Geen voorraad

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie
€ 10,75
Themanummer ''Herinneringseducatie'':
- Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
- Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
- Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
- Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
- Anne Frank
- Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
- De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
- Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
- Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
- Steunpunten en boeiende websites
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Geen voorraad

School- en klaspraktijk – nr. 209 (mrt.- apr. – mei. 2011). Themanummer Herinneringseducatie
€ 10,75
Themanummer ''Herinneringseducatie'':
- Herinneringseducatie: werken aan een houding van actief respect
- Lesgeven over Anne Frank aan kinderen
- Korte geschiedenis van de werking rond Anne Frank in Vlaanderen
- Anne Frank, de mobilisatiekracht van een kind
- Anne Frank
- Wereldburgertraject: Anne Frank, de kracht van een kind
- De tentoonstelling: Lezen en schrijven met Anne Frank
- Anne Frank spreekt kinderen vandaag aan
- Wereldburgertrajecten Anne Frank en de eindtermen
- Steunpunten en boeiende websites
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost €32,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2
€ 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van
externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding.
Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens
juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
Voortgezette accounting. Boekhouding en financiële rapportering – Boek 2
€ 39,90
Aan een onderneming worden steeds hogere kwaliteitseisen gesteld op het terrein van
externe financiële verslaggeving en de daaraan ten grondslag liggende boekhouding.
Er komen ook steeds meer mensen in contact met financiële informatie. Om de gegevens
juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de lezer meer inzicht bij te brengen in de rol en de werking van een boekhoudkundig systeem en hem meer vertrouwd te maken met de belangrijkste financiële overzichten. Het accent ligt daarbij niet op de boekhoudtechniek als dusdanig, maar op het beheersen van de rapportering in al haar aspecten, om er zo gebruik van te kunnen maken als een doeltreffend en noodzakelijk beleidsinstrument.
Daar waar het eerste boek bedoeld is als een inleiding in de boekhouding, wordt in dit tweede boek een meer gevorderd domein betreden. Hierin komt het vennootschapsboekhouden in de ruime zin aan bod. Naast de typische verrichtingen voor vennootschappen (oprichting, kapitaalverhoging en -vermindering, vennootschapsbelastingen) gaat de aandacht ook naar de langetermijnfinanciering, financiële vaste activa en de principes van de consolidatie. Verder wordt ook een brug geslagen naar het domein van de analyse van de jaarrekening, door het opnemen van twee hoofdstukken waarin de fundamenten van kasstromen en financiële analyse worden behandeld. Ook wordt aandacht besteed aan de voornaamste verschillen tussen Belgian GAAP en IFRS (International Financial Reporting Standards).
Dit handboek is in de eerste plaats bestemd voor studenten in het universitair en hoger onderwijs, maar door zijn logische opbouw en stapsgewijze probleembenadering richt het zich ook tot de individuele lezer.
Roger MERCKEN is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (KULeuven) en hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KULeuven en het Vesalius College. Hij publiceerde in diverse vaktijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking Universiteit Hasselt – Universiteit Antwerpen.
Carlos SIAU is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel) en is verbonden aan het Center for Business Management Research van HUBrussel. Hij was gastprofessor aan het Bentley College (Boston, USA), het Center for Management Training (Universiteit van Warschau, Polen) en de Linguistische Staatsuniversiteit (Moskou, Rusland). Hij publiceerde reeds in diverse tijdschriften.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes
€ 27,00
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.
Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Educational Outcomes
€ 27,00
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it. Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented.
Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the educational outcomes of the project. The theoretical framework behind the project is discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 6).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework
€ 29,00
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.
Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mobility Framework and Standard for Teacher Trainees. The Theoretical Framework
€ 29,00
The aim of MOST, a three year Comenius 2.1. project, was to develop a European standard of competencies for the beginning teacher. The development of this standard was based on action research by the mobility of teacher trainees for the purpose of teaching practices and a joint evaluation for the recognition of it.
Intensive efforts were made to develop a structural framework to facilitate future mobility of student teachers and teacher trainees within Europe. The application of the common system of credits (ECTS) and academic recognition was therefore implemented. Organising exchange programmes between different partner institutions is an important incentive to develop a shared understanding of the similarities and differences between the school systems of different European countries and to identify the key competencies a beginning teacher should possess to function in a European context.
This volume reflects on the theoretical framework of the project. The educational outcomes behind the project are discussed in a companion volume also published in this series (Issues in European Education Series, N° 7).
Walter Baeten is an international relation officer at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). He was the coordinator of the MOSTProject.
Julie De Ganck is a lecturer of Pedagogy and Communication at the University College Arteveldehogeschool (Ghent, Belgium). She was the coordinator of the Belgian team in the MOST-Project.
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
€ 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks
dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding
bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin
zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de
onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut
is in het onderwijsachterstandsbeleid.
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.
Mijn ouders migreerden om erop vooruit te gaan
€ 35,00
Allochtonen migreren naar Nederland met de wens om erop vooruit te gaan. Ondanks
dit mobiliteitsvoornemen en maatregelen voor onderwijsachterstandsbestrijding
bevinden zij zich binnen het onderwijs nog steeds in een achterstandssituatie. Desalniettemin
zijn er allochtonen met een succesvolle onderwijscarrière. Het leven en de
onderwijscarrières van deze mensen, vormen een informatiebron die tot heden onderbenut
is in het onderwijsachterstandsbeleid.
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.
Dit onderzoek voorziet in deze lacune. De onderzoeker heeft met behulp van de biografische interviewmethode een schat aan informatie vergaard over de succesbevorderende factoren in de opwaartse onderwijsmobiliteit van 18 Marokkaanse, 20 Hindostaanse en 17 autochtone academici, allen met een laag herkomstmilieu. In dit onderzoek is aandacht voor de invloed van klasse, etniciteit en gender, alsmede voor factoren in de gelegenheidsstructuur die bijdragen aan de opwaartse onderwijsmobiliteit. De onderzoeker beantwoordt tevens de vraag welke maatregelen in het onderwijssysteem nodig zijn om de achterstand van allochtone leerlingen ten opzichte van autochtone leerlingen te reduceren.
Digitale marketing en communicatie in de praktijk
€ 47,50
Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’
De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.
Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.
Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.
Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.
Digitale marketing en communicatie in de praktijk
€ 47,50
Digitale marketing en communicatie is een hot topic. Voor marketeers is het een absolute topprioriteit maar eveneens een uitzonderlijke opportuniteit. Nog niet zo lang geleden was de vraag ‘Wanneer starten we ermee?’. Vandaag stelt men zich niet alleen de vraag ‘Hoe ver staan wij met de implementatie binnen ons bedrijf vergeleken met onze concurrenten ?’. Maar vooral ‘Hoe doen we het beter ?’
De mogelijkheden en de toepassingen van digitale marketing en communicatie lijken stilaan eindeloos. Het is geen kwestie meer van te volgen, maar vooral van voorop te blijven. Terecht stelt Peter Hinssen ‘Digitaal is het nieuwe normaal’.
Toch staan we nog maar aan de start van het echte digitale tijdperk in onze bedrijven. De digitale experts en trendwatchers in dit boek bruisen van de ideeën. Dit boek is dan ook voor elke marketeer een must to read.
Theo Van Roy studeerde TEW aan de KU Leuven en behaalde een Marketing Degree aan de University of California. Als CEO van Koncept en Hits adviseerde hij tientallen bedrijven en gaf hij hints om merken in de hitparade te piloteren. Hij is programmaleider van het Postgraduaat digitale marketing en communicatie aan EMS Management School.
Recent publiceerde hij nog, samen met Sofie Verstreken, het boek A brand new world of marketing.
Gebroken evenwicht tussen Oost en West
€ 36,00
In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.
De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.
In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.
Gebroken evenwicht tussen Oost en West
€ 36,00
In deze Aziëcentrische sociaal-economische wereldgeschiedenis, die enig is in haar soort, biedt het identificeren van de relevante paradigma’s, die vaak steunen op cultureel-godsdienstige concepten, een breed interpretatief en verklarend kader.
De traditionele twintigste-eeuwse historiografie richt zich te veel op de “Noord-Atlantische” of de zogenaamde “Westerse” geschiedenis. Het publiek wordt al te vaak geconfronteerd met deze vertekening van de historische werkelijkheid. Pas in de 19de eeuw werd een oud evenwicht tussen Oost en West verstoord.
In een zich globaliserende wereld waarin het economische zwaartepunt zich opnieuw verlegt naar het Oosten, is de erkenning van het enorme belang van Aziatische en andere niet-Europese culturen in het ontstaan van de moderne wereld van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Meteen biedt het boek een verhelderende inkijk in het ''Oosterse'' economische denken en handelen.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis, International Political Economy en Cross-Cultural Negotiations aan de Subfaculteit Handelswetenschappen (Lessius University College, Antwerpen) van de Geïntegreerde Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.
Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds.
De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4
€ 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord-
Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog
heeft maar kort geduurd, maar het was
lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te
raken door de charmes van de kort daarvoor
achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld,
die in het aanpalende Laren woont.
Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.
Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’
Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.
In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.
Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.
Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’
Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.
In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.
De ‘grootste herinnering’ aan Laren: Brieven van Floris Jespers aan Roosje van Lelyveld – Themanummer Zacht Lawijd, jg. 10 nr. 4
€ 14,00
Het verblijf van de dan vijfentwintigjarige Antwerpse schilder Floris Jespers in het Noord-
Hollandse Blaricum tijdens de Eerste Wereldoorlog
heeft maar kort geduurd, maar het was
lang genoeg om dat najaar 1914 betoverd te
raken door de charmes van de kort daarvoor
achttien jaar geworden Roosje van Lelyveld,
die in het aanpalende Laren woont.
Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.
Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’
Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.
In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.
Tijdens het bombardement op Antwerpen vlucht Jespers, wiens schilderscarrière net aardig op dreef begint te raken, naar Nederland. Hij logeert bij de schilder Evert Pieters, een studievriend van zijn vader. Nadat de situatie in België enigszins gestabiliseerd lijkt, keert Jespers eind oktober 1914 terug naar Antwerpen. Jespers probeert met brieven het contact met Roosje voort te zetten. Niets, zelfs niet haar eigen dagboek, brengt ons zo dicht bij de jonge Roosje als de brieven die Jespers haar in het najaar van 1914 en het begin van 1915 heeft gestuurd.
Jespers’ correspondentie met haar is doortrokken van gruwelijke oorlogsverhalen, maar telkens komt hij als contrast terug op ‘die mooie, korte, maar zoo schoone tijd bij Mr. Pieters doorgebracht’ en ‘de gulle ontvangsten’ bij Roosje thuis. Dan herinnert hij zich ook Roosje: ‘op de groote lange ateliersofa uzelf, met donker kleed, en geribd velouren, vaal garancekleurig lijfje, de handen zaamgevouwen op de overeengelegde knieën en de haren als groote juff er opgedaan, in druk gesprek over schilders. Dien avond was voor mij heerlijk, veel te gauw voorbij.’
Het is duidelijk, Floris is tijdens zijn verblijf als een blok gevallen voor Roosje. En hoewel hij Roosje na zijn terugkeer naar Antwerpen nog een enkele keer gezien heeft, is er geen reactie bekend van Roosje op Jespers’ verwoede pogingen hun contact te continueren.
In zijn laatste brief schrijft hij bijna smekend: ‘Denkt je soms wel eens op ons. Voor mij blijven dat eeuwige herinneringen. Mag ik je vragen soms eens te schrijven, wat mij verschrikkelijk veel genoegen zou doen. Wil je?’ Jespers zal een van de bekendste Vlaamse avant-gardekunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw worden, maar in 1914 staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Zijn stormachtige ontwikkeling als schilder heeft Roosje niet van nabij kunnen meemaken. Maar zij is tijdens een cruciale periode in Jespers’ leven wel degelijk een soort muze voor hem geweest.

Set van 4 schema’s bij Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
€ 9,90
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
€ 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar
moderniteit.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
€ 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar
moderniteit.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
€ 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot
politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een
sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen
en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische
bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid).
Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise
en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
€ 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot
politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een
sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen
en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische
bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid).
Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise
en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
€ 39,90
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
€ 39,90
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.


