het niet vinden van antwoorden en/of de nodige ondersteuning geeft aanleiding tot nog meer vragen, bezorgdheden en angsten.

15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.

Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.



Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.

Quick View

(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus

 25,00
Door de nauwe contacten met duizenden tinnituspatiënten gedurende de afgelopen jaren werd de auteur één ding heel duidelijk: mensen zijn op zoek naar antwoorden op de talrijke vragen die de klacht tinnitus oproept. WAT is tinnitus? HOE heb ik dit gekregen? Is er iets ERNSTIGS aan de hand? Geraak ik hier ooit nog van VERLOST? Deze vragen gaan vaak gepaard met ongerustheid en angst. Het niet vinden van antwoorden en/of de nodige ondersteuning geeft aanleiding tot nog meer vragen, bezorgdheden en angsten.

15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.

Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.



Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren

 20,50
Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich vanaf de vroege kleuterjaren niet in hun sas. Het sterke contrast tussen hun heel snelle cognitieve ontwikkeling en de andere ontwikkelingsaspecten, is vaak een bron van irritatie en onzekerheid.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.



Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.

Quick View

Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren

 20,50
Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich vanaf de vroege kleuterjaren niet in hun sas. Het sterke contrast tussen hun heel snelle cognitieve ontwikkeling en de andere ontwikkelingsaspecten, is vaak een bron van irritatie en onzekerheid.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.



Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)

 65,00
Dit vademecum biedt handvaten voor het ontwerpen van groene ruimten vanuit een duurzame ambitie. Eerst komen een aantal sleutelbegrippen aan bod. Vervolgens toont het aan hoe een geïntegreerde synthese van meerschalig, meerlagig en meervoudig ontwerpen kan leiden tot kwalitatieve en duurzame groene ruimten. Specifieke aandacht gaat hierbij naar praktische ‘tips and tricks’. Daarnaast bevat dit vademecum een draaiboek dat in zeven fasen het projectproces beschrijft om groene ruimten te maken, ongeacht hun schaal, complexiteit of context. Ten slotte biedt het ook een overzicht van hulpmiddelen, zoals analyse-instrumenten, methodieken, toetsingsinstrumenten en planvormen. Voorbeeldprojecten uit binnen- en buitenland illustreren elk deel.

Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.



Quick View

Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)

 65,00
Dit vademecum biedt handvaten voor het ontwerpen van groene ruimten vanuit een duurzame ambitie. Eerst komen een aantal sleutelbegrippen aan bod. Vervolgens toont het aan hoe een geïntegreerde synthese van meerschalig, meerlagig en meervoudig ontwerpen kan leiden tot kwalitatieve en duurzame groene ruimten. Specifieke aandacht gaat hierbij naar praktische ‘tips and tricks’. Daarnaast bevat dit vademecum een draaiboek dat in zeven fasen het projectproces beschrijft om groene ruimten te maken, ongeacht hun schaal, complexiteit of context. Ten slotte biedt het ook een overzicht van hulpmiddelen, zoals analyse-instrumenten, methodieken, toetsingsinstrumenten en planvormen. Voorbeeldprojecten uit binnen- en buitenland illustreren elk deel.

Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden

 25,60
Als hechten moeilijk is gaat over kinderen en jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen. Het boek is met name geschreven voor ambulante werkers in de jeugdzorg.

De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.

Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.

Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.



GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.

Quick View

Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden

 25,60
Als hechten moeilijk is gaat over kinderen en jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen. Het boek is met name geschreven voor ambulante werkers in de jeugdzorg.

De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.

Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.

Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.



GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)

 15,00
Ton Vink

Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.

De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.

Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”

In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P



Geen voorraad
Quick View

‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)

 15,00
Ton Vink

Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.

De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.

Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”

In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk

 26,50
Hoe word je een folkmuzikant? Het is een muzikale en persoonlijke reis langs veel verschillende wegen. Folkmuzikant worden is een proces waar bij de context van groot belang is: de gemeenschap van folkmuzikanten, de inbedding in de traditie, de sociale beleving van muziek spelen en het leren van elkaar.

In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.

'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'

— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)




Quick View

Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk

 26,50
Hoe word je een folkmuzikant? Het is een muzikale en persoonlijke reis langs veel verschillende wegen. Folkmuzikant worden is een proces waar bij de context van groot belang is: de gemeenschap van folkmuzikanten, de inbedding in de traditie, de sociale beleving van muziek spelen en het leren van elkaar.

In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.

'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'

— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)




Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    5
    Uw winkelwagen
    Publiek gaan! Politiserend handelen in het sociaal werk
     62,00
    Wiskunst
    Wiskunst
    Aantal: 1
    Prijs: 35,90
     35,90
    Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
     22,00
    ×