Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerdom het vakgebied van Public Relations aan te geven. CorporateCommunication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk
€ 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations.Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerdom het vakgebied van Public Relations aan te geven. CorporateCommunication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domeinvan de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskundeof -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche alsbinnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlakstilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.
Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een disciplinedie qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichtenen werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden eenverdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagementgegeven werd of van een kennis die de lezer eldersheeft opgedaan.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement
€ 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen
die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de
introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het
wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt
niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige
obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces
verankerd zitten. De auteur toont het nut van
reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen
om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale
implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te
maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s
€ 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke
en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de
toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van
nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia
gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving.
In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn
op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch
geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige
wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om
risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel
beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het
wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp
van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s
€ 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke
en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de
toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van
nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia
gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving.
In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn
op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch
geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige
wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om
risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel
beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het
wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp
van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.
Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.
Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)
€ 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book
presents an account of the development of the Western image of the Muslim
Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory
chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the
Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world
to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different
and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval
Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations
of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the
Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created
about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the
Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in
Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims.
At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade
and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise
totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces
provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim
Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect
outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of
the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of
European culture.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)
€ 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book
presents an account of the development of the Western image of the Muslim
Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory
chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the
Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world
to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different
and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval
Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations
of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the
Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created
about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the
Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in
Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims.
At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade
and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise
totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces
provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim
Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect
outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of
the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of
European culture.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.
Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)
€ 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)
€ 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.
Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.
Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum
€ 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere)
noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen
zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle
over de manier waarop beslissingen over gezondheid en
autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet
meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in
staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke
verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom
zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken
van de huidige generatie ouderen, die ook wel de
‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum
€ 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere)
noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen
zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle
over de manier waarop beslissingen over gezondheid en
autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet
meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in
staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke
verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom
zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken
van de huidige generatie ouderen, die ook wel de
‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.
Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.
Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)
€ 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it
assumes a considerable role in the encounters between different cultures
and their respective languages. This important role of translation stems
from the fact that translating involves the carrying-over of specific
socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures,
which have at their disposal an established system of representation
with its own norms for text production and consumption of meanings
vis-Ã -vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves
into a master discourse of translation through which identity, similarity
and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted.
Translational encounters take place at both the intra and inter cultural
levels. The chapters in this volume address these issues from different
cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India,
and the Arab/Muslim World).
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)
€ 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it
assumes a considerable role in the encounters between different cultures
and their respective languages. This important role of translation stems
from the fact that translating involves the carrying-over of specific
socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures,
which have at their disposal an established system of representation
with its own norms for text production and consumption of meanings
vis-Ã -vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves
into a master discourse of translation through which identity, similarity
and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted.
Translational encounters take place at both the intra and inter cultural
levels. The chapters in this volume address these issues from different
cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India,
and the Arab/Muslim World).
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.
Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.