De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
Geweld tegen vrouwen met een handicap – Deel 2
Er is nood aan globaal wetenschappelijk onderzoek rond geweld, specifiek tegen vrouwen met een handicap. Globaal slaat op de onderzoekspopulatie. Alle handicaps en alle woonvormen moeten erin zitten. Caroline Tack heeft dergelijk onderzoek ondernomen. Ze verdiepte bovendien eerder onderzoek van Persephone rond de ontoegankelijkheid van vluchthuizen.
Persephone gaat in op de stereotypen rond mannen en vrouwen met een handicap. Die stereotypen hebben verregaande gevolgen op het vlak van werk, gezin en geweld. Daarna rijst de vraag hoe het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap kan worden ingezet om deze stereotypen uit de wereld te krijgen.
Het boek is gegroeid uit de ervaringsdeskundigheid van vrouwen met een handicap. Het bevat een schat aan adviezen, niet alleen voor andere vrouwen met een handicap, ook voor de maatschappij, de overheid én voor onderzoekers. De bijlagen ‘Anders omgaan met agressie’ en ‘Hulp om de stilte te doorbreken’ zijn van belang voor iedereen.
Persephone vzw
Persephone vzw, vereniging van vrouwen met een handicap of een chronische
invaliderende ziekte, werkt sinds 1995 voor en door vrouwen met een handicap.
De vereniging kiest voor belangenbehartiging en sensibilisatie, zelfhulp
en informatieverspreiding. Deze doelstellingen worden nagestreefd voor onder
andere privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen,
recht op seksualiteit, recht op moederschap en werkgelegenheid. Persephone
vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor vrouwen met een handicap
in België. Ze draait sinds haar ontstaan honderd procent op ervaringsdeskundige
vrijwilligers.
Caroline Tack
Caroline Tack studeerde pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek.
Haar masterproef ligt aan de basis van deze publicatie.
Geweld tegen vrouwen met een handicap – Deel 2
Er is nood aan globaal wetenschappelijk onderzoek rond geweld, specifiek tegen vrouwen met een handicap. Globaal slaat op de onderzoekspopulatie. Alle handicaps en alle woonvormen moeten erin zitten. Caroline Tack heeft dergelijk onderzoek ondernomen. Ze verdiepte bovendien eerder onderzoek van Persephone rond de ontoegankelijkheid van vluchthuizen.
Persephone gaat in op de stereotypen rond mannen en vrouwen met een handicap. Die stereotypen hebben verregaande gevolgen op het vlak van werk, gezin en geweld. Daarna rijst de vraag hoe het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap kan worden ingezet om deze stereotypen uit de wereld te krijgen.
Het boek is gegroeid uit de ervaringsdeskundigheid van vrouwen met een handicap. Het bevat een schat aan adviezen, niet alleen voor andere vrouwen met een handicap, ook voor de maatschappij, de overheid én voor onderzoekers. De bijlagen ‘Anders omgaan met agressie’ en ‘Hulp om de stilte te doorbreken’ zijn van belang voor iedereen.
Persephone vzw
Persephone vzw, vereniging van vrouwen met een handicap of een chronische
invaliderende ziekte, werkt sinds 1995 voor en door vrouwen met een handicap.
De vereniging kiest voor belangenbehartiging en sensibilisatie, zelfhulp
en informatieverspreiding. Deze doelstellingen worden nagestreefd voor onder
andere privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen,
recht op seksualiteit, recht op moederschap en werkgelegenheid. Persephone
vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor vrouwen met een handicap
in België. Ze draait sinds haar ontstaan honderd procent op ervaringsdeskundige
vrijwilligers.
Caroline Tack
Caroline Tack studeerde pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting orthopedagogiek.
Haar masterproef ligt aan de basis van deze publicatie.
Als het lichaam spreekt (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 6)
Psychoanalyse is, zoals bekend, een kwestie van woord en taal. Maar heeft het lichaam dan geen rechten? In de therapie is een lijf aan het woord. Woordeloos, dat wel, maar het schreeuwt evengoed onze onbewuste kronkels uit. Op het lichaam leest men de polsslag van het ‘reële’ dat, uniek en eigenzinnig, het gladde van onze verhalen doorkruist. Kunst zoekt vaak aansluiting bij die weerbarstige taal van het lichaam – een taal die ook bijvoorbeeld uit dansende, getatoeëerde, zwijgende of zelfs gedysincarneerde lichamen spreekt.
De redacteuren zijn allen bestuurslid van en redigeerden namens de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Jos de Kroon, Willem Elias, Abe Geldhof, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Rudi Laermans, Alain Platel, Michel Thys, Trees Traversier, Stijn Vanheule, Peter Verstraten en Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Als het lichaam spreekt (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 6)
Psychoanalyse is, zoals bekend, een kwestie van woord en taal. Maar heeft het lichaam dan geen rechten? In de therapie is een lijf aan het woord. Woordeloos, dat wel, maar het schreeuwt evengoed onze onbewuste kronkels uit. Op het lichaam leest men de polsslag van het ‘reële’ dat, uniek en eigenzinnig, het gladde van onze verhalen doorkruist. Kunst zoekt vaak aansluiting bij die weerbarstige taal van het lichaam – een taal die ook bijvoorbeeld uit dansende, getatoeëerde, zwijgende of zelfs gedysincarneerde lichamen spreekt.
De redacteuren zijn allen bestuurslid van en redigeerden namens de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Met bijdragen van Marc De Kesel, Jos de Kroon, Willem Elias, Abe Geldhof, Sjef Houppermans, Mark Kinet, Rudi Laermans, Alain Platel, Michel Thys, Trees Traversier, Stijn Vanheule, Peter Verstraten en Katrien Vuylsteke Vanfleteren.
Een loopbaan van betekenis
Zelf betekenis geven aan de (levens)loopbaan is van toenemend belang in een geïndividualiseerde samenleving en op een ongewisse arbeidsmarkt. Niet de werkgever of de overheid maar het individu zelf wordt verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en persoonlijke groei. Politici geven als vanzelfsprekend het onderwijs de opdracht om leerlingen en studenten voor te bereiden op (over)leven in een onzekere maatschappij. Het onderwijs hen leren hoe ze hun (levens)loopbaan kunnen vormgeven. Het is de vraag of – en zo ja, onder welke condities – het onderwijs hieraan kan voldoen.
Dit boek gaat over hoe betekenisvolle loopbanen kunnen worden vormgegeven. Het bevat de uitgewerkte lezingen en presentaties van sprekers op het congres ‘Een loopbaan van betekenis’, dat ter gelegenheid van het afscheid van Frans Meijers als lector aan De Haagse Hogeschool werd georganiseerd.
Diverse auteurs uit wetenschap en praktijk geven een geschakeerd beeld van een hedendaagse visie op loopbaanontwikkeling en -begeleiding. Verschillende perspectieven komen aan bod, zoals economische en beleidsmatige invalshoeken, maar ook creatieve benaderingen maken onderdeel uit van deze bundel. Meijers zelf blikt in een hoofdstuk terug op zijn bijdrage aan de ontwikkeling van en het onderzoek naar loopbaanoriëntatie en -begeleiding in Nederland. Ten slotte komen een aantal mensen aan het woord, die grote invloed hebben gehad op het werk van Frans Meijers, over gebeurtenissen en mensen die voor en in hun eigen loopbaan van betekenis zijn geweest.
Prof. dr. Marinka Kuijpers is bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v)mbo’ aan de Open Universiteit en lector ‘Pedagogiek van de Beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool. Zij heeft een onderneming ‘CarPe Carrière- Perspectief’ en is bestuurder/directeur van de ‘Loopbaangroep’.
Dr. Reinekke Lengelle is docent aan Athabasca University (Canada’s Open University) en aan de Haagse Hogeschool. Ze werkt als zelfstandig trainer in Edmonton.
Een loopbaan van betekenis
Zelf betekenis geven aan de (levens)loopbaan is van toenemend belang in een geïndividualiseerde samenleving en op een ongewisse arbeidsmarkt. Niet de werkgever of de overheid maar het individu zelf wordt verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en persoonlijke groei. Politici geven als vanzelfsprekend het onderwijs de opdracht om leerlingen en studenten voor te bereiden op (over)leven in een onzekere maatschappij. Het onderwijs hen leren hoe ze hun (levens)loopbaan kunnen vormgeven. Het is de vraag of – en zo ja, onder welke condities – het onderwijs hieraan kan voldoen.
Dit boek gaat over hoe betekenisvolle loopbanen kunnen worden vormgegeven. Het bevat de uitgewerkte lezingen en presentaties van sprekers op het congres ‘Een loopbaan van betekenis’, dat ter gelegenheid van het afscheid van Frans Meijers als lector aan De Haagse Hogeschool werd georganiseerd.
Diverse auteurs uit wetenschap en praktijk geven een geschakeerd beeld van een hedendaagse visie op loopbaanontwikkeling en -begeleiding. Verschillende perspectieven komen aan bod, zoals economische en beleidsmatige invalshoeken, maar ook creatieve benaderingen maken onderdeel uit van deze bundel. Meijers zelf blikt in een hoofdstuk terug op zijn bijdrage aan de ontwikkeling van en het onderzoek naar loopbaanoriëntatie en -begeleiding in Nederland. Ten slotte komen een aantal mensen aan het woord, die grote invloed hebben gehad op het werk van Frans Meijers, over gebeurtenissen en mensen die voor en in hun eigen loopbaan van betekenis zijn geweest.
Prof. dr. Marinka Kuijpers is bijzonder hoogleraar ‘Leeromgeving en Leerloopbanen in het (v)mbo’ aan de Open Universiteit en lector ‘Pedagogiek van de Beroepsvorming’ aan de Haagse Hogeschool. Zij heeft een onderneming ‘CarPe Carrière- Perspectief’ en is bestuurder/directeur van de ‘Loopbaangroep’.
Dr. Reinekke Lengelle is docent aan Athabasca University (Canada’s Open University) en aan de Haagse Hogeschool. Ze werkt als zelfstandig trainer in Edmonton.
“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)
Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap
beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend
‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig
zijn. Gelovigen hebben immers een houvast,
ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken
over een zingevingskader om met lijden en dood om te
gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde
christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in
het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door
Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen
door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de
steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke
godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar
verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in,
waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol
speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies
als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen
en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken
vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde
grondhouding.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.
“Ik ben met u, tot het einde der tijden” Overwegingen bij het heilsmysterie (Fracarita-reeks, nr. 6)
Mensen die gelovig zijn, en hun geloof in gemeenschap
beleven en in praktijk brengen, zijn beduidend
‘gelukkiger’ dan zij die niet geloven, twijfelen of onverschillig
zijn. Gelovigen hebben immers een houvast,
ze zijn ingeschakeld in een gemeenschap, zij beschikken
over een zingevingskader om met lijden en dood om te
gaan. Wellicht de belangrijkste reden waarom overtuigde
christenen zich fundamenteel gelukkig voelen, ligt in
het besef dat zij zich ‘vergezeld’ weten in het leven door
Iemand, namelijk de Verrezen Heer. Zij weten zich gedragen
door Hem. Hij bemint hen en laat hen niet in de
steek. “Ik ben met u, tot het einde der tijden”.
Het heilsmysterie is een belangrijk onderwerp in de joodschristelijke
godsdienst. Het ware geluk waar de mens naar
verlangt en steeds naar op zoek gaat: wat houdt het in,
waar vinden we het, wat is het geheim ervan en welke rol
speelt God bij dit alles? Dit boek bundelt een reeks homilies
als inspiratiebron voor zoekende gelovigen, bezinningsgroepen
en mensen die zorg en onderwijs willen verstrekken
vanuit een liefdevolle, christelijk geïnspireerde
grondhouding.
Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar van de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Naast tal van publicaties over recht, publiceerde hij ook over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en rechtsethiek.
Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)
Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.
Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.
Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.
De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.
Zonder ‘goesting’ lukt het niet. Stress en bevlogenheid in het onderwijs (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 2)
Stress en een gebrek aan motivatie komt alsmaar vaker voor in het onderwijs. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben ermee te maken. Scholen ondervinden dat dit diep ingrijpt op het welbevinden en de kwaliteit van het onderwijs. Nochtans is er weinig concreets terug te vinden als het gaat om het voeren van een actief schoolbeleid en -management ter zake. En dus gebeurt er de facto niet zoveel in de scholen.
Dit cahier wil enerzijds inzicht verschaffen in deze twee fenomenen en in hun onderlinge samenhang en anderzijds zeer concrete aanwijzingen geven om in een school hierrond een actief beleid en management te voeren. Met de ene voet in de academische kennis, met de andere voet in de alledaagse praktijk van het schoolmanagement.
Herman Siebens is doctor in de onderwijswetenschappen en master in business ethics en godsdienstwetenschappen. Hij is algemeen directeur van de Scholengroep 9 Ringscholen in Vlaams-Brabant.
De redactie van de KORPUS-Reeks bestaat uit prof. dr. Paul Mahieu, prof. dr. Peter Van Petegem en dr. Herman Siebens.
Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden
De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag
gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer
merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze
ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons
de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar
een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden
lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het
Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt
in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen
en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden
– die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs
– en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij
verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen
dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen
die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet
om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te
herbekijken.
Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).
Beroepsprofiel van de leraar als black box. Analyse van de werking van onderwijsstandaarden
De vanzelfsprekendheid waarmee leraar-zijn en leraar-worden vandaag
gevat worden in competentieprofielen en beroepsstandaarden, is zeer
merkwaardig. In dit boek vertrekt de auteur van de vaststelling dat deze
ogenschijnlijk eenduidige dingen intussen zo vertrouwd zijn dat we ons
de (onderwijs)wereld niet meer zonder kunnen voorstellen. Op zoek naar
een verklaring voor de aantrekkingskracht die van onderwijsstandaarden
lijkt uit te gaan, treedt Carlijne Ceulemans in de voetsporen van het
Vlaamse beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar. Ze brengt
in kaart wat er precies gebeurt wanneer deze een rol beginnen te spelen
en aan belang winnen. Ze laat zien hoe vragen die velen van ons bezighouden
– die naar de goede leraar, de goede lerarenopleiding en goed onderwijs
– en waarover gesproken en gediscussieerd kan worden, daarbij
verglijden naar een ‘gegeven’, waarover we niet veel meer kunnen zeggen
dan dat het er nu eenmaal is en we er dus wel rekening mee moeten houden.
Door de werking van het beroepsprofiel te reconstrueren en de mechanismen
die het stabiliteit verlenen bloot te leggen, biedt dit boek een aanzet
om onze geroutineerde manier van omgaan met onderwijsstandaarden te
herbekijken.
Carlijne Ceulemans is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en de Onderwijskunde. Ze werkt in de Antwerp School of Education en maakt deel uit van de onderzoeksgroep EduBROn (Universiteit Antwerpen) en het Labo voor Educatie en Samenleving (KU Leuven).
Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.
“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het
eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de
zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.
Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.
Ik leer een woord. Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Woorden leren is leuk! Dat is de insteek van dit woordenschatspeel-, leeren voorleesboek. Van woorden kun je genieten. Je kunt naar de klanken in woorden luisteren. Je kunt woorden proeven op je tong. Je kunt ze vangen in een gedicht of een lied. Je kunt woorden uitspreken en combineren met andere woorden. Zo kun je van losse woorden hele zinnen maken en vervolgens verhalen. Met woorden kun je ook spelen. Je kunt ze verzamelen, combineren en in een doosje doen of op een lijstje zetten. Met woorden kun je lachen en grappen of raadsels maken. Je kunt van het woordleren een wedstrijd maken. En het mooie is, hoe meer woorden je leert, hoe gemakkelijker het wordt! Kortom, met dit boek wordt woordleren een feest. Dit woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek biedt leerkrachten, logopedisten en ouders van jonge kinderen een bron van mogelijkheden om het woordleren op de kaart te zetten.
“Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het
eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de
zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.”
Lieven Coppens in Nieuwsbrief Leren, maart 2016.
Marja Borgers promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van pragmatische taalvaardigheden bij Nederlandstalige kinderen. Ze werkt als taaladviseur en als docent logopedie op gebied van taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen.
Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school
In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.
Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.
Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school.
Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal.
Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de
leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen
van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en
gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.
Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.
Naar een cultuur van de vrede in maatschappij en school
In iedere samenleving is het bewaren en versterken van een vredescultuur onmiskenbaar een uitzonderlijk hoog goed. Het bevorderen van een cultuur van de vrede is een actief proces en wordt, door de afwezigheid van het kwaad en/of geweld – wat dat ook mag betekenen? – een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde om de aandacht voor menswaardigheid gaande te houden en uit te diepen.
Dit boek wil een bijdrage leveren tot de irenologie als geesteswetenschap. Het eerste deel behandelt de problematiek van de mens- en de wereldbeelden van de samenleving: het heroïsche, Messiaanse, ascetische en harmonische mens- en wereldbeeld. Het tweede deel gaat in het bijzonder in op de dynamische ontwikkeling van het ‘ik’-organisme, door de verbondenheid met zichzelf, de andere(n), het andere (de natuur en de cultuur), het totale bestaan (of de ‘Andere’ in een godsdienstig perspectief). Vervolgens komen samenlevingsmodellen en omgangsvormen in de maatschappij aan bod, zoals het racistisch of apartheidsmodel, het assimilatiemodel, het model van de multiculturaliteit/het verzuilingsmodel en het model van de interculturaliteit, met het intercultureel onderwijs als de noodzakelijke uitdaging en opdracht voor elke leerkracht.
Het derde deel omvat een pleidooi voor een ‘vredes-actieve’ school.
Deze ‘geweldige’ school stelt in haar schoolvisie en schoolwerkplan de vredeseducatie centraal.
Enerzijds door het goede te bevorderen: de ethische gezindheid en de positieve energie van de
leerlingen. Anderzijds door de leerlingen zo veel mogelijk te behoeden voor en te verlossen
van het kwade: de negatieve energie die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van geweld en
gewelddadigheid. Jongeren zullen er leren in ‘vrede’ te leven met zichzelf en de wereld.
Roger Boonen doceerde algemene didactiek, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is erecoördinator VLO – Vernieuwd Lager Onderwijs, gewezen Pedagogisch Opdrachthouder van het bisdom Antwerpen en erehoofdredacteur van het pedagogische tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft diverse pedagogisch-didactische publicaties op zijn naam. Hij is initiatiefnemer en coördinator van de meerjarige Opleiding Vredeseducatie in samenwerking met het Vredescentrum van de Provincie en de Stad Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en andere organisaties.
Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)
De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.
Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.
Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.
Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.
Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.
Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.
Omgaan met dementie (met interactieve cd-rom)
De vergrijzing van onze bevolking stelt ons voor nieuwe uitdagingen. Professionele medewerkers in de ouderenzorg worden steeds meer geconfronteerd met personen met dementie. De behoefte aan adequate en actuele vorming is groot. De Expertisecentra Dementie Vlaanderen willen met deze uitgave daaraan tegemoetkomen.
Omgaan met dementie tracht aan de hand van vaak voorkomende en herkenbare situaties een gids te zijn. Het boek zoekt naar een goede praktijkvorming vanuit het oogpunt van de persoon met dementie, diens familie en de hulpverlener. Centraal staat attitudevorming.
Thema’s als omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag of omgaan met familieleden van mensen met dementie worden uitvoerig besproken. Concrete situatieschetsen zetten aan tot discussie waarbij verworven kennis, vaardigheden en attitudes naar de noodzakelijke basiscompetenties leiden. De bijgevoegde cd-rom laat toe om deze opleiding zelfstandig of in groep te doorlopen. Dit maakt Omgaan met dementie tot een geïntegreerd vormingsinstrument voor iedereen die betrokken is in de zorg voor en de begeleiding van mensen met dementie en hun omgeving.
Jurn Verschraegen is directeur van de Expertisecentra Dementie Vlaanderen. Hij publiceert geregeld in zijn vakgebied.
Georges De Corte is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderwijs-en onderzoeksactiviteiten zijn vooral gericht op digitaal ondersteund leren bij volwassenen op de werkplek.
Bernadette Van den Heuvel is verbonden aan het kabinet van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Zij is auteur van diverse publicaties rond ouderenzorg.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.




