Filter
Overleven in de stad.  Inleiding tot sociale kwaliteit en urban educationOverleven in de stad.  Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Overleven in de stad. Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education

 21,10
Steeds meer mensen wonen in steden, en kinderen groeien erin op. In tal van opzichten verschillen steden van de landelijke omgeving. In grootte, maar ook fysiek, sociaal, cultureel en in economisch opzicht, en naar de samenstelling van de bevolking. Wereldsteden maken deel uit van globale kennisnetwerken, en dat bepaalt hun karakter in hoge mate.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.

Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.

Overleven in de stad.  Inleiding tot sociale kwaliteit en urban educationOverleven in de stad.  Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education
Quick View

Overleven in de stad. Inleiding tot sociale kwaliteit en urban education

 21,10
Steeds meer mensen wonen in steden, en kinderen groeien erin op. In tal van opzichten verschillen steden van de landelijke omgeving. In grootte, maar ook fysiek, sociaal, cultureel en in economisch opzicht, en naar de samenstelling van de bevolking. Wereldsteden maken deel uit van globale kennisnetwerken, en dat bepaalt hun karakter in hoge mate.
De eerste vier hoofdstukken van dit boek werpen een licht op metropolen in de VS en Europa. In grote lijnen en met sprekende details. Wat betekent het (over)leven en opgroeien in de stad? Het harde stadsleven komt ter sprake, de globale achtergronden en de gevolgen voor elke generatie, en de smetvrees van sociale professionals. In het tweede deel gaat het om kwesties dichter bij huis. Hoe ontwikkelde het opvoedings-, onderwijs- en jeugdbeleid zich in de voorbije decennia in Nederland? En: gaat er niets boven gedeelde schoolklassen in de stad? Waarom verhardt de aanpak van allochtone jongeren tegenwoordig? Grote steden zijn multicultureel, jazeker, maar wat moeten we vandaag met de interculturele relatiesleutelaars die twintig jaar geleden zo in tel waren?
Dit boek draait om de sociale kwaliteit van steden en urban education (opvoeding, onderwijs, jeugdbeleid), en wat daarbij behulpzaam kan zijn: werk, vrije tijd, ruimtelijke ordening. En dus om wat de stad van professionals vraagt: een nieuwe, interdisciplinaire en praktische kijk op een complex krachtenveld. In het hoger onderwijs neemt de belangstelling voor de stad toe. Het boek besluit daarom met een schets van de professionele identiteit van (sociaal-ped)agogen, leraren en cultureel en maatschappelijk werkers in de stad.

Ton Notten (1946) promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Hij doceerde van 1974 tot 1994 andragologie bij diezelfde universiteit. Daarnaast was hij, van 1975 tot 2002, hogeschooldocent en studieleider Sociale pedagogiek bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek (opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam). Naast zijn professoraat in de Sociale agologie – sinds 1998 – bij de Vrije Universiteit Brussel werd Notten in 2002 lector bij de Hogeschool Rotterdam, met als leeropdracht ‘Opgroeien in de Stad’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Boekhouding en financiële rapportering – Boek 1. Met bespreking van de IAS/IFRS-normen

 40,00
Aan de ondernemingen worden steeds hogere eisen gesteld op het vlak van hun boekhouding en financiële verslaggeving. Zo moeten, in de Europese Unie, alle beursgenoteerde ondernemingen sinds 2005 hun geconsolideerde jaarrekening opstellen in overeenstemming met de internationale IAS/IFRS-boekhoudnormen. Een uitbreiding van deze verplichting voor niet beursgenoteerde groepen en tot de statutaire jaarrekening van vennootschappen, is op langere termijn waarschijnlijk. Het veralgemeende gebruik van XBRL (Extensible Business Reporting Language), een elektronische internettaal die onafhankelijk is van de gebruikte hard- en software, zal een ware revolutie veroorzaken op het vlak van elektronische uitwisseling en openbaarmaking van financiële informatie.

Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.

Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.


Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.

Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).

Quick View

Boekhouding en financiële rapportering – Boek 1. Met bespreking van de IAS/IFRS-normen

 40,00
Aan de ondernemingen worden steeds hogere eisen gesteld op het vlak van hun boekhouding en financiële verslaggeving. Zo moeten, in de Europese Unie, alle beursgenoteerde ondernemingen sinds 2005 hun geconsolideerde jaarrekening opstellen in overeenstemming met de internationale IAS/IFRS-boekhoudnormen. Een uitbreiding van deze verplichting voor niet beursgenoteerde groepen en tot de statutaire jaarrekening van vennootschappen, is op langere termijn waarschijnlijk. Het veralgemeende gebruik van XBRL (Extensible Business Reporting Language), een elektronische internettaal die onafhankelijk is van de gebruikte hard- en software, zal een ware revolutie veroorzaken op het vlak van elektronische uitwisseling en openbaarmaking van financiële informatie.

Steeds meer mensen komen in contact met financiële informatie. Om de gegevens juist te interpreteren is een helder inzicht in de materie noodzakelijk.
De doelstelling van dit tweedelig werk bestaat erin de boekhoudtechniek en de basisprincipes, die aan de grondslag liggen van de financiële rapportering, op een eenvoudige en verhelderende wijze uiteen te zetten. Het accent ligt vooral op het begrijpen van en het verwerven van inzicht in de informatie die wordt gerapporteerd in een jaarrekening.
Dit eerste boek bespreekt de rol van de boekhouding en de financiële rapportering, legt de techniek van het dubbel boekhouden uit en bespreekt de erkennings- en waarderingsprincipes die moeten worden gevolgd om een balans en een resultatenrekening op te stellen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste verrichtingen en hoe die boekhoudkundig worden verwerkt. Bij de bespreking van de boekhoudkundige principes en normen wordt aandacht besteed aan zowel de Belgische als de internationale regelgeving. In het tweede boek wordt ingegaan op de boekhoudkundige verrichtingen die typisch zijn of meer voorkomen in grotere vennootschappen.

Als handboek is dit werk in de eerste plaats bestemd voor de economische richtingen van het universitair en het hoger onderwijs. Door de logische en originele opbouw en door de talrijke voorbeelden, illustraties en gevalstudies richt dit werk zich ook tot de individuele lezer.


Carlos Siau is doctor in de Economische Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel, 1983) en gewoon hoogleraar Accountancy aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Campus VLEKHO), waar hij tevens vakgroepvoorzitter is van de afstudeerrichting Accountancy. Hij was als deeltijds professor gedurende verscheidene jaren verbonden aan het Vesalius College, een samenwerkingsverband tussen de VUB en Boston University. Hij was tevens gastprofessor aan verscheidene buitenlandse universiteiten, waaronder het Bentley College (Boston) en het Center for Management Training. (Universiteit van Warschau), en publiceerde in diverse vaktijdschriften.

Roger Mercken is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven, 1987) en gewoon hoogleraar Accountancy en Beleidsinformatica aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt. Hij was ook gastprofessor aan de KU Leuven en het Vesalius College en voorheen verbonden aan VLEKHOBrussel. Hij publiceerde in diverse tijdschriften en vaknieuwsbrieven. Hij werkte ook mee aan een aantal onderzoeksprojecten op het vlak van financiële rapportering, o.a. in een samenwerking LUC-UFSIA (Universiteit Antwerpen).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Als je mama of papa … Werkboek

 19,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.

Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…

Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.

Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?

In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …

Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.

Quick View

Als je mama of papa … Werkboek

 19,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.

Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek. Het is een actief doe-boek dat…:
-wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…

Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.

Wat is er aan de hand als je mama of papa in de war is?
Wat is dat; een psychisch probleem?
Hoe is dat voor jou? Hoe voel jij je als je mama of papa vreemd doet?
Waar kan je terecht om erover te praten?

In dit werkboek lees je er meer over.
Je kan in dit boek lezen, tekenen, spelletjes doen, knutselen …

Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)

 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.

Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.

Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
Quick View

Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)

 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.

Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945

 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.

Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.

Quick View

Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945

 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.

Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens

 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.

De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.

Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.

Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.

Quick View

Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens

 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.

De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.

Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.

Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Basisboek

 32,50

Principes

  • Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de school, in het bijzonder voor kleuters die extra aandacht vragen.
  • Groeiboek stelt de vakkennis van de kleuterleidster centraal en is in de eerste plaats voor haar bestemd, als hulpmiddel bij kwaliteitsvol werken.
  • Essentieel in extra zorg is het planmatig werken. Daarom is sprake van een zorgsysteem.
  • Groeiboek wil in de eerste plaats systematisering van wat de school en de leidsters nu al doen vooraleer ''nieuwe dingen'' in te voeren. Het zorgsysteem stimuleert de kleuterleidsters en scholen dus om goede ervaringen (methodes, werkwijzen, middelen) te behouden en ze met elkaar te delen.
  • Om extra zorg te realiseren is overleg over kinderen en hun vorderingen (het multidisciplinair overleg of mdo, overleg met zorgcoördinator, collega''s, ouders, leerlingbegeleiders,…) van groot belang. Groeiboek pleit sterk voor het efficiënt uitbouwen van deze vormen van overleg. Als leerkracht sta je er nooit alléén voor.
  • Het zorgsysteem omvat drie belangrijke stappen: (1) volgen en signaleren, (2) analyseren en (3) handelen.

Kenmerken

  • Het vertrekpunt is een brede kijk op de globale ontwikkeling van kinderen. Alle ontwikkelingsdomeinen, inclusief de lichamelijke ontwikkeling, zijn in het systeem opgenomen.
  • Bovendien wordt steeds gekeken naar de ontwikkeling in haar context. Het systeem houdt speciaal rekening met de invloed van omgevingsfactoren en vertrekt in de extra zorg voor kleuters expliciet vanuit die omgeving om afstemming te zoeken met de zorgbehoeften van het kind.
  • Groeiboek biedt een doorlopend systeem voor de hele kleuterschool, met aandacht voor de instap in de kleuterschool en de overgang naar de lagere school. Het suggereert het hanteren van verschillende opvolgdocumenten en een kinddossier.
  • Signalering staat volledig in functie van het hulpverlenend handelen van de kleuterleidster. Het systeem pleit in dit verband voor stapsgewijs werken en geeft duidelijk de weg aan van ''zien van problemen'' naar ''bieden van extra zorg''. Groeiboek biedt handreikingen om de vastgestelde problemen te analyseren en op zoek te gaan naar goede pedagogische en didactische interventies, afgestemd op de behoeften van zorgkleuters.
  • Groeiboek focust heel bewust vooral op kinderen met een specifieke zorgvraag. Voor kinderen met een ''zorgeloze'' ontwikkeling volstaat de gewone aanpak en legt de leidster enkel een basisdossier aan. Voor de zorgkleuters moet zeker de stap ''analyse'' goed worden verzorgd. Groeiboek biedt daarbij ondersteuning.
  • Groeiboek wil de inspanningen van de kleuterleidster beter kanaliseren en zinvoller benutten zonder de werklast te verhogen.
  • Groeiboek houdt rekening met de eigenheid van elke school en is flexibel inpasbaar en aanpasbaar. Het biedt ruimte aan kleuterleidsters om eigen ervaringen en middelen in te lassen en is in die zin nooit ''af''.
  • Groeiboek is maximaal afgestemd op ontwikkelingsdoelen, gelijke onderwijskansen en ontwikkelingsplan, leerplannen.
  • In de kleuterschool zijn ouders erg betrokken op hun jonge kind. Vooral bij problemen vragen de contacten en het overleg met de ouders bijzondere aandacht. Groeiboek gaat uit van een zorgbeleid als een ''gedeelde zorg'' en geeft hierbij suggesties.
  • Groeiboek geeft aan hoe school en leerlingbegeleiding kunnen samenwerken in hun zorg voor kinderen. Het laat zien hoe en wanneer de leidster kan terugvallen op de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • Groeiboek is helemaal ''manueel'' te hanteren. Alle werkformulieren e.d. zijn ook digitaal beschikbaar.


Inhoud

De inhoud is voor aanpassingen vatbaar en geldt dan ook als globale aanduiding.

1. Basisboek
Uitgangspunten - Ontwikkeling van het jonge kind - Kleuteronderwijs en zorg in de kleuterschool - Invoering van Groeiboek - Stappenplan ''extra zorg'' - Korte ro

Quick View

Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Basisboek

 32,50

Principes

  • Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de school, in het bijzonder voor kleuters die extra aandacht vragen.
  • Groeiboek stelt de vakkennis van de kleuterleidster centraal en is in de eerste plaats voor haar bestemd, als hulpmiddel bij kwaliteitsvol werken.
  • Essentieel in extra zorg is het planmatig werken. Daarom is sprake van een zorgsysteem.
  • Groeiboek wil in de eerste plaats systematisering van wat de school en de leidsters nu al doen vooraleer ''nieuwe dingen'' in te voeren. Het zorgsysteem stimuleert de kleuterleidsters en scholen dus om goede ervaringen (methodes, werkwijzen, middelen) te behouden en ze met elkaar te delen.
  • Om extra zorg te realiseren is overleg over kinderen en hun vorderingen (het multidisciplinair overleg of mdo, overleg met zorgcoördinator, collega''s, ouders, leerlingbegeleiders,…) van groot belang. Groeiboek pleit sterk voor het efficiënt uitbouwen van deze vormen van overleg. Als leerkracht sta je er nooit alléén voor.
  • Het zorgsysteem omvat drie belangrijke stappen: (1) volgen en signaleren, (2) analyseren en (3) handelen.

Kenmerken

  • Het vertrekpunt is een brede kijk op de globale ontwikkeling van kinderen. Alle ontwikkelingsdomeinen, inclusief de lichamelijke ontwikkeling, zijn in het systeem opgenomen.
  • Bovendien wordt steeds gekeken naar de ontwikkeling in haar context. Het systeem houdt speciaal rekening met de invloed van omgevingsfactoren en vertrekt in de extra zorg voor kleuters expliciet vanuit die omgeving om afstemming te zoeken met de zorgbehoeften van het kind.
  • Groeiboek biedt een doorlopend systeem voor de hele kleuterschool, met aandacht voor de instap in de kleuterschool en de overgang naar de lagere school. Het suggereert het hanteren van verschillende opvolgdocumenten en een kinddossier.
  • Signalering staat volledig in functie van het hulpverlenend handelen van de kleuterleidster. Het systeem pleit in dit verband voor stapsgewijs werken en geeft duidelijk de weg aan van ''zien van problemen'' naar ''bieden van extra zorg''. Groeiboek biedt handreikingen om de vastgestelde problemen te analyseren en op zoek te gaan naar goede pedagogische en didactische interventies, afgestemd op de behoeften van zorgkleuters.
  • Groeiboek focust heel bewust vooral op kinderen met een specifieke zorgvraag. Voor kinderen met een ''zorgeloze'' ontwikkeling volstaat de gewone aanpak en legt de leidster enkel een basisdossier aan. Voor de zorgkleuters moet zeker de stap ''analyse'' goed worden verzorgd. Groeiboek biedt daarbij ondersteuning.
  • Groeiboek wil de inspanningen van de kleuterleidster beter kanaliseren en zinvoller benutten zonder de werklast te verhogen.
  • Groeiboek houdt rekening met de eigenheid van elke school en is flexibel inpasbaar en aanpasbaar. Het biedt ruimte aan kleuterleidsters om eigen ervaringen en middelen in te lassen en is in die zin nooit ''af''.
  • Groeiboek is maximaal afgestemd op ontwikkelingsdoelen, gelijke onderwijskansen en ontwikkelingsplan, leerplannen.
  • In de kleuterschool zijn ouders erg betrokken op hun jonge kind. Vooral bij problemen vragen de contacten en het overleg met de ouders bijzondere aandacht. Groeiboek gaat uit van een zorgbeleid als een ''gedeelde zorg'' en geeft hierbij suggesties.
  • Groeiboek geeft aan hoe school en leerlingbegeleiding kunnen samenwerken in hun zorg voor kinderen. Het laat zien hoe en wanneer de leidster kan terugvallen op de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • Groeiboek is helemaal ''manueel'' te hanteren. Alle werkformulieren e.d. zijn ook digitaal beschikbaar.


Inhoud

De inhoud is voor aanpassingen vatbaar en geldt dan ook als globale aanduiding.

1. Basisboek
Uitgangspunten - Ontwikkeling van het jonge kind - Kleuteronderwijs en zorg in de kleuterschool - Invoering van Groeiboek - Stappenplan ''extra zorg'' - Korte ro

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Als je mama of papa … Handleiding

 9,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.

Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…

Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.

Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.

Quick View

Als je mama of papa … Handleiding

 9,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.

Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…

Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.

Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Fitness tussen murenFitness tussen muren
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fitness tussen muren

door
 27,70
Ieder van ons heeft lichaamsbeweging nodig om zich goed in zijn vel te voelen. Maar door onze drukke levensstijl ontbreekt het ons dikwijls aan tijd of moed om een fitnesszaal te bezoeken.

Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.

Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Fitness tussen murenFitness tussen muren
Quick View

Fitness tussen muren

door
 27,70
Ieder van ons heeft lichaamsbeweging nodig om zich goed in zijn vel te voelen. Maar door onze drukke levensstijl ontbreekt het ons dikwijls aan tijd of moed om een fitnesszaal te bezoeken.

Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.

Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    5
    Uw winkelwagen
    ×