Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and socialnorms, which interact with schooling for girls in very particular ways andare implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization.The authors in this volume focus on this link by taking a social normsapproach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project thatcritically adapted a successful model in India to develop context-appropriateintegrated approaches to universalizing secondary education forgirls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya andUganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successesand challenges of project implementation activities that have successfullycontested girls’ exclusion and marginalization in education. This requiresa sustained focus on the link between social and educational institutionsand policies and working in an integrated manner with a range of policyactors including young people and targeted communities to bring aboutsignificant and sustainable change.
Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.
The educational experience reproduces gender ideologies and socialnorms, which interact with schooling for girls in very particular ways andare implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization.The authors in this volume focus on this link by taking a social normsapproach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project thatcritically adapted a successful model in India to develop context-appropriateintegrated approaches to universalizing secondary education forgirls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya andUganda.
The analyses provide reflexive documentation of the successesand challenges of project implementation activities that have successfullycontested girls’ exclusion and marginalization in education. This requiresa sustained focus on the link between social and educational institutionsand policies and working in an integrated manner with a range of policyactors including young people and targeted communities to bring aboutsignificant and sustainable change.
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtesvormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgavevoor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaalmee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheidvan kinderen en tieners in deze processen wordt meerdan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbareen duurzame stedelijke omgeving te komen. Dezebetrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informanten/of participant in een planningsproces, maar vraagteen openheid en opgave om kinderen en tieners alsmedeonderzoekers en -planners van de stad van morgente erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische enruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare toolsaan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositievan kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijkeplannings- en veranderingsprocessen. Deze toolswerden ontwikkeld en uitgetest in de context van vierverschillende soorten stedelijke planningsprocessen:stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling enstedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen entieners in de verschillende fasen van een planningsproceste versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen enordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen enselecteren, en tussenkomen en presenteren.
Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.
De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtesvormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgavevoor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaalmee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheidvan kinderen en tieners in deze processen wordt meerdan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbareen duurzame stedelijke omgeving te komen. Dezebetrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informanten/of participant in een planningsproces, maar vraagteen openheid en opgave om kinderen en tieners alsmedeonderzoekers en -planners van de stad van morgente erkennen.
Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische enruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare toolsaan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositievan kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijkeplannings- en veranderingsprocessen. Deze toolswerden ontwikkeld en uitgetest in de context van vierverschillende soorten stedelijke planningsprocessen:stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling enstedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen entieners in de verschillende fasen van een planningsproceste versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen enordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen enselecteren, en tussenkomen en presenteren.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.
Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.
Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.
Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen.
Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van
de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren
ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk
voor de illustraties.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunsten literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelsekunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw inde Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaaldaarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford MadoxBrown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatorennodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorischetransfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, degebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbijvan groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunsten literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decenniumvan de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitischetypologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma metlaatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootstedeel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten kondengedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangenameverrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van deEngelse voorbeelden en prototypes.
Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.
Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunsten literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelsekunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw inde Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaaldaarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford MadoxBrown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatorennodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorischetransfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, degebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbijvan groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunsten literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decenniumvan de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitischetypologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma metlaatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootstedeel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten kondengedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangenameverrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van deEngelse voorbeelden en prototypes.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benaderingvan milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend,behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragenzoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergavevan de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publiekeen de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing vande economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweedehoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economischdenken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsdefactoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legtuit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk.De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te strevendoelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belangmaakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilersin de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van hetgeschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met eenoverzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economischeinstrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Hetlaatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldthet EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluitaf met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse.Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint-bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benaderingvan milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend,behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragenzoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergavevan de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publiekeen de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing vande economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweedehoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economischdenken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsdefactoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legtuit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk.De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te strevendoelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belangmaakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilersin de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van hetgeschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met eenoverzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economischeinstrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Hetlaatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldthet EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluitaf met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse.Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint-bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Samen veranderen
Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steedssneller veranderende wereld – en dus ook een veranderendewerkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan.Stilstaan is prima voor een moment, even een pas opde plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook alsorganisatie, team en/ of medewerker, dan mis je deboot.
Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in deveranderende omgeving samen met anderen te veranderen,in beweging te komen, om anders (wendbaar enlenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover nate denken waarom het slim is nu in beweging te komen.
Samen veranderen
Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steedssneller veranderende wereld – en dus ook een veranderendewerkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan.Stilstaan is prima voor een moment, even een pas opde plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook alsorganisatie, team en/ of medewerker, dan mis je deboot.
Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in deveranderende omgeving samen met anderen te veranderen,in beweging te komen, om anders (wendbaar enlenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover nate denken waarom het slim is nu in beweging te komen.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdatde Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum,werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasiumafgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd eenfoto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden.Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter aleerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraarBonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, wanteen uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomstvan Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalenom bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zijnegatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aanhet ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is hetinteressant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin LeonieSnatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijkingtussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levertinteressante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden nietdat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het gevalvan Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haargrote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijndood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen.Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde EttyHillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdatde Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum,werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasiumafgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd eenfoto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden.Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter aleerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraarBonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, wanteen uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomstvan Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalenom bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zijnegatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aanhet ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is hetinteressant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin LeonieSnatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijkingtussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levertinteressante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden nietdat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het gevalvan Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haargrote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijndood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen.Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde EttyHillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter?Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komenmisschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalenuit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich vanzuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween inde Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid,tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzieover Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter?Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komenmisschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalenuit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich vanzuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween inde Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid,tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzieover Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.