Autisme glASShelder uitgelegd.
Van mensen met autisme wordt weleens gezegd dat ze in een eigen wereld leven die moeilijk te begrijpen is en waar je niet gemakkelijk tot kan doordringen. Traditioneel wordt dat ‘eigen wereldje’ afgebeeld als een glazen koepel. Maar klopt dit wel helemaal? Mensen met autisme leven wel degelijk in dezelfde wereld als ieder ander mens. Alleen registreert hun brein prikkels uit diezelfde wereld op een andere manier. En dat kan weleens voor verwarring zorgen in de communicatie en sociale interactie met anderen. Maar een eigen wereld onder een glazen koepel? De auteur gebruikt liever de metafoor van een wazig glas dat zich tussen iemand met en iemand zonder autisme bevindt en waarbij het nodig is om aan beide kanten te vegen, wil men het glas helder krijgen. Dit boek kan hierbij al een eerste stap zijn. Het is bestemd voor iedereen: voor wie iemand met autisme is of voor wie iemand met autisme kent of gewoon voor iemand die meer over autisme wil weten.
Miriam Perrone voltooide twee lerarenopleidingen, respectievelijk voor basis- en secundair onderwijs. Ze kreeg daarna de diagnose autismespectrumstoornis. Ze geeft nu lezingen, vormingen en workshops omtrent autisme.
Autisme glASShelder uitgelegd.
Van mensen met autisme wordt weleens gezegd dat ze in een eigen wereld leven die moeilijk te begrijpen is en waar je niet gemakkelijk tot kan doordringen. Traditioneel wordt dat ‘eigen wereldje’ afgebeeld als een glazen koepel. Maar klopt dit wel helemaal? Mensen met autisme leven wel degelijk in dezelfde wereld als ieder ander mens. Alleen registreert hun brein prikkels uit diezelfde wereld op een andere manier. En dat kan weleens voor verwarring zorgen in de communicatie en sociale interactie met anderen. Maar een eigen wereld onder een glazen koepel? De auteur gebruikt liever de metafoor van een wazig glas dat zich tussen iemand met en iemand zonder autisme bevindt en waarbij het nodig is om aan beide kanten te vegen, wil men het glas helder krijgen. Dit boek kan hierbij al een eerste stap zijn. Het is bestemd voor iedereen: voor wie iemand met autisme is of voor wie iemand met autisme kent of gewoon voor iemand die meer over autisme wil weten.
Miriam Perrone voltooide twee lerarenopleidingen, respectievelijk voor basis- en secundair onderwijs. Ze kreeg daarna de diagnose autismespectrumstoornis. Ze geeft nu lezingen, vormingen en workshops omtrent autisme.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Het gezin in Vlaanderen 2.0. Over het eigene van gezinnen en gezinsbeleid. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 3)
Het gezin in Vlaanderen 2.0 onderzoekt hoe gezinnen de laatste vijftig jaar evolueerden, en wat dit betekent voor het gezinsbeleid in Vlaanderen. Wat is een gezin? Vijftig jaar geleden was die vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Ondertussen maakte onze maatschappij een enorme evolutie door. Mannen en vrouwen volgen niet meer de voorgeschreven paden en ook gezinnen zijn diverser dan ooit. Nieuw samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, feitelijke gezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond, … het concept ‘gezin’ is volop in beweging. Hoe kan het gezinsbeleid inspelen op die voortdurende evolutie? Is er nood aan een nieuwe definitie van gezin?
Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool legde de vragen voor aan academici, hulpverleners en middenveldorganisaties. Het resultaat is een veelkleurig portret vol uitdagingen. En kansen, want in al hun diversiteit zijn gezinnen in deze rusteloze tijden meer dan ooit haarden van verbondenheid. Verschillende auteurs pleiten ervoor om gezinsvriendelijke maatregelen los te koppelen van een bepaalde gezinsvorm. Misschien zijn mensen- en kinderrechten een beter uitgangspunt voor de bescherming van alle gezinnen van vandaag?
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Hans Van Crombrugge is doctor in de pedagogische wetenschappen, hoofdlector aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en verbonden aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
De bewuste Bourgondiër. Van ongezond naar gezond voedingspatroon.
Voeding staat onder vuur. Iedereen weet wel wat gezonde voeding is, maar we passen het op grote schaal niet toe. We blijken massaal een westers voedingspatroon toe te passen, dat in verband staat met de ontwikkeling van een aantal chronische ziekten. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het boek gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw en bekijkt de toepassing van voeding tot in het heden. Op deze wijze wordt duidelijk hoe het huidige westerse voedingspatroon is ontstaan. Het gevolg is een jungle van voeding, kennis en dogma’s waar we vandaag mee te maken hebben. Tevens wordt de complexiteit van de voedingswetenschappen toegelicht evenals de relatie van het westerse voedingspatroon met tal van chronische ziekten. In detail gaat de auteur in op het genoemde westerse voedingspatroon en op de verschillen met het gezonde voedingspatroon dat vaak beschermend werkt. Om de transitie naar een dergelijk gezond voedingspatroon succesvol te maken is de rol van de consument erg belangrijk. Enkel met een mentaliteitswijziging zal dit mogelijk zijn. Om het gezonde voedingspatroon gemakkelijk toepasbaar te maken wordt ‘de bewuste Bourgondiër’ in het leven geroepen. Want voeding is vooral genieten, maar bewust. Deze indringende publicatie is niet alleen bestemd voor professionals, maar evenzeer voor consumenten en patiënten en voor ouders en grootouders die een verschil willen maken voor hun eigen gezondheid, maar ook die van hun kinderen en kleinkinderen. Kortom, voor iedereen die de dagelijks noodzakelijke voeding als een te respecteren levenszaak beschouwt en een gezond voedingspatroon wil aanleren.
Erica Rutten studeerde voeding- en dieetleer aan de KU Leuven en werd vervolgens doctor in de voedingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Ze schreef en werkte mee aan tal van internationale onderzoeken en wetenschappelijke artikelen. Met het concept ‘De stem van de Bewuste Bourgondiër’ wil ze haar kennis delen met particulieren, bedrijven, organisaties en professionals. Daarnaast heeft ze een netwerk van Bewuste Partners die haar concept ondersteunen. Ze is lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Introductie tot epidemiologie en biostatistiek
Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.
Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.
Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.
Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.
Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen
aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar
onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van
doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn
van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein
betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde
op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het
speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij
GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de
Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.
Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve
vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een
licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sociale media en online travel agents in de hotelsector
In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.
Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.
Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen,
master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij
nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program
van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA).
Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is
als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement
van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld
De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.
Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.
Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic
Leadership verbonden aan de School of Business
and Economics van Maastricht University. Hij
vervulde daarvoor verscheidene academische
en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of
Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool.
De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij
daarnaast verschillende leidinggevenden en hun
organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en
artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur,
leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog
en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg.
In eerste instantie als gedragswetenschapper/
psychodiagnosticus, researcher en manager zowel
in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003
is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en
sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep
Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale
publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele
managementboeken over transitiemanagement
en leiderschap(sontwikkeling).
Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld
De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.
Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.
Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic
Leadership verbonden aan de School of Business
and Economics van Maastricht University. Hij
vervulde daarvoor verscheidene academische
en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of
Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool.
De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij
daarnaast verschillende leidinggevenden en hun
organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en
artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur,
leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog
en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg.
In eerste instantie als gedragswetenschapper/
psychodiagnosticus, researcher en manager zowel
in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003
is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en
sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep
Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale
publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele
managementboeken over transitiemanagement
en leiderschap(sontwikkeling).
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Verbondenheid in de hulpverlening
De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.
Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.
In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.
Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)
Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.
Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.
Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de
Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt
in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint-
Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd
‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur
van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint-
Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar
aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen
was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.
Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.
De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool
UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een
aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur
van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg,
een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is
tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding
in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie
van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.
Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking
Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.
Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen
met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek
verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en
doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan
en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in
een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar
als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met
een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van
het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt
interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met
een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.






